DiversaMente › Cijfers › Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers
CijferoverzichtVan huisarts tot arbeidsongeschiktheid: de route bij psychische klachten in cijfers
Psychische klachten leggen in Nederland een route af: huisarts, POH-GGZ, soms een verwijzing naar de ggz, soms verzuim en in een deel van de gevallen na twee jaar ziekte een WIA-uitkering. Elke schakel wordt door een andere instantie geteld, met een andere noemer en tot een ander jaar. Op deze pagina staan die schakels achter elkaar, met per getal de registratie waar het uit komt, het meetjaar en de noemer. Alle cijfers zijn opnieuw bij de bron opgehaald: de huisartsenregistratie van Nivel, het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 van het Trimbos-instituut, de kerncijfers van de NZa, de arbeidsomstandighedenenquete van CBS en TNO, en de kwantitatieve informatie van UWV.
Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.
315,4ziekte-episodes per 1.000, 2024
Huisartsen registreerden in 2024 per 1.000 ingeschreven personen 315,4 ziekte-episodes in het ICPC-hoofdstuk psychische problemen, tegen 299,4 in 2020.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel C2
177,9POH-GGZ-consulten per 1.000, 2024
Het aantal contacten met de praktijkondersteuner ggz kwam in 2024 uit op 177,9 per 1.000 ingeschreven personen, 6 procent meer dan de 168,3 van 2023.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 2 en tabel 4
28,5verwijzingen per 1.000, 2024
Psychiatrie is in 2024 het derde specialisme waar huisartsen naar verwijzen, met 28,5 verwijzingen per 1.000 ingeschreven personen tegen 18,0 in 2020.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel E3
133.238lopende WGA-uitkeringen, 2025
Van de 294.424 lopende WGA-uitkeringen eind 2025 had 133.238 een psychische stoornis als diagnosehoofdgroep, oftewel 45,3 procent.
Bron: UWV Kwantitatieve informatie 2025, WIA, lopende WGA-uitkeringen naar diagnosehoofdgroep
De voorkant: wat de huisarts registreert
De cijfers over huisartsenzorg komen uit Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: in 2024 de elektronische dossiers van 426 huisartsenpraktijken met 1.921.614 ingeschreven personen. Alles wordt uitgedrukt per 1.000 ingeschreven personen, niet per patient en niet per Nederlander. Een geregistreerde episode betekent dat een huisarts een code heeft vastgelegd, niet dat er een diagnose is gesteld.
78,4%ingeschreven personen, 2024
Van alle bij een huisarts ingeschreven personen had 78,4 procent in 2024 minimaal een gedeclareerd contact met de huisartsenpraktijk, tegen 78,1 procent in 2023.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024
5.281contacten per 1.000, 2024
Per 1.000 ingeschreven personen waren er 5.281 contacten met de huisartsenpraktijk, gemiddeld 5,3 per persoon. Daarvan ging 83,5 procent naar de huisarts zelf en 3,4 procent naar de POH-GGZ.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 2
315,4psychische episodes per 1.000, 2024
Het ICPC-hoofdstuk psychische problemen stond in 2024 op 315,4 ziekte-episodes per 1.000 ingeschreven personen, een stijging van 5,3 procent sinds 2020. Het hoofdstuk sociale problemen kwam uit op 62,6.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel C2
88 en 86contacten per 1.000 vrouwen, 2024
Bij vrouwen staan depressie (88 contacten per 1.000, 1,2 procent van alle contacten van vrouwen) en angststoornis (86 per 1.000, ook 1,2 procent) in de top tien van gezondheidsproblemen bij contact met de huisartsenpraktijk. Bij mannen haalt alleen depressie die lijst, met 67 contacten per 1.000.
1,5%toename gezondheidsproblemen, 2024
Het totaal aantal geregistreerde gezondheidsproblemen nam in 2024 met 1,5 procent toe ten opzichte van 2023; het aantal chronische problemen met 1,3 procent.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024
426huisartsenpraktijken, 2024
De jaarcijfers 2024 zijn gebaseerd op 426 deelnemende huisartsenpraktijken met in totaal 1.921.614 ingeschreven personen, ongeveer een op de tien praktijken in Nederland.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024
Aantal ziekte-episodes per 1.000 ingeschreven personen naar ICPC-hoofdstuk, 2020 tot 2024. Hoofdstuk P is psychische problemen, hoofdstuk Z sociale problemen.
| ICPC-hoofdstuk | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| A: Algemeen | 413,6 | 432,5 | 442,0 | 437,0 | 461,2 |
| B: Bloed en immuunstelsel | 64,7 | 68,3 | 70,5 | 71,5 | 73,7 |
| D: Spijsverteringsorganen | 371,4 | 393,8 | 400,6 | 392,6 | 396,6 |
| F: Oog | 246,7 | 257,6 | 263,3 | 273,7 | 275,1 |
| H: Oor | 212,0 | 220,8 | 241,2 | 249,5 | 248,1 |
| K: Cardiovasculair stelsel | 453,2 | 460,5 | 465,0 | 470,1 | 477,4 |
| L: Bewegingsapparaat | 797,1 | 815,4 | 828,7 | 836,6 | 849,0 |
| N: Zenuwstelsel | 144,6 | 149,1 | 151,2 | 151,6 | 155,6 |
| P: Psychische problemen | 299,4 | 309,1 | 308,5 | 309,4 | 315,4 |
| R: Luchtwegen | 546,4 | 596,1 | 852,8 | 570,6 | 563,2 |
| S: Huid | 744,9 | 767,5 | 803,7 | 830,9 | 852,2 |
| T: Endocrien, stofwisseling, voeding | 307,0 | 313,5 | 313,0 | 313,1 | 317,7 |
| U: Urinewegen | 182,9 | 185,7 | 189,8 | 194,7 | 199,8 |
| W: Zwangerschap en geboorteregeling | 121,9 | 123,7 | 118,9 | 115,0 | 112,5 |
| X: Geslachtsorganen vrouw | 171,1 | 176,8 | 175,0 | 177,7 | 179,6 |
| Y: Geslachtsorganen man | 69,3 | 71,3 | 74,1 | 77,2 | 77,4 |
| Z: Sociale problemen | 64,5 | 60,5 | 60,2 | 61,6 | 62,6 |
| Totaal alle hoofdstukken | 5.210,8 | 5.402,3 | 5.758,6 | 5.532,9 | 5.617,0 |
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel C2
De piek in hoofdstuk R in 2022 komt vrijwel volledig door registraties van Sars-CoV-2 en COVID-19 en is geen structurele stijging. In 2020 en 2021 kunnen de aantallen afwijken van andere jaren vanwege de coronapandemie.
De POH-GGZ: de tweede deur in de huisartsenpraktijk
Sinds de invoering van de basis-ggz op 1 januari 2014 horen mensen met lichte psychische of sociale problemen binnen de huisartsenzorg te worden geholpen. De huisarts kan daarvoor een praktijkondersteuner ggz inzetten. Nivel telt de gedeclareerde contacten per 1.000 ingeschreven personen; de vraag hoeveel praktijken zo'n ondersteuner hebben komt uit een aparte praktijkenquete.
78%huisartsenpraktijken, najaar 2021
Van de huisartsenpraktijken heeft 78 procent een POH-GGZ in het functiebestand, tegenover 81 procent een POH Somatiek, 44 procent een POH Ouderenzorg en 33 procent een POH Jeugdzorg. Zestien procent van de praktijken heeft geen van deze vier functies.
80,1%POH-GGZ-contacten, 2024
Van alle contacten met de POH-GGZ was 80,1 procent een consult van 20 minuten of langer, 142,5 per 1.000 ingeschreven personen. Korte consulten van minder dan 5 minuten kwamen op 12,7 per 1.000.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 4
255,7contacten per 1.000, 18 tot 44 jaar, 2024
Mensen van 18 tot 44 jaar hadden met 255,7 contacten per 1.000 ingeschreven personen de meeste POH-GGZ-zorg, tegen 64,0 bij kinderen van 5 tot 17 jaar en 117,1 bij 85-plussers.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 4
243 naar 256contacten per 1.000, 18 tot 44 jaar
De absolute toename tussen 2023 en 2024 was het grootst bij 18- tot 44-jarigen: van gemiddeld 243 naar 256 POH-GGZ-contacten per 1.000 ingeschreven personen.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024
3.389personen als POH-GGZ, 2023
Nivel schat op basis van de websites van alle 4.837 huisartsenpraktijken dat er 8.997 mensen als praktijkondersteuner werken, waarvan naar schatting 3.389 als POH-GGZ. Van de uniek geidentificeerde ondersteuners vervult 38 procent de functie POH-GGZ.
Bron: Nivel, De praktijkondersteuner en praktijkverpleegkundige (POH) in beeld (2023)
6%van alle praktijkuren, najaar 2021
De POH-GGZ neemt 6 procent van alle gewerkte uren in de huisartsenpraktijk voor zijn rekening, de POH Somatiek 12 procent. Samen vormen alle POH-functies 19,5 procent van de capaciteit.
Aantal contacten met de praktijkondersteuner ggz per 1.000 ingeschreven personen naar type contact en leeftijdsgroep, 2024.
| Type contact | 0 tot 4 jaar | 5 tot 17 jaar | 18 tot 44 jaar | 45 tot 64 jaar | 65 tot 74 jaar | 75 tot 84 jaar | 85 jaar en ouder | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Consult korter dan 5 min. | 1,1 | 7,8 | 19,6 | 12,0 | 7,3 | 7,6 | 10,3 | 12,7 |
| Consult 5 tot 20 min. | 1,0 | 11,3 | 29,0 | 18,5 | 10,7 | 11,2 | 13,2 | 19,0 |
| Consult 20 min. en langer | 1,4 | 44,7 | 206,2 | 171,7 | 107,9 | 85,3 | 56,3 | 142,5 |
| Groepsconsult | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,6 | 0,5 | 0,0 | 0,3 | 0,4 |
| Visite korter dan 20 min. | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,4 | 0,8 | 0,1 |
| Visite 20 min. en langer | 0,0 | 0,2 | 0,4 | 1,6 | 5,8 | 15,1 | 36,3 | 3,2 |
| Totaal | 3,5 | 64,0 | 255,7 | 204,4 | 132,5 | 119,6 | 117,1 | 177,9 |
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 4
Cellen met 0,0 staan in de bron als kleiner dan 0,1. Nivel noemt zelf twee mogelijke verklaringen voor de stijgende POH-GGZ-inzet: de wachtlijsten voor behandeling binnen de ggz en maatschappelijke onrust. Welke van de twee zwaarder weegt, is met deze gegevens niet te bepalen.
Wat het bevolkingsonderzoek erbij zegt
De huisartsenregistratie telt zorgcontacten. Het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 van het Trimbos-instituut vraagt volwassenen van 18 tot 75 jaar zelf of zij in de afgelopen twaalf maanden vanwege psychische problemen of alcohol- en drugsproblemen zorg hebben gebruikt. Dat levert andere getallen op dan de registratie, en dat is geen tegenspraak: de vraag is anders. AGZ staat voor de algemene gezondheidszorg, waaronder de huisarts; GGZ voor de geestelijke gezondheidszorg.
16%volwassenen 18 tot 75 jaar, 2019 tot 2022
Van de volwassen bevolking maakte 16 procent in een jaar gebruik van de algemene of geestelijke gezondheidszorg vanwege psychische problemen: 14 procent van de AGZ en 9 procent van de GGZ. Zes procent kreeg medicatie voorgeschreven.
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik in de afgelopen 12 maanden, meting 2019 tot 2022
1.966.000volwassenen, 2019 tot 2022
Omgerekend gaat het om 1.966.000 volwassen Nederlanders die zorg gebruikten vanwege psychische problemen: 1,7 miljoen in de AGZ, 1,1 miljoen in de GGZ en 813.000 met voorgeschreven medicatie.
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik in de afgelopen 12 maanden, meting 2019 tot 2022
38%mensen met een psychische aandoening
Van de mensen met een psychische aandoening in de afgelopen twaalf maanden zocht 34 procent hulp in de AGZ en 23 procent in de GGZ; samen 38 procent in een van beide. Achttien procent kreeg medicatie.
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik in de afgelopen 12 maanden, meting 2019 tot 2022
19,8% om 11,3%vrouwen om mannen, 2019 tot 2022
Van de vrouwen gebruikte 19,8 procent zorg in de AGZ of GGZ vanwege psychische problemen, tegen 11,3 procent van de mannen. Na correctie voor leeftijd en het hebben van een psychische aandoening is dat verschil significant (odds ratio 1,95).
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik naar demografische kenmerken, meting 2019 tot 2022
12% naar 22%vrouwen 18 tot 64 jaar
Tussen de meting van 2007 tot 2009 en die van 2019 tot 2022 steeg het zorggebruik van vrouwen vanwege psychische problemen van 12 naar 22 procent. Bij mannen was die stijging kleiner. Over de hele groep van 18 tot 64 jaar ging AGZ-gebruik van 9 naar 15 procent en GGZ-gebruik van 6 naar 10 procent.
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-2 en NEMESIS-3, trends in zorggebruik, 2007 tot 2009 en 2019 tot 2022
4,3% om 2,9%onvervulde zorgbehoefte, 2019 tot 2022
Van de vrouwen had 4,3 procent behoefte aan meer professionele hulp vanwege psychische problemen maar zocht die niet, tegen 2,9 procent van de mannen. Over de hele bevolking is dat 3,6 procent, oftewel 454.000 volwassenen. Ook de onvervulde zorgbehoefte nam toe, van 1,8 procent in 2007 tot 2009 naar 4,0 procent in 2019 tot 2022.
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, onvervulde zorgbehoefte, meting 2019 tot 2022
Zorggebruik vanwege psychische problemen of alcohol- en drugsproblemen in de afgelopen twaalf maanden, naar leeftijd en werksituatie, volwassenen van 18 tot 75 jaar (meting 2019 tot 2022).
| Groep | AGZ | GGZ | AGZ of GGZ | Medicatie |
|---|---|---|---|---|
| 18 tot 24 jaar | 14,3% | 9,8% | 16,5% | 3,8% |
| 25 tot 34 jaar | 18,0% | 12,1% | 20,5% | 5,7% |
| 35 tot 44 jaar | 17,2% | 13,6% | 20,7% | 8,5% |
| 45 tot 54 jaar | 14,4% | 8,2% | 16,0% | 8,1% |
| 55 tot 64 jaar | 11,1% | 6,7% | 12,9% | 7,3% |
| 65 jaar en ouder | 6,0% | 3,1% | 7,0% | 4,1% |
| Met betaald werk | 11,9% | 7,8% | 13,9% | 4,5% |
| Zonder betaald werk | 17,1% | 11,3% | 19,3% | 10,7% |
Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik naar demografische kenmerken, meting 2019 tot 2022
De percentages per kolom tellen niet op tot het totaal, omdat veel mensen zowel de AGZ als de GGZ gebruiken. Het zorggebruik is aan alle respondenten gevraagd, ook aan mensen zonder psychische aandoening. Bij mensen zonder betaald werk verdubbelde het zorggebruik tussen de twee metingen bijna, van 16 naar 29 procent; bij mensen met betaald werk was die stijging kleiner.
Overspanning in het huisartsdossier
In de huisartsenregistratie heet overspanning ICPC-code P78, eerder neurasthenie of surmenage. Dat is de code die het dichtst bij burn-out komt, maar het is een registratiecode en geen burn-outdiagnose. Let op het verschil tussen incidentie, het aantal nieuwe episodes per 1.000 patienten in een jaar, en prevalentie, alle bekende gevallen per 1.000 in dat jaar.
8,8 om 4,7nieuwe episodes per 1.000, 2024
Huisartsen registreerden in 2024 bij vrouwen 8,8 nieuwe episodes overspanning per 1.000 patienten en bij mannen 4,7. Over mannen en vrouwen samen is dat 6,7.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P78
17,5 om 9,0bekende gevallen per 1.000, 2024
In 2024 stond overspanning bij 17,5 van elke 1.000 vrouwen in het huisartsdossier, tegen 9,0 van elke 1.000 mannen. Over de hele ingeschreven bevolking is dat 13,2 per 1.000.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P78
32,8per 1.000 vrouwen van 35 tot 39 jaar, 2024
De registratie piekt bij vrouwen van 35 tot 39 jaar: 32,8 per 1.000 had in 2024 een bekende episode overspanning, tegen 16,6 per 1.000 bij mannen van die leeftijd. Bij de nieuwe episodes is die piek 17,6 tegen 9,3.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P78, uitsplitsing naar leeftijd
10,8 naar 8,8nieuwe episodes per 1.000 vrouwen
Het aantal nieuwe huisartsepisodes overspanning bij vrouwen daalde van 10,8 per 1.000 in 2019 naar 8,8 in 2024. Bij mannen daalde het van 5,5 naar 4,7. De verhouding tussen vrouwen en mannen bleef in alle jaren rond de twee staan.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P78, 2019 tot 2024
1 op 2man-vrouwverhouding, cijfers 2013
De NHG-Standaard Overspanning en burn-out noteert voor 2013 een incidentie en prevalentie van P78 van 7,0 en 12,3 per 1.000 patienten, voor de code crisis of voorbijgaande stressreactie (P02) 8,1 en 9,1, en stelt vast dat de man-vrouwverhouding voor beide codes 1 op 2 is.
Bron: NHG-Standaard Overspanning en burn-out, Huisarts en Wetenschap november 2018, cijfers 2013
2 jaargemiddelde episodeduur, cijfers 2004
In de Tweede Nationale Studie in de huisartsenpraktijk was de prevalentie van neurasthenie of surmenage 7,8 per 1.000 patienten, met een gemiddelde episodeduur van twee jaar. De incidentie lag bij vrouwen op 5,8 en bij mannen op 3,8 per 1.000 per jaar, de prevalentie op 9,4 tegen 6,2.
Overspanning (ICPC P78) in de huisartsenregistratie per leeftijdsgroep en geslacht, aantal per 1.000 patienten in 2024. Incidentie is het aantal nieuwe episodes, prevalentie het totale aantal bekende gevallen.
| Leeftijdsgroep | Incidentie mannen | Incidentie vrouwen | Prevalentie mannen | Prevalentie vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| 15 tot 19 jaar | 1,0 | 1,9 | 1,7 | 3,4 |
| 20 tot 24 jaar | 3,1 | 6,8 | 5,2 | 12,2 |
| 25 tot 29 jaar | 5,9 | 12,5 | 10,4 | 23,0 |
| 30 tot 34 jaar | 7,7 | 15,8 | 13,9 | 30,1 |
| 35 tot 39 jaar | 9,3 | 17,6 | 16,6 | 32,8 |
| 40 tot 44 jaar | 8,8 | 16,6 | 15,9 | 32,7 |
| 45 tot 49 jaar | 8,6 | 14,6 | 16,4 | 30,5 |
| 50 tot 54 jaar | 7,4 | 14,4 | 14,5 | 29,0 |
| 55 tot 59 jaar | 7,2 | 13,2 | 14,4 | 27,1 |
| 60 tot 64 jaar | 6,9 | 11,1 | 14,1 | 23,5 |
| 65 tot 69 jaar | 3,2 | 5,5 | 7,5 | 12,7 |
| 70 tot 74 jaar | 1,7 | 2,9 | 3,7 | 7,3 |
| 75 tot 79 jaar | 1,1 | 3,0 | 2,7 | 6,4 |
| 80 tot 84 jaar | 1,6 | 2,3 | 3,0 | 5,5 |
| 85 jaar en ouder | 1,4 | 1,9 | 3,3 | 4,9 |
| Alle leeftijden | 4,7 | 8,8 | 9,0 | 17,5 |
Onder de 15 jaar komt de code nauwelijks voor: bij kinderen van 10 tot 14 jaar gaat het om 0,4 nieuwe episodes per 1.000 en bij kinderen onder de 10 jaar om minder dan 0,1. Volgens de NHG-Standaard is de prevalentie van P78 bovendien geen maat voor de prevalentie van burn-out: betrouwbare eerstelijnscijfers over burn-out zijn volgens het genootschap niet voorhanden.
Zes psychische codes naast elkaar
Overspanning is maar een van de codes waarmee psychische klachten in het huisartsdossier terechtkomen. Drie codes beschrijven een klacht (angstig gevoel, stressreactie, depressief gevoel) en drie een vastgestelde aandoening (angststoornis, depressie, overspanning). Het verschil tussen incidentie en prevalentie laat zien welke codes langdurig in het dossier blijven staan en welke komen en gaan.
37,1 om 17,3per 1.000, angststoornis 2024
Angststoornis (P74) is met 37,1 bekende gevallen per 1.000 vrouwen en 17,3 per 1.000 mannen de meest voorkomende psychische aandoening in het huisartsdossier bij vrouwen, net voor depressie.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P74
37,2 om 19,9per 1.000, depressie 2024
Bij depressie (P76) gaat het om 37,2 bekende gevallen per 1.000 vrouwen en 19,9 per 1.000 mannen. De incidentie is bij depressie veel lager dan de prevalentie: 12,7 tegen 37,2 bij vrouwen, wat betekent dat de code jaren in het dossier blijft staan.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P76
24,3 naar 27,2prevalentie per 1.000, 2019 tot 2024
De prevalentie van angststoornis steeg tussen 2019 en 2024 van 24,3 naar 27,2 per 1.000, terwijl die van depressie in dezelfde jaren daalde van 30,9 naar 28,6.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P74 en P76, 2019 tot 2024
8,5 naar 11,2prevalentie per 1.000, 2019 tot 2024
De restcategorie andere psychische stoornissen (P99) is de sterkste stijger: van 8,5 naar 11,2 bekende gevallen per 1.000. Dit is de enige van deze codes die bij mannen en vrouwen even vaak voorkomt.
Bron: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC P99, 2019 tot 2024
Zes psychische ICPC-codes in de huisartsenregistratie, aantal per 1.000 patienten in 2024. De eerste drie codes beschrijven een klacht, de laatste drie een vastgestelde aandoening.
| ICPC-code | Incidentie mannen | Incidentie vrouwen | Prevalentie mannen | Prevalentie vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| P01 Angstig, nerveus, gespannen gevoel | 9,5 | 20,1 | 11,1 | 23,6 |
| P02 Crisis of voorbijgaande stressreactie | 7,9 | 15,7 | 9,1 | 17,9 |
| P03 Down of depressief gevoel | 7,8 | 12,9 | 9,4 | 15,8 |
| P74 Angststoornis of angsttoestand | 7,4 | 15,5 | 17,3 | 37,1 |
| P76 Depressie | 7,3 | 12,7 | 19,9 | 37,2 |
| P78 Overspanning | 4,7 | 8,8 | 9,0 | 17,5 |
Deze codes mogen niet bij elkaar worden opgeteld. Een patient kan in hetzelfde jaar meerdere codes in het dossier hebben, bijvoorbeeld een depressief gevoel (P03) en een depressie (P76), en wordt dan bij beide geteld.
De verwijzing: waar de huisarts de route doorgeeft
De NHG-Standaard noemt stagnatie zonder verklaring een reden voor verwijzing naar de generalistische basis-ggz. In de verwijscijfers van Nivel is dat onderscheid niet terug te vinden: daar bestaat alleen het specialisme psychiatrie, zonder uitsplitsing naar echelon. Nivel registreert verwijzingen die via het digitale verwijsplatform ZorgDomein lopen.
323,2verwijzingen per 1.000, 2024
Huisartsen schreven in 2024 per 1.000 ingeschreven personen 323,2 verwijzingen uit naar een medisch specialist in de tweede lijn, 2,2 procent meer dan de 315,6 van 2023.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel E1
369,2 om 281,5verwijzingen per 1.000, 2024
Vrouwen worden vaker verwezen dan mannen: 369,2 tegen 281,5 verwijzingen per 1.000 ingeschreven personen. In de leeftijdsgroep van 18 tot 64 jaar is dat verschil het grootst, met 380,2 tegen 254,3.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabellen 9 en E2.5
28,5verwijzingen naar psychiatrie per 1.000, 2024
Psychiatrie staat in 2024 op de derde plaats van specialismen waar huisartsen naar verwijzen, met 28,5 verwijzingen per 1.000 ingeschreven personen. In 2020 was dat 18,0, een stijging van 58 procent in vier jaar.
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel E3
41,8%verwijzingen naar psychiatrie, 2024
Vijf ICPC-codes dekken 41,8 procent van de verwijzingen naar psychiatrie met een bekende indicatie: aandachtsdeficientie- of hyperactiviteitsstoornis (9,4 procent), depressie (9,2 procent), angststoornis (9,0 procent), andere psychische symptomen (7,4 procent) en crisis of voorbijgaande stressreactie (6,8 procent).
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel 12
Aantal verwijzingen van de huisarts naar de medisch specialist per 1.000 ingeschreven personen, de tien specialismen met de meeste verwijzingen in 2024.
| Specialisme | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Dermatologie | 22,9 | 31,3 | 32,8 | 32,4 | 34,3 |
| Orthopedie | 21,6 | 26,7 | 28,8 | 28,4 | 29,9 |
| Psychiatrie | 18,0 | 23,8 | 25,8 | 27,2 | 28,5 |
| KNO-heelkunde | 22,0 | 27,7 | 30,0 | 28,2 | 28,2 |
| Heelkunde | 19,3 | 25,2 | 26,4 | 26,6 | 26,9 |
| Oogheelkunde | 22,2 | 29,0 | 29,1 | 27,8 | 26,9 |
| Neurologie | 17,2 | 22,5 | 23,0 | 22,9 | 22,8 |
| Gynaecologie en verloskunde | 15,5 | 20,8 | 20,1 | 19,8 | 20,6 |
| Cardiologie | 12,9 | 16,5 | 16,4 | 16,8 | 17,0 |
| Interne geneeskunde | 10,4 | 13,1 | 13,1 | 13,1 | 13,8 |
| Totaal alle specialismen | 234,8 | 306,4 | 316,8 | 315,6 | 323,2 |
Bron: Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel E3
Nivel tekent bij deze reeks zelf aan dat de stijging van het aantal verwijzingen naar psychiatrie mogelijk komt door een toename van het aantal instellingen dat op ZorgDomein is aangesloten, en dat exacte cijfers over dat aantal niet bekend zijn. De sprong tussen 2020 en 2021 geldt voor alle specialismen en hangt samen met de coronapandemie.
Wat er na de verwijzing gebeurt
Dit is de enige schakel in de route waar dezelfde mensen echt zijn gevolgd. Nivel en Zorginstituut Nederland koppelden de dossiers van 233 huisartsenpraktijken aan ggz-declaratiegegevens en volgden 15.116 volwassenen met een nieuwe ggz-verwijzing in 2023 tot maximaal een jaar na die verwijzing.
15.116verwezen patienten, 2023
Het onderzoek omvat 15.116 volwassenen met een nieuwe ggz-verwijzing in 2023. Daarvan was 58 procent vrouw en 45 procent tussen de 18 en 34 jaar; 52 procent had op het moment van verwijzing twee of meer geregistreerde psychische of sociale klachtengroepen.
25%verwezen patienten, 2023
Driekwart van de verwezen patienten had binnen een jaar minimaal een ggz-consult voor intake of behandeling. Een kwart had binnen twaalf maanden na de verwijzing nog geen enkel ggz-consult. Of zij langer wachtten, hersteld zijn of buiten de verzekerde zorg terechtkwamen, is onbekend.
72%verwezen patienten, 2023
Tijdens de wachttijd had 72 procent minimaal een contact met de huisartsenpraktijk: 67 procent met de huisarts en 23 procent met de POH-GGZ. Gemiddeld waren dat 4,5 contacten met de praktijk en 0,7 met de POH-GGZ.
87% naar 44%huisartscontact voor psychische klachten
In de drie maanden voor de verwijzing had 87 procent van deze patienten minimaal een huisartscontact voor een psychische of sociale klacht; tijdens de wachttijd was dat 44 procent. Een deel wacht dus af zonder opnieuw naar de huisarts te gaan.
13%verwezen patienten, 2023
Een op de acht verwezen patienten kreeg tijdens de wachttijd een nieuw voorschrift voor psychofarmaca, vooral slaap- en kalmeringsmiddelen (6 procent) en antidepressiva (5 procent). In totaal had 30 procent een voorschrift, waarvan 16 procent antidepressiva en 15 procent slaap- en kalmeringsmiddelen.
2% tot 57%praktijkvariatie POH-GGZ
De inzet van de POH-GGZ tijdens de wachttijd varieert tussen huisartsenpraktijken van 2 tot 57 procent, na correctie voor patient- en praktijkkenmerken. Bij huisartscontacten voor psychische of sociale klachten is die spreiding 31 tot 54 procent en bij een nieuw medicijnvoorschrift 10 tot 15 procent.
Percentage patienten met minimaal een huisarts- of POH-GGZ-contact tussen de ggz-verwijzing en het eerste ggz-consult, naar de duur van die periode (verwijzingen in 2023).
| Soort contact | Ggz-consult binnen 14 weken (n=8.318) | Ggz-consult na 14 weken (n=3.082) | Geen ggz-consult binnen een jaar (n=3.716) | Alle verwezen patienten (n=15.116) |
|---|---|---|---|---|
| Huisartscontact | 49% | 85% | 92% | 67% |
| Waarvan voor een psychische of sociale klacht | 30% | 60% | 63% | 44% |
| Waarvan voor een andere klacht | 34% | 73% | 86% | 55% |
| POH-GGZ-contact | 19% | 31% | 24% | 23% |
| Contact met de huisartsenpraktijk | 57% | 89% | 94% | 72% |
Alleen verwijzingen vanuit de huisartsenpraktijk via ZorgDomein zijn meegenomen. Verwijzingen door ggz-professionals, bedrijfsartsen of medisch specialisten vallen buiten dit onderzoek, en vrijgevestigde psychologen zijn licht ondervertegenwoordigd. Over de wachttijden zelf gaat een aparte pagina; hier staat alleen wat er in die periode in de huisartsenpraktijk gebeurt.
Verzuim met psychische klachten
De Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO vraagt werknemers die het afgelopen jaar hebben verzuimd welke klacht bij het laatste verzuim speelde. De noemer is hier dus niet de bevolking en niet de ingeschreven patient, maar de werknemer die heeft verzuimd. Sinds 2022 is de vraag anders gesteld, dus de reeks begint bij dat jaar.
10,7% om 6,9%verzuimende werknemers, 2025
Van de vrouwen die in 2025 verzuimden noemde 10,7 procent psychische klachten, overspannenheid of burn-out als klacht bij het laatste verzuim, tegen 6,9 procent van de mannen. Over alle verzuimers is dat 8,8 procent.
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
6,7% naar 8,8%verzuimende werknemers, 2022 tot 2025
Het aandeel verzuimers dat psychische klachten noemt steeg van 6,7 procent in 2022 naar 7,9 in 2023, 8,2 in 2024 en 8,8 procent in 2025. Bij vrouwen liep het in die vier jaar op van 7,7 naar 10,7 procent.
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
13,5% en 13,1%verzuimende vrouwen, 2025
Psychische klachten als verzuimreden piekten in 2025 bij vrouwen tussen 25 en 45 jaar: 13,5 procent bij 25 tot 35 jaar en 13,1 procent bij 35 tot 45 jaar. Bij mannen is dat in beide groepen 7,7 procent.
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
1,4% om 1,1%verzuimende werknemers, 2025
Van de vrouwelijke verzuimers duurde het laatste verzuim bij 1,4 procent 210 werkdagen of meer, bij mannen 1,1 procent. Dat is ongeveer de grens waarna de WIA in zicht komt: de wachttijd voor een WIA-aanvraag is twee jaar.
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
27,9%werknemers met werkgerelateerd verzuim, 2025
Van de werknemers die hun verzuim geheel of deels aan het werk toeschrijven noemt 27,9 procent te hoge werkdruk als reden, bij vrouwen 29,7 procent. Emotioneel te zwaar werk wordt door 5,7 procent genoemd. In totaal zegt 7,6 procent van de verzuimers dat het verzuim hoofdzakelijk door het werk kwam en 14,9 procent voor een deel.
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
277,9 miljoenzorguitgaven, 2019
De zorguitgaven voor burn-out en overspannenheid bedroegen 277,9 miljoen euro in 2019, oftewel 0,98 procent van alle zorguitgaven voor psychische stoornissen. Daarvan ging 93 procent naar zorg door arbodiensten en 5 procent naar eerstelijnszorg.
Bron: VZinfo (RIVM), Overspannenheid en burn-out, zorguitgaven 2019
Percentage verzuimende werknemers van 15 tot 75 jaar dat psychische klachten, overspannenheid of burn-out noemt als klacht bij het meest recente verzuim. CBS publiceert twee reeksen, omdat de vraag vanaf 2022 anders is gesteld.
| Jaar en vraagstelling | Mannen | Vrouwen | Totaal |
|---|---|---|---|
| 2019, oude vraagstelling | 6,8% | 9,4% | 8,1% |
| 2020, oude vraagstelling | 6,5% | 8,3% | 7,4% |
| 2021, oude vraagstelling | 7,5% | 9,8% | 8,6% |
| 2022, nieuwe vraagstelling | 5,7% | 7,7% | 6,7% |
| 2023, nieuwe vraagstelling | 6,5% | 9,3% | 7,9% |
| 2024, nieuwe vraagstelling | 6,8% | 9,5% | 8,2% |
| 2025, nieuwe vraagstelling | 6,9% | 10,7% | 8,8% |
Bron: CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
Dit percentage gaat over de klacht bij het laatste verzuimgeval van werknemers die hebben verzuimd, niet over alle werknemers en niet over het aantal verzuimde dagen. Per leeftijdsgroep lag het aandeel verzuimers met een psychische klacht in 2025 op 4,5 procent bij 15- tot 25-jarigen, 10,8 procent bij 25- tot 35-jarigen, 10,5 procent bij 35- tot 45-jarigen, 9,2 procent bij 45- tot 55-jarigen, 8,0 procent bij 55- tot 65-jarigen en 6,1 procent bij 65- tot 75-jarigen. De sprong omlaag tussen 2021 en 2022 is een meetwijziging en geen ontwikkeling.
De achterkant: arbeidsongeschiktheid
De WIA volgt pas na twee jaar ziekte en is daarmee iets anders dan verzuim. UWV telt nieuwe en lopende uitkeringen in twee regelingen: de WGA voor wie gedeeltelijk of tijdelijk arbeidsongeschikt is en de IVA voor wie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De diagnosehoofdgroepen zijn vanaf 2025 op de ICD-11-indeling gebaseerd en de cijfers van 2024 zijn op die nieuwe indeling herrekend.
71.300WIA-instroom, 2025
De WIA-instroom groeide in 2025 met 2.300 uitkeringen (3 procent) naar 71.300. Voor 2026 verwacht UWV een toename met 9.600 naar 80.900, onder meer door een verdere stijging van het aantal mensen met psychische klachten.
Bron: UWV, De groei van de WIA-instroom nam in 2025 af, voor even (2026)
19.000 naar 22.500WIA-instroom tot 60 jaar, 2023 en 2024
In 2023 stroomden naar schatting 19.000 mensen tot 60 jaar de WIA in met een psychische aandoening als hoofddiagnose; in 2024 waren dat 22.500 personen. Het grootste deel bestaat volgens UWV uit vrouwen, met name onder de 40 jaar.
Bron: UWV Kennisverslag 2025-10, Volumeontwikkelingen najaar 2025
29%instroom psychische klachten, 2025 om 2022
De WIA-instroom door psychische klachten lag in 2025 landelijk gemiddeld 29 procent hoger dan in 2022. In diezelfde periode halveerde de instroom door langdurige covid in de eerste helft van 2025 ruimschoots.
Bron: UWV, WIA-instroom onder de loep: wat de cijfers van 2025 en 2026 ons vertellen
14.000WIA-toekenningen zorg en welzijn
Zorg en welzijn is de grootste sector in de WIA-instroom met ruim 14.000 toekenningen, 22 procent van het totaal, en een instroomgroei van 33 procent sinds 2022. In het onderwijs steeg de instroom in die periode met 43 procent en in het openbaar bestuur met 52 procent.
Bron: UWV, WIA-instroom onder de loep: wat de cijfers van 2025 en 2026 ons vertellen
11.358toegekende WGA-aanvragen, 2025
Van de 31.979 toegekende WGA-aanvragen in 2025 had 11.358 een psychische stoornis als diagnosehoofdgroep, 35,5 procent en daarmee de grootste groep. In 2024 ging het om 12.017 van 34.646 toekenningen.
Bron: UWV Kwantitatieve informatie 2025, claimbeoordeling arbeidsgeschiktheid, toegekende WGA-aanvragen
19.946 om 12.033toegekende WGA-aanvragen, 2025
Van de toegekende WGA-aanvragen in 2025 ging 19.946 naar vrouwen en 12.033 naar mannen, oftewel 62 procent vrouw. Bij de nieuwe WGA-uitkeringen is die verhouding 36.144 tegen 22.770.
Bron: UWV Kwantitatieve informatie 2025, claimbeoordeling arbeidsgeschiktheid en nieuwe WGA-uitkeringen
133.238lopende WGA-uitkeringen, 2025
Eind 2025 liepen er 294.424 WGA-uitkeringen, waarvan 133.238 met een psychische stoornis als diagnosehoofdgroep. Dat is 45,3 procent, tegen 43,3 procent een jaar eerder. Bij de IVA gaat het om 51.564 van de 189.386 lopende uitkeringen.
Bron: UWV Kwantitatieve informatie 2025, lopende WGA- en IVA-uitkeringen naar diagnosehoofdgroep
1.509 en 11.283nieuwe WGA-uitkeringen, 2025
De sterkste groei in nieuwe WGA-uitkeringen zit bij jonge werknemers: 1.509 bij mensen tot 24 jaar (21,0 procent meer dan in 2024) en 11.283 bij 25- tot 34-jarigen (13,9 procent meer). Bij 60- tot 64-jarigen daalde het aantal met 1,8 procent.
Bron: UWV Kwantitatieve informatie 2025, nieuwe WGA-uitkeringen naar leeftijdsklasse
Toegekende WGA-aanvragen naar diagnosehoofdgroep, 2024 en 2025. Vanaf 2025 geldt de ICD-11-indeling; de cijfers van 2024 zijn op die indeling herrekend.
| Diagnosehoofdgroep | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Psychische stoornissen | 12.017 | 11.358 |
| Aandoeningen van botspierstelsel en bindweefsel | 4.103 | 3.815 |
| Aandoeningen van het zenuwstelsel | 1.302 | 1.578 |
| Ontwikkelingsstoornissen | 1.309 | 1.396 |
| Letsels, vergiftiging, brandwonden, bevriezing | 1.485 | 1.227 |
| Oncologische aandoeningen | 1.360 | 1.189 |
| Infectieziekten | 92 | 1.054 |
| Hart- en vaatziekten | 953 | 829 |
| Aandoeningen van het ademhalingsstelsel | 4.178 | 787 |
| Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel | 580 | 494 |
| Aandoeningen van het endocriene systeem | 330 | 339 |
| Aandoeningen van het urogenitale stelsel | 327 | 284 |
| Aandoeningen rondom zwangerschap en bevalling | 204 | 254 |
| Aandoeningen van het immuunsysteem | 122 | 168 |
| Oorziekten | 133 | 168 |
| Oogziekten | 118 | 124 |
| Aandoeningen van slaap en waken | 0 | 82 |
| Huidziekten | 79 | 75 |
| Aandoeningen van het bloed | 116 | 57 |
| Aangeboren afwijkingen | 60 | 39 |
| Onbekend | 5.778 | 6.662 |
| Totaal | 34.646 | 31.979 |
De sprong bij infectieziekten en de val bij het ademhalingsstelsel komen vrijwel volledig door de herindeling: langdurige covid is in de ICD-11-indeling een infectieziekte geworden. Vergelijk daarom binnen deze tabel geen groepen met de oude indeling van voor 2025.
Van welke schakel een reeks bestaat, en tot welk jaar
De route is geen aaneengesloten meting. Elke schakel wordt door een andere partij geteld, en op twee plekken breekt de reeks af: het onderscheid tussen basis-ggz en gespecialiseerde ggz verdween met de invoering van het zorgprestatiemodel in 2022, en de CBS-reeks met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen per diagnosegroep stopt in 2020. Dit overzicht zet per schakel de laatste openbare waarde en het laatste jaar bij elkaar.
NAbasis-ggz en gespecialiseerde ggz vanaf 2022
In de kerncijfers van de NZa staat voor generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz vanaf 2022 de waarde NA. De laatste losse bedragen zijn die van 2021: 231,6 miljoen euro voor de basis-ggz en 2.491,5 miljoen voor de gespecialiseerde ggz. Vanaf 2022 zijn die twee opgegaan in een enkele regel voor de prestaties van het zorgprestatiemodel.
Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, Kerncijfers ggz, declaratiejaren 2019 tot 2024 (bron Vektis)
594.842POH-GGZ-patienten 18 tot 65 jaar, 2024
Het aantal mensen dat zorg kreeg van de praktijkondersteuner ggz liep tussen 2019 en 2024 op van 500.715 naar 594.842 in de leeftijd van 18 tot 65 jaar, en van 83.981 naar 107.728 bij 65-plussers. Bij kinderen tot 18 jaar, voor wie de ggz-behandeling zelf sinds 2015 onder de Jeugdwet valt en niet onder de Zorgverzekeringswet, ging het in 2024 om 41.726 personen bij de poh-ggz tegen 38.510 in 2019.
Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, Kerncijfers ggz, declaratiejaren 2019 tot 2024 (bron Vektis)
608 naar 765duizend personen, 2017 tot 2024
Vektis telt het aantal mensen met ggz-gerelateerde zorg via de huisartsenpraktijk: van 608 duizend in 2017 naar 765 duizend in 2024. Van die 765 duizend gingen 173 duizend mensen in hetzelfde jaar ook naar de geneeskundige ggz.
Bron: Vektis, Data en toelichting factsheet ggz, tabblad Patienten, 2017 tot 2024
267.000ggz-patienten zonder bekende diagnose, 2024
Van de patienten in de vier basis-ggz-patientgroepen (kort 14.000, middel 49.000, intensief 178.000 en chronisch 26.000) is bij Vektis geen diagnose bekend. Dat is ongeveer 27 procent van alle patienten in de geneeskundige ggz.
Bron: Vektis, Data en toelichting factsheet ggz, tabblad Diagnoses, 2023 en 2024
345.850uitkeringen met psychische stoornis, 2020
In de laatste CBS-meting, over 2020, hadden 345.850 van de 815.600 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen een psychische stoornis als diagnosehoofdcategorie: 42,4 procent en daarmee de grootste groep. Binnen de WGA liep dat aantal tussen 2015 en 2020 op van 69.000 naar 98.700, binnen de IVA van 13.300 naar 31.780.
9.650 naar 29.280medische oorzaak onbekend, 2015 tot 2020
In dezelfde CBS-reeks verdrievoudigde de categorie medische oorzaak onbekend, van 9.650 naar 29.280 uitkeringen. Hoe groter die categorie, hoe minder de verdeling over de diagnosegroepen zegt.
Per schakel in de route: welke openbare reeks er is, wie hem publiceert, tot welk jaar hij loopt en wat de laatste waarde is.
| Schakel in de route | Bron | Laatste jaar | Laatste openbare waarde |
|---|---|---|---|
| Ziekte-episodes psychische problemen bij de huisarts | Nivel Zorgregistraties | 2024 | 315,4 per 1.000 ingeschreven personen |
| Consulten bij de POH-GGZ | Nivel Zorgregistraties | 2024 | 177,9 per 1.000 ingeschreven personen |
| Mensen met ggz-zorg via de huisartsenpraktijk | Vektis | 2024 | 765.000 personen |
| Verwijzingen naar psychiatrie, zonder echelon | Nivel Zorgregistraties | 2024 | 28,5 per 1.000 ingeschreven personen |
| Kosten generalistische basis-ggz | NZa kerncijfers ggz | 2021 | 231,6 miljoen euro, daarna NA |
| Kosten gespecialiseerde ggz | NZa kerncijfers ggz | 2021 | 2.491,5 miljoen euro, daarna NA |
| Kosten prestaties zorgprestatiemodel | NZa kerncijfers ggz | 2024 | 5.467,3 miljoen euro, pas vanaf 2022 |
| Diagnose van patienten in de basis-ggz | Vektis | niet beschikbaar | onbekend voor 267.000 patienten in 2024 |
| Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen per diagnosegroep | CBS StatLine 85168NED | 2020 | 345.850 uitkeringen met psychische stoornis |
| WIA-toekenningen per diagnosehoofdgroep, ICD-11 | UWV Kwantitatieve informatie | 2025 | 11.358 toegekende WGA-aanvragen |
De twee reeksen die afbreken, breken om verschillende redenen af. Bij de NZa is de oorzaak de overgang naar het zorgprestatiemodel per 1 januari 2022, waarin de declaratie niet langer naar echelon wordt onderscheiden. Bij het CBS gaat het om een tabel die is stopgezet; de meest recente jaren zijn alleen nog bij UWV te vinden, in een andere diagnose-indeling.
Valkuilen voordat je deze cijfers citeert
- P78 is een registratiecode, geen burn-outdiagnose Overspanning (ICPC P78) is de code die in de huisartsenregistratie het dichtst bij burn-out komt, maar hij meet iets anders. De NHG-Standaard Overspanning en burn-out schrijft het zelf: betrouwbare cijfers over het voorkomen van overspanning en burn-out in de eerste lijn zijn niet voorhanden. De multidisciplinaire richtlijn laat zien hoe groot die onzekerheid is: afhankelijk van de gehanteerde definitie schommelt de prevalentie tussen 2,3 en 20 per 1.000 patienten bij bedrijfsarts, huisarts en eerstelijnspsycholoog. De 17,5 per 1.000 vrouwen uit 2024 is dus geen burn-outprevalentie.
- Incidentie en prevalentie zijn twee verschillende getallen Bij vrouwen stond overspanning in 2024 op 8,8 nieuwe episodes en 17,5 bekende gevallen per 1.000. Dat is geen tegenspraak: het eerste getal telt nieuwe episodes in dat jaar, het tweede alle episodes die in dat jaar bekend waren. Bij codes die lang in het dossier blijven staan, loopt dat verschil hoog op. Bij depressie is de incidentie 12,7 en de prevalentie 37,2 per 1.000 vrouwen, bijna een factor drie.
- Basis-ggz tegenover gespecialiseerde ggz is niet meer openbaar Tot en met 2021 splitste de NZa de ggz uit naar generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz. Vanaf 2022 staat op die plekken in de dataset de waarde NA, omdat het zorgprestatiemodel per 1 januari 2022 niet langer naar echelon declareert. Wie verwijscijfers per echelon wil gebruiken, kan dus niet verder dan 2021, en de verwijscijfers van Nivel kennen dat onderscheid helemaal niet: daar bestaat alleen het specialisme psychiatrie. Bovendien is bij Vektis van de patienten in de vier basis-ggz-patientgroepen geen diagnose bekend, in 2024 ongeveer 267.000 mensen.
- De stijging van verwijzingen naar psychiatrie is deels registratie Verwijzingen naar psychiatrie gingen van 18,0 per 1.000 ingeschreven personen in 2020 naar 28,5 in 2024. Nivel tekent bij die reeks zelf aan dat de stijging mogelijk komt door een toename van het aantal instellingen dat op het verwijsplatform ZorgDomein is aangesloten, en dat exacte cijfers over dat aantal niet bekend zijn. Hoeveel van de 58 procent groei echte toename is en hoeveel beter zichtbaar geworden verwijzingen, is met deze gegevens niet uit te maken.
- De diagnose van de WIA-instroom is in het lopende jaar grotendeels onbekend Van de 58.914 nieuwe WGA-uitkeringen in 2025 staat bij 31.350 de diagnosehoofdgroep op onbekend, meer dan de helft. Bij de nieuwe IVA-uitkeringen gaat het om 4.323 van 12.411. Een aandeel per diagnose berekenen uit de tabel met nieuwe uitkeringen geeft daarom een vertekend beeld. UWV verdeelt in zijn eigen analyses de onbekende diagnoses naar rato over de bekende, en beperkt zich tot mensen tot 60 jaar omdat bij ouderen vaak geen diagnose wordt gesteld.
- Er bestaat geen doorlopende reeks WIA-instroom per diagnosegroep De CBS-tabel met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen per diagnosehoofdcategorie loopt van 2015 tot en met 2020 en is daarna niet voortgezet. UWV stapte met ingang van 2025 over op een nieuw diagnosestelsel (ICD-11) en herrekende daarvoor alleen het jaar 2024. Tussen 2020 en 2024 zit dus een gat, en over die grens heen vergelijken kan niet: in de nieuwe indeling is langdurige covid bijvoorbeeld een infectieziekte, wat het aantal toekenningen in de groep ademhalingsstelsel van 4.178 naar 787 bracht.
- Voorschotuitkeringen tellen administratief mee als instroom UWV verstrekte in 2025 36.903 voorschotuitkeringen, tegen 24.322 in 2024. Wie langer dan acht weken op de claimbeoordeling wacht, heeft recht op een voorschot, en dat voorschot telt als nieuwe uitkering, ook als de aanvraag later wordt afgewezen (ongeveer 27 procent van de gevallen). De op papier stijgende instroom in 2025 is daardoor deels administratief: gecorrigeerd voor de voorschotten daalde de WIA-instroom in 2025 met ongeveer 400 uitkeringen.
- In de verzuimcijfers zit een methodebreuk tussen 2021 en 2022 De Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden stelde de vraag naar de klacht bij het laatste verzuim tot en met 2021 anders dan vanaf 2022. CBS publiceert daarom twee reeksen in dezelfde tabel. In de oude reeks noemde 8,6 procent van de verzuimers in 2021 psychische klachten; in de nieuwe reeks is dat 6,7 procent in 2022. Die daling van bijna twee procentpunt is een meetwijziging, geen ontwikkeling. Trek de reeks dus niet door de breuk heen.
- Vier schakels, vier verschillende noemers De getallen op deze pagina zijn niet onderling deelbaar. De huisartscijfers gaan per 1.000 ingeschreven personen in deelnemende praktijken. Het bevolkingsonderzoek gaat over volwassenen van 18 tot 75 jaar. De verzuimcijfers gaan over werknemers die hebben verzuimd. De WIA-cijfers gaan over verzekerden na twee jaar ziekte. Dat 8,8 procent van de verzuimers psychische klachten noemt en 45,3 procent van de lopende WGA-uitkeringen een psychische diagnose heeft, zegt niets over de kans dat een verzuimende werknemer in de WIA komt.
- De route is bijna nergens als cohort gemeten Hoe vaak dezelfde persoon van huisarts naar ggz naar verzuim naar WIA gaat, is in geen enkele openbare bron te volgen. Alleen de stap van ggz-verwijzing naar eerste ggz-consult is als cohort onderzocht, door Nivel en Zorginstituut Nederland bij 15.116 verwezen volwassenen in 2023. Alle andere schakels zijn losse dwarsdoorsneden van verschillende populaties in hetzelfde jaar. Een berekening die de schakels aan elkaar knoopt, bestaat dus niet, hoe logisch zo'n doorrekening ook klinkt.
Belangrijkste conclusies
- De voorkant van de route groeit, en dat is vooral in de huisartsenpraktijk zichtbaar: psychische problemen stegen van 299,4 naar 315,4 ziekte-episodes per 1.000 ingeschreven personen tussen 2020 en 2024, en de POH-GGZ-contacten van 163,3 naar 177,9 per 1.000.
- De POH-GGZ is geen randvoorziening meer. Van alle huisartsenpraktijken heeft 78 procent er een, 80,1 procent van de contacten is een consult van 20 minuten of langer, en bij 18- tot 44-jarigen gaat het om 255,7 contacten per 1.000 ingeschreven personen.
- Depressie en angststoornis staan bij vrouwen in de top tien van gezondheidsproblemen bij een huisartscontact, met 88 en 86 contacten per 1.000. Bij mannen haalt alleen depressie die lijst, met 67 per 1.000.
- Overspanning in het huisartsdossier is bij vrouwen ongeveer twee keer zo frequent als bij mannen (17,5 tegen 9,0 per 1.000 in 2024), piekt tussen 35 en 44 jaar, en daalt licht sinds 2019. Dat laatste wijst de andere kant op dan de WIA-cijfers.
- De verwijzing naar psychiatrie steeg van 18,0 naar 28,5 per 1.000 in vier jaar, maar Nivel noemt zelf een registratieverklaring: meer instellingen op het verwijsplatform. De stijging is dus niet zonder meer een toename van de zorgvraag.
- Na de verwijzing valt de route grotendeels terug op de huisartsenpraktijk: 72 procent van de verwezen patienten had daar contact tijdens de wachttijd, en van wie binnen een jaar geen ggz-consult kreeg zelfs 94 procent.
- Het aandeel verzuimers dat psychische klachten noemt steeg van 6,7 procent in 2022 naar 8,8 procent in 2025, bij vrouwen van 7,7 naar 10,7 procent, met een piek van 13,5 procent bij vrouwen van 25 tot 35 jaar.
- Aan het eind van de route zijn psychische stoornissen de grootste diagnosegroep: 45,3 procent van de 294.424 lopende WGA-uitkeringen eind 2025, en 35,5 procent van de toegekende WGA-aanvragen in dat jaar.
- Twee schakels van de route zijn niet meer openbaar te volgen: het onderscheid tussen basis-ggz en gespecialiseerde ggz stopt in 2021 en de diagnose-indeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bij het CBS stopt in 2020.
- Niemand volgt dezelfde mensen van huisarts tot WIA. Alleen de stap van verwijzing naar eerste ggz-consult is als cohort onderzocht; alles daarvoor en daarna zijn losse metingen met verschillende noemers.
Methodologie en bronnen
Elk cijfer op deze pagina is in oktober 2026 opnieuw bij de bron opgehaald en teruggetoetst, niet overgenomen uit een samenvatting of een eerdere publicatie. De huisartscijfers komen uit Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: het jaarrapport Zorg door de huisarts met de jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020 tot 2024, gebaseerd op 426 huisartsenpraktijken met 1.921.614 ingeschreven personen, en de jaartabel incidentie en prevalentie per ICPC-code, waaruit de uitsplitsingen naar leeftijd en geslacht zijn gelezen. De cijfers over de route na een verwijzing komen uit het gezamenlijke onderzoek van Nivel en Zorginstituut Nederland onder 15.116 volwassenen met een ggz-verwijzing in 2023, op basis van 233 huisartsenpraktijken gekoppeld aan ggz-declaratiegegevens over 2022 tot 2024. Het zorggebruik in de bevolking komt uit NEMESIS-3 van het Trimbos-instituut, meting 2019 tot 2022 onder volwassenen van 18 tot 75 jaar, inclusief de onderliggende tabellen bij de figuren. De cijfers per echelon en over de poh-ggz komen uit de kerncijfers ggz van de Nederlandse Zorgautoriteit (declaratiejaren 2019 tot 2024, op basis van Vektis) en uit het databestand bij de Vektis-factsheet ggz. De verzuimcijfers komen uit tabel 85998NED van CBS StatLine, de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO, verslagjaar 2025, opgehaald via de open-dataservice. De arbeidsongeschiktheidscijfers komen uit UWV Kwantitatieve informatie 2025, het UWV Kennisverslag Volumeontwikkelingen najaar 2025 en twee UWV-publicaties over de instroomcijfers van 2025 en 2026, aangevuld met tabel 85168NED van CBS StatLine voor de reeks per diagnosegroep tot en met 2020. Waar twee bronnen hetzelfde onderwerp anders afbakenen, staan beide getallen met beide definities op de pagina. Cijfers die niet in een primaire bron waren terug te vinden, staan er niet op.
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.
Gebruikte bronnen
- CBS StatLine, Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen per wet naar diagnose (tabel 85168NED), 2015 tot 2020
- CBS en TNO, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden, StatLine-tabel 85998NED, verslagjaar 2025
- LVE, NHG en NVAB, multidisciplinaire richtlijn Overspanning en Burnout (2011), cijfers Tweede Nationale Studie 2004
- NHG-Standaard Overspanning en burn-out, Huisarts en Wetenschap november 2018, cijfers 2013
- Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, Vektis, Nederlandse Zorgautoriteit, CBS StatLine en UWV; per rij staat de bron in de kolom ernaast en in de bronvermeldingen bij de betreffende sectie
- Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, jaarcijfers ziekten 2024, ICPC-codes P01, P02, P03, P74, P76 en P78
- Nivel en Zorginstituut Nederland, Tijdens de ggz-wachttijd maken de meeste patienten gebruik van huisartsenzorg (2025), tabel 1
- Nivel, De praktijkondersteuner (POH) in de huisartsenpraktijk: diversiteit en capaciteit, najaar 2021
- Nivel, De praktijkondersteuner en praktijkverpleegkundige (POH) in beeld (2023)
- Nivel, Zorg door de huisarts: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024, tabel E3
- Trimbos-instituut, NEMESIS-2 en NEMESIS-3, trends in zorggebruik, 2007 tot 2009 en 2019 tot 2022
- Trimbos-instituut, NEMESIS-3, onvervulde zorgbehoefte, meting 2019 tot 2022
- Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik in de afgelopen 12 maanden, meting 2019 tot 2022
- Trimbos-instituut, NEMESIS-3, zorggebruik naar demografische kenmerken, meting 2019 tot 2022
- UWV Kennisverslag 2025-10, Volumeontwikkelingen najaar 2025
- UWV Kwantitatieve informatie 2025, WIA, lopende WGA-uitkeringen naar diagnosehoofdgroep
- UWV, De groei van de WIA-instroom nam in 2025 af, voor even (2026)
- UWV, WIA-instroom onder de loep: wat de cijfers van 2025 en 2026 ons vertellen
- VZinfo (RIVM), Overspannenheid en burn-out, zorguitgaven 2019
- Vektis, Data en toelichting factsheet ggz, tabblad Diagnoses, 2023 en 2024
Veelgestelde vragen
Hoeveel mensen komen in Nederland met psychische klachten bij de huisarts?
Dat hangt af van de meting. De huisartsenregistratie van Nivel telt per 1.000 ingeschreven personen 315,4 ziekte-episodes in het ICPC-hoofdstuk psychische problemen in 2024, plus 62,6 in het hoofdstuk sociale problemen. Het bevolkingsonderzoek NEMESIS-3 vraagt mensen zelf en komt op 14 procent van de volwassenen van 18 tot 75 jaar die in een jaar de algemene gezondheidszorg gebruikte vanwege psychische problemen, oftewel ongeveer 1,7 miljoen mensen. De registratie telt geregistreerde episodes, het bevolkingsonderzoek telt mensen die het zelf rapporteren.
Hoeveel huisartsenpraktijken hebben een POH-GGZ?
Volgens de Nivel-praktijkenquete van najaar 2021 onder 931 praktijken heeft 78 procent een praktijkondersteuner ggz in het functiebestand, tegenover 81 procent een POH Somatiek. Zestien procent van de praktijken heeft geen van de vier POH-functies. Nivel schat op basis van de websites van alle 4.837 huisartsenpraktijken dat ongeveer 3.389 mensen als POH-GGZ werken, 38 procent van alle 8.997 praktijkondersteuners. De NZa telt op basis van declaraties 6.030 poh-ggz-aanbieders in 2024; dat zijn declarerende aanbieders, niet praktijken.
Hoeveel consulten zijn er bij de POH-GGZ?
In 2024 waren er 177,9 contacten met de POH-GGZ per 1.000 ingeschreven personen, 6 procent meer dan de 168,3 van 2023. Daarvan was 142,5 per 1.000 een consult van 20 minuten of langer. De zorg concentreert zich bij 18- tot 44-jarigen, met 255,7 contacten per 1.000 ingeschreven personen tegen 64,0 bij kinderen van 5 tot 17 jaar. In absolute mensen gemeten komt Vektis voor 2024 op 765 duizend personen met ggz-gerelateerde zorg via de huisartsenpraktijk, tegen 608 duizend in 2017.
Hoe vaak verwijst de huisarts door naar de ggz?
De verwijscijfers van Nivel gaan over het specialisme psychiatrie: 28,5 verwijzingen per 1.000 ingeschreven personen in 2024, tegen 18,0 in 2020. Dat is in 2024 het derde specialisme, na dermatologie en orthopedie. Vijf ICPC-codes dekken 41,8 procent van die verwijzingen: aandachtsdeficientie- of hyperactiviteitsstoornis, depressie, angststoornis, andere psychische symptomen en crisis of voorbijgaande stressreactie. Nivel tekent zelf aan dat de stijging deels kan komen door meer instellingen op het verwijsplatform ZorgDomein.
Waarom staan er geen aparte cijfers voor basis-ggz en gespecialiseerde ggz?
Omdat die niet meer worden gepubliceerd. Tot en met 2021 splitste de NZa de ggz uit naar generalistische basis-ggz (231,6 miljoen euro in 2021) en gespecialiseerde ggz (2.491,5 miljoen euro). Met de invoering van het zorgprestatiemodel per 1 januari 2022 wordt niet langer naar echelon gedeclareerd, en staat vanaf dat jaar in de dataset de waarde NA. De verwijscijfers van Nivel kenden het onderscheid nooit. Bij Vektis is van de patienten in de vier basis-ggz-patientgroepen bovendien geen diagnose bekend: in 2024 ongeveer 267.000 mensen.
Hoeveel mensen verzuimen door psychische klachten?
Van de werknemers die in 2025 hebben verzuimd noemde 8,8 procent psychische klachten, overspannenheid of burn-out als klacht bij het laatste verzuim: 10,7 procent van de vrouwen en 6,9 procent van de mannen. De piek ligt bij vrouwen van 25 tot 35 jaar (13,5 procent) en 35 tot 45 jaar (13,1 procent). Dit percentage gaat over verzuimers, niet over alle werknemers, en niet over het aantal verzuimde dagen. De reeks begint in 2022 omdat de vraag in dat jaar is gewijzigd.
Hoeveel mensen komen in de WIA terecht met een psychische diagnose?
In 2024 stroomden naar schatting 22.500 mensen tot 60 jaar de WIA in met een psychische aandoening als hoofddiagnose, tegen 19.000 in 2023. Van de toegekende WGA-aanvragen in 2025 had 11.358 van 31.979 een psychische stoornis als diagnosehoofdgroep. In de lopende uitkeringen is het aandeel hoger, omdat deze uitkeringen lang doorlopen: 133.238 van 294.424 lopende WGA-uitkeringen eind 2025, oftewel 45,3 procent. De WIA volgt pas na twee jaar ziekte en is dus iets anders dan verzuim.
Is de WIA-instroom door psychische klachten echt gestegen?
Volgens UWV lag de instroom door psychische klachten in 2025 landelijk gemiddeld 29 procent hoger dan in 2022, met de sterkste groei in zorg en welzijn (33 procent, ruim 14.000 toekenningen), het onderwijs (43 procent) en het openbaar bestuur (52 procent). Bij de totale WIA-instroom moet wel een correctie worden toegepast: UWV verstrekte in 2025 36.903 voorschotuitkeringen die administratief als nieuwe instroom meetellen. Gecorrigeerd daarvoor daalde de totale instroom in 2025 met ongeveer 400 uitkeringen, terwijl die op papier met 2.300 steeg naar 71.300.
Kun je uit deze cijfers berekenen hoe groot de kans is dat iemand met psychische klachten in de WIA komt?
Nee. De schakels zijn met verschillende noemers gemeten: per 1.000 ingeschreven personen bij de huisarts, per volwassene van 18 tot 75 jaar in het bevolkingsonderzoek, per verzuimende werknemer in de arbeidsomstandighedenenquete en per verzekerde na twee jaar ziekte bij UWV. Bovendien volgt geen enkele openbare bron dezelfde mensen van begin tot eind. Alleen de stap van ggz-verwijzing naar eerste ggz-consult is als cohort onderzocht, bij 15.116 verwezen volwassenen in 2023.
Doet DiversaMente diagnostiek of behandeling bij psychische klachten?
Nee. DiversaMente geeft kortdurende begeleiding. Deze pagina geeft geen medisch advies en zegt niets over wat iemand zou moeten doen; zij zet alleen de gepubliceerde Nederlandse cijfers over de route bij psychische klachten bij elkaar, met bronvermelding per getal. Voor vragen over eigen klachten, een verwijzing of behandelmogelijkheden is de huisarts het juiste aanspreekpunt, en bij werkgerelateerde klachten ook de bedrijfsarts.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Meer cijferoverzichten
- Burn-out bij vrouwen in cijfers
- Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme
- ADHD, autisme en werk in cijfers
- ADHD en autisme bij vrouwen en mannen
- ADHD-medicatie bij vrouwen
- Autisme bij vrouwen in cijfers
- Hulp zoeken bij psychische klachten in cijfers
- Mantelzorg en dubbele belasting in cijfers
- Meisjes en jonge vrouwen in cijfers
- Mentale gezondheid in cijfers
- Overgang en werk in cijfers
- Psychologen in Nederland in cijfers
- Slaapproblemen bij vrouwen in cijfers
- Verzuim door psychische klachten in cijfers
- Kosten van de ggz
- Wat psychische hulp zelf kost in cijfers
- Werkdruk en werkstress in cijfers
- Zelfstandigen en burn-out in cijfers