DiversaMente › Cijfers › Burn-out bij vrouwen
CijferoverzichtBurn-out bij vrouwen in cijfers (2026)
Ruim honderd cijfers over burn-outklachten, psychisch verzuim en mentale gezondheid van vrouwen in Nederland. Elk getal staat hier met de instantie die het publiceerde, het meetjaar en een klikbare link naar de bron, zodat je het direct kunt controleren en citeren.
Laatst bijgewerkt op 13 september 2026. Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem.
23,5%van de vrouwelijke werknemers
had in 2025 burn-outklachten, tegenover 18,0 procent van de mannelijke werknemers. Het gaat om zelfgerapporteerde klachten, niet om een diagnose.
Bron: RIVM, 2025
32,2%vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar
had in 2025 burn-outklachten, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen.
Bron: CBS en TNO (NEA), 2025
47,5%van de vrouwen met langdurig verzuim
verzuimde door psychische klachten, tegenover 34 procent van de mannen. Noemer is uitsluitend de groep met verzuim van 42 tot en met 730 dagen.
Bron: VZinfo (RIVM), 2023
Deze drie percentages hebben drie verschillende noemers en horen dus nooit in een reeks of grafiek naast elkaar. Hoe dat precies zit, lees je in de zes valkuilen.
Hoe vaak burn-outklachten voorkomen
Het basiscijfer over burn-out in Nederland komt uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, de NEA, die het CBS en TNO jaarlijks onder werknemers uitzetten. De NEA meet geen diagnose, maar zelfgerapporteerde psychische vermoeidheid door het werk, gemeten met vijf uitspraken uit een subschaal van de Utrechtse Burn-out Schaal. Wie daarop gemiddeld enkele keren per maand of vaker bevestigend antwoordt, telt mee als iemand met burn-outklachten. Dat onderscheid is het belangrijkste dat je over dit onderwerp kunt weten, en het keert verderop terug in de valkuilen.
20,7%van alle werknemers
had in 2025 burn-outklachten, oftewel ruim een op de vijf.
Bron: RIVM, 2025
13,4% → 20,7%werknemers, 2015 tot 2025
Het aandeel werknemers met burn-outklachten steeg van 13,4 procent in 2015 naar 20,7 procent in 2025.
Bron: RIVM, 2015 tot 2025
1,6 miljoenwerknemers
had in 2022 burn-out gerelateerde klachten, tegenover 1,3 miljoen in 2021. Dit is het meest recente absolute aantal dat bij de bron te vinden is.
Bron: TNO, 2022
11,8%van de zelfstandig ondernemers
had in 2025 burn-outklachten, ruim de helft minder dan onder werknemers. Zelfstandigen worden met een andere enquete gemeten, de ZEA.
Bron: RIVM, 2025
7,5% → 11,8%zelfstandigen, 2015 tot 2025
Ook onder zelfstandig ondernemers namen burn-outklachten toe, van 7,5 procent in 2015 naar 11,8 procent in 2025.
Bron: RIVM, 2015 tot 2025
5,7% → 8,8%aandeel van het meest recente verzuim
Het aandeel ziekteverzuim dat werd veroorzaakt door psychische klachten, overspannenheid en burn-out steeg van 5,7 procent in 2014 naar 8,8 procent in 2025.
Bron: RIVM, 2014 tot 2025
Verschillende instanties ronden hetzelfde cijfer anders af. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid communiceert via het Arboportaal afgeronde percentages, terwijl RIVM en CBS decimalen geven. Kies binnen een artikel consequent een van beide en meng ze niet.
21%werknemers, afgerond
had in 2025 burn-outklachten, tegen 19 procent in 2023 en 13 procent tien jaar eerder.
13% → 21%werknemers, 2015 tot 2025
In het NEA-rapport zelf staat de reeks afgerond: van 13 procent in 2015 naar 21 procent in 2025, voor het tweede jaar op rij toegenomen.
53.317bruikbare vragenlijsten
De cijfers komen uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, waarvoor 53.317 werknemers een bruikbare vragenlijst invulden.
Bron: CBS, 2025
Let op bij de lange reeks. De NEA kent een methodologische trendbreuk tussen 2021 en 2022. VZinfo waarschuwt op de bronpagina letterlijk dat de cijfers vanaf 2022 mogelijk niet vergelijkbaar zijn met die tot en met 2021. Presenteer de reeks van 2014 tot 2025 dus niet als een gladde lijn zonder die kanttekening.
Vrouwen tegenover mannen
In 2014 lagen de percentages voor vrouwen en mannen nog vrijwel gelijk. Daarna liepen ze uiteen. Het verschil is niet in elke maat even groot: bij zelfgerapporteerde burn-outklachten gaat het om ruim vijf procentpunt, bij een stressvolle baan om bijna een verdubbeling. Kies per claim de bijbehorende maat en meng ze niet.
23,5% om 18,0%vrouwelijke om mannelijke werknemers
Van de vrouwelijke werknemers had in 2025 23,5 procent burn-outklachten, tegenover 18,0 procent van de mannelijke werknemers.
Bron: RIVM, 2025
14,3% → 23,5%vrouwen, 2014 tot 2025
Bij vrouwen groeide het aandeel met burn-outklachten van 14,3 naar 23,5 procent, terwijl het bij mannen van 14,4 naar 18,0 procent ging. In 2014 waren de percentages nog vrijwel gelijk.
20% om 11%stressvolle baan
Vrouwen hadden in 2025 bijna twee keer zo vaak een stressvolle baan als mannen. Een stressvolle baan is in de NEA de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, niet hetzelfde als werkdruk.
4,4% om 3,2%vastgestelde beroepsziekte
Vrouwen kregen in 2025 vaker een door een arts vastgestelde beroepsziekte dan mannen.
1,9%van alle werknemers
Overspannenheid of burn-out is de meest gerapporteerde door een arts vastgestelde beroepsziekte in Nederland. Vergelijk dit met de 20,7 procent met klachten: een factor tien verschil.
47,5% om 34%bij langdurig verzuim
Van de werknemers met langdurig ziekteverzuim, 42 tot en met 730 dagen, was psychisch verzuim bij vrouwen in 47,5 procent van de gevallen de oorzaak, tegenover 34 procent bij mannen.
Bron: VZinfo (RIVM), 2023
25,8% om 15,2%bewegingsapparaat, mannen om vrouwen
Het spiegelbeeld: klachten aan het bewegingsapparaat zijn bij mannen vaker de oorzaak van langdurig verzuim dan bij vrouwen.
Bron: VZinfo (RIVM), 2023
40%van alle langdurige verzuimgevallen
Psychische klachten zijn met 40 procent de voornaamste oorzaak van langdurig verzuim, waarvan 29 procent stressgerelateerd is en 11 procent overige psychische klachten.
Bron: VZinfo (RIVM), 2023
28% om 24%psychische aandoening, 12 maanden
Vrouwen hadden in de afgelopen twaalf maanden vaker een psychische aandoening dan mannen. Dit is een diagnose in bevolkingsonderzoek, niet werkgerelateerd gemeten.
52% om 45%ooit in het leven
Ruim de helft van de vrouwen krijgt ooit in het leven een psychische aandoening, tegenover 45 procent van de mannen.
10,4% om 6,7%depressieve stoornis per jaar
De jaarprevalentie van een depressieve stoornis is bij vrouwen ruim anderhalf keer zo hoog als bij mannen.
Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, veldwerk 2019 tot 2022
11,5% om 8,1%stemmingsstoornis per jaar
Van de vrouwen had 11,5 procent in het afgelopen jaar een stemmingsstoornis, tegenover 8,1 procent van de mannen.
Bron: VZinfo (RIVM) op basis van NEMESIS-3, veldwerk 2019 tot 2022
Zes valkuilen voordat je citeert
Op dit onderwerp is bijna elke veelgemaakte fout een noemerfout. Onderstaande zes punten staan hier omdat ze bepalen of een artikel klopt of niet. Wie ze kent, kan de rest van deze pagina veilig gebruiken.
-
Klachten zijn geen diagnose
De NEA meet zelfgerapporteerde werkgerelateerde psychische vermoeidheid met vijf uitspraken uit de Utrechtse Burn-out Schaal, met als drempel enkele keren per maand of vaker. Dat levert 20,7 procent van de werknemers op. De door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out komt in hetzelfde onderzoeksjaar uit op 1,9 procent van alle werknemers. Dat is een factor tien verschil. Schrijf dus nooit dat bijna een kwart van de vrouwen een burn-out heeft.
-
Er zijn vier verschillende noemers
23,5 procent gaat over alle vrouwelijke werknemers. 10,7 procent gaat over vrouwen die het afgelopen jaar minstens een keer verzuimden. 47,5 procent gaat over vrouwen met langdurig verzuim van 42 tot en met 730 dagen. En 5,9 procent is een aandeel van de beschikbare werkdagen. Deze vier percentages horen niet in een reeks of grafiek naast elkaar.
-
Bijna de helft van de vrouwen verzuimt niet door psychische klachten
De 47,5 procent betreft uitsluitend de groep die al langdurig verzuimt. Het cijfer komt uit arbodienstregistratie van ArboNed en HumanCapitalCare en heeft meetjaar 2023, niet uit de NEA. Elke formulering in de trant van bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten is onjuist.
-
Het getal 23,5 procent betekent twee dingen
In dezelfde NEA 2025 is 23,5 procent zowel het aandeel vrouwelijke werknemers met burn-outklachten als het aandeel werknemers van 25 tot 55 jaar. Twee verschillende groepen, hetzelfde getal. Noem daarom altijd de groep erbij.
-
Leeftijdsklassen verschillen per bron
Voor ogenschijnlijk dezelfde groep komen verschillende getallen naar boven. Het CBS hanteert 25 tot 35 jaar en komt voor vrouwen op 32,2 procent in 2025. De RIVM-monitor hanteert 25 tot 34 jaar en komt op 26,3 procent voor mannen en vrouwen samen in 2024. Het NEA-rapport gebruikt de brede klasse 25 tot 55 jaar en komt op 23,5 procent in 2025.
-
De trendreeks kent een breuk
Tussen 2021 en 2022 veranderde de methodologie van de NEA. VZinfo waarschuwt letterlijk dat de cijfers vanaf 2022 mogelijk niet vergelijkbaar zijn met die tot en met 2021. Vermeld die kanttekening bij elke claim over de periode 2014 tot 2025.
Bijna een kwart van de vrouwen heeft een burn-out, en bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten.
23,5 procent van de vrouwelijke werknemers had in 2025 burn-outklachten, gemeten als zelfrapportage. Van de vrouwen met langdurig verzuim van 42 tot en met 730 dagen kwam dat verzuim in 47,5 procent van de gevallen door psychische klachten.
Nog drie begrippen die vaak door elkaar lopen. Stressvol werk is de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, terwijl werkdruk alleen veel hoger uitkomt. Dagen van arbodiensten zijn geen verzuimdagen: ArboNed meet kalenderdagen tot volledige inzetbaarheid, TNO meet werkdagen volledig verzuim. En WIA-instroom is geen verzuim, want de WIA volgt pas na twee jaar ziekte.
Leeftijd: de piek tussen 25 en 45
De leeftijdscurve is het meest opvallende patroon in deze cijfers. Burn-outklachten bij vrouwen pieken niet aan het eind van een loopbaan, maar aan het begin, in de jaren waarin carriere, jonge kinderen en zorgtaken elkaar overlappen. Let op de noemer: het gaat om vrouwelijke werknemers van die leeftijd, niet om alle vrouwen. Wie niet werkt, zit niet in de NEA.
| Leeftijdsgroep | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 23,2% | 13,5% |
| 25 tot 35 jaar | 32,2% | 24,3% |
| 35 tot 45 jaar | 24,7% | niet opgenomen |
| 45 tot 55 jaar | 20,4% | niet opgenomen |
| 55 tot 65 jaar | 17,9% | niet opgenomen |
| 65 tot 75 jaar | 10,6% | niet opgenomen |
Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 83049NED), 2025. De cijfers voor mannen zijn alleen opgenomen waar ze bij de bron zijn nagetrokken. Het cijfer voor vrouwen van 65 tot 75 jaar berust op een kleine groep en is minder geschikt voor scherpe vergelijkingen.
16,2% → 32,2%vrouwen 25 tot 35 jaar
Bij vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar verdubbelde het aandeel met burn-outklachten tussen 2014 en 2025.
9,7% → 23,2%vrouwen 15 tot 25 jaar
Bij de jongste vrouwelijke werknemers steeg het aandeel met burn-outklachten tussen 2014 en 2025 van 9,7 naar 23,2 procent, bijna een verdrievoudiging.
23,5%werknemers van 25 tot 55 jaar
In de bredere NEA-hoofdindeling had de groep van 25 tot 55 jaar vaker burn-outklachten dan jongeren en 55-plussers. Ditzelfde getal staat elders voor alle vrouwelijke werknemers.
26,3%werknemers 25 tot 34 jaar
In de RIVM-indeling had deze leeftijdsgroep in 2024 het hoogste percentage burn-outklachten van allemaal, mannen en vrouwen samen; bij 65- tot 74-jarigen was dit 9,6 procent.
19,1%zelfstandigen 25 tot 34 jaar
Onder jonge zelfstandig ondernemers ligt het aandeel met burn-outklachten duidelijk boven het gemiddelde van alle zelfstandigen, 11,8 procent.
5,4% om 3,5%jonge werknemers, 15 t/m 24 jaar
Bij jonge werknemers werd het meest recente ziekteverzuim in 2024 bij 5,4 procent van de vrouwen veroorzaakt door psychische klachten, overspannenheid of burn-out, tegenover 3,5 procent van de mannen.
Buiten het werk om meet het CBS mentale gezondheid met een andere vraag: angst- of depressiegevoelens in de afgelopen vier weken, gemeten met de MHI-5. Dat is een bredere indicator dan burn-outklachten en gaat over de hele bevolking, niet alleen over werkenden. De twee mogen nooit naast elkaar in een reeks.
47,2% om 36,0%vrouwen om mannen, 12 jaar en ouder
In 2025 had 47,2 procent van de vrouwen angst- of depressiegevoelens in de afgelopen vier weken, tegenover 36,0 procent van de mannen. Over de hele bevolking was dit 41,7 procent.
52,5%20- tot 30-jarigen
Deze leeftijdsgroep had in 2025 het hoogste percentage angst- of depressiegevoelens van allemaal; bij 65- tot 75-jarigen was dit 32,2 procent.
66%vrouwen van 18 tot 25 jaar
had in 2023 angst- of depressiegevoelens, tegenover 39,8 procent van de mannen in die leeftijdsgroep.
Bron: CBS, 2023
19,2%20- tot 30-jarigen, strengere grens
Volgens de strengere MHI-5-grens had 19,2 procent van deze groep in 2023 psychische klachten, tegenover 8,4 procent van de 65- tot 75-jarigen. Deze grens levert veel lagere percentages op dan de ruimere indicator hierboven.
24,3% om 11,8%vrouwen om mannen, 12 tot 25 jaar
Van de vrouwen van 12 tot 25 jaar had 24,3 procent in 2021 psychische klachten, ruim twee keer zoveel als de mannen in die leeftijdsgroep.
Bron: CBS, 2021
ongeveer 15%vrouwen van 18 tot 34 jaar
Bij vrouwen van 18 tot 34 jaar is de jaarprevalentie van een depressieve stoornis het hoogst van alle leeftijdsgroepen; over alle vrouwen is dit 10,4 procent.
31,6% → 51,9%naar leeftijd, 2024
Angst- of depressiegevoelens liepen in 2024 op van 31,6 procent bij 12- tot en met 15-jarigen tot 51,9 procent bij 20- tot en met 29-jarigen. Bij vrouwen lag het percentage op 49,0 procent tegenover 38,3 procent bij mannen.
43,0%jongvolwassenen
was in 2024 (heel) vaak gestrest, met een spreiding van 36,9 tot 50,5 procent tussen GGD-regio's. De deelnemers meldden zich via een open link aan, dus dit is geen harde prevalentie.
Sector en beroep
De sectoren met de meeste burn-outklachten zijn niet allemaal sectoren waarin veel vrouwen werken. Onderwijs en zorg zijn dat wel, de ICT niet, en toch staat de ICT met 25,0 procent tussen onderwijs en zorg in. Let op: geen enkele geopende bron kruist geslacht met sector. Er bestaat dus geen publiek cijfer voor bijvoorbeeld vrouwen in de zorg tegenover mannen in de zorg. Wat hieronder staat zijn sectorcijfers en beroepscijfers naast elkaar, geen oorzakelijk verband.
| Sector | Met burn-outklachten |
|---|---|
| Onderwijs | 25,3% |
| ICT | 25,0% |
| Zorg | 22,9% |
| Alle werknemers | 20,7% |
| Handel | 19,8% |
| Horeca | 19,3% |
| Landbouw | 11,2% |
Bron: TNO en CBS (NEA 2025), 2025
| Beroep | Met burn-outklachten |
|---|---|
| Psychologen en sociologen | 36,8% |
| Docenten algemene vakken, secundair onderwijs | 30,6% |
| Leerkrachten basisonderwijs | 28,5% |
| Verpleegkundigen (mbo) | 27,2% |
| Leidsters kinderopvang | 23,6% |
| Alle werknemers | 20,7% |
Bron: CBS en TNO (NEA, StatLine-tabel 84436NED), 2025
27,6%zorg, emotioneel veeleisend werk
In de gezondheids- en welzijnszorg ervaart 27,6 procent het werk vaak of altijd als emotioneel veeleisend, tegen 11,9 procent van alle werknemers.
48,3%maatschappelijk werkers
ervaart het werk vaak of altijd als emotioneel veeleisend, gevolgd door gespecialiseerd verpleegkundigen met 38,2 procent en verpleegkundigen (mbo) met 32,8 procent, tegen 11,9 procent van alle werknemers.
Bron: CBS en TNO (NEA), 2025
84%van 1,51 miljoen werknemers
Zorg en welzijn is een vrouwensector: 84 procent van de werknemers is vrouw.
93%van 132.600 werknemers
De kinderopvang is de meest vrouwelijke branche binnen zorg en welzijn.
83,9%onderwijsgevend personeel primair onderwijs
is vrouw, een aandeel dat al vijftien jaar rond de 84 procent ligt. Het cijfer geldt voor het primair onderwijs als geheel, inclusief speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
8,2%ziekteverzuim in de zorg
Het ziekteverzuim is het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg, met 9,9 procent in verpleging, verzorging en thuiszorg, tegen 6,3 procent in het onderwijs en 3,7 procent in de horeca.
6,42 om 4,84individueel verzuimpercentage
Het individuele ziekteverzuimpercentage is in de zorg het hoogst van alle sectoren, en vrouwen verzuimen aanmerkelijk meer dan mannen: 5,88 tegen 3,85.
7,8% om 4,6%vrouwen om mannen, onder verzuimers
Van de werknemers die verzuimden noemde 7,9 procent in de zorg en 7,3 procent in het onderwijs psychische klachten als klacht bij het laatste verzuim, tegen 6,2 procent gemiddeld; bij vrouwen was dat 7,8 procent tegen 4,6 procent bij mannen.
14,0%sociaal werk, onder verzuimers
Binnen zorg en welzijn verschilt het psychisch verzuim sterk per branche: sociaal werk 14,0 procent, geestelijke gezondheidszorg 12,6 procent, gehandicaptenzorg 11,2 procent en kinderopvang 10,0 procent, tegen 8,2 procent van alle verzuimende werknemers in Nederland.
18,4% om 7,7%kinderopvang om alle werknemers
18,4 procent van de verzuimende werknemers in de kinderopvang zegt dat het verzuim hoofdzakelijk het gevolg was van het werk, tegen 7,7 procent landelijk.
20,5% om 5,8%ggz om alle werknemers
In de geestelijke gezondheidszorg is emotioneel te zwaar werk veruit de belangrijkste reden voor werkgerelateerd verzuim.
Werkdruk, ongewenst gedrag en zorgtaken
Waar komt de belasting vandaan? De NEA en de Emancipatiemonitor meten verschillende onderdelen los van elkaar: hoeveel werk er ligt, hoeveel regelruimte iemand heeft, wat er op de werkvloer gebeurt en wat er daarnaast thuis wordt gedragen. Op vrijwel al die onderdelen ligt de belasting bij vrouwen hoger. Een uitzondering is de algemene werk-privebalans, die pas omslaat binnen specifieke groepen.
16%stressvol werk, alle werknemers
had in 2024 stressvol werk: de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie. Los gemeten had 32 procent hoge taakeisen en 42 procent lage autonomie.
Bron: TNO en CBS (NEA), 2024
34,5% om 28,0%werkdruk
Vrouwelijke werknemers ervaren vaker werkdruk dan mannelijke werknemers.
50,2% om 63,4%zelfstandigheid in het werk
De helft van de vrouwelijke werknemers ervaart regelmatig zelfstandigheid in het werk, tegenover bijna twee derde van de mannen.
12% om 7%emotioneel belastend werk
Vrouwen doen bijna twee keer zo vaak emotioneel belastend werk als mannen.
22% om 12,5%ongewenst gedrag op het werk
Vrouwen krijgen op het werk bijna twee keer zo vaak met ongewenst gedrag te maken als mannen.
7,5% om 2,1%ongewenste seksuele aandacht
Ongewenste seksuele aandacht op het werk treft vrouwen ruim drie keer zo vaak als mannen.
14,1% om 9,2%intimidatie
Intimidatie is de meest voorkomende vorm van ongewenst gedrag op het werk en treft vrouwen vaker dan mannen.
16,2% om 11,0%voltijders met kind tot 12 jaar
Van de voltijd werkende ouders met een kind tot 12 jaar ervaart 16,2 procent van de vrouwen vaak een disbalans tussen werk en prive, tegenover 11,0 procent van de mannen. Over alle werknemers heen is dit verschil er niet.
15,5% om 10,1%mantelzorg, hele bevolking
Vrouwen geven vaker mantelzorg dan mannen.
Bron: VZinfo (RIVM) op basis van de CBS-Gezondheidsenquete, 2024
21% om 10%werkende vrouwen om werkende mannen
Van de werkende vrouwen gaf 21 procent mantelzorg, ruim twee keer zo vaak als werkende mannen. Het SCP hanteert een ruimere definitie dan het CBS, dus deze percentages horen niet in een reeks met die hierboven.
Bron: SCP, najaar 2022
64%van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers
is vrouw. Dit gaat over de samenstelling van die groep, niet over het percentage vrouwen dat zwaarbelast is.
Bron: CBS, 2024
65% om 18%deeltijdwerk
Twee derde van de werkende vrouwen werkt in deeltijd tegenover 18 procent van de mannen, en vrouwen werken gemiddeld 30,1 uur per week tegenover 39,4 uur bij mannen.
27,5 om 17,4 uuronbetaalde arbeid per week
Vrouwen besteden gemiddeld 27,5 uur per week aan onbetaalde arbeid zoals huishouden en zorg, tegenover 17,4 uur bij mannen. Deze urencijfers komen uit het Tijdsbestedingsonderzoek van 2016 en zijn dus gedateerd.
Bron: SEO Economisch Onderzoek op basis van SCP en CBS, 2016
Verzuim, verzuimduur en kosten
In 2025 was het door werknemers zelf gerapporteerde verzuimpercentage 5,9 procent bij vrouwen en 3,9 procent bij mannen. Wie zich ziek meldt met psychische klachten blijft gemiddeld zo'n 63 werkdagen thuis, veruit het langst van alle verzuimoorzaken. De loondoorbetaling bij deels of volledig werkgerelateerd verzuim kostte werkgevers in 2023 8,3 miljard euro, waarvan meer dan de helft door psychosociale arbeidsbelasting. Verzuimpercentage, aantal verzuimdagen en verzuimduur zijn drie verschillende maten en horen niet zonder eenheid in dezelfde zin.
Alle cijfers over verzuim door psychische klachten, inclusief verzuimduur, kosten per verzuimdag en de uitsplitsing per sector, staan op verzuim door psychische klachten in cijfers.
Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid
In de huisartsregistratie stond overspanning in 2024 bij 17,5 van elke 1.000 vrouwen, tegen 9,0 van elke 1.000 mannen. Dat is een proxy voor burn-out en geen burn-outdiagnose. Van de naar de ggz verwezen patienten had 55 procent binnen de Treeknorm van 14 weken een eerste consult. De WIA-instroom door psychische klachten lag in 2025 gemiddeld 29 procent hoger dan in 2022 en treft vooral vrouwen onder de veertig. De WIA volgt pas na twee jaar ziekte en is dus iets anders dan verzuim.
Alle cijfers over de huisarts, de POH-GGZ, de verwijzing, de wachttijd en de arbeidsongeschiktheid staan op van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers.
Nederland in Europees perspectief
Europese enquetes meten geen burn-out. De OSH Pulse-enquete van EU-OSHA vraagt naar stress, depressie of angst die door het werk is veroorzaakt of verergerd. Dat is zelfrapportage van klachten, geen diagnose. Presenteer deze cijfers dus nooit als burn-outcijfers en meng ze niet met de Nederlandse NEA-cijfers, die een andere vraagstelling en steekproef hebben. Alle cijfers in dit deel zijn internationaal.
29%werkenden in de EU27
gaf in 2025 aan de afgelopen 12 maanden stress, depressie of angst te hebben ervaren die door het werk werd veroorzaakt of verergerd.
31% om 27%vrouwen om mannen, EU
In de EU meldde 31 procent van de vrouwelijke werkenden werkgerelateerde stress, depressie of angst, tegenover 27 procent van de mannen.
30% om 29%Nederland om EU27
Nederlandse werkenden rapporteerden in 2025 iets vaker werkgerelateerde stress, depressie of angst dan het EU-gemiddelde.
27% → 29%EU, 2022 tot 2025
Het aandeel EU-werkenden met werkgerelateerde stress, depressie of angst steeg met twee procentpunt, terwijl klachten als infectieziekten juist daalden. EU-OSHA labelt deze vergelijking zelf als een aangepaste trend.
52% om 44%Nederland om EU27
Nederlandse werkenden zeggen duidelijk vaker dan gemiddeld blootgesteld te zijn aan ernstige tijdsdruk of werkoverbelasting.
19% om 14%geweld of verbale agressie, EU
Vrouwelijke werkenden in de EU kregen vaker te maken met geweld of verbale agressie van klanten, patienten of leerlingen dan mannen, en met ernstige tijdsdruk 46 tegen 43 procent.
29,5% om 24,5%slechte werkgerelateerde mentale gezondheid
In de EU-brede meting van 2022 rapporteerde 29,5 procent van de vrouwelijke werkenden slechte werkgerelateerde mentale gezondheid, tegenover 24,5 procent van de mannen.
Bron: EU-OSHA, 2022
50,4% om 39,5%toegenomen werkstress
Na de coronapandemie zei ruim de helft van de vrouwelijke werkenden in Europa dat hun werkstress was toegenomen, tegenover 39,5 procent van de mannen.
Bron: EU-OSHA, 2022
1,9%EU27, ernstigste probleem
In de EU noemde 1,9 procent van de werkenden en oud-werkenden stress, depressie of angst als hun ernstigste werkgerelateerde gezondheidsprobleem, in Nederland 2,4 procent, met Nederlandse vrouwen op 2,9 procent tegen mannen 2,0 procent. Deze vraagstelling telt alleen het ernstigste probleem en levert daarom een totaal andere orde van grootte op dan de 29 procent hierboven.
Bron: Eurostat, 2020
56,2% om 44,6%Nederland om EU27
Ruim de helft van de Nederlandse werkenden is blootgesteld aan risicofactoren die het mentale welzijn kunnen aantasten, tegen 44,6 procent gemiddeld in de EU, waar vrouwen op 46,5 procent staan tegen mannen 43,0 procent.
Bron: Eurostat, 2020
9,3% om 7,2%chronische depressie in Nederland
In 2019 rapporteerde 8,7 procent van de vrouwen in de EU chronische depressie tegenover 5,5 procent van de mannen; in Nederland lag dat op 9,3 procent van de vrouwen tegenover 7,2 procent van de mannen. Dit is een bevolkingscijfer en zegt niets over de oorzaak.
Bron: Eurostat (EHIS), 2019
15,3% → 22,4%laag mentaal welbevinden, Europa
Het aandeel Europese werkenden met laag mentaal welbevinden steeg van 15,3 procent in 2015 naar 22,4 procent in 2021, gemeten met de WHO-5-schaal. De meting van 2021 verliep telefonisch en die daarvoor persoonlijk, dus dit is geen zuivere trend.
ADHD, autisme en werk
Voor ADHD, autisme en werk bestaan Nederlandse prevalentie- en arbeidsparticipatiecijfers, maar ze meten per bron iets anders. In de Gezondheidsenquete gaf 58 procent van de 25- tot 65-jarigen met autisme aan werkend te zijn, tegen 82 procent van de mensen zonder autisme. Dat is zelfrapportage en geen vastgestelde diagnose. Autistische burn-out is een ander begrip dan werkgerelateerde burn-out en wordt met een eigen meetinstrument gemeten. Een percentage voor burn-out bij vrouwen met ADHD of autisme is niet onderbouwd.
Alle cijfers over ADHD, autisme en werk, inclusief de metingen naast elkaar, het register, de groep van 55 personen met ADHD en autistische burn-out, staan op ADHD, autisme en werk in cijfers.
Belangrijkste conclusies
- Het verschil tussen vrouwen en mannen is recent ontstaan. In 2014 lagen de percentages met burn-outklachten nog vrijwel gelijk, 14,3 tegen 14,4 procent. In 2025 staat het op 23,5 tegen 18,0 procent.
- De piek ligt tussen 25 en 45 jaar, niet aan het eind van een loopbaan. Bij vrouwelijke werknemers van 25 tot 35 jaar gaat het om 32,2 procent, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen.
- Klachten en diagnose lopen een factor tien uiteen. 20,7 procent van de werknemers rapporteert burn-outklachten, terwijl 1,9 procent een door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out heeft.
- Psychisch verzuim duurt het langst. Bij psychische klachten gaat het om gemiddeld zo'n 63 werkdagen, de langste verzuimduur van alle oorzaken, en bij vrouwen komt 31 procent van alle verzuimdagen door stressklachten.
- De sectoren met de meeste burn-outklachten zijn niet allemaal sectoren met veel vrouwen. Onderwijs staat op 25,3 procent, de ICT op 25,0 procent en zorg op 22,9 procent, terwijl 84 procent van de werknemers in zorg en welzijn vrouw is en de ICT geen vrouwensector is. Geen enkele openbare bron kruist geslacht met sector, dus een samenloop is geen bewezen verband.
- Vrouwen zoeken vaker hulp en wachten daar ook op. 20 procent van de volwassen vrouwen deed in een jaar tijd een beroep op zorg vanwege psychische problemen, en van de naar de ggz verwezen patienten kreeg maar 55 procent binnen de Treeknorm een eerste consult.
- Over ADHD, autisme en burn-out bestaan in Nederland geen gecombineerde cijfers. Wie die koppeling maakt, doet dat zonder onderbouwing.
Methodologie en bronnen
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die voor publicatie is geopend en waarin het getal met eigen ogen is teruggevonden. Cijfers die alleen in zoekresultaten of in doorvertellingen op andere websites te vinden waren, staan hier niet. Waar een veelgeciteerd getal niet bij de oorspronkelijke uitgever te bevestigen was, is het weggelaten in plaats van vervangen door een aannemelijke schatting.
Bij elk getal staat de uitgever en het meetjaar, niet het publicatiejaar. Dat onderscheid is belangrijk: de NEA 2025 verscheen pas in april 2026, en de arbodienstcijfers over 2023 werden in 2025 gepubliceerd. Waar bronnen elkaar tegenspreken of hetzelfde getal een andere betekenis geven, staat dat er expliciet bij.
Een paar dingen ontbreken bewust. Er is geen absoluut aantal vrouwen met burn-outklachten, want geen enkele bron publiceert dat uitgesplitst naar geslacht en zelf vermenigvuldigen zou een schatting opleveren in plaats van een cijfer. Er is geen uitsplitsing van burn-outklachten naar geslacht binnen een sector, want de betreffende CBS-tabellen kruisen geslacht en bedrijfstak niet. Er zijn geen huisartsencijfers voor burn-out naar leeftijd voor vrouwen apart, want die worden via een interactieve toepassing getoond die niet als tekst uit te lezen is. En er zijn geen Nederlandse verzuim- of burn-outcijfers naar ADHD of autisme, want die uitsplitsing bestaat niet.
Belangrijkste gebruikte bronnen
- RIVM, Monitor Mentale Gezondheid, burn-outklachten
- VZinfo, ziekteverzuim naar oorzaak
- VZinfo, overspannenheid en burn-out naar leeftijd en geslacht
- CBS en TNO, NEA 2025 Resultaten in vogelvlucht
- CBS StatLine 83049NED, psychosociale arbeidsbelasting naar geslacht en leeftijd
- CBS StatLine 84436NED, psychosociale arbeidsbelasting naar beroep
- Trimbos-instituut, NEMESIS-3
- CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025
- EU-OSHA, OSH Pulse 2025
- Eurostat, werkgerelateerde gezondheidsproblemen
Overnemen mag, graag zelfs. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd. Neem bij voorkeur ook de noemer over die bij het cijfer hoort, want daar gaat het in de berichtgeving over dit onderwerp het vaakst mis.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vrouwen hebben een burn-out in Nederland?
Die vraag is met de beschikbare cijfers niet te beantwoorden, en dat is precies het misverstand. Wel bekend is dat 23,5 procent van de vrouwelijke werknemers in 2025 burn-outklachten rapporteerde, tegenover 18,0 procent van de mannen. Dat zijn zelfgerapporteerde klachten. Een door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out komt in hetzelfde jaar voor bij 1,9 procent van alle werknemers.
Klopt het dat bijna de helft van de vrouwen verzuimt door psychische klachten?
Nee. Het cijfer van 47,5 procent gaat uitsluitend over vrouwen die al langdurig verzuimen, tussen 42 en 730 dagen. Binnen die groep is psychisch verzuim bij vrouwen in 47,5 procent van de gevallen de oorzaak, tegenover 34 procent bij mannen. Het komt uit arbodienstregistratie van ArboNed en HumanCapitalCare en heeft meetjaar 2023.
Bij welke leeftijd komen burn-outklachten het vaakst voor bij vrouwen?
Tussen 25 en 35 jaar. Van de vrouwelijke werknemers in die leeftijdsgroep had 32,2 procent in 2025 burn-outklachten, het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen. Daarna daalt het: 24,7 procent bij 35 tot 45 jaar, 20,4 procent bij 45 tot 55 jaar en 17,9 procent bij 55 tot 65 jaar.
Hoe lang duurt verzuim door psychische klachten gemiddeld?
Wie zich ziek meldt met psychische klachten, overspannenheid of een burn-out blijft gemiddeld zo'n 63 werkdagen thuis, veruit het langst van alle verzuimoorzaken. Arbodienst ArboNed meet iets anders en komt op gemiddeld 252 dagen niet volledig inzetbaar bij stress: dat zijn kalenderdagen tot volledig herstel, inclusief gedeeltelijke werkhervatting.
In welke sector komen de meeste burn-outklachten voor?
In het onderwijs, met 25,3 procent van de werknemers in 2025, gevolgd door de ICT met 25,0 procent en de zorg met 22,9 procent. Het landelijk gemiddelde is 20,7 procent. Op beroepsniveau staan psychologen en sociologen bovenaan met 36,8 procent.
Wat kost burn-out en psychisch verzuim de Nederlandse economie?
De loondoorbetaling bij deels of volledig werkgerelateerd ziekteverzuim kostte werkgevers in 2023 8,3 miljard euro, waarvan 4,9 miljard euro door psychosociale arbeidsbelasting. Het veelgeciteerde bedrag van 3,1 miljard euro gaat over 2018 en is dus achterhaald.
Is er een verband tussen ADHD of autisme en burn-out bij vrouwen?
In Nederlandse cijfers is dat verband niet gemeten. De NEA meet burn-outklachten wel naar geslacht, maar niet naar neurodivergentie, en er bestaat geen landelijke uitsplitsing van verzuim naar ADHD of autisme. Wel bekend: van de 25- tot 65-jarige vrouwen met autisme heeft 47 procent betaald werk, tegen 64 procent van de mannen met autisme. Autistische burn-out is bovendien een ander construct dan werkgerelateerde burn-out en wordt met een eigen instrument gemeten.
Mag ik deze cijfers overnemen in een artikel?
Ja. Elk getal staat hier met uitgever, meetjaar en een directe link naar de bron, zodat je het zelf kunt controleren. Neem daarbij ook de noemer over die bij het cijfer hoort. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over de hele Nederlandse beroepsbevolking en zeggen niets over een individuele situatie. Wil je weten wat DiversaMente doet, kijk dan op diversamente-psychologie.nl, of lees over ADHD-begeleiding voor vrouwen en autisme-begeleiding voor vrouwen.
Meer cijfers: wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme, landelijk en per regio.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over de definities of de noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar.