DiversaMente › Cijfers › Wachttijden ggz bij ADHD en autisme

Cijferoverzicht

Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme in cijfers (2026)

Hoe lang wacht iemand met een vermoeden van ADHD of autisme op zorg in de ggz, landelijk en in de eigen regio? Hieronder de openbare cijfers, elk met uitgever, peilmoment, definitie en klikbare bron.

Laatst bijgewerkt op 14 september 2026. Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem.

25 wekenlandelijk, oktober 2024

gemiddelde totale wachttijd voor de diagnosehoofdgroep waaronder ADHD en autisme vallen: 11 weken boven de Treeknorm van 14 weken.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

57 wekenzorgkantoorregio Flevoland

de langste regionale wachttijd voor diezelfde groep, tegen 11 weken in de vier regio's met de kortste.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

14 wekenalleen tot de intake

duurde de aanmeldwachttijd voor deze groep in december 2023. Dat is alleen de wachttijd tot het intakegesprek, en precies de norm die voor het hele traject geldt.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peilmoment december 2023

Lees dit eerst. ADHD en autisme bestaan in deze statistiek niet apart: de NZa telt ze samen in de groep Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, zie deel 1. De twee peilmomenten zijn bovendien niet uitwisselbaar: alleen 1 oktober 2024 kent diagnosegroepen en regio's. Bij elke reeks staat welk peilmoment geldt.

Deel 1

ADHD en autisme staan hier samen, en dat is geen meetfout

Wie zoekt naar de wachttijd voor ADHD of autisme, zoekt een cijfer dat niet bestaat. In de wachttijdstatistiek van de NZa vallen beide onder één hoofddiagnosegroep: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Alles hieronder gaat dus over ADHD en autisme samen.

Dat is een bewuste keuze. In een voetnoot van juli 2021 legt de NZa uit dat autisme kort apart is geteld en dat die splitsing is teruggedraaid: "Deze laatste splitsing zal ongedaan gemaakt worden, omdat de splitsing van 'Autisme' uit 'Pervasief' in DSM-5 niet te maken is."

12 en 16 wekenautisme, mei 2021

het enige autisme-specifieke wachttijdcijfer dat ooit is gepubliceerd: 12 weken aanmeldwachttijd, 16 weken totaal. Die splitsing is daarna teruggedraaid, dus het cijfer is verouderd.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, mei 2021

11 en 15 wekenpervasief zonder autisme, mei 2021

de restgroep waaruit autisme toen was gelicht, in dezelfde tabellen.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, mei 2021

14 plus 1aanlevercategorieën

Aanbieders leveren wachttijden aan in 14 diagnosegroepen plus de categorie diagnose onbekend. Op die lijst staat Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, en geen aparte regel voor ADHD of autisme.

Bron: de Nederlandse ggz, factsheet september 2022

Ook de praktijk neemt ze samen: een gespecialiseerde afdeling heet letterlijk "Zorglijn Autisme-ADHD (Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen)". Onder de oude indeling bestaat wel een reeks: bij "Aandachttekort en -gedrag" liep de totale wachttijd van 12 weken in november 2018 via 13, 14, 14 en 17 naar 15 weken in mei 2021, en de aanmeldwachttijd van 8 naar 11 weken. Die oude naam dekt niet dezelfde lading, dus dit loopt niet door naar de 25 weken van 2024.

Wat er niet is. Een landelijk cijfer voor het aantal wachtenden met ADHD of autisme bestaat niet. De NZa schrijft: "Het aantal wachtplekken kunnen we niet uitsplitsen naar regioniveau en diagnose." Reden: bij mensen op een wachtlijst is vaak nog geen betrouwbare diagnose gesteld. Velen wachten juist op het onderzoek dat die moet opleveren.

Deel 2

Het landelijke cijfer per diagnosegroep

Op peildatum 1 oktober 2024 publiceerde de NZa voor het laatst een volledige uitsplitsing per hoofddiagnosegroep. De groep van ADHD en autisme kwam uit op 25 weken.

25 wekenneurobiologische ontwikkelingsstoornissen

van aanmelding bij de aanbieder tot de start van de behandeling, 11 weken boven de norm. Alleen persoonlijkheidsstoornissen wachtten met 28 weken langer; op 25 weken deelt de groep de tweede plaats met diagnose onbekend, obsessief-compulsief en de restgroep.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

15 van de 16groepen boven de norm

Vijftien van de zestien hoofddiagnosegroepen lagen boven de Treeknorm van 14 weken. Alleen de basis-ggz zat er exact op.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

Gemiddelde totale wachttijd per hoofddiagnosegroep in weken, peildatum 1 oktober 2024
DiagnosehoofdgroepWekenTen opzichte van 14 weken
Basis ggz14op de norm
Middelgerelateerd en verslaving15+1
Schizofrenie15+1
Somatische symptoomstoornissen19+5
Depressie20+6
Angst22+8
Bipolair22+8
Andere problemen23+9
Eetstoornissen23+9
Neurocognitieve stoornissen23+9
Trauma24+10
Diagnose onbekend25+11
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen25+11
Obsessief-compulsief25+11
Restgroep25+11
Persoonlijkheid28+14

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, figuur 4, peildatum 1 oktober 2024. De derde kolom is de aftrekking van de gepubliceerde waarde en de norm van 14 weken.

In december 2023 splitste de NZa deze groep nog uit naar fase, het enige peilmoment waarop dat gebeurde.

24 wekentotaal, december 2023

voor de groep van ADHD en autisme, tegen 27 weken in december 2022 en 22 weken in mei 2023.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peilmoment december 2023

14 van die 24alleen aanmeldwachttijd

ging op aan het wachten tot de intake: drieënhalf keer de norm van 4 weken. In dezelfde reeks was dat 16 weken in december 2022 en 17 weken in mei 2023.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peilmoment december 2023

Niet mengen. De 25 weken van oktober 2024 en de 24 weken van december 2023 komen uit twee losse informatiekaarten en vormen geen trend. De behandelwachttijd per diagnosegroep is nooit gepubliceerd.

Deel 3

De wachttijd per regio: waar je woont scheelt tientallen weken

Het landelijke gemiddelde verbergt een enorme spreiding. In figuur 6 kruist de NZa de 31 zorgkantoorregio's met de zestien diagnosehoofdgroepen. Voor de groep van ADHD en autisme loopt die kolom van 57 tot 11 weken.

Gemiddelde totale wachttijd voor neurobiologische ontwikkelingsstoornissen per zorgkantoorregio, oktober 2024
ZorgkantoorregioWekenTen opzichte van 14 weken
Flevoland57+43
Arnhem53+39
Kennemerland52+38
Zuid-Hollandse Eilanden39+25
Landelijk gemiddelde25+11
Midden-IJssel11onder de norm
Rotterdam11onder de norm
Drenthe11onder de norm
West-Brabant11onder de norm

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, figuur 6, oktober 2024. Bijschrift van de NZa: "De getoonde waarden zijn de gemiddelde wachttijden gemeten over meerdere ggz-zorgaanbieders, dit betekent dat er ook ggz-zorgaanbieders in de regio zijn met aanzienlijk lagere of hogere wachttijden."

Waar deze regionale getallen vandaan komen

Figuur 6 bestaat uitsluitend als afbeelding: geen tabel, geen bijlage, geen open dataset, en de waarden staan nergens als tekst. De cellen hierboven zijn daarom visueel afgelezen en daarna door een tweede lezer onafhankelijk op de originele afbeelding gecontroleerd.

Wij publiceren alleen de cellen die die controle doorstonden: de vier langst wachtende regio's en de vier die de laagste waarde delen. De overige regio's staan wel in de figuur, maar zijn weggelaten omdat wij ze niet met dezelfde zekerheid kunnen vaststellen.

Het verschil tussen de langste en kortste regio is daarmee 46 weken. Dat getal staat niet in de bron: het is 57 min 11 uit twee afgelezen celwaarden.

Een jaar eerder stond Flevoland ook al bovenaan.

Dezelfde groep een jaar eerder, december 2023, in weken
ZorgkantoorregioWeken
Flevoland50
Kennemerland47
Midden-Brabant42
Arnhem41
Zuid-Limburg, Noordoost Brabant en Friesland14
Haaglanden12

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, figuur 6, december 2023. Ook deze waarden zijn van een figuurafbeelding afgelezen, en op een kleinere afbeelding dan die van oktober 2024. Behandel ze als indicatief.

Ter vergelijking: de hoogste waarde in het raster is 94 weken (restgroep, Groningen); twee cellen komen op 66 weken, in Noord-Limburg en Flevoland.

19 regio'smeer dan tien groepen boven de norm

In 19 regio's lagen meer dan tien hoofddiagnosegroepen boven de Treeknorm, in 14 regio's vijf tot maximaal tien, en in 2 regio's maximaal vier. Geen enkele regio viel in de categorie waarin alle wachttijden binnen de norm blijven.

Bron: Stuurgroep Toegankelijkheid en Wachttijden ggz, monitor op NZa-data van oktober 2024

31 regio'sde gebruikte indeling

De NZa splitst uit per zorgkantoorregio; de as van figuur 6 is gelabeld "Zorgkantoor" en telt 31 rijen. De NZa vat zelf samen dat de wachttijden in alle regio's voor alle hoofddiagnosegroepen boven de Treeknorm liggen, met basis-ggz als uitzondering. Bij de figuur staat de voorzichtiger zin "In het overgrote deel van de regio's", en de losse cellen laten inderdaad waarden onder de 14 weken zien.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, oktober 2024

Wat een regiocijfer niet zegt. Het is een gemiddelde over meerdere aanbieders; binnen elke regio zitten er met een veel kortere en een veel langere wachttijd. Per regio bestaat bovendien alleen een totale wachttijd, en voor 2025 en 2026 geen enkele.

Deel 4

Acht valkuilen voordat je citeert

  1. Aanmeldwachttijd is niet de wachttijd tot behandeling

    De aanmeldwachttijd eindigt bij de intake: "het aantal weken tussen het moment dat een cliënt of verwijzer een eerste afspraak maakt bij een zorgaanbieder voor een intakegesprek, tot het moment dat de cliënt hiervoor bij de zorgaanbieder terecht kan". De behandelwachttijd is "het aantal weken tussen de eerste intake en de start van de behandeling". In de gespecialiseerde ggz was dat in 2023 13,8 tegen 7,1 weken. Wie het type weglaat, zit er een factor twee naast.

  2. De totale wachttijd is een optelsom, geen gemeten grootheid

    De regeling kent geen begripsbepaling voor totale wachttijd. Aanbieders publiceren beide fasen apart; de 14 weken is de som van de normen van 4 en 10. Wie 20 weken op de intake wacht en daarna 2 weken op behandeling, overschrijdt de aanmeldnorm wel en de behandelnorm niet.

  3. Een wachtplek is geen wachtende

    De NZa telt wachtplekken, niet personen, omdat ongeveer 1 op de 5 wachtenden op meerdere wachtlijsten staat. De 108.878 wachtplekken van oktober 2024 zijn dus geen 108.878 mensen.

  4. Een gemiddelde is geen mediaan

    Alle cijfers tot en met 2024 zijn volumegewogen gemiddelden. Een gemiddelde van 25 weken zegt niets over hoeveel mensen veel langer wachten. Het dashboard vanaf 2026 berekent daarom ook de mediaan.

  5. Aanmelding is niet hetzelfde als verwijzing

    De Treeknorm en alle cijfers tot en met 2024 meten vanaf de aanmelding bij de aanbieder; de declaratiedata vanaf 2026 meten vanaf de verwijzing. Dat verschuift het startpunt en maakt de uitkomsten niet uitwisselbaar.

  6. Alles gaat over 18-plus

    StaatVenZ vermeldt het expliciet: de wachttijden betreffen volwassenen (18+), jeugd-ggz is niet geïncludeerd. Die valt sinds 1 januari 2015 onder de Jeugdwet, wordt landelijk niet uniform gemeten en kent geen Treeknorm-equivalent.

  7. Niet alle aanbieders tellen mee

    Alleen aanbieders met meer dan tien zorgverleners leveren wachtplekaantallen aan. Een ontbrekende cel betekent dus niet dat er geen wachttijd is: er kan ook geen aanbieder zijn, of niets zijn aangeleverd.

  8. De Treeknorm is een veldafspraak, geen wet

    De NZa omschrijft de Treeknorm als "de maximaal aanvaardbare wachttijd waarbinnen de cliënt zorg moet kunnen krijgen, zoals afgesproken door veldpartijen in het Treekoverleg". Volgens SKGZ zijn deze normen niet wettelijk verplicht. Afdwingbaar zijn de transparantieplicht en de zorgplicht, niet de norm. De ziekenhuiszorg kent dezelfde term met andere waarden.

Zo niet

Mensen met ADHD wachten 25 weken op behandeling, en in Flevoland zelfs meer dan een jaar.

Zo wel

Voor de diagnosehoofdgroep waaronder ADHD en autisme samen vallen was de gemiddelde totale wachttijd op 1 oktober 2024 landelijk 25 weken, van aanmelding tot start behandeling. In Flevoland was dat 57 weken, afgelezen uit een NZa-figuur.

Nog twee begrippen die er doorheen lopen: behandelduur is geen wachttijd maar tijd in zorg, en "binnen de norm" is een momentopname op één peildatum, geen uitspraak over hoe lang iemand uiteindelijk wachtte.

Deel 5

De Treeknorm en hoe vaak die wordt overschreden

De norm staat woordelijk in de informatiekaart van 2021: "Voor zowel de basis-ggz als de gespecialiseerde ggz gaat het om vier weken voor de aanmeldwachttijd, en tien weken voor de behandelwachttijd. De maximaal aanvaardbare totale wachttijd bedraagt daarmee veertien weken."

108.878wachtplekken

stonden landelijk open op 1 oktober 2024: 72.443 voor een aanmeldgesprek en 36.435 voor de start van een behandeling.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

ruim 57%boven de norm van 14 weken

van de wachtplekken moest langer wachten op aanmeldgesprek en behandeling samen dan de norm toestaat. De inspectie telt daarbij bijna 109.000 wachtplekken.

Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, oktober 2024

33,0% om 61,3%binnen de norm

Van de wachtplekken voor een aanmeldgesprek zat 33,0 procent binnen de norm van 4 weken, tegen 61,3 procent van de behandelwachtplekken binnen de norm van 10 weken. Spiegelbeeldig wachtte dus 67,0 procent en 38,7 procent te lang.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, peildatum 1 oktober 2024

42,9% om 35,9%overschrijding per echelon

In het eerste kwartaal van 2023 overschreed 42,9 procent van de wachttijden in de gespecialiseerde ggz de Treeknorm, tegen 35,9 procent in de generalistische basis-ggz.

Bron: StaatVenZ, databron NZa, eerste kwartaal 2023

De fase-uitsplitsing van het eerste kwartaal van 2023 laat zien waar de tijd blijft. In de gespecialiseerde ggz duurde het wachten op een intake 13,8 weken, bijna tien weken boven de norm van 4, terwijl de behandelwachttijd van 7,1 weken binnen de norm van 10 bleef: samen 20,9 weken. In de basis-ggz 8,7 plus 5,4, samen 14,1 weken.

Als het te lang duurt. Elke aanbieder moet een vaste tekst tonen: "Wanneer u de wachttijd te lang vindt, kunt u altijd contact opnemen met ons, of uw zorgverzekeraar vragen om wachtlijstbemiddeling." Die bemiddeling is gratis en volgt uit de zorgplicht, door de NZa in hoofdzaak een resultaatsverplichting genoemd, al is een verzekeraar niet tot het onmogelijke gehouden.

Deel 6

Wat wachten met mensen doet

De cijfers hieronder komen uit "Bruggen slaan en navigeren op weg naar herstel" van Nivel, Trimbos-instituut en MIND: veldwerk 2024, vragenlijst onder 321 volwassen patiënten met wachtlijstervaring. Zelfrapportage in een zelfgeselecteerde steekproef, dus niet landelijk representatief. Noem die omvang mee.

83%van 321 wachtende patiënten

zag de psychische klachten toenemen tijdens het wachten. 62 procent had gedachten aan zelfdoding en 53 procent raakte in crisis.

Bron: Nivel, Trimbos-instituut en MIND, veldwerk 2024

94% en 78%gevoelens en vertrouwen

noemde negatieve emotionele gevolgen, de vaakst genoemde impact, en 78 procent raakte het vertrouwen in de zorg of zorgverleners kwijt. Bij 77 procent van de werkenden had de wachttijd een negatieve invloed op het werk.

Bron: Nivel, Trimbos-instituut en MIND, veldwerk 2024

38 wekengemiddeld, mediaan 28

stonden de deelnemers op een wachtlijst, met een spreiding van 1 tot 240 weken. Van de 278 deelnemers bij wie de wachttijd bekend was, wachtte 81 procent langer dan de Treeknorm.

Bron: Nivel, Trimbos-instituut en MIND, veldwerk 2024

3%voldoende opgeknapt

vond dat de klachten zo verbeterden dat behandeling niet meer nodig was. Daartegenover begon 18 procent helemaal niet meer aan een behandeling, stopte 14 procent nadat die was gestart en was 35 procent minder gemotiveerd.

Bron: Nivel, Trimbos-instituut en MIND, veldwerk 2024

Drie cijfers van buiten dat onderzoek vullen het beeld aan. Per maand langer wachten op de specialistische ggz daalt de kans op betaald werk met 2 procent, op CBS-data van 2012 tot 2019 over een half miljoen Nederlanders, met effecten die acht jaar later nog meetbaar waren. Internationaal daalt de kans dat iemand op de eerste afspraak verschijnt met 5 procent per week extra wachttijd. En 72 procent van de verwezen patiënten gebruikt tijdens de wachttijd huisartsenzorg, terwijl 25 procent na een jaar nog geen ggz-consult had.

Wat hier bewust niet staat. Geen bron rekent crisiszorg, kosten of uitval toe aan wachttijden. Het percentage dat in crisis raakte is zelfrapportage, niet gekoppeld aan crisisdienstgebruik.

Deel 7

Twee peilmomenten, een kantelende meting

De twee actuele peilmomenten zijn niet uitwisselbaar. Oktober 2025 is het nieuwst, maar kent geen diagnosegroepen en geen regio's. 1 oktober 2024 is ouder, maar als enige uitgesplitst naar diagnosegroep én regio. Deel 2 en 3 komen daarom volledig uit oktober 2024.

101.134 keeroktober 2025

liepen mensen tegen een ggz-wachtlijst aan, waarvan 48.368 keer langer dan de afgesproken 14 weken. Het gaat om wachtlijstplekken, niet om unieke personen.

Bron: MIND en AVROTROS Radar op NZa-data, oktober 2025

24 wekengemiddeld, oktober 2025

wachtten mensen op ggz, drie weken langer dan in 2024. Voor de intake was dat 14 weken in plaats van de afgesproken 4, en voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen 32 weken. Voor de groep van ADHD en autisme noemt deze analyse geen cijfer.

Bron: MIND en AVROTROS Radar op NZa-data, oktober 2025

geen cijfersop de statistiekportalen

VZinfo meldt letterlijk "Momenteel wordt op deze pagina geen informatie over ggz wachttijden gepresenteerd", en StaatVenZ meldt dat er voor 2026 geen cijfers zijn wegens de overgangsperiode.

Bron: VZinfo (RIVM), geraadpleegd september 2026

De meetmethode kantelt. Vanaf 1 januari 2026 komen de wachttijden van aanbieders met één vestiging uit declaratiedata; die met meerdere vestigingen volgen in 2027, waardoor 2026 een overgangsjaar is met twee bronnen door elkaar. De oude aanlevering was foutgevoelig: de NZa noemt het voorbeeld dat bij het aantal wachtweken "120 wordt ingevuld in plaats van 12". Het dashboard zou in najaar 2025 verschijnen, maar werd pas op 6 juli 2026 openbaar.

Uit de eerste declaratiedata komt het beeld dat iets meer dan de helft binnen 14 weken na verwijzing kan starten, ongeveer 80 procent binnen een half jaar en ongeveer 5 procent pas na een jaar. Wees terughoudend: geen bron noemt de meetperiode, en zij meet vanaf de verwijzing. In de berichtgeving wacht de groep neurobiologische stoornissen het langst, met name bij aanbieders die ADHD-zorg leveren; autisme wordt niet apart genoemd.

Een veelgemaakte fout. De "informatiekaart februari 2025" bestaat niet: dat is de kaart over oktober 2024, gepubliceerd op 11 februari 2025. Zoekresultaten verwarren publicatiedatum met peildatum.

Deel 8

De groep, en de jeugd die ontbreekt

Hoeveel mensen het betreft, komt uit ander onderzoek dan de wachttijdstatistiek. Een koppeling tussen het aantal mensen met ADHD of autisme en het aantal wachtenden bestaat niet.

3,2%volwassenen met ADHD

had ADHD in de afgelopen twaalf maanden, ongeveer 405.000 mensen van 18 tot 75 jaar. Bij kinderen van 4 tot 12 jaar ging het in 2024 om 4,7 procent volgens de ouders: 6,1 procent van de jongens en 3,2 procent van de meisjes.

Bronnen: Trimbos-instituut (NEMESIS-3), 2019 tot 2022 en Nederlands Jeugdinstituut op CBS-cijfers, 2024

3,5% en 2,5%autisme, kinderen en volwassenen

gaf in 2024 aan een autismespectrumstoornis te hebben. Dit is zelfrapportage: er wordt niet expliciet naar een officiële diagnose gevraagd. De internationale schatting ligt op ongeveer 1 procent van de bevolking.

Bron: VZinfo (RIVM) op CBS-Gezondheidsenquête, 2024

Voor kinderen en jongeren bestaan geen landelijke wachttijdcijfers. Sinds de Jeugdwet van 1 januari 2015 ligt de jeugd-ggz bij de gemeenten. "Wacht maar" stelde in 2017: "Bijkomend effect van de decentralisatie van de jeugdhulp is dat er geen landelijke cijfers beschikbaar zijn over wachtlijsten." Aanpak Wachttijden werkte met 37 jeugdzorgregio's en concludeerde dat een uniform landelijk beeld niet haalbaar bleek.

Dat jeugdcijfers die wel circuleren onbetrouwbaar zijn, is aantoonbaar: in een regionaal dashboard leek de wachttijd in maart 2025 te dalen tot bijna nul dagen, doordat bij ongeveer 75 procent van de toewijzingen de startdatum gelijk is aan de eerste declaratie.

Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • Er is geen cijfer voor alleen ADHD of alleen autisme: beide vallen onder Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, omdat die afsplitsing in DSM-5 niet te maken is. Het enige autisme-specifieke cijfer dateert van mei 2021: 12 weken tot de intake, 16 weken totaal.
  • Landelijk wachtte die groep op 1 oktober 2024 gemiddeld 25 weken, 11 weken boven de norm. Alleen persoonlijkheidsstoornissen wachtten langer (28 weken); 15 van de 16 groepen lagen boven de norm.
  • De regionale verschillen zijn groter dan die tussen diagnosegroepen: van 57 weken in Flevoland tot 11 weken in vier andere regio's, 46 weken verschil binnen dezelfde diagnose.
  • Het knelpunt zit vooraan: 33,0 procent van de aanmeldwachtplekken zat binnen de norm, tegen 61,3 procent van de behandelwachtplekken. De aanmeldwachttijd van deze groep was in december 2023 met 14 weken al even lang als de volledige norm.
  • Wachten is niet neutraal. Van 321 ondervraagde patiënten zag 83 procent de klachten toenemen, had 62 procent gedachten aan zelfdoding en raakte 53 procent in crisis; 3 procent knapte voldoende op.
  • De cijfers worden voorlopig slechter zichtbaar: de portalen tonen niets actueels, de meting verschuift van aanmelding naar verwijzing, en de kruising regio maal diagnosegroep bestaat alleen als afbeelding.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Elk cijfer komt uit een bron die voor publicatie is geopend en waarin het getal is teruggevonden. Getallen die alleen in zoekresultaten of doorvertellingen stonden, staan hier niet; wat niet bij de oorspronkelijke uitgever te bevestigen was, is weggelaten in plaats van vervangen door een schatting.

Bij elk cijfer staat het peilmoment, niet de publicatiedatum: de laatste volledige informatiekaart heeft peildatum 1 oktober 2024 maar verscheen pas op 11 februari 2025. De twee peilmomenten zijn nergens vermengd. De regionale waarden zijn van een figuurafbeelding afgelezen en door een tweede lezer gecontroleerd; alleen gecontroleerde cellen zijn gepubliceerd.

Een paar dingen ontbreken omdat ze niet bestaan: een wachttijd voor uitsluitend ADHD of autisme na mei 2021, een behandelwachttijd per diagnosehoofdgroep, een aanmeldwachttijd per diagnosegroep in oktober 2024, het aantal wachtenden met ADHD of autisme, en regionale cijfers na 2024.

Belangrijkste gebruikte bronnen

Overnemen mag, graag zelfs; een bronvermelding met link wordt gewaardeerd. Neem bij de regionale cijfers mee dat het om afgelezen figuurwaarden gaat, en bij elk cijfer het peilmoment en het type wachttijd.

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoe lang is de wachttijd voor ADHD in de ggz?

Er is geen wachttijd die alleen over ADHD gaat: de NZa telt ADHD en autisme samen in de groep Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Voor die groep was de gemiddelde totale wachttijd op 1 oktober 2024 landelijk 25 weken, van aanmelding tot start behandeling: 11 weken boven de Treeknorm.

Waarom bestaat er geen apart cijfer voor autisme?

De NZa draaide die splitsing bewust terug: autisme is uit de hoofdgroep pervasief niet te splitsen in DSM-5. In de korte periode dat autisme apart werd geteld, mei 2021, was de aanmeldwachttijd 12 weken en de totale wachttijd 16 weken. Dat is het enige autisme-specifieke cijfer dat ooit is gepubliceerd, en het is verouderd.

In welke regio is de wachttijd het langst?

In Flevoland, met 57 weken, gevolgd door Arnhem (53) en Kennemerland (52). De kortste wachttijd van 11 weken kwam voor in Midden-IJssel, Rotterdam, Drenthe en West-Brabant. Deze waarden zijn afgelezen van een figuurafbeelding in de NZa-informatiekaart over oktober 2024, omdat er geen tabel of dataset bij bestaat.

Wat is het verschil tussen aanmeldwachttijd en totale wachttijd?

De aanmeldwachttijd loopt tot de intake (norm 4 weken), de behandelwachttijd van intake tot start behandeling (norm 10 weken). De totale wachttijd van 14 weken is de som daarvan en is in de regelgeving niet apart gedefinieerd. In de gespecialiseerde ggz was de aanmeldwachttijd in 2023 13,8 weken, tegen 7,1 weken behandelwachttijd.

Is de Treeknorm een wettelijke maximale wachttijd?

Nee. De NZa omschrijft de Treeknorm als de maximaal aanvaardbare wachttijd zoals afgesproken door veldpartijen in het Treekoverleg. Volgens SKGZ zijn deze normen niet wettelijk verplicht, maar wel breed gedragen. Afdwingbaar zijn de transparantieplicht en de zorgplicht; via die zorgplicht kunt u gratis om wachtlijstbemiddeling vragen.

Gelden deze cijfers ook voor kinderen?

Nee, ze gaan over volwassenen van 18 jaar en ouder. De jeugd-ggz valt sinds 1 januari 2015 onder de Jeugdwet, kent geen landelijke wachttijdcijfers en geen Treeknorm-equivalent. Aanpak Wachttijden concludeerde na drie jaar met 37 jeugdzorgregio's dat een uniform landelijk beeld niet haalbaar bleek.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme: begeleiding, dus geen behandeling en geen diagnostiek. Er is geen wachtlijst en geen verwijzing nodig.

Die cijfers gaan over de ggz als geheel, niet over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl.

Voor vragen van journalisten over definities, peilmomenten of de herkomst van de regionale waarden is DiversaMente via de website bereikbaar.