DiversaMente › Cijfers › Burn-out bij vrouwen

Cijferoverzicht

Burn-out bij vrouwen in cijfers (2026)

Ruim honderd cijfers over burn-outklachten, psychisch verzuim en mentale gezondheid van vrouwen in Nederland. Elk getal staat hier met de instantie die het publiceerde, het meetjaar en een klikbare link naar de bron, zodat je het direct kunt controleren en citeren.

Laatst bijgewerkt op 13 september 2026. Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem.

23,5%van de vrouwelijke werknemers

had in 2025 burn-outklachten, tegenover 18,0 procent van de mannelijke werknemers. Het gaat om zelfgerapporteerde klachten, niet om een diagnose.

Bron: RIVM, 2025

32,2%vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar

had in 2025 burn-outklachten, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen.

Bron: CBS en TNO (NEA), 2025

47,5%van de vrouwen met langdurig verzuim

verzuimde door psychische klachten, tegenover 34 procent van de mannen. Noemer is uitsluitend de groep met verzuim van 42 tot en met 730 dagen.

Bron: VZinfo (RIVM), 2023

Deze drie percentages hebben drie verschillende noemers en horen dus nooit in een reeks of grafiek naast elkaar. Hoe dat precies zit, lees je in de zes valkuilen.

Deel 1

Hoe vaak burn-outklachten voorkomen

Het basiscijfer over burn-out in Nederland komt uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, de NEA, die het CBS en TNO jaarlijks onder werknemers uitzetten. De NEA meet geen diagnose, maar zelfgerapporteerde psychische vermoeidheid door het werk, gemeten met vijf uitspraken uit een subschaal van de Utrechtse Burn-out Schaal. Wie daarop gemiddeld enkele keren per maand of vaker bevestigend antwoordt, telt mee als iemand met burn-outklachten. Dat onderscheid is het belangrijkste dat je over dit onderwerp kunt weten, en het keert verderop terug in de valkuilen.

20,7%van alle werknemers

had in 2025 burn-outklachten, oftewel ruim een op de vijf.

Bron: RIVM, 2025

13,4% → 20,7%werknemers, 2015 tot 2025

Het aandeel werknemers met burn-outklachten steeg van 13,4 procent in 2015 naar 20,7 procent in 2025.

Bron: RIVM, 2015 tot 2025

1,6 miljoenwerknemers

had in 2022 burn-out gerelateerde klachten, tegenover 1,3 miljoen in 2021. Dit is het meest recente absolute aantal dat bij de bron te vinden is.

Bron: TNO, 2022

11,8%van de zelfstandig ondernemers

had in 2025 burn-outklachten, ruim de helft minder dan onder werknemers. Zelfstandigen worden met een andere enquete gemeten, de ZEA.

Bron: RIVM, 2025

7,5% → 11,8%zelfstandigen, 2015 tot 2025

Ook onder zelfstandig ondernemers namen burn-outklachten toe, van 7,5 procent in 2015 naar 11,8 procent in 2025.

Bron: RIVM, 2015 tot 2025

5,7% → 8,8%aandeel van het meest recente verzuim

Het aandeel ziekteverzuim dat werd veroorzaakt door psychische klachten, overspannenheid en burn-out steeg van 5,7 procent in 2014 naar 8,8 procent in 2025.

Bron: RIVM, 2014 tot 2025

Verschillende instanties ronden hetzelfde cijfer anders af. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid communiceert via het Arboportaal afgeronde percentages, terwijl RIVM en CBS decimalen geven. Kies binnen een artikel consequent een van beide en meng ze niet.

21%werknemers, afgerond

had in 2025 burn-outklachten, tegen 19 procent in 2023 en 13 procent tien jaar eerder.

Bron: Arboportaal (ministerie van SZW), 2025

13% → 21%werknemers, 2015 tot 2025

In het NEA-rapport zelf staat de reeks afgerond: van 13 procent in 2015 naar 21 procent in 2025, voor het tweede jaar op rij toegenomen.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2015 en 2025

53.317bruikbare vragenlijsten

De cijfers komen uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, waarvoor 53.317 werknemers een bruikbare vragenlijst invulden.

Bron: CBS, 2025

Let op bij de lange reeks. De NEA kent een methodologische trendbreuk tussen 2021 en 2022. VZinfo waarschuwt op de bronpagina letterlijk dat de cijfers vanaf 2022 mogelijk niet vergelijkbaar zijn met die tot en met 2021. Presenteer de reeks van 2014 tot 2025 dus niet als een gladde lijn zonder die kanttekening.

Deel 2

Vrouwen tegenover mannen

In 2014 lagen de percentages voor vrouwen en mannen nog vrijwel gelijk. Daarna liepen ze uiteen. Het verschil is niet in elke maat even groot: bij zelfgerapporteerde burn-outklachten gaat het om ruim vijf procentpunt, bij een stressvolle baan om bijna een verdubbeling. Kies per claim de bijbehorende maat en meng ze niet.

23,5% om 18,0%vrouwelijke om mannelijke werknemers

Van de vrouwelijke werknemers had in 2025 23,5 procent burn-outklachten, tegenover 18,0 procent van de mannelijke werknemers.

Bron: RIVM, 2025

14,3% → 23,5%vrouwen, 2014 tot 2025

Bij vrouwen groeide het aandeel met burn-outklachten van 14,3 naar 23,5 procent, terwijl het bij mannen van 14,4 naar 18,0 procent ging. In 2014 waren de percentages nog vrijwel gelijk.

Bron: VZinfo (RIVM), 2014 tot en met 2025

20% om 11%stressvolle baan

Vrouwen hadden in 2025 bijna twee keer zo vaak een stressvolle baan als mannen. Een stressvolle baan is in de NEA de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, niet hetzelfde als werkdruk.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

4,4% om 3,2%vastgestelde beroepsziekte

Vrouwen kregen in 2025 vaker een door een arts vastgestelde beroepsziekte dan mannen.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

1,9%van alle werknemers

Overspannenheid of burn-out is de meest gerapporteerde door een arts vastgestelde beroepsziekte in Nederland. Vergelijk dit met de 20,7 procent met klachten: een factor tien verschil.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

47,5% om 34%bij langdurig verzuim

Van de werknemers met langdurig ziekteverzuim, 42 tot en met 730 dagen, was psychisch verzuim bij vrouwen in 47,5 procent van de gevallen de oorzaak, tegenover 34 procent bij mannen.

Bron: VZinfo (RIVM), 2023

25,8% om 15,2%bewegingsapparaat, mannen om vrouwen

Het spiegelbeeld: klachten aan het bewegingsapparaat zijn bij mannen vaker de oorzaak van langdurig verzuim dan bij vrouwen.

Bron: VZinfo (RIVM), 2023

40%van alle langdurige verzuimgevallen

Psychische klachten zijn met 40 procent de voornaamste oorzaak van langdurig verzuim, waarvan 29 procent stressgerelateerd is en 11 procent overige psychische klachten.

Bron: VZinfo (RIVM), 2023

28% om 24%psychische aandoening, 12 maanden

Vrouwen hadden in de afgelopen twaalf maanden vaker een psychische aandoening dan mannen. Dit is een diagnose in bevolkingsonderzoek, niet werkgerelateerd gemeten.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), veldwerk 2019 tot 2022

52% om 45%ooit in het leven

Ruim de helft van de vrouwen krijgt ooit in het leven een psychische aandoening, tegenover 45 procent van de mannen.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), veldwerk 2019 tot 2022

10,4% om 6,7%depressieve stoornis per jaar

De jaarprevalentie van een depressieve stoornis is bij vrouwen ruim anderhalf keer zo hoog als bij mannen.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, veldwerk 2019 tot 2022

11,5% om 8,1%stemmingsstoornis per jaar

Van de vrouwen had 11,5 procent in het afgelopen jaar een stemmingsstoornis, tegenover 8,1 procent van de mannen.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, veldwerk 2019 tot 2022

Deel 3

Zes valkuilen voordat je citeert

Op dit onderwerp is bijna elke veelgemaakte fout een noemerfout. Onderstaande zes punten staan hier omdat ze bepalen of een artikel klopt of niet. Wie ze kent, kan de rest van deze pagina veilig gebruiken.

  1. Klachten zijn geen diagnose

    De NEA meet zelfgerapporteerde werkgerelateerde psychische vermoeidheid met vijf uitspraken uit de Utrechtse Burn-out Schaal, met als drempel enkele keren per maand of vaker. Dat levert 20,7 procent van de werknemers op. De door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out komt in hetzelfde onderzoeksjaar uit op 1,9 procent van alle werknemers. Dat is een factor tien verschil. Schrijf dus nooit dat bijna een kwart van de vrouwen een burn-out heeft.

  2. Er zijn vier verschillende noemers

    23,5 procent gaat over alle vrouwelijke werknemers. 10,7 procent gaat over vrouwen die het afgelopen jaar minstens een keer verzuimden. 47,5 procent gaat over vrouwen met langdurig verzuim van 42 tot en met 730 dagen. En 5,9 procent is een aandeel van de beschikbare werkdagen. Deze vier percentages horen niet in een reeks of grafiek naast elkaar.

  3. Bijna de helft van de vrouwen verzuimt niet door psychische klachten

    De 47,5 procent betreft uitsluitend de groep die al langdurig verzuimt. Het cijfer komt uit arbodienstregistratie van ArboNed en HumanCapitalCare en heeft meetjaar 2023, niet uit de NEA. Elke formulering in de trant van bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten is onjuist.

  4. Het getal 23,5 procent betekent twee dingen

    In dezelfde NEA 2025 is 23,5 procent zowel het aandeel vrouwelijke werknemers met burn-outklachten als het aandeel werknemers van 25 tot 55 jaar. Twee verschillende groepen, hetzelfde getal. Noem daarom altijd de groep erbij.

  5. Leeftijdsklassen verschillen per bron

    Voor ogenschijnlijk dezelfde groep komen verschillende getallen naar boven. Het CBS hanteert 25 tot 35 jaar en komt voor vrouwen op 32,2 procent in 2025. De RIVM-monitor hanteert 25 tot 34 jaar en komt op 26,3 procent voor mannen en vrouwen samen in 2024. Het NEA-rapport gebruikt de brede klasse 25 tot 55 jaar en komt op 23,5 procent in 2025.

  6. De trendreeks kent een breuk

    Tussen 2021 en 2022 veranderde de methodologie van de NEA. VZinfo waarschuwt letterlijk dat de cijfers vanaf 2022 mogelijk niet vergelijkbaar zijn met die tot en met 2021. Vermeld die kanttekening bij elke claim over de periode 2014 tot 2025.

Zo niet

Bijna een kwart van de vrouwen heeft een burn-out, en bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten.

Zo wel

23,5 procent van de vrouwelijke werknemers had in 2025 burn-outklachten, gemeten als zelfrapportage. Van de vrouwen met langdurig verzuim van 42 tot en met 730 dagen kwam dat verzuim in 47,5 procent van de gevallen door psychische klachten.

Nog drie begrippen die vaak door elkaar lopen. Stressvol werk is de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, terwijl werkdruk alleen veel hoger uitkomt. Dagen van arbodiensten zijn geen verzuimdagen: ArboNed meet kalenderdagen tot volledige inzetbaarheid, TNO meet werkdagen volledig verzuim. En WIA-instroom is geen verzuim, want de WIA volgt pas na twee jaar ziekte.

Deel 4

Leeftijd: de piek tussen 25 en 45

De leeftijdscurve is het meest opvallende patroon in deze cijfers. Burn-outklachten bij vrouwen pieken niet aan het eind van een loopbaan, maar aan het begin, in de jaren waarin carriere, jonge kinderen en zorgtaken elkaar overlappen. Let op de noemer: het gaat om vrouwelijke werknemers van die leeftijd, niet om alle vrouwen. Wie niet werkt, zit niet in de NEA.

Burn-outklachten bij vrouwelijke werknemers naar leeftijd, 2025
LeeftijdsgroepVrouwenMannen
15 tot 25 jaar23,2%13,5%
25 tot 35 jaar32,2%24,3%
35 tot 45 jaar24,7%niet opgenomen
45 tot 55 jaar20,4%niet opgenomen
55 tot 65 jaar17,9%niet opgenomen
65 tot 75 jaar10,6%niet opgenomen

Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 83049NED), 2025. De cijfers voor mannen zijn alleen opgenomen waar ze bij de bron zijn nagetrokken. Het cijfer voor vrouwen van 65 tot 75 jaar berust op een kleine groep en is minder geschikt voor scherpe vergelijkingen.

16,2% → 32,2%vrouwen 25 tot 35 jaar

Bij vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar verdubbelde het aandeel met burn-outklachten tussen 2014 en 2025.

Bron: CBS en TNO (NEA), 2014 en 2025

9,7% → 23,2%vrouwen 15 tot 25 jaar

Bij de jongste vrouwelijke werknemers steeg het aandeel met burn-outklachten tussen 2014 en 2025 van 9,7 naar 23,2 procent, bijna een verdrievoudiging.

Bron: CBS en TNO (NEA), 2014 en 2025

23,5%werknemers van 25 tot 55 jaar

In de bredere NEA-hoofdindeling had de groep van 25 tot 55 jaar vaker burn-outklachten dan jongeren en 55-plussers. Ditzelfde getal staat elders voor alle vrouwelijke werknemers.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

26,3%werknemers 25 tot 34 jaar

In de RIVM-indeling had deze leeftijdsgroep in 2024 het hoogste percentage burn-outklachten van allemaal, mannen en vrouwen samen; bij 65- tot 74-jarigen was dit 9,6 procent.

Bron: RIVM en Trimbos-instituut, 2024

19,1%zelfstandigen 25 tot 34 jaar

Onder jonge zelfstandig ondernemers ligt het aandeel met burn-outklachten duidelijk boven het gemiddelde van alle zelfstandigen, 11,8 procent.

Bron: RIVM en Trimbos-instituut, 2025

5,4% om 3,5%jonge werknemers, 15 t/m 24 jaar

Bij jonge werknemers werd het meest recente ziekteverzuim in 2024 bij 5,4 procent van de vrouwen veroorzaakt door psychische klachten, overspannenheid of burn-out, tegenover 3,5 procent van de mannen.

Bron: RIVM en Trimbos-instituut, 2024

Buiten het werk om meet het CBS mentale gezondheid met een andere vraag: angst- of depressiegevoelens in de afgelopen vier weken, gemeten met de MHI-5. Dat is een bredere indicator dan burn-outklachten en gaat over de hele bevolking, niet alleen over werkenden. De twee mogen nooit naast elkaar in een reeks.

47,2% om 36,0%vrouwen om mannen, 12 jaar en ouder

In 2025 had 47,2 procent van de vrouwen angst- of depressiegevoelens in de afgelopen vier weken, tegenover 36,0 procent van de mannen. Over de hele bevolking was dit 41,7 procent.

Bron: RIVM op basis van de CBS-Gezondheidsenquete, 2025

52,5%20- tot 30-jarigen

Deze leeftijdsgroep had in 2025 het hoogste percentage angst- of depressiegevoelens van allemaal; bij 65- tot 75-jarigen was dit 32,2 procent.

Bron: CBS, Gezondheidsenquete, 2025

66%vrouwen van 18 tot 25 jaar

had in 2023 angst- of depressiegevoelens, tegenover 39,8 procent van de mannen in die leeftijdsgroep.

Bron: CBS, 2023

19,2%20- tot 30-jarigen, strengere grens

Volgens de strengere MHI-5-grens had 19,2 procent van deze groep in 2023 psychische klachten, tegenover 8,4 procent van de 65- tot 75-jarigen. Deze grens levert veel lagere percentages op dan de ruimere indicator hierboven.

Bron: CBS, Gezondheidsenquete, 2023

24,3% om 11,8%vrouwen om mannen, 12 tot 25 jaar

Van de vrouwen van 12 tot 25 jaar had 24,3 procent in 2021 psychische klachten, ruim twee keer zoveel als de mannen in die leeftijdsgroep.

Bron: CBS, 2021

ongeveer 15%vrouwen van 18 tot 34 jaar

Bij vrouwen van 18 tot 34 jaar is de jaarprevalentie van een depressieve stoornis het hoogst van alle leeftijdsgroepen; over alle vrouwen is dit 10,4 procent.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, 2019 tot 2022

31,6% → 51,9%naar leeftijd, 2024

Angst- of depressiegevoelens liepen in 2024 op van 31,6 procent bij 12- tot en met 15-jarigen tot 51,9 procent bij 20- tot en met 29-jarigen. Bij vrouwen lag het percentage op 49,0 procent tegenover 38,3 procent bij mannen.

Bron: RIVM en Trimbos-instituut, 2024

43,0%jongvolwassenen

was in 2024 (heel) vaak gestrest, met een spreiding van 36,9 tot 50,5 procent tussen GGD-regio's. De deelnemers meldden zich via een open link aan, dus dit is geen harde prevalentie.

Bron: GGD'en, RIVM en CBS via VZinfo, 2024

Deel 5

Sector en beroep

De sectoren met de meeste burn-outklachten zijn ook de sectoren waarin de meeste vrouwen werken. Die samenloop is zichtbaar in de cijfers, maar let op: geen enkele geopende bron kruist geslacht met sector. Er bestaat dus geen publiek cijfer voor bijvoorbeeld vrouwen in de zorg tegenover mannen in de zorg. Wat hieronder staat zijn sectorcijfers en beroepscijfers naast elkaar, geen oorzakelijk verband.

Burn-outklachten per sector, werknemers, 2025
SectorMet burn-outklachten
Onderwijs25,3%
Zorg22,9%
Alle werknemers20,7%
Handel19,8%
Horeca19,3%
Landbouw11,2%

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

Burn-outklachten per beroep, werknemers, 2025
BeroepMet burn-outklachten
Psychologen en sociologen36,8%
Docenten algemene vakken, secundair onderwijs30,6%
Leerkrachten basisonderwijs28,5%
Verpleegkundigen (mbo)27,2%
Leidsters kinderopvang23,6%
Alle werknemers20,7%

Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 84436NED), 2025

27,6%zorg, emotioneel veeleisend werk

In de gezondheids- en welzijnszorg ervaart 27,6 procent het werk vaak of altijd als emotioneel veeleisend, tegen 11,9 procent van alle werknemers.

Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 83157NED), 2025

48,3%maatschappelijk werkers

ervaart het werk vaak of altijd als emotioneel veeleisend, gevolgd door gespecialiseerd verpleegkundigen met 38,2 procent en verpleegkundigen (mbo) met 32,8 procent, tegen 11,9 procent van alle werknemers.

Bron: CBS en TNO (NEA), 2025

84%van 1,51 miljoen werknemers

Zorg en welzijn is een vrouwensector: 84 procent van de werknemers is vrouw.

Bron: AZW op basis van CBS, eerste kwartaal 2025

93%van 132.600 werknemers

De kinderopvang is de meest vrouwelijke branche binnen zorg en welzijn.

Bron: AZW op basis van CBS, eerste kwartaal 2025

83,9%onderwijsgevend personeel primair onderwijs

is vrouw, een aandeel dat al vijftien jaar rond de 84 procent ligt. Het cijfer geldt voor het primair onderwijs als geheel, inclusief speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

Bron: Ministerie van OCW en DUO, 2025

8,2%ziekteverzuim in de zorg

Het ziekteverzuim is het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg, met 9,9 procent in verpleging, verzorging en thuiszorg, tegen 6,3 procent in het onderwijs en 3,7 procent in de horeca.

Bron: CBS, eerste kwartaal 2026

6,42 om 4,84individueel verzuimpercentage

Het individuele ziekteverzuimpercentage is in de zorg het hoogst van alle sectoren, en vrouwen verzuimen aanmerkelijk meer dan mannen: 5,88 tegen 3,85.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

7,8% om 4,6%vrouwen om mannen, onder verzuimers

Van de werknemers die verzuimden noemde 7,9 procent in de zorg en 7,3 procent in het onderwijs psychische klachten als klacht bij het laatste verzuim, tegen 6,2 procent gemiddeld; bij vrouwen was dat 7,8 procent tegen 4,6 procent bij mannen.

Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025

14,0%sociaal werk, onder verzuimers

Binnen zorg en welzijn verschilt het psychisch verzuim sterk per branche: sociaal werk 14,0 procent, geestelijke gezondheidszorg 12,6 procent, gehandicaptenzorg 11,2 procent en kinderopvang 10,0 procent, tegen 8,2 procent van alle verzuimende werknemers in Nederland.

Bron: CBS (maatwerktabel AZW), 2024

18,4% om 7,7%kinderopvang om alle werknemers

18,4 procent van de verzuimende werknemers in de kinderopvang zegt dat het verzuim hoofdzakelijk het gevolg was van het werk, tegen 7,7 procent landelijk.

Bron: CBS (maatwerktabel AZW), 2024

20,5% om 5,8%ggz om alle werknemers

In de geestelijke gezondheidszorg is emotioneel te zwaar werk veruit de belangrijkste reden voor werkgerelateerd verzuim.

Bron: CBS (maatwerktabel AZW), 2024

Deel 6

Werkdruk, ongewenst gedrag en zorgtaken

Waar komt de belasting vandaan? De NEA en de Emancipatiemonitor meten verschillende onderdelen los van elkaar: hoeveel werk er ligt, hoeveel regelruimte iemand heeft, wat er op de werkvloer gebeurt en wat er daarnaast thuis wordt gedragen. Op vrijwel al die onderdelen ligt de belasting bij vrouwen hoger. Een uitzondering is de algemene werk-privebalans, die pas omslaat binnen specifieke groepen.

16%stressvol werk, alle werknemers

had in 2024 stressvol werk: de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie. Los gemeten had 32 procent hoge taakeisen en 42 procent lage autonomie.

Bron: TNO en CBS (NEA), 2024

34,5% om 28,0%werkdruk

Vrouwelijke werknemers ervaren vaker werkdruk dan mannelijke werknemers.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2025

50,2% om 63,4%zelfstandigheid in het werk

De helft van de vrouwelijke werknemers ervaart regelmatig zelfstandigheid in het werk, tegenover bijna twee derde van de mannen.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2024

12% om 7%emotioneel belastend werk

Vrouwen doen bijna twee keer zo vaak emotioneel belastend werk als mannen.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2024

22% om 12,5%ongewenst gedrag op het werk

Vrouwen krijgen op het werk bijna twee keer zo vaak met ongewenst gedrag te maken als mannen.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2025

7,5% om 2,1%ongewenste seksuele aandacht

Ongewenste seksuele aandacht op het werk treft vrouwen ruim drie keer zo vaak als mannen.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2025

14,1% om 9,2%intimidatie

Intimidatie is de meest voorkomende vorm van ongewenst gedrag op het werk en treft vrouwen vaker dan mannen.

Bron: CBS en SCP (Emancipatiemonitor 2024), 2023

16,2% om 11,0%voltijders met kind tot 12 jaar

Van de voltijd werkende ouders met een kind tot 12 jaar ervaart 16,2 procent van de vrouwen vaak een disbalans tussen werk en prive, tegenover 11,0 procent van de mannen. Over alle werknemers heen is dit verschil er niet.

Bron: CBS op basis van de NEA, 2020

15,5% om 10,1%mantelzorg, hele bevolking

Vrouwen geven vaker mantelzorg dan mannen.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van de CBS-Gezondheidsenquete, 2024

21% om 10%werkende vrouwen om werkende mannen

Van de werkende vrouwen gaf 21 procent mantelzorg, ruim twee keer zo vaak als werkende mannen. Het SCP hanteert een ruimere definitie dan het CBS, dus deze percentages horen niet in een reeks met die hierboven.

Bron: SCP, najaar 2022

64%van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers

is vrouw. Dit gaat over de samenstelling van die groep, niet over het percentage vrouwen dat zwaarbelast is.

Bron: CBS, 2024

65% om 18%deeltijdwerk

Twee derde van de werkende vrouwen werkt in deeltijd tegenover 18 procent van de mannen, en vrouwen werken gemiddeld 30,1 uur per week tegenover 39,4 uur bij mannen.

Bron: CBS en SCP (Emancipatiemonitor 2024), 2023

27,5 om 17,4 uuronbetaalde arbeid per week

Vrouwen besteden gemiddeld 27,5 uur per week aan onbetaalde arbeid zoals huishouden en zorg, tegenover 17,4 uur bij mannen. Deze urencijfers komen uit het Tijdsbestedingsonderzoek van 2016 en zijn dus gedateerd.

Bron: SEO Economisch Onderzoek op basis van SCP en CBS, 2016

Deel 7

Verzuim, verzuimduur en kosten

Drie dingen worden hier voortdurend door elkaar gehaald. Het verzuimpercentage is ziektedagen gedeeld door beschikbare werkdagen. Het aantal verzuimdagen is een jaartotaal per werknemer. De verzuimduur is de lengte van een enkel verzuimgeval. Ze horen nooit in dezelfde zin zonder eenheid. En houd er rekening mee dat het hogere verzuim van vrouwen deels komt door zwangerschap en herstel na de bevalling; VZinfo benoemt dat expliciet.

Ziekteverzuim volgens werknemers, 2025
MaatVrouwenMannen
Verzuimpercentage (aandeel van de werkdagen)5,9%3,9%
Verzuimdagen per jaar18,516,0
Verzuimde minstens een keer53,7%47,7%
Gemiddeld aantal verzuimgevallen3,12,7
Verzuimpercentage 25 tot 35 jaar6,4%2,9%
Verzuimpercentage 35 tot 45 jaar6,7%3,9%

Bron: CBS (StatLine-tabel 85998NED), 2025. Dit is het door werknemers zelf gerapporteerde verzuim. Het CBS-kwartaalcijfer onder werkgevers ligt structureel hoger en kent geen uitsplitsing naar geslacht.

circa 63 werkdagenverzuimduur bij psychische klachten

Wie zich ziek meldt met psychische klachten, overspannenheid of een burn-out blijft gemiddeld zo'n 63 werkdagen thuis, veruit het langst van alle verzuimoorzaken.

Bron: TNO (Arbobalans 2024), 2023

252 dagenniet volledig inzetbaar bij stress

Werknemers die uitvallen door stress zijn gemiddeld 252 dagen niet volledig inzetbaar, en bij een burn-out loopt dat op tot ongeveer tien maanden. Dit zijn kalenderdagen tot volledig herstel, geen verzuimdagen.

Bron: ArboNed, juli 2024 tot en met juni 2025

31% om 20%aandeel van de verzuimdagen

Bij vrouwen komt 31 procent van alle verzuimdagen door stressklachten, tegenover 20 procent bij mannen. Dit is een aandeel van de dagen, niet van het aantal ziekmeldingen.

Bron: ArboNed, juli 2024 tot en met juni 2025

7,9%van de verzuimende werknemers

noemde in 2023 psychische klachten, overspannenheid of een burn-out als klacht bij het laatste verzuim, tegen 6,7 procent in 2022.

Bron: CBS, 2023

26,9%van het werkgerelateerde verzuim

Bij werkgerelateerd verzuim is psychisch, overspannenheid of burn-out de meest genoemde klacht. Let op: dit getal klinkt hoger dan de 7,9 procent hierboven, maar heeft een veel kleinere noemer.

Bron: CBS, 2023

8,3 miljard euroloondoorbetaling, 2023

De loondoorbetaling bij deels of volledig werkgerelateerd ziekteverzuim kostte werkgevers in 2023 8,3 miljard euro, tegenover 5,1 miljard euro in 2015.

Bron: TNO (Arbobalans 2024), 2023

4,9 miljard eurodoor psychosociale arbeidsbelasting

Meer dan de helft van die werkgeverskosten komt door psychosociale arbeidsbelasting zoals werkdruk en ongewenst gedrag. Dat is een bredere categorie dan burn-out alleen.

Bron: TNO (Arbobalans 2024), 2023

9,8 miljoen dagendoor te hoge werkdruk

Alleen al door te hoge werkdruk gingen 9,8 miljoen werkdagen verloren, en psychosociale arbeidsbelasting kostte werkgevers 4,4 miljard euro.

Bron: TNO, 2022

17 miljard eurototale loondoorbetaling, 2021

Van de 17 miljard euro die werkgevers in 2021 aan loondoorbetaling bij ziekte kwijt waren, kwam 7,4 miljard euro door werkgerelateerd verzuim, en 64 procent van die werkgerelateerde kosten komt door psychosociale arbeidsbelasting.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van TNO Arbobalans, 2021

2,9 miljoen dagenverzuim met psychische klachten

In 2023 waren er 2,9 miljoen verzuimdagen met psychische klachten, wat de Nederlandse samenleving ruim een miljard euro per jaar kost.

Bron: Arbo Unie, 2023

3,1 miljard euromeetjaar 2018, achterhaald

Het veelgeciteerde bedrag van 3,1 miljard euro aan verzuimkosten door werkstress gaat over het jaar 2018 en circuleert nog steeds zonder jaartal. Gebruik in plaats daarvan de 4,9 miljard euro over 2023.

Bron: TNO, 2018

ArboNed, HumanCapitalCare en Arbo Unie zijn commerciele arbodiensten. Hun cijfers komen uit hun eigen klantenbestand en zijn geen aselecte steekproef van werkend Nederland. Gebruik ze als indicatie, niet als landelijke prevalentie.

Deel 8

Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid

Naast de enquetes bestaat er registratiedata: wat huisartsen noteren, wat de ggz ziet en wat er na twee jaar ziekte bij het UWV terechtkomt. In de huisartsenpraktijk heet de code P78 overspanning, eerder neurasthenie of surmenage. Dat is een proxy voor burn-out, geen burn-outdiagnose. Let ook op het verschil tussen incidentie, het aantal nieuwe episodes per 1.000 patienten, en prevalentie, alle bekende gevallen per 1.000.

8,8 om 4,7nieuwe episodes per 1.000

Huisartsen registreerden in 2024 bij vrouwen 8,8 nieuwe episodes overspanning per 1.000 patienten, bijna twee keer zoveel als bij mannen.

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2024

17,5 om 9,0bekende gevallen per 1.000

In 2024 stond overspanning bij 17,5 van elke 1.000 vrouwen in het huisartsdossier, tegen 9,0 van elke 1.000 mannen.

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2024

17,6 per 1.000vrouwen van 35 tot 39 jaar

De huisartsregistratie van overspanning piekt bij vrouwen van 35 tot 39 jaar, bijna dubbel zoveel als bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep (9,3 per 1.000).

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2024

32,8 per 1.000vrouwen van 35 tot 39 jaar

Bij vrouwen van 35 tot 39 jaar had in 2024 ruim 3 procent een geregistreerde episode overspanning bij de huisarts, tegen 16,6 per 1.000 bij mannen van die leeftijd.

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2024

10,8 → 8,8per 1.000 vrouwen, 2019 tot 2024

Het aantal nieuwe huisartsepisodes overspanning bij vrouwen daalde juist, terwijl vrouwen in alle jaren op ongeveer het dubbele van mannen bleven staan.

Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2019 tot en met 2024

1 op 2man-vrouwverhouding

De NHG-Standaard stelt vast dat overspanning en het verwante klachtenbeeld bij vrouwen twee keer zo vaak in de huisartsenregistratie voorkomen als bij mannen.

Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2013

2 jaargemiddelde episodeduur

In de Tweede Nationale Studie in de huisartsenpraktijk duurde een episode neurasthenie of surmenage gemiddeld twee jaar, en kregen vrouwen de diagnose vaker dan mannen: incidentie 5,8 tegen 3,8 per 1.000 per jaar.

Bron: LVE, NHG en NVAB (multidisciplinaire richtlijn), 2004

10,7% om 6,9%vrouwen om mannen, onder verzuimers

Van de vrouwen die in 2025 verzuimden noemde 10,7 procent psychische klachten, overspannenheid of burn-out als klacht bij het laatste verzuim, tegen 6,9 procent van de mannen.

Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 85998NED), 2025

13,5% en 13,1%verzuimende vrouwen van 25 tot 45 jaar

Psychische klachten als verzuimreden piekten in 2025 bij vrouwen tussen 25 en 45 jaar: 13,5 procent bij 25 tot 35 jaar en 13,1 procent bij 35 tot 45 jaar.

Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 85998NED), 2025

20% om 11%zorggebruik psychische problemen

Van de volwassen vrouwen deed 20 procent in een jaar tijd een beroep op zorg vanwege psychische problemen, tegen 11 procent van de mannen.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022

17% om 10%algemene gezondheidszorg

Vrouwen kloppen voor psychische problemen duidelijk vaker aan bij de algemene gezondheidszorg, waaronder de huisarts.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022

12% → 22%zorggebruik vrouwen

Het zorggebruik van vrouwen vanwege psychische problemen bijna verdubbelde tussen de meting van 2007 tot 2009 en die van 2019 tot 2022.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-2 en NEMESIS-3), 2007 tot 2009 en 2019 tot 2022

4,3% om 2,9%onvervulde zorgbehoefte

Vrouwen blijven vaker met een onvervulde zorgbehoefte zitten: 4,3 procent had behoefte aan meer professionele hulp vanwege psychische problemen maar zocht die niet, tegen 2,9 procent van de mannen. Over de hele bevolking was dit 3,6 procent.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022

38%van de mensen met een aandoening

Van de mensen met een psychische aandoening maakte bijna vier op de tien in een jaar tijd gebruik van zorg, en 23 procent kwam in de ggz terecht.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022

60% en 65%aandeel vrouwen bij huisarts en POH-GGZ

Van de patienten die met psychische of sociale problemen bij de huisarts komen is 60 procent vrouw, en bij de POH-GGZ loopt dat op tot 65 procent.

Bron: Nivel, 2017

58%van de naar de ggz verwezen patienten

is vrouw, en bijna driekwart (72 procent) valt tijdens de wachttijd terug op de huisartsenpraktijk. De mediane wachttijd was 12 weken.

Bron: Nivel en Zorginstituut Nederland, verwijzingen 2023

55%binnen de Treeknorm

Slechts 55 procent van de naar de ggz verwezen patienten had binnen de Treeknorm van 14 weken een eerste consult, en een kwart had een jaar na de verwijzing nog helemaal geen ggz-consult gehad.

Bron: Nivel en Zorginstituut Nederland, verwijzingen 2023

20 en 22 wekenwachttijd depressie en angst

De gemiddelde totale wachttijd in de ggz lag in oktober 2024 op 20 weken voor depressie, 22 weken voor angst en 28 weken voor een persoonlijkheidsstoornis, ruim boven de Treeknorm van 14 weken.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

29% hogerWIA-instroom dan in 2022

De WIA-instroom door psychische klachten lag in 2025 landelijk gemiddeld 29 procent hoger dan in 2022, en die uitval treft vooral vrouwen onder de veertig. De WIA volgt pas na twee jaar ziekte en is dus iets heel anders dan verzuim.

Bron: UWV, 2025 vergeleken met 2022

22.500 mensenWIA-instroom met psychische hoofddiagnose

In 2024 stroomden naar schatting 22.500 mensen onder de 60 jaar de WIA in met een psychische aandoening als hoofddiagnose, tegen 19.000 in 2023.

Bron: UWV, 2023 en 2024

70.400WIA-uitkeringen, raming 2025

UWV verwacht dat de WIA-instroom in 2025 met 2 procent groeit naar 70.400 nieuwe uitkeringen, waarbij vooral psychische aandoeningen de stijging veroorzaken. Dit is een raming, geen gerealiseerd cijfer.

Bron: UWV, raming 2025

277,9 miljoen eurozorguitgaven, 2019

De zorguitgaven voor burn-out en overspannenheid bedroegen 277,9 miljoen euro in 2019, waarvan 93 procent naar arbodiensten ging.

Bron: VZinfo (RIVM), 2019

Deel 9

Nederland in Europees perspectief

Europese enquetes meten geen burn-out. De OSH Pulse-enquete van EU-OSHA vraagt naar stress, depressie of angst die door het werk is veroorzaakt of verergerd. Dat is zelfrapportage van klachten, geen diagnose. Presenteer deze cijfers dus nooit als burn-outcijfers en meng ze niet met de Nederlandse NEA-cijfers, die een andere vraagstelling en steekproef hebben. Alle cijfers in dit deel zijn internationaal.

29%werkenden in de EU27

gaf in 2025 aan de afgelopen 12 maanden stress, depressie of angst te hebben ervaren die door het werk werd veroorzaakt of verergerd.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025), 2025

31% om 27%vrouwen om mannen, EU

In de EU meldde 31 procent van de vrouwelijke werkenden werkgerelateerde stress, depressie of angst, tegenover 27 procent van de mannen.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025), 2025

30% om 29%Nederland om EU27

Nederlandse werkenden rapporteerden in 2025 iets vaker werkgerelateerde stress, depressie of angst dan het EU-gemiddelde.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025, landenblad Nederland), 2025

27% → 29%EU, 2022 tot 2025

Het aandeel EU-werkenden met werkgerelateerde stress, depressie of angst steeg met twee procentpunt, terwijl klachten als infectieziekten juist daalden. EU-OSHA labelt deze vergelijking zelf als een aangepaste trend.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025), 2022 en 2025

52% om 44%Nederland om EU27

Nederlandse werkenden zeggen duidelijk vaker dan gemiddeld blootgesteld te zijn aan ernstige tijdsdruk of werkoverbelasting.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025, landenblad Nederland), 2025

19% om 14%geweld of verbale agressie, EU

Vrouwelijke werkenden in de EU kregen vaker te maken met geweld of verbale agressie van klanten, patienten of leerlingen dan mannen, en met ernstige tijdsdruk 46 tegen 43 procent.

Bron: EU-OSHA (OSH Pulse 2025), 2025

29,5% om 24,5%slechte werkgerelateerde mentale gezondheid

In de EU-brede meting van 2022 rapporteerde 29,5 procent van de vrouwelijke werkenden slechte werkgerelateerde mentale gezondheid, tegenover 24,5 procent van de mannen.

Bron: EU-OSHA, 2022

50,4% om 39,5%toegenomen werkstress

Na de coronapandemie zei ruim de helft van de vrouwelijke werkenden in Europa dat hun werkstress was toegenomen, tegenover 39,5 procent van de mannen.

Bron: EU-OSHA, 2022

1,9%EU27, ernstigste probleem

In de EU noemde 1,9 procent van de werkenden en oud-werkenden stress, depressie of angst als hun ernstigste werkgerelateerde gezondheidsprobleem, in Nederland 2,4 procent, met Nederlandse vrouwen op 2,9 procent tegen mannen 2,0 procent. Deze vraagstelling telt alleen het ernstigste probleem en levert daarom een totaal andere orde van grootte op dan de 29 procent hierboven.

Bron: Eurostat, 2020

56,2% om 44,6%Nederland om EU27

Ruim de helft van de Nederlandse werkenden is blootgesteld aan risicofactoren die het mentale welzijn kunnen aantasten, tegen 44,6 procent gemiddeld in de EU, waar vrouwen op 46,5 procent staan tegen mannen 43,0 procent.

Bron: Eurostat, 2020

9,3% om 7,2%chronische depressie in Nederland

In 2019 rapporteerde 8,7 procent van de vrouwen in de EU chronische depressie tegenover 5,5 procent van de mannen; in Nederland lag dat op 9,3 procent van de vrouwen tegenover 7,2 procent van de mannen. Dit is een bevolkingscijfer en zegt niets over de oorzaak.

Bron: Eurostat (EHIS), 2019

15,3% → 22,4%laag mentaal welbevinden, Europa

Het aandeel Europese werkenden met laag mentaal welbevinden steeg van 15,3 procent in 2015 naar 22,4 procent in 2021, gemeten met de WHO-5-schaal. De meting van 2021 verliep telefonisch en die daarvoor persoonlijk, dus dit is geen zuivere trend.

Bron: Eurofound via EU-OSHA, 2010, 2015 en 2021

Deel 10

ADHD, autisme en werk

Dit deel verdient een waarschuwing vooraf. Er bestaat geen Nederlandse meting van burn-out of verzuim uitgesplitst naar ADHD of autisme. De NEA meet burn-outklachten wel naar geslacht, maar niet naar neurodivergentie. Elke claim die beide koppelt, bijvoorbeeld dat een bepaald percentage van de vrouwen met ADHD een burn-out heeft, is niet onderbouwd. Wat wel bestaat zijn prevalentiecijfers, arbeidsparticipatiecijfers en een klein aantal gegevens over autistische burn-out, een ander construct dan arbeidsgerelateerde burn-out.

2,7% om 3,7%ADHD bij volwassen vrouwen om mannen

ADHD in de volwassenheid komt voor bij 2,7 procent van de vrouwen en 3,7 procent van de mannen; over de hele volwassen bevolking is dat 3,2 procent, ongeveer 404.600 mensen.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, 2019 tot 2022

5,5%35- tot en met 44-jarigen

ADHD in de volwassenheid piekt in de leeftijdsgroep waarin werk en zorgtaken het zwaarst samenvallen, tegen 1,0 procent bij 65-plussers.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, 2019 tot 2022

17,5 om 21,6per 1.000 in de huisartsregistratie

In de huisartsregistratie stond in 2024 bij 17,5 per 1.000 vrouwen en 21,6 per 1.000 mannen de diagnosecode voor hyperkinetisch syndroom genoteerd: 158.000 vrouwen en 193.300 mannen. Dit is de jaarprevalentie, dus alle bekende gevallen, niet het aantal nieuwe.

Bron: VZinfo (RIVM) op basis van Nivel, 2024

138.000 om 129.000ADHD-medicatie, 18 tot 60 jaar

In 2025 gebruikten voor het eerst meer vrouwen dan mannen ADHD-medicatie, met een groei van 18 procent bij vrouwen tegen 12 procent bij mannen.

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2025

60,5%van de mensen met ADHD

had ooit in het leven ook een depressieve stoornis en 31,3 procent ooit een gegeneraliseerde angststoornis. Dit gaat over ooit in het leven, niet over gelijktijdig voorkomen.

Bron: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022

bijna 2% om ruim 3%autisme, vrouwen om mannen

gaf in 2022/2024 aan een autismespectrumstoornis te hebben; over de hele bevolking 3 procent. Dit is zelfrapportage, geen vastgestelde diagnose, en ligt daarom hoger dan de internationale klinische schatting van ongeveer 1 procent.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

4,3% om 7,8%15- tot 25-jarigen

Onder 15- tot 25-jarigen geeft 4,3 procent van de vrouwen aan autisme te hebben, tegen 7,8 procent van de mannen. In deze leeftijdsgroep is het percentage het hoogst, 6,1 procent.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

47% om 64%betaald werk, vrouwen om mannen met autisme

Van de 25- tot 65-jarige vrouwen met autisme heeft minder dan de helft betaald werk, tegen 64 procent van de mannen met autisme.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

58% om 82%werkend, met om zonder autisme

Van de 25- tot 65-jarigen met autisme zegt 58 procent werkend te zijn met betaald werk of een eigen bedrijf, tegen 82 procent van de mensen zonder autisme.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

22% om 6%arbeidsongeschikt

Mensen met autisme noemen zichzelf bijna vier keer zo vaak arbeidsongeschikt als mensen zonder autisme. Dit is zelfclassificatie, geen toegekende uitkering.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

74% om 43%angst- of depressiegevoelens

Van de mensen van 12 jaar en ouder met autisme had 74 procent in de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens, tegen 43 procent van de mensen zonder autisme.

Bron: CBS (Gezondheidsenquete), 2022/2024

3 op 1vastgesteld bij mannen om vrouwen

Autisme wordt bij ongeveer drie keer zoveel mannen als vrouwen vastgesteld, met de uitdrukkelijke kanttekening dat autisme bij meisjes en vrouwen minder vaak wordt herkend.

Bron: VZinfo (RIVM), CBS-cijfer 2024

49,4%van 1.308 autistische volwassenen

had in 2022 betaald werk; 60,6 procent van die deelnemers was vrouw. Het Nederlands Autisme Register is een zelfselecterend cohort, dus dit is geen landelijk cijfer.

Bron: Nederlands Autisme Register, 2022

12% tot 40%arbeidsparticipatie bij autisme

Goede Nederlandse cijfers over de arbeidsparticipatie van volwassenen met autisme ontbreken volgens de richtlijn; internationaal onderzoek komt uit op 12 tot 40 procent dat deelneemt aan reguliere arbeid.

Bron: Richtlijnendatabase (Federatie Medisch Specialisten), internationaal

3 maanden of langerautistische burn-out

Autistische burn-out is een ander begrip dan werkgerelateerde burn-out: het wordt omschreven als langdurige uitputting, functieverlies en verminderde prikkelverdraagzaamheid die typisch drie maanden of langer duurt.

Bron: Autism in Adulthood, Raymaker e.a., internationaal, 2020

45 vrouwenNederlandse meting autistische burn-out

Er bestaat inmiddels een Nederlandse meetschaal voor autistische burn-out, de AABM-NL, getest bij 45 autistische vrouwen, die onderscheid maakte bij een afkapwaarde van 62 punten.

Bron: Journal of Autism and Developmental Disorders, 2025

Autistische burn-out wordt gemeten met een eigen instrument, de AASPIRE Autistic Burnout Measure, en niet met de UBOS of de NEA-vraag. In de enige geverifieerde Nederlandse meting was er bovendien geen significant verband tussen werkstatus en de ernst van autistische burn-out. De vanzelfsprekende koppeling tussen autistische burn-out en werk wordt daar dus niet bevestigd.

Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • Het verschil tussen vrouwen en mannen is recent ontstaan. In 2014 lagen de percentages met burn-outklachten nog vrijwel gelijk, 14,3 tegen 14,4 procent. In 2025 staat het op 23,5 tegen 18,0 procent.
  • De piek ligt tussen 25 en 45 jaar, niet aan het eind van een loopbaan. Bij vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar gaat het om 32,2 procent, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen.
  • Klachten en diagnose lopen een factor tien uiteen. 20,7 procent van de werknemers rapporteert burn-outklachten, terwijl 1,9 procent een door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out heeft.
  • Psychisch verzuim duurt het langst. Bij psychische klachten gaat het om gemiddeld zo'n 63 werkdagen, de langste verzuimduur van alle oorzaken, en bij vrouwen komt 31 procent van alle verzuimdagen door stressklachten.
  • De sectoren met de meeste burn-outklachten zijn ook de sectoren met de meeste vrouwen. Onderwijs staat op 25,3 procent en zorg op 22,9 procent, terwijl 84 procent van de werknemers in zorg en welzijn vrouw is. Geen enkele openbare bron kruist geslacht met sector, dus dit is samenloop, geen bewezen verband.
  • Vrouwen zoeken vaker hulp en wachten daar ook op. 20 procent van de volwassen vrouwen deed in een jaar tijd een beroep op zorg vanwege psychische problemen, en van de naar de ggz verwezen patienten kreeg maar 55 procent binnen de Treeknorm een eerste consult.
  • Over ADHD, autisme en burn-out bestaan in Nederland geen gecombineerde cijfers. Wie die koppeling maakt, doet dat zonder onderbouwing.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die voor publicatie is geopend en waarin het getal met eigen ogen is teruggevonden. Cijfers die alleen in zoekresultaten of in doorvertellingen op andere websites te vinden waren, staan hier niet. Waar een veelgeciteerd getal niet bij de oorspronkelijke uitgever te bevestigen was, is het weggelaten in plaats van vervangen door een aannemelijke schatting.

Bij elk getal staat de uitgever en het meetjaar, niet het publicatiejaar. Dat onderscheid is belangrijk: de NEA 2025 verscheen pas in april 2026, en de arbodienstcijfers over 2023 werden in 2025 gepubliceerd. Waar bronnen elkaar tegenspreken of hetzelfde getal een andere betekenis geven, staat dat er expliciet bij.

Een paar dingen ontbreken bewust. Er is geen absoluut aantal vrouwen met burn-outklachten, want geen enkele bron publiceert dat uitgesplitst naar geslacht en zelf vermenigvuldigen zou een schatting opleveren in plaats van een cijfer. Er is geen uitsplitsing van burn-outklachten naar geslacht binnen een sector, want de betreffende CBS-tabellen kruisen geslacht en bedrijfstak niet. Er zijn geen huisartsencijfers voor burn-out naar leeftijd voor vrouwen apart, want die worden via een interactieve toepassing getoond die niet als tekst uit te lezen is. En er zijn geen Nederlandse verzuim- of burn-outcijfers naar ADHD of autisme, want die uitsplitsing bestaat niet.

Belangrijkste gebruikte bronnen

Overnemen mag, graag zelfs. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd. Neem bij voorkeur ook de noemer over die bij het cijfer hoort, want daar gaat het in de berichtgeving over dit onderwerp het vaakst mis.

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoeveel vrouwen hebben een burn-out in Nederland?

Die vraag is met de beschikbare cijfers niet te beantwoorden, en dat is precies het misverstand. Wel bekend is dat 23,5 procent van de vrouwelijke werknemers in 2025 burn-outklachten rapporteerde, tegenover 18,0 procent van de mannen. Dat zijn zelfgerapporteerde klachten. Een door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out komt in hetzelfde jaar voor bij 1,9 procent van alle werknemers.

Klopt het dat bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten?

Nee. Het cijfer van 47,5 procent gaat uitsluitend over vrouwen die al langdurig verzuimen, tussen 42 en 730 dagen. Binnen die groep is psychisch verzuim bij vrouwen in 47,5 procent van de gevallen de oorzaak, tegenover 34 procent bij mannen. Het komt uit arbodienstregistratie van ArboNed en HumanCapitalCare en heeft meetjaar 2023.

Bij welke leeftijd komen burn-outklachten het vaakst voor bij vrouwen?

Tussen 25 en 35 jaar. Van de vrouwelijke werknemers in die leeftijdsgroep had 32,2 procent in 2025 burn-outklachten, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen. Daarna daalt het: 24,7 procent bij 35 tot 45 jaar, 20,4 procent bij 45 tot 55 jaar en 17,9 procent bij 55 tot 65 jaar.

Hoe lang duurt verzuim door psychische klachten gemiddeld?

Wie zich ziek meldt met psychische klachten, overspannenheid of een burn-out blijft gemiddeld zo'n 63 werkdagen thuis, veruit het langst van alle verzuimoorzaken. Arbodienst ArboNed meet iets anders en komt op gemiddeld 252 dagen niet volledig inzetbaar bij stress: dat zijn kalenderdagen tot volledig herstel, inclusief gedeeltelijke werkhervatting.

In welke sector komen de meeste burn-outklachten voor?

In het onderwijs, met 25,3 procent van de werknemers in 2025, gevolgd door de zorg met 22,9 procent. Het landelijk gemiddelde is 20,7 procent. Op beroepsniveau staan psychologen en sociologen bovenaan met 36,8 procent.

Wat kost burn-out en psychisch verzuim de Nederlandse economie?

De loondoorbetaling bij deels of volledig werkgerelateerd ziekteverzuim kostte werkgevers in 2023 8,3 miljard euro, waarvan 4,9 miljard euro door psychosociale arbeidsbelasting. Het veelgeciteerde bedrag van 3,1 miljard euro gaat over 2018 en is dus achterhaald.

Is er een verband tussen ADHD of autisme en burn-out bij vrouwen?

In Nederlandse cijfers is dat verband niet gemeten. De NEA meet burn-outklachten wel naar geslacht, maar niet naar neurodivergentie, en er bestaat geen landelijke uitsplitsing van verzuim naar ADHD of autisme. Wel bekend: van de 25- tot 65-jarige vrouwen met autisme heeft 47 procent betaald werk, tegen 64 procent van de mannen met autisme. Autistische burn-out is bovendien een ander construct dan werkgerelateerde burn-out en wordt met een eigen instrument gemeten.

Mag ik deze cijfers overnemen in een artikel?

Ja. Elk getal staat hier met uitgever, meetjaar en een directe link naar de bron, zodat je het zelf kunt controleren. Neem daarbij ook de noemer over die bij het cijfer hoort. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand. Het is begeleiding, geen therapie en geen diagnostiek, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over de hele Nederlandse beroepsbevolking en zeggen niets over een individuele situatie. Wil je weten wat DiversaMente doet, kijk dan op diversamente-psychologie.nl.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over de definities of de noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar.