DiversaMente › Cijfers › ADHD-medicatie bij vrouwen

Cijferoverzicht

ADHD-medicatie bij volwassen vrouwen in cijfers

Deze pagina brengt bij elkaar wat de Nederlandse registraties werkelijk vastleggen over ADHD-medicatie bij vrouwen. De kern is de volledige reeks 2006 tot 2024 uit CBS StatLine-tabel 81071ned, ATC-groep N06B, opgehaald via de open-data-interface van het CBS en uitgesplitst naar geslacht en leeftijd. Daarnaast staan de apotheekcijfers van de SFK, de huisartsregistratie van Nivel en het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3, zodat zichtbaar is waar de bronnen elkaar bevestigen en waar ze uiteenlopen.

Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.

147.690vrouwen met ADHD-medicatie, 2024

In 2024 kregen 147.690 vrouwen in Nederland een middel uit ATC-groep N06B verstrekt dat vergoed wordt uit de basisverzekering, tegenover 20.055 vrouwen in 2006, een toename met een factor 7,4 in achttien jaar.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

45,0%aandeel vrouwen in alle verstrekkingen, 2024

Van de 328.470 personen die in 2024 ADHD-medicatie kregen was 45,0 procent vrouw, terwijl vrouwen in 2006 nog 25,6 procent van de 78.390 personen vormden.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

3,08%vrouwen 25 tot 35 jaar, 2024

Van de vrouwen van 25 tot 35 jaar kreeg in 2024 3,08 procent ADHD-medicatie, meer dan de 2,81 procent bij mannen van dezelfde leeftijd, terwijl de verhouding in 2006 nog 0,20 tegen 0,36 procent was.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

138.000vrouwen van 18 tot en met 60 jaar, 2025

Openbare apotheken verstrekten in 2025 aan 138.000 vrouwen van 18 tot en met 60 jaar ADHD-medicatie tegenover 129.000 mannen, een tweede meetbron die dezelfde kanteling laat zien.

Bron: SFK, Meer vrouwen dan mannen met ADHD-medicatie, 9 april 2026

Deel 1

Het landelijke beeld: achttien jaar vrouwen met ADHD-medicatie

CBS-tabel 81071ned legt vanaf 2006 per jaar vast hoeveel personen minstens één keer een middel uit ATC-groep N06B vergoed kregen. Dat maakt een onafgebroken reeks van negentien meetjaren mogelijk.

20.055 naar 147.690vrouwen, 2006 tot 2024

Het aantal vrouwen met een verstrekking uit N06B liep op van 20.055 in 2006 naar 147.690 in 2024, waarbij het absolute aantal in elk afzonderlijk meetjaar hoger lag dan het jaar ervoor.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

1,60%van alle vrouwen in Nederland, 2024

Uitgedrukt in de vrouwelijke bevolking ging het in 2024 om 1,60 procent, tegen 0,24 procent in 2006; bij mannen lag het aandeel in 2024 op 1,97 procent en in 2006 op 0,71 procent.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

+14,5%vrouwen, 2023 naar 2024

Tussen 2023 en 2024 nam het aantal vrouwen met ADHD-medicatie met 14,5 procent toe, na stijgingen van 16,5 procent in 2023 en 12,8 procent in 2022, terwijl de jaargroei tussen 2016 en 2018 nog rond de 3 procent lag.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

328.470personen in totaal, 2024

In totaal kregen 328.470 personen in 2024 ADHD-medicatie verstrekt, oftewel 1,78 procent van de bevolking, tegen 78.390 personen en 0,47 procent in 2006.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

Personen met een verstrekking uit ATC-groep N06B, 2006 tot 2024

JaarVrouwen (aantal)Vrouwen (%)Mannen (%)Totaal (%)Aandeel vrouwen
200620.0550,24%0,71%0,47%25,6%
200724.9400,30%0,86%0,57%26,1%
200830.1050,36%0,99%0,67%26,8%
200936.0700,42%1,13%0,77%27,6%
201044.2750,52%1,29%0,90%29,0%
201151.9800,61%1,43%1,01%30,2%
201257.3950,67%1,53%1,09%30,7%
201362.9250,73%1,61%1,16%31,6%
201469.0650,80%1,70%1,24%32,3%
201573.4050,84%1,72%1,28%33,2%
201675.9450,87%1,73%1,30%33,7%
201777.8400,88%1,70%1,29%34,5%
201880.0400,90%1,68%1,29%35,2%
201985.0650,95%1,70%1,32%36,2%
202089.0801,00%1,69%1,34%37,3%
202198.1801,09%1,71%1,40%39,2%
2022110.7551,21%1,76%1,49%41,0%
2023128.9901,40%1,86%1,63%43,2%
2024147.6901,60%1,97%1,78%45,0%

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

De cijfers over 2024 zijn voorlopig, de eerdere jaren zijn definitief. Het aandeel vrouwen is berekend als het aantal vrouwen gedeeld door het totaal aantal personen in hetzelfde jaar.

Deel 2

Waar de groei zit: per leeftijdsgroep bij vrouwen

De landelijke stijging verbergt dat de groei zeer ongelijk over de leeftijden verdeeld is. Onder de 15 jaar staat de reeks vrijwel stil, tussen 25 en 55 jaar vermenigvuldigt hij zich.

37.275vrouwen 25 tot 35 jaar, 2024

De groep vrouwen van 25 tot 35 jaar is in absolute aantallen de sterkst gegroeide groep, van 2.140 vrouwen in 2006 naar 37.275 in 2024, een factor 17,4.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

88.875vrouwen van 25 jaar en ouder, 2024

In 2024 waren 88.875 van de 147.690 vrouwen met ADHD-medicatie 25 jaar of ouder, tegen 9.945 in 2006 en 25.995 in 2013.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

+141%vrouwen 25 tot 35 jaar, 2019 tot 2024

In vijf jaar groeide de groep vrouwen van 25 tot 35 jaar met 141 procent, van 15.480 naar 37.275, terwijl de groep meisjes onder de 15 jaar in dezelfde periode met 2 procent toenam.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

27.500vrouwen van 45 jaar en ouder, 2024

Ook boven de 45 jaar is de reeks gegroeid, van 5.270 vrouwen in 2006 naar 14.935 in 2019 en 27.500 in 2024.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Vrouwen met een verstrekking uit N06B naar leeftijdsgroep, aandeel van de leeftijdsgroep

Leeftijdsgroep2006201320192024Aantal 2024Factor 2006 naar 2024
0 tot 15 jaar0,43%1,39%1,26%1,29%17.110x 2,7
15 tot 25 jaar0,39%1,70%2,45%3,77%41.710x 10,9
25 tot 35 jaar0,20%0,81%1,37%3,08%37.275x 17,4
35 tot 45 jaar0,20%0,71%1,10%2,13%24.100x 9,5
45 tot 55 jaar0,14%0,45%0,74%1,43%16.335x 9,7
55 tot 65 jaar0,10%0,19%0,33%0,63%7.970x 7,6
65 tot 75 jaar0,11%0,09%0,12%0,21%2.180x 2,8
75 jaar of ouder0,24%0,11%0,07%0,10%1.015x 0,6
Totaal0,24%0,73%0,95%1,60%147.690x 7,4

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

De percentages zijn de percentages die het CBS zelf in de tabel publiceert, berekend op de bevolking in diezelfde leeftijdsgroep en hetzelfde geslacht. De groep van 75 jaar en ouder is de enige groep waarin het aantal vrouwen daalde.

Deel 3

De verhouding tussen vrouwen en mannen per leeftijdsgroep

Over de hele bevolking krijgen mannen vaker ADHD-medicatie dan vrouwen. In de leeftijdsvakken tussen 20 en 50 jaar is die verhouding in 2023 en 2024 omgedraaid.

2023eerste jaar met vrouwen boven mannen, 20 tot 30 jaar

2023 is het eerste meetjaar waarin het aandeel vrouwen met ADHD-medicatie in de vakken 20 tot 25 jaar en 25 tot 30 jaar hoger lag dan het aandeel mannen, en in 2024 was dat verschil groter geworden.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

2024eerste jaar met vrouwen boven mannen, 30 tot 50 jaar

In 2024 kwamen ook de vakken 30 tot 35, 35 tot 40, 40 tot 45 en 45 tot 50 jaar voor het eerst boven de mannelijke percentages uit, elk met een verschil van ten hoogste 0,07 procentpunt.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

3,47% tegen 2,99%vrouwen en mannen 25 tot 30 jaar, 2024

In het vak 25 tot 30 jaar is het verschil het grootst: 3,47 procent van de vrouwen tegen 2,99 procent van de mannen, terwijl de verhouding in 2019 nog 1,53 tegen 1,92 procent was.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

0,81verhouding vrouwen op mannen, alle leeftijden 2024

Over alle leeftijden samen blijft het beeld anders: het aandeel vrouwen is 0,81 keer het aandeel mannen, omdat de grote verschillen bij kinderen en jongeren het totaal domineren.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

Aandeel met een verstrekking uit N06B per leeftijdsvak, vrouwen tegenover mannen, 2024

LeeftijdsvakVrouwenMannenVerhouding v op mEerste jaar vrouwen hoger
0 tot 15 jaar1,29%3,22%0,40geen omslag
15 tot 20 jaar4,09%5,50%0,74geen omslag
20 tot 25 jaar3,50%3,11%1,132023
25 tot 30 jaar3,47%2,99%1,162023
30 tot 35 jaar2,70%2,63%1,032024
35 tot 40 jaar2,28%2,26%1,012024
40 tot 45 jaar1,98%1,91%1,042024
45 tot 50 jaar1,71%1,70%1,012024
50 tot 55 jaar1,19%1,20%0,99geen omslag
55 tot 60 jaar0,80%0,83%0,96geen omslag
60 tot 65 jaar0,46%0,52%0,88geen omslag
Totaal1,60%1,97%0,81geen omslag

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Het eerste jaar waarin vrouwen hoger uitkomen is bepaald door per leeftijdsvak de hele reeks 2006 tot 2024 te vergelijken. Omdat 2024 voorlopig is, kan een omslag die alleen in 2024 zichtbaar is nog verschuiven.

Deel 4

Bij meisjes en jongens onder de 15 jaar gebeurt iets anders

In de kinderleeftijd bereikte het medicatiegebruik zijn hoogste punt rond 2014 en daalde daarna. Het verschil tussen jongens en meisjes is wel kleiner geworden, niet omdat meisjes stegen maar vooral omdat jongens daalden.

1,45% in 2014meisjes 0 tot 15 jaar, hoogste meetjaar

Bij meisjes onder de 15 jaar lag het hoogste aandeel in 2014 op 1,45 procent, waarna het terugliep naar 1,22 procent in 2021 en in 2024 op 1,29 procent stond.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

4,35% naar 3,22%jongens 0 tot 15 jaar, 2014 tot 2024

Bij jongens onder de 15 jaar daalde het aandeel van 4,35 procent in 2014 naar 3,22 procent in 2024, een afname in tien opeenvolgende meetjaren.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

7,25% tegen 3,02%jongens en meisjes 10 tot 15 jaar, 2024

Het grootste verschil tussen de seksen zit in het vak 10 tot 15 jaar, waar in 2024 7,25 procent van de jongens en 3,02 procent van de meisjes ADHD-medicatie kreeg.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2024

4,8 naar 2,5verhouding jongens op meisjes, 0 tot 15 jaar

De verhouding tussen het aandeel jongens en het aandeel meisjes onder de 15 jaar ging van 4,8 in 2006 naar 3,1 in 2013 en 2,5 in 2024.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Kinderen van 0 tot 15 jaar met een verstrekking uit N06B, 2006 tot 2024

JaarMeisjes (aantal)Meisjes (%)Jongens (aantal)Jongens (%)Verhouding j op m
20066.2650,43%31.5352,07%4,8
20078.0550,56%37.8352,50%4,5
20089.8450,69%43.4602,89%4,2
200911.9250,83%48.6953,25%3,9
201014.5051,02%54.4503,64%3,6
201116.7951,18%58.9853,96%3,4
201218.2901,29%61.7704,17%3,2
201319.4951,39%63.0454,29%3,1
201420.1301,45%63.3904,35%3,0
201519.8301,44%61.2804,25%3,0
201618.7901,38%58.1004,05%2,9
201717.9651,32%55.0753,87%2,9
201817.2001,28%52.0853,69%2,9
201916.8251,26%50.2403,58%2,8
202016.4451,24%47.8153,42%2,8
202116.2651,22%46.3153,31%2,7
202216.5551,23%45.8753,26%2,7
202316.9551,27%45.4353,24%2,6
202417.1101,29%44.8203,22%2,5

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Het jaar 2014 is gemarkeerd omdat zowel het meisjes- als het jongenspercentage in dat jaar zijn hoogste waarde in de hele reeks bereikte.

Deel 5

De apotheekcijfers: een tweede meetbron met dezelfde kanteling

De Stichting Farmaceutische Kengetallen telt verstrekkingen via Nederlandse openbare apotheken en gebruikt een andere leeftijdsindeling dan het CBS. De niveaus wijken daardoor af, de richting is dezelfde.

118.000 tegen 116.000vrouwen en mannen, 2024

De SFK plaatst de kanteling in 2024, toen het aantal vrouwen met ADHD-medicatie met 118.000 gebruiksters boven de 116.000 mannelijke gebruikers uitkwam.

Bron: SFK, Meer vrouwen dan mannen met ADHD-medicatie, 9 april 2026

+22%vrouwen 40 tot en met 60 jaar, 2025

In 2025 was de groei per duizend inwoners het sterkst in de leeftijdsgroep 40 tot en met 60 jaar, met 22 procent bij vrouwen en 15 procent bij mannen, waarna beide groepen op 16 gebruikers per 1.000 inwoners uitkwamen.

Bron: SFK, Meer vrouwen dan mannen met ADHD-medicatie, 9 april 2026

27,4 per 1.000volwassen vrouwen, 2023

Bij volwassenen steeg het aantal vrouwen met ADHD-medicatie van 22,8 per 1.000 in 2022 naar 27,4 per 1.000 in 2023, een toename van 20 procent, tegenover 25,2 naar 27,9 per 1.000 bij mannen.

Bron: SFK, 20% meer vrouwen met ADHD-medicatie, 8 februari 2024

360.000gebruikers van ADHD-medicatie, 2025

Het totaal aantal gebruikers van ADHD-medicatie kwam in 2025 naar schatting op circa 360.000 uit, tegen 340.000 in 2024 en 260.000 in 2021.

Bron: SFK, Aantal gebruikers van ADHD-medicatie +5,2%, 11 december 2025

78 miljoen eurokosten ADHD-medicatie, 2022

De totale kosten van ADHD-medicatie stegen in 2022 met 14,7 procent, van 68 miljoen naar 78 miljoen euro, sneller dan het aantal gebruikers omdat de kosten per gebruiker van dexamfetamine en lisdexamfetamine ongeveer vier keer zo hoog lagen als van methylfenidaat.

Bron: SFK, Toename volwassen gebruikers ADHD-medicatie, 26 oktober 2023

Gebruikers van ADHD-medicatie per 1.000 inwoners volgens de SFK, 2025

LeeftijdsgroepVrouwenMannenGroei vrouwen t.o.v. 2024Groei mannen t.o.v. 2024
18 t/m 25 jaar4337+9,1%+3,4%
26 t/m 39 jaar3633+20%+14%
40 t/m 60 jaar1616+22%+15%

Bron: SFK, Meer vrouwen dan mannen met ADHD-medicatie, 9 april 2026

De SFK meldde eerder dat methylfenidaat in 2023 het meest verstrekte middel was bij volwassenen van 18 tot 49 jaar, bij 72 procent van de mannen en 68 procent van de vrouwen, gevolgd door dexamfetamine. Bij kinderen van 6 tot 17 jaar ging het om 83 procent van de jongens en 82 procent van de meisjes.

Over de hele gebruikersgroep telde methylfenidaat in 2025 naar schatting 275.000 gebruikers, dexamfetamine 68.000 en lisdexamfetamine 59.000. Omdat iemand in één jaar meerdere middelen kan krijgen, is de som van die drie hoger dan het totaal van circa 360.000 gebruikers.

De SFK-aantallen liggen lager dan de CBS-aantallen voor dezelfde jaren omdat de SFK andere leeftijdsgrenzen gebruikt en alleen verstrekkingen via openbare apotheken telt.

Deel 6

Wie voor het eerst ADHD-medicatie krijgt

Het CBS heeft voor 2023 uitgerekend hoeveel mensen met ADHD-medicatie die medicatie het jaar ervoor niet kregen. Dat getal zegt iets over het tempo waarin nieuwe gebruikers instromen.

32%vrouwen met ADHD-medicatie, 2023

Van de vrouwen die in 2023 ADHD-medicatie kregen had 32 procent die medicatie een jaar eerder niet, tegen 25 procent van de mannen en 28 procent van alle gebruikers.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

52%van de nieuwe gebruikers, 2023

Van de nieuwe gebruikers in 2023 was 52 procent 25 jaar of ouder, wat betekent dat de instroom niet langer overwegend uit de kinderleeftijd komt.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

17%nieuwe vrouwelijke gebruikers, 20 tot 25 jaar

Het vijfjaarsvak met de meeste nieuwe vrouwelijke gebruikers was 20 tot 25 jaar met 17 procent, terwijl dat bij mannen het vak 10 tot 15 jaar was met 15 procent.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

24%nieuwe gebruikers bij 45 jaar en ouder

Van de kinderen tot 10 jaar met ADHD-medicatie was in 2023 de helft nieuwe gebruiker, van de groep 10 tot 45 jaar 28 procent en van de groep van 45 jaar en ouder 24 procent.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

Het CBS schreef op basis van deze verdeling dat vrouwen later lijken te starten met ADHD-medicatie. Dat is een uitspraak over het moment van starten, niet over de vraag of er een diagnose gemist is.

Deel 7

Medicatiecijfers naast prevalentiecijfers

Hoeveel vrouwen medicatie krijgen is niet hetzelfde als hoeveel vrouwen ADHD hebben. Drie Nederlandse bronnen meten drie verschillende dingen en komen op drie verschillende getallen uit.

2,7%vrouwen, jaarprevalentie ADHD in de volwassenheid

Het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 uit de periode 2019 tot 2022 komt op een jaarprevalentie van ADHD in de volwassenheid van 3,2 procent, bij mannen 3,7 procent en bij vrouwen 2,7 procent, een verschil dat statistisch significant is.

Bron: VZinfo, ADHD, bevolkingsonderzoek NEMESIS-3

404.600volwassenen met ADHD, NEMESIS-3

Die 3,2 procent komt overeen met ongeveer 404.600 volwassenen, waarbij de prevalentie het hoogst is bij 35- tot en met 44-jarigen met 5,5 procent en het laagst bij 65-plussers met 1,0 procent.

Bron: VZinfo, ADHD, bevolkingsonderzoek NEMESIS-3

180.000vrouwen met ADHD-achtige symptomen bij de huisarts, 2024

In de huisartsregistratie van Nivel waren in 2024 naar schatting 396.200 mensen met ADHD-achtige symptomen bekend, 216.100 mannen en 180.000 vrouwen, oftewel 24,2 per 1.000 mannen en 19,9 per 1.000 vrouwen.

Bron: VZinfo, ADHD naar type, Nivel Zorgregistraties 2024

3,0%vrouwen, ADHD in de kindertijd

Voor ADHD in de kindertijd komt NEMESIS-3 op 3,6 procent, bij mannen 4,3 procent en bij vrouwen 3,0 procent, vastgesteld door volwassenen retrospectief te vragen naar symptomen voor hun twaalfde.

Bron: VZinfo, ADHD, bevolkingsonderzoek NEMESIS-3

3,2% tegen 6,1%meisjes en jongens van 4 tot 12 jaar, 2024

In de CBS-Gezondheidsenquête van 2024 zei 4,7 procent van de ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar dat hun kind ADHD of ADD heeft, bij meisjes 3,2 procent en bij jongens 6,1 procent, en 1,8 procent van de meisjes tegen 5,1 procent van de jongens vertoonde volgens de ouders symptomen.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut, Cijfers over ADHD

148.365jongeren van 0 tot 25 jaar met ADHD-middelen, 2023

Bij de jeugd kregen in 2023 148.365 kinderen en jongeren van 0 tot 25 jaar ADHD-middelen verstrekt tegen 55.315 in 2006, waarbij 10- tot 15-jarigen met 5,2 procent het vaakst medicatie kregen.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut, Cijfers over ADHD

Drie Nederlandse meetbronnen over ADHD bij vrouwen

BronWat wordt gemetenVrouwenMannenMeetjaar
CBS StatLine 81071nedvergoede verstrekking uit N06B1,60%1,97%2024
Nivel ZorgregistratiesADHD-achtige symptomen bij de huisarts19,9 per 1.00024,2 per 1.0002024
NEMESIS-3DSM-5-jaarprevalentie ADHD, volwassenen2,7%3,7%2019 tot 2022
NEMESIS-3DSM-5-prevalentie ADHD in de kindertijd3,0%4,3%2019 tot 2022

Bron: VZinfo, ADHD, bevolkingsonderzoek NEMESIS-3

Nivel splitst de huisartsregistratie uit over twee ICPC-codes. Voor overactief kind of hyperkinetisch syndroom (P21) ging het in 2024 om 158.000 vrouwen en 193.300 mannen, oftewel 17,5 en 21,6 per 1.000. Voor geheugen-, concentratie- en oriëntatiestoornissen (P20, tot 45 jaar) om 24.100 vrouwen en 24.600 mannen, in beide gevallen 5,1 per 1.000.

Het Nederlands Jeugdinstituut schrijft dat niet bekend is hoeveel kinderen en jongeren in Nederland op dit moment ADHD hebben, omdat recente Nederlandse registraties daarvoor ontbreken. Internationaal ligt de gemiddelde prevalentie bij kinderen en jongeren op 5,3 procent, een meta-analyse van prevalentieonderzoeken komt op een band van 4 tot 13 procent en na correctie voor methodologische verschillen op 5,9 tot 7,1 procent, en de Gezondheidsraad kwam in 2014 op 2 tot 7 procent.

De percentages in deze tabel zijn niet onderling optelbaar of vergelijkbaar: ze hebben verschillende noemers, verschillende definities en verschillende meetjaren.

Deel 8

Hoeveel dagdoses er achter de aantallen zitten

Naast personen publiceert het CBS het aantal verstrekte standaarddagdoses (DDD). Dat maakt onderscheid mogelijk tussen meer gebruikers en langer of hoger gedoseerd gebruik.

33,9 miljoendagdoses bij vrouwen, 2023

In 2023 werden bij vrouwen 33.915 duizend standaarddagdoses uit N06B verstrekt, tegen 50.661 duizend bij mannen en 84.576 duizend in totaal.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2023

+47%dagdoses bij vrouwen, 2020 tot 2023

Het aantal dagdoses bij vrouwen groeide tussen 2020 en 2023 met 47 procent, van 23.010 duizend naar 33.915 duizend, terwijl de groei bij mannen in die periode 21 procent was.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

3.687dagdoses per 1.000 vrouwen, 2023

Per 1.000 vrouwen ging het in 2023 om 3.687 dagdoses tegen 5.564 per 1.000 mannen, een verschil dat groter is dan het verschil in het aantal personen.

Bron: CBS StatLine 81071ned, N06B, 2023

263 tegen 299dagdoses per gebruiker, 2023

Teruggerekend naar de gebruiker kwamen vrouwen in 2023 op gemiddeld 263 dagdoses en mannen op 299, wat betekent dat de snellere groei bij vrouwen vooral uit nieuwe gebruikers komt en niet uit intensiever gebruik.

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Verstrekte standaarddagdoses uit N06B, 2020 tot 2023

JaarVrouwen (x 1.000 DDD)Mannen (x 1.000 DDD)Per 1.000 vrouwenPer 1.000 mannen
202023.01041.9252.5734.735
202125.47843.9552.8324.932
202229.32546.7953.2125.185
202333.91550.6613.6875.564

Bron: CBS open data 81071ned, TypedDataSet

Het CBS publiceert dagdoses uit deze tabel alleen voor 2020 tot en met 2023. Voor 2024 zijn de DDD's niet opgenomen omdat ze onvoldoende betrouwbaar bleken, en voor de jaren voor 2020 staan ze niet in de tabel.

Deel 9

Verschillen naar inkomen en herkomst

Het CBS heeft de cijfers over 2023 ook uitgesplitst naar inkomensgroep en herkomst, gestandaardiseerd voor leeftijd. Daarmee is zichtbaar dat het medicatiegebruik niet gelijk verdeeld is over de bevolking.

1,81% tegen 1,46%laagste en hoogste inkomenskwintiel, 2023

In het laagste inkomenskwintiel kreeg 1,81 procent ADHD-medicatie en in het hoogste 1,46 procent, met een vrijwel rechte lijn tussen beide uitersten.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

2,17%vrouwen tot 65 jaar met Nederlandse herkomst, 2023

Van de vrouwen tot 65 jaar van wie zij en hun ouders in Nederland zijn geboren kreeg 2,17 procent ADHD-medicatie, tegen 1,64 procent van de in Nederland geboren vrouwen met minstens één in het buitenland geboren ouder en 0,66 procent van de zelf in het buitenland geboren vrouwen.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

1,76% tegen 2,28%vrouwen en mannen tot 65 jaar, 2023

Gestandaardiseerd voor leeftijd tot 65 jaar lag het aandeel met ADHD-medicatie in 2023 op 1,76 procent bij vrouwen en 2,28 procent bij mannen.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

0,67%vrouwen met Marokkaanse herkomst, 2023

Het laagste aandeel binnen de herkomstgroepen is te vinden bij vrouwen met een Marokkaanse herkomst met 0,67 procent en een Turkse herkomst met 0,71 procent, het hoogste bij een Indonesische herkomst met 1,65 procent.

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

Aandeel met ADHD-medicatie naar herkomst, tot 65 jaar, gestandaardiseerd voor leeftijd, 2023

HerkomstVrouwenMannen
Nederland2,17%2,82%
Europa, exclusief Nederland1,06%1,32%
Marokko0,67%0,90%
Turkije0,71%0,81%
Suriname1,04%1,28%
Nederlandse Cariben1,33%1,75%
Indonesië1,65%1,86%
Overig buiten Europa1,00%1,11%
Totaal1,76%2,28%

Bron: CBS, Verstrekking ADHD-middelen sinds 2006 verviervoudigd, 14 juli 2025

Deze uitsplitsing betrof bij publicatie de voorlopige cijfers over 2023 en is gestandaardiseerd voor leeftijd tot 65 jaar, zodat verschillen in leeftijdsopbouw tussen de groepen het beeld niet vertekenen.

Lees dit eerst

Valkuilen voordat je deze cijfers citeert

  1. Een verstrekking is geen diagnose CBS-tabel 81071ned telt personen aan wie een middel uit ATC-groep N06B is verstrekt dat uit de basisverzekering is vergoed. Dat is een administratieve gebeurtenis, niet een vastgestelde ADHD-diagnose. Vrouwen met ADHD die geen medicatie krijgen staan niet in deze cijfers, en de groep N06B bevat behalve middelen bij adhd ook psychostimulantia en nootropica die om andere redenen kunnen worden voorgeschreven. Een stijging in deze reeks kan dus zowel meer diagnoses als een veranderd voorschrijfbeleid weerspiegelen.
  2. Personen, verstrekkingen en dagdoses zijn drie verschillende getallen In dezelfde tabel staan naast het aantal personen ook de verstrekte standaarddagdoses. Een persoon kan in één jaar meerdere verstrekkingen krijgen en meerdere middelen gebruiken. De SFK wijst er expliciet op dat het totaal aantal gebruikers lager is dan de som van de gebruikers per middel, precies om die reden. Een getal over gebruikers mag daarom nooit worden gepresenteerd als een getal over recepten of doses.
  3. Wat buiten de telling valt Geneesmiddelen die worden verstrekt aan opgenomen personen in ziekenhuizen en verpleeghuizen vallen buiten deze tabel; verstrekkingen aan personen in verzorgingshuizen vallen er wel in. Tot 2010 hadden de cijfers ook betrekking op verstrekkingen aan personen die in de Basisregistratie Personen stonden maar niet meer in Nederland woonden. De vroegste jaren van de reeks zijn daardoor niet volledig vergelijkbaar met de latere.
  4. Voorlopige cijfers die later veranderen De cijfers over 2024 zijn voorlopig, de eerdere jaren definitief. Het CBS-nieuwsbericht van 14 juli 2025 presenteerde 2023 nog als voorlopig; in de tabelversie van 18 december 2025 is 2023 definitief gemaakt en zijn de voorlopige cijfers over 2024 toegevoegd. Wie een cijfer uit 2024 citeert, citeert een getal dat nog kan schuiven, en een nieuwe actualisatie staat gepland voor het vierde kwartaal van 2026.
  5. CBS en SFK zijn geen uitwisselbare bronnen Het CBS telt verstrekkingen die uit de basisverzekering worden vergoed, de SFK telt verstrekkingen via Nederlandse openbare apotheken en hanteert leeftijdsgroepen als 18 tot en met 25, 26 tot en met 39 en 40 tot en met 60 jaar. Daardoor komen beide bronnen op andere niveaus uit, ook voor hetzelfde jaar. Ze mogen naast elkaar worden gelegd om een richting te bevestigen, maar hun getallen mogen niet in dezelfde reeks of dezelfde grafiek worden gezet.
  6. Percentages hangen af van de leeftijdsindeling Of een leeftijdsgroep de piek vormt, verandert met de breedte van het vak. In tienjaarsgroepen ligt bij vrouwen in 2024 het hoogste aandeel bij 15 tot 25 jaar met 3,77 procent, in vijfjaarsvakken bij 15 tot 20 jaar met 4,09 procent. Dezelfde data geeft dus verschillende koppen, afhankelijk van hoe de groepen worden geknipt. Ook een vergelijking met inkomen of herkomst vraagt standaardisatie voor leeftijd, omdat die groepen verschillen in leeftijdsopbouw.
  7. Bronnen lopen uiteen en soms zijn labels onjuist Het CBS-nieuwsbericht bevat een tabel met absolute aantallen per leeftijdsgroep waarvan de kolomkoppen ten onrechte procenten aangeven. De aantallen zelf zijn correct en komen overeen met StatLine, maar de koppen zijn dat niet. Dat is een goede herinnering dat een getal uit een nieuwsbericht altijd tegen de brontabel gelegd moet worden.
  8. Een omgeslagen verhouding is geen bewijs van gemiste diagnoses Dat vrouwen tussen 20 en 50 jaar inmiddels iets vaker medicatie krijgen dan mannen van die leeftijd, is een feit uit de registratie. Wat de oorzaak is, staat niet in deze cijfers. De Nederlandse bevolkingsonderzoeken meten ADHD juist lager bij vrouwen dan bij mannen, en er bestaat in Nederland geen meting die vaststelt hoeveel vrouwen met ADHD geen diagnose hebben. Elke uitspraak over onderdiagnose gaat daarmee verder dan het beschikbare cijfer.
Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • Het aantal vrouwen in Nederland aan wie ADHD-medicatie werd verstrekt liep tussen 2006 en 2024 op van 20.055 naar 147.690, terwijl het aantal mannen in dezelfde periode van 58.335 naar 180.775 ging.
  • Daarmee groeide het aandeel vrouwen in alle verstrekkingen van 25,6 procent naar 45,0 procent, en die verschuiving was in elk van de negentien meetjaren in dezelfde richting.
  • De groei zit vrijwel volledig in de volwassenheid: bij vrouwen van 25 tot 35 jaar is het aantal sinds 2006 met een factor 17,4 toegenomen, terwijl de groep meisjes onder de 15 jaar sinds 2014 lager staat dan in dat piekjaar.
  • In de leeftijdsvakken tussen 20 en 50 jaar is de verhouding tussen vrouwen en mannen in 2023 en 2024 omgeslagen, met in 2024 3,47 procent van de vrouwen van 25 tot 30 jaar tegen 2,99 procent van de mannen.
  • De apotheekcijfers van de SFK komen zelfstandig op dezelfde kanteling uit, met 138.000 vrouwen tegen 129.000 mannen van 18 tot en met 60 jaar in 2025 en de sterkste groei in de groep 40 tot en met 60 jaar.
  • Dat vrouwen later instromen is in de cijfers terug te zien: 32 procent van de vrouwen met medicatie in 2023 had die het jaar ervoor niet, tegen 25 procent van de mannen, en de meeste nieuwe vrouwelijke gebruikers zaten in het vak 20 tot 25 jaar.
  • Tegelijk meten de Nederlandse bevolkings- en huisartsregistraties ADHD bij vrouwen lager dan bij mannen, met 2,7 tegen 3,7 procent in NEMESIS-3 en 19,9 tegen 24,2 per 1.000 bij Nivel, zodat de medicatiecijfers en de prevalentiecijfers verschillende kanten op wijzen.
  • Wat de oorzaak van die verschuiving is, valt uit deze registraties niet af te leiden; de cijfers leggen een patroon vast en geven geen verklaring en geen uitspraak over of medicatie passend is.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

De kern van deze pagina is CBS StatLine-tabel 81071ned, Personen met verstrekte geneesmiddelen naar leeftijd en geslacht, opgehaald via de open-data-interface van het CBS op de endpoint TypedDataSet van 81071ned, gefilterd op ATC-groep N06B (psychostimulantia, middelen voor adhd en nootropica, interne sleutel ATC1277). Daarmee zijn alle 1.596 datapunten voor deze groep binnengehaald: drie geslachtscategorieën, 28 leeftijdsindelingen en negentien meetjaren van 2006 tot en met 2024. De percentages in deze pagina zijn de percentages die het CBS zelf publiceert, berekend op de bevolking in dezelfde leeftijdsgroep en hetzelfde geslacht; alleen het aandeel vrouwen in het totaal, de groeifactoren, de verhoudingsgetallen tussen vrouwen en mannen en het gemiddelde aantal dagdoses per gebruiker zijn afgeleid uit de gepubliceerde aantallen. De tabel telt personen aan wie in een verslagjaar minstens één keer een geneesmiddel is verstrekt dat uit de verplichte basisverzekering wordt vergoed; geneesmiddelen die aan opgenomen personen in ziekenhuizen en verpleeghuizen worden verstrekt vallen daarbuiten, verstrekkingen in verzorgingshuizen vallen erbinnen, en tot 2010 zijn ook verstrekkingen aan ingeschrevenen buiten Nederland meegeteld. De cijfers over 2024 zijn voorlopig en bevatten geen dagdoses; de tabelversie is van 18 december 2025 en een volgende actualisatie staat gepland voor het vierde kwartaal van 2026. De aanvullende cijfers komen uit het CBS-nieuwsbericht van 14 juli 2025, uit vier publicaties van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (2023, 2024, 2025 en 2026), uit VZinfo voor het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 en de huisartsregistratie van Nivel Zorgregistraties eerste lijn, en uit het Nederlands Jeugdinstituut voor de jeugdcijfers. Elke bron is voor deze pagina zelf opgevraagd en op de ruwe pagina- of API-inhoud nagelezen; cijfers die niet in een geopende bron terug te vinden waren, zijn niet opgenomen. De belangrijkste beperking is dat geen van deze bronnen meet hoeveel vrouwen ADHD hebben zonder diagnose of zonder medicatie, en dat de drie meetbronnen verschillende definities, noemers en meetjaren hebben, zodat hun getallen niet onderling optelbaar zijn.

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.

Gebruikte bronnen

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoeveel vrouwen in Nederland krijgen ADHD-medicatie?

In 2024 kregen 147.690 vrouwen een middel uit ATC-groep N06B verstrekt dat uit de basisverzekering wordt vergoed, oftewel 1,60 procent van alle vrouwen in Nederland. In 2006 waren dat 20.055 vrouwen, oftewel 0,24 procent. De cijfers over 2024 zijn voorlopig.

Krijgen vrouwen inmiddels vaker ADHD-medicatie dan mannen?

Over de hele bevolking niet: in 2024 ging het om 1,60 procent van de vrouwen en 1,97 procent van de mannen. In de leeftijdsvakken tussen 20 en 50 jaar wel. In het vak 25 tot 30 jaar kreeg in 2024 3,47 procent van de vrouwen en 2,99 procent van de mannen medicatie. Die omslag vond in 2023 plaats voor de twintigers en in 2024 voor de dertigers en veertigers.

In welke leeftijdsgroep zit de sterkste groei bij vrouwen?

In absolute cijfers bij vrouwen van 25 tot 35 jaar, van 2.140 in 2006 naar 37.275 in 2024, een factor 17,4. Tussen 2019 en 2024 alleen al groeide die groep met 141 procent. De SFK ziet voor 2025 de sterkste relatieve groei in de groep 40 tot en met 60 jaar, met 22 procent bij vrouwen.

Betekent dit dat meer vrouwen ADHD hebben dan vroeger?

Dat volgt niet uit deze cijfers. De tabel legt vast aan wie medicatie is verstrekt, niet bij wie ADHD is vastgesteld. Het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 komt voor de periode 2019 tot 2022 op een jaarprevalentie van 2,7 procent bij vrouwen en 3,7 procent bij mannen. Een stijging in verstrekkingen kan ook te maken hebben met het voorschrijfbeleid, de bekendheid van het beeld of de toegang tot zorg.

Kan uit deze cijfers worden opgemaakt dat ADHD bij vrouwen wordt gemist?

Nee. In Nederland bestaat geen meting die vaststelt hoeveel vrouwen met ADHD geen diagnose hebben. De bevolkings- en huisartsregistraties meten ADHD bij vrouwen juist lager dan bij mannen. Wat de cijfers laten zien is dat de groei in verstrekkingen in de volwassenheid zit en dat vrouwen gemiddeld later instromen, niet waarom dat zo is.

Waarom verschillen de cijfers van het CBS en de SFK?

Het CBS telt personen aan wie een uit de basisverzekering vergoed middel is verstrekt en gebruikt leeftijdsgroepen van vijf en tien jaar. De SFK telt verstrekkingen via Nederlandse openbare apotheken en werkt met groepen als 18 tot en met 25, 26 tot en met 39 en 40 tot en met 60 jaar. Daardoor liggen de niveaus anders, terwijl de richting in beide bronnen dezelfde is.

Gebruiken vrouwen ook meer medicatie, of alleen vaker?

Vooral vaker. In 2023 werden bij vrouwen 33.915 duizend standaarddagdoses verstrekt en bij mannen 50.661 duizend. Teruggerekend per gebruiker komen vrouwen op gemiddeld 263 dagdoses en mannen op 299. De snellere groei bij vrouwen komt daarmee vooral uit nieuwe gebruikers en niet uit intensiever gebruik per persoon.

Doet DiversaMente ADHD-onderzoek of schrijft de praktijk medicatie voor?

Nee. DiversaMente schrijft geen medicatie voor. Deze pagina is een cijferoverzicht op basis van openbare Nederlandse registraties en bevat geen medisch advies. Vragen over medicatie horen bij een huisarts, psychiater of apotheker.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Meer cijferoverzichten