DiversaMente › Blog › Waarom autisme bij vrouwen laat herkend wordt
Autisme bij vrouwenWaarom autisme bij vrouwen zo vaak laat herkend wordt
Eerst heette het angst. Toen somberheid. Misschien iets met je persoonlijkheid. En pas veel later viel het woord autisme. Klinisch psycholoog Annelies Spek en Ank Goosen beschrijven waarom dat vrouwen zo vaak overkomt, wat compenseren met je doet, en waarom een vroege diagnose zoveel uitmaakt.
Vrouwen met autisme kregen in het verleden vaker een verkeerde diagnose, en de juiste komt dan pas later. Vaak na een lange route langs andere verklaringen. Klinisch psycholoog Annelies Spek beschreef, deels samen met Ank Goosen, in drie artikelen waarom autisme bij vrouwen zo vaak wordt gemist of moeilijk te herkennen is. De rode draad: vrouwen zijn goed in verbergen, en de wereld om hen heen kijkt naar de verkeerde dingen.
De kennis over autisme kwam van mannen
Autisme komt voor bij ongeveer 1% van de bevolking. De verhouding tussen mannen en vrouwen wordt geschat op 2 tot 5 staat tot 1, schreef Spek in 2018. Wetenschappelijk onderzoek en casusbeschrijvingen gingen tot dan toe vooral over mannen. Pas recent kwam er meer aandacht voor de manier waarop autisme zich bij vrouwen uit.
Spek en Goosen wezen in 2013 op iets opvallends aan die verhouding. Bij mensen met een verstandelijke beperking is het verschil tussen mannen en vrouwen veel kleiner dan bij mensen met een gemiddelde of hoge intelligentie. Hun conclusie: een autismediagnose wordt blijkbaar vaker gesteld bij vrouwen met een lage intelligentie dan bij slimme vrouwen. Waarom dat zo is, is volgens hen nog onduidelijk. Een van de theorieën die ze bespreken, is dat slimme vrouwen hun autisme beter kunnen compenseren, waardoor het minder opvalt. Die theorie is volgens de auteurs nog onvoldoende onderzocht.
Over de bronnen. Annelies Spek is klinisch psycholoog en hoofd van het Autisme Expertisecentrum. Ank Goosen is psycholoog en werkte met haar bij het Centrum Autisme Volwassenen van GGz Eindhoven, waar Goosen een groep vrouwen met autisme begeleidde. Samen publiceerden ze in 2009 en 2013 over autisme bij vrouwen; Spek schreef in 2018 een nascholingsartikel over de diagnostiek.
Reden 1: je hebt jezelf geleerd om normaal te lijken
Vrouwen met autisme vertellen zelf dat ze sociaal gedrag hebben geleerd door naar anderen te kijken en hen te imiteren. Mensen op gevoel aanvoelen is lastig, maar de wens om aan de verwachtingen te voldoen is groot. Zo groot dat ze daarbij makkelijk over hun eigen grenzen gaan.
Spek en Goosen beschrijven de trucjes: vaste beginzinnen voor een gesprek, aangeleerd oogcontact. Het lijkt wederkerigheid, maar het is analyseren. De beperkingen komen pas boven waar analyseren niet werkt en aanvoelen nodig is. Eén theorie die zij bespreken, verklaart waarom juist meisjes zo hard compenseren: autistische trekken worden bij een meisje minder geaccepteerd dan bij een jongen. Dus leert ze zichzelf aan om iemand aan te kijken en een praatje te maken, en raakt het autisme gemaskeerd. Hoe slimmer, hoe beter dat lukt. De auteurs zeggen er eerlijk bij dat deze theorie nog onvoldoende is onderzocht.
'Vroeger stond mijn gezicht altijd neutraal, toen zei iemand dat ik eens wat vaker moest lachen, dat ben ik dus gaan doen.'
Het lukt, en dat is precies het probleem. Waar mannen met autisme een sociaal gesprek eerder vermijden, zitten vrouwen het vaak uit. Van buiten zie je iemand die functioneert. Wat je niet ziet, is de energie die het kost.
Reden 2: je interesses vallen niemand op
Jongens met autisme zijn vaak gefascineerd door visueel-ruimtelijke dingen zoals treinen of draaiende voorwerpen. Bij meisjes gaat het om onderwerpen die niemand vreemd vindt, zoals prinsessen of dieren. Zo'n fascinatie wordt daardoor vaak niet als fascinatie herkend, of krijgt een ander etiket. Ook bij volwassen vrouwen zijn de interesses minder excentriek dan bij mannen, terwijl de intensiteit en de hinder in het dagelijks leven niet verschillen. Meer daarover in het artikel over hyperfocus.
Reden 3: de hulpverlener ziet eerst iets anders
Vrouwen met autisme hebben doorgaans meer klachten dan mannen met autisme, zoals angst en somberheid. Ze komen ook eerder met de hulpverlening in aanraking: mannen meestal pas als volwassene, vrouwen vaak al jong. En ze kregen in het verleden vaker een foutieve diagnose.
Die bijkomende klachten ontnemen het zicht. Een hulpverlener ziet de depressieve klachten of de angst, en omdat autisme bij vrouwen minder vaak voorkomt, komt de gedachte dat daar autisme onder zou kunnen zitten vaak niet op. Dat wordt nog versterkt doordat vrouwen zo veel moeite doen om zich sociaal gedrag eigen te maken.
- Sociale angst? Bij sociale angst is iemand doorgaans overmatig tactvol, uit angst anderen te kwetsen. Bij autisme is tact juist het probleem: je voelt niet goed aan wat de ander prettig vindt.
- Borderline? Ongepast of niet tactvol gedrag is bij vrouwen met autisme vaak eerder uitgelegd als manipulatie of een probleem met emoties.
- Alleen een observatie? Omdat vrouwen compenseren, geven observaties vaak te weinig informatie. Observatie-instrumenten zoals de ADOS zijn bij vrouwen waarschijnlijk onvoldoende valide.
Hoe die verwarring met borderline precies werkt, lees je in autisme of borderline bij vrouwen.
Reden 4: de criteria kunnen vrouwen missen
Voor een diagnose volgens de DSM-5 moet iemand voldoen aan alle drie de criteria voor sociale communicatie, en aan minstens twee van de vier voor stereotiepe patronen. Spek en Goosen waarschuwden in 2013 dat dit bij vrouwen tot onderdiagnostiek kan leiden. Veel vrouwen hebben enige sociale contacten, sommigen hebben non-verbale communicatie aangeleerd, en stereotiep gedrag valt bij hen minder op. Een diagnosticus moet dus doorvragen naar wat eronder zit.
Sinds de DSM-5 telt sensorische over- en ondergevoeligheid mee als criterium. Dat is volgens Spek en Goosen een verbetering, omdat juist vrouwen met autisme op dat gebied veel lijdensdruk ervaren. Lees meer in prikkels en lichaamssignalen bij autisme.
Wat een late diagnose je kost
Spek en Goosen leggen twee onderzoeken naast elkaar. In het ene, waarin iedereen als kind was gediagnosticeerd, verschilden mannen en vrouwen niet in bijkomende klachten. In het andere, waarin de diagnose pas op volwassen leeftijd kwam, rapporteerden vrouwen meer klachten: piekeren, wantrouwen, somberheid en lichamelijke klachten.
Hun mogelijke verklaring: wie pas laat een diagnose krijgt, heeft al jaren geprobeerd zich aan te passen, met alle frustratie en onbegrip die daarbij horen. Daardoor ontstaan er mogelijk meer problemen en psychische klachten. Bij vrouwen geldt dat waarschijnlijk het sterkst, omdat zij meer dan mannen worden aangemoedigd om zich aangepast te gedragen. Een vroege diagnose geeft meer kans op passende begeleiding, en daarom vinden de auteurs dat diagnostiek op jonge leeftijd meer aandacht verdient, juist ook bij meisjes.
Dat dit niet lukt wordt dan veelvuldig toegeschreven aan een 'niet willen', in plaats van een 'niet kunnen' wat bij vrouwen met autisme het geval is.
Dat "niet willen" is misschien wel de grootste schade van een gemiste diagnose. Wie steeds te horen krijgt dat ze niet genoeg haar best doet, gaat steeds sterker geloven dat ze tekortschiet.
Wat je nu kunt doen
Herken je jezelf in dit verhaal? Dan is een diagnose één route, via de reguliere zorg. Houd rekening met de wachttijden. Los daarvan beschrijven Spek en Goosen wat in de begeleiding van vrouwen met autisme belangrijk is.
- Snappen waarom het zo ging
Psycho-educatie, uitleg over hoe autisme werkt, kan vrouwen helpen om te begrijpen waarom bepaalde situaties zo moeilijk verliepen. Dat kan volgens Spek helpen.
- Horen dat het geen onwil is
Bespreken dat je niet schuldig bent aan je moeite met sociaal contact, en dat je niet nog beter je best hoeft te doen.
- Je sterke kanten terugvinden
Samen kijken naar waar je wel goed in bent, om je gevoel van eigenwaarde te herstellen. Vrouwen met autisme noemen zelf vaak creativiteit, analytisch denken en redeneren.
- Vrouwen ontmoeten die het herkennen
De meeste vrouwen met autisme hebben baat bij lotgenotencontact. Het is laagdrempelig, omdat je je minder hoeft aan te passen.
Welke kenmerken je dan precies bij jezelf kunt herkennen, staat in autisme bij vrouwen: 7 kenmerken die vaak over het hoofd worden gezien.
Vragen over late herkenning
Waarom wordt autisme bij vrouwen minder snel herkend dan bij mannen?
Spek en Goosen noemen meerdere redenen. Vrouwen compenseren meer op sociaal en communicatief gebied, bijvoorbeeld met aangeleerd oogcontact en vaste beginzinnen. Hun intensieve interesses gaan vaak over gewone onderwerpen en vallen daardoor minder op. En vrouwen met autisme ontwikkelen vaak bijkomende klachten zoals angst en somberheid, waardoor een hulpverlener vooral die klachten ziet.
Hoe vaak komt autisme voor bij vrouwen?
Autisme komt voor bij ongeveer 1% van de bevolking, schreef Annelies Spek in 2018, en de verhouding mannen-vrouwen wordt geschat op 2 tot 5 staat tot 1. Bij mensen met een hoge intelligentie is het verschil volgens Spek en Goosen veel groter dan bij mensen met een verstandelijke beperking, wat erop wijst dat autisme bij slimme vrouwen minder vaak wordt vastgesteld.
Wat doet een late diagnose met je?
Volgens Spek en Goosen is er bij een diagnose op volwassen leeftijd vaak al veel onbegrip ontstaan, en heeft het proberen aan te passen langer geduurd. Daardoor ontstaan er mogelijk meer problemen en psychische klachten. Bij vrouwen speelt dat volgens hen waarschijnlijk het sterkst, omdat zij meer worden aangemoedigd om zich aangepast te gedragen.
Kan een observatie autisme bij een vrouw uitsluiten?
Nee. Omdat vrouwen compenseren, geven observaties alleen vaak te weinig informatie. Spek en Goosen schrijven dat observatie-instrumenten zoals de ADOS daarom waarschijnlijk onvoldoende valide zijn voor de diagnostiek bij vrouwen. Doorvragen naar wat eronder zit is nodig.
Wachten op een diagnose, of nu al beginnen?
Een diagnose loopt via je huisarts en de ggz, en dat duurt. Voor begeleiding bij het vastlopen hoef je daar niet op te wachten. DiversaMente begeleidt vrouwen met (een vermoeden van) ADHD of autisme, zonder diagnose en zonder verwijzing. Kortdurend, wandelend in Haarlem, de duinen of aan het strand.
Plan een gratis kennismaking van 20 minuten, online. Geen wachtlijst, geen verwijzing nodig.
Maan rondde in 2016 haar master Klinische Psychologie af aan de Universiteit van Amsterdam en werkte daarna tien jaar met uiteenlopende psychische klachten, het grootste deel binnen grootschalige ggz-instellingen. Ze is geschoold in cognitieve gedragstherapie, ACT, mindfulness, EMDR en oplossingsgerichte psychotherapie, en heeft zich de laatste jaren toegelegd op het neurodivergente brein. Met DiversaMente begeleidt ze vrouwen met ADHD of autisme, wandelend in Haarlem, de duinen en aan het strand.
Waar dit artikel op is gebaseerd
De inzichten in dit artikel komen uit klinisch onderzoek, in het bijzonder het werk van klinisch psycholoog Annelies Spek (hoofd van het Autisme Expertise Centrum) en psychiater Sandra Kooij (hoofd van het specialisme ADHD bij volwassenen en medeoprichter van het H3-netwerk). Ze zijn hier in eigen woorden samengevat. De volledige publicaties:
- Spek, A.A. (2018). Diagnostiek van autismespectrumstoornissen bij vrouwen. PsyXpert, maart 2018, nummer 1, p. 23-29.
https://www.anneliesspek.nl/wp-content/uploads/2018/03/diagnostiek-bij-vrouwen_psyxpert_kl.pdf - Spek, A. & Goosen, A. (2013). Autismespectrumstoornissen bij meisjes en vrouwen. Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme, nummer 2, juni 2013, p. 62-67 (rubriek 'Een eerste verkenning').
https://www.anneliesspek.nl/wp-content/uploads/2018/03/WTA-ASS-bij-meisjes-en-vrouwen-1.pdf - Spek, A. & Goosen, A. (2009). Autismespectrumstoornissen bij vrouwen. Engagement met autisme, nummer 6, december 2009, p. 36-38.
https://www.anneliesspek.nl/wp-content/uploads/2018/03/Autisme-bij-vrouwen.pdf