DiversaMente › Cijfers › Slaapproblemen bij vrouwen in cijfers
CijferoverzichtSlaapproblemen bij vrouwen in Nederland in cijfers
Over slaapproblemen bij vrouwen circuleren percentages die van 12 tot 40 procent lopen, zonder dat erbij staat wat er precies is gemeten. Op deze pagina staan alleen cijfers uit onderzoeken die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen: de Gezondheidsenquete van het CBS, de uitsplitsingen van VZinfo, de huisartsregistratie van het Nivel, de verstrekkingscijfers van het CBS en de Stichting Farmaceutische Kengetallen, de Nationale Drug Monitor en het arbeidsmarktonderzoek van SEO. Bij elk getal staat welk onderzoek het meet, onder wie, en in welk jaar.
Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.
31,0%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van de vrouwen van 12 jaar en ouder had 31,0 procent in de twee weken voor het interview nogal, veel of heel veel problemen met slapen, tegenover 21,2 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
36,1%vrouwen van 50 tot 64 jaar, 2024
Vrouwen van 50 tot 64 jaar vormen de groep met de meeste slaapproblemen: 36,1 procent, tegenover 21,7 procent van de mannen in dezelfde leeftijd.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
15,2%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van de vrouwen was 15,2 procent door slaapproblemen belemmerd in het dagelijks functioneren, tegenover 10,0 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
23 per 1.000ingeschreven patiënten, 2023
Bij 23 van elke 1.000 ingeschreven patiënten registreerde de huisartsenpraktijk in 2023 een contact met de diagnosecode slapeloosheid, in totaal 29.852 mensen, van wie 59 procent vrouw.
141.850vrouwen, 2024
In 2024 kregen 141.850 vrouwen ten minste een keer een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum, tegenover 93.940 mannen.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
1,2 miljoenmensen, 2025
Ongeveer 1,2 miljoen mensen kregen in 2025 slaap- of kalmeringsmiddelen via de openbare apotheek, vergoed of zelf betaald.
Bron: Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.8 Aanbod en markt
Drie metingen van hetzelfde probleem, drie verschillende antwoorden
Hoe vaak slaapproblemen voorkomen hangt volledig af van wie het meet en hoe. Zelfrapportage in een bevolkingsenquete, een diagnosecode in het dossier van de huisarts en een verstrekking bij de apotheek zijn drie onafhankelijke meetlagen. Ze meten niet hetzelfde en komen daarom niet op hetzelfde getal uit. Dat verschil is geen fout in de cijfers, het is het verschil tussen last hebben, hulp vragen en medicatie krijgen.
26,1%personen van 12 jaar en ouder, 2024
Van de hele bevolking van 12 jaar en ouder had 26,1 procent nogal, veel of heel veel problemen met slapen in de twee weken voor het interview, met een 95 procent-interval van 25,2 tot 27,1 procent.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
38,1%volwassenen van 18 jaar en ouder, 2022
De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 vroeg naar de afgelopen maand in plaats van naar twee weken en kwam op 38,1 procent van de volwassenen, met een spreiding van 34,6 tot 43,4 procent tussen de GGD-regio's.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen regionaal, volwassenen (Gezondheidsmonitor 2022)
23 per 1.000ingeschreven patienten van 18 jaar en ouder, 2023
Bij de huisarts komt een fractie daarvan terecht: 23 van elke 1.000 ingeschreven patienten van 18 jaar en ouder had in 2023 een consult waarbij slapeloosheid werd geregistreerd, oftewel 2,3 procent.
1,28%hele bevolking, 2024
Nog een laag lager staat de medicatie: 1,28 procent van de bevolking kreeg in 2024 ten minste een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum, in totaal 235.795 mensen.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
12%rekenpercentage van SEO, 2025
SEO Economisch Onderzoek rekent voor de maatschappelijke kosten met 12 procent van de bevolking met chronische slapeloosheid, ongeveer 1,4 miljoen mensen tussen 18 en 67 jaar, op basis van een internationale meta-analyse en niet van een Nederlandse meting.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
46,1%hoogste gemeente, 2022
Tussen gemeenten loopt het aandeel volwassenen met slaapproblemen in de Gezondheidsmonitor 2022 uiteen van 26,0 tot 46,1 procent, een verschil van 20 procentpunt binnen hetzelfde onderzoek.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen regionaal, volwassenen (Gezondheidsmonitor 2022)
De meetlagen naast elkaar: wat er feitelijk wordt geteld, onder wie, en in welk jaar.
| Meetlaag | Wat er feitelijk wordt geteld | Populatie | Meetjaar | Uitkomst |
|---|---|---|---|---|
| Zelfrapportage, Gezondheidsenquete (CBS) | nogal, veel of heel veel problemen met slapen in de afgelopen twee weken | 12 jaar en ouder | 2024 | 26,1% (vrouwen 31,0%, mannen 21,2%) |
| Zelfrapportage, Gezondheidsmonitor (GGD, CBS en RIVM) | slaapproblemen in de afgelopen maand | 18 jaar en ouder | 2022 | 38,1% |
| Huisartsregistratie (Nivel Zorgregistraties) | consult met op dezelfde dag de diagnosecode P06 slapeloosheid | ingeschreven patienten van 18 jaar en ouder | 2023 | 23 per 1.000 (29.852 mensen) |
| Vergoede verstrekking (CBS, ATC-groep N05C) | ten minste een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum | hele bevolking | 2024 | 1,28% (235.795 mensen) |
| Apotheekverstrekking (Stichting Farmaceutische Kengetallen) | ten minste een benzodiazepine via de openbare apotheek, vergoed of zelf betaald | hele bevolking | 2024 | bijna 1,3 miljoen mensen |
| Zelfrapportage medicatie (Leefstijlmonitor) | gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen in het afgelopen jaar | 18 jaar en ouder | 2024 | 9,6% (ongeveer 1,4 miljoen) |
De apotheekcijfers en de medicatiecijfers van het CBS gaan over benzodiazepinen als groep, die ook bij angstklachten worden voorgeschreven. Ze zijn geen telling van slaapdiagnoses. Zie de valkuilen onderaan deze pagina.
Hoeveel vrouwen hebben slaapproblemen?
De Gezondheidsenquete van het CBS is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens. De vraag luidt in welke mate iemand in de afgelopen twee weken last heeft gehad van problemen met slapen, zoals moeite met in slaap vallen, moeite om door te slapen of te vroeg wakker worden. Wie antwoordt met nogal, veel of heel veel wordt meegerekend.
31,0%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van de vrouwen rapporteerde 31,0 procent slaapproblemen, met een 95 procent-interval van 29,5 tot 32,4 procent.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
21,2%mannen van 12 jaar en ouder, 2024
Bij mannen is dat 21,2 procent, met een 95 procent-interval van 19,9 tot 22,6 procent. De intervallen van mannen en vrouwen overlappen niet.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
9,8 procentpuntverschil vrouwen en mannen, 2024
Het verschil tussen vrouwen en mannen is 9,8 procentpunt. Vrouwen rapporteren daarmee bijna anderhalf keer zo vaak slaapproblemen als mannen.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
15,2%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van alle vrouwen was 15,2 procent door de slaapproblemen ook belemmerd in het dagelijks functioneren, tegenover 10,0 procent van de mannen en 12,6 procent van de bevolking.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
18,0%vrouwelijke werknemers, 2023
In de TNO-verdieping op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden noemt 18,0 procent van de vrouwelijke werknemers slaapstoornissen als klacht waar zij (heel) vaak last van heeft, tegenover 8,3 procent van de mannelijke werknemers.
1,6 keerslaaponderbrekingen per nacht, 2023
Vrouwelijke werknemers worden gemiddeld 1,6 keer per nacht wakker tegenover 1,3 keer bij mannen, en 27,7 procent van de vrouwen is (zeer) ontevreden over de eigen slaap tegenover 18,9 procent van de mannen.
Problemen met slapen en belemmering in het dagelijks functioneren naar geslacht, personen van 12 jaar en ouder (2024).
| Indicator | Vrouwen | Mannen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Problemen met slapen (nogal, veel of heel veel) | 31,0% | 21,2% | 26,1% |
| Ondergrens 95%-interval | 29,5% | 19,9% | 25,2% |
| Bovengrens 95%-interval | 32,4% | 22,6% | 27,1% |
| Belemmerd in het dagelijks functioneren | 15,2% | 10,0% | 12,6% |
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
Belemmerd in het dagelijks functioneren is in deze tabel een deelverzameling van de groep met slaapproblemen: het gaat om mensen die zowel nogal tot heel veel problemen met slapen rapporteren als aangeven daardoor in het dagelijks functioneren te zijn belemmerd.
Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht
Het verschil tussen vrouwen en mannen bestaat in elke leeftijdsgroep, maar niet overal even groot. VZinfo publiceert de Gezondheidsenquete 2024 met geslacht en leeftijd gekruist in vijf leeftijdsgroepen. De grootste groep is die van 50 tot 64 jaar: daar lopen vrouwen en mannen het verst uiteen.
36,1%vrouwen van 50 tot 64 jaar, 2024
Van de vrouwen van 50 tot 64 jaar heeft 36,1 procent problemen met slapen, de hoogste score van alle groepen in deze uitsplitsing.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
14,4 procentpuntverschil in de groep van 50 tot 64 jaar, 2024
In de leeftijd van 50 tot 64 jaar is het verschil tussen vrouwen (36,1 procent) en mannen (21,7 procent) 14,4 procentpunt, het grootste verschil van alle leeftijdsgroepen.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
32,6%vrouwen van 65 jaar en ouder, 2024
Bij vrouwen van 65 jaar en ouder is het 32,6 procent, tegenover 21,1 procent van de mannen in die leeftijd.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
27,0%meisjes van 12 tot 17 jaar, 2024
Al bij meisjes van 12 tot 17 jaar ligt het aandeel op 27,0 procent, tegenover 17,3 procent bij jongens van dezelfde leeftijd.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
31,8%personen van 50 tot 55 jaar, 2024
In de fijnere leeftijdsindeling van het CBS piekt de hele bevolking in de groep van 50 tot 55 jaar op 31,8 procent, hoger dan 55 tot 65 jaar (27,4 procent) en 65 tot 75 jaar (27,2 procent).
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
27,9%vrouwen van 45 tot 65 jaar, 2020/2021
In de eigen gekruiste tabel van het CBS voor 2020 en 2021 samen staan vrouwen van 45 tot 65 jaar op 27,9 procent tegenover 18,5 procent van de mannen in die leeftijd.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd (tabel 85463NED), 2020/2021
Problemen met slapen naar leeftijd en geslacht, personen van 12 jaar en ouder (2024).
| Leeftijdsgroep | Vrouwen | Mannen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Totaal 12 jaar en ouder | 31,0% | 21,2% | 26,1% |
| 12 tot 17 jaar | 27,0% | 17,3% | 22,0% |
| 18 tot 34 jaar | 28,6% | 23,1% | 25,8% |
| 35 tot 49 jaar | 27,5% | 20,1% | 23,8% |
| 50 tot 64 jaar | 36,1% | 21,7% | 28,9% |
| 65 jaar en ouder | 32,6% | 21,1% | 27,2% |
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
Deze leeftijdsgroepen zijn de indeling van VZinfo, niet die van de CBS-tabel zelf. De CBS-tabel 85454NED publiceert slaapproblemen per leeftijdsgroep en per geslacht apart, niet gekruist; de tabel 85463NED kruist ze wel, maar alleen voor 2020 en 2021 samen en in vier bredere leeftijdsgroepen.
De reeks sinds 2017: slaapproblemen nemen toe
De Gezondheidsenquete stelt de slaapvragen sinds 2017. Vanaf 2022 gebeurt dat alleen nog in de even jaren, waardoor 2023 en 2025 ontbreken. Over de hele reeks is het aandeel met slaapproblemen gestegen, en die stijging is bij jongeren het sterkst.
6,7 procentpuntstijging vrouwen, 2017 tot 2024
Bij vrouwen steeg het aandeel met slaapproblemen van 24,3 procent in 2017 naar 31,0 procent in 2024, een stijging van 6,7 procentpunt.
6,0 procentpuntstijging mannen, 2017 tot 2024
Bij mannen ging het van 15,2 procent naar 21,2 procent, een stijging van 6,0 procentpunt. Het verschil tussen vrouwen en mannen is over deze reeks dus niet groter geworden.
12,3 procentpuntstijging 12 tot 16 jaar, 2017 tot 2024
De sterkste stijging zit bij de jongsten: van 7,7 procent in 2017 naar 20,0 procent in 2024 bij 12 tot 16 jaar, een stijging van 12,3 procentpunt oftewel bijna een verdrievoudiging.
18,4%laagste jaar in de reeks, 2019
Het laagste jaar in de reeks is 2019 met 18,4 procent van de bevolking, het hoogste is 2024 met 26,1 procent.
11,6 procentpuntstijging 16 tot 20 jaar, 2017 tot 2024
Bij 16 tot 20 jaar liep het op van 14,5 naar 26,1 procent, een stijging van 11,6 procentpunt.
0,8 procentpuntdaling 75 jaar en ouder, 2017 tot 2024
De oudste groep is de enige die niet stijgt: bij 75 jaar en ouder ging het van 28,0 procent in 2017 naar 27,2 procent in 2024.
Percentage personen met nogal, veel of heel veel problemen met slapen in de afgelopen twee weken, naar geslacht en leeftijd, 2017 tot 2024.
| Groep | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal 12 jaar en ouder | 19,8% | 21,9% | 18,4% | 21,3% | 21,8% | 25,3% | 26,1% | |
| Vrouwen | 24,3% | 27,4% | 22,8% | 26,1% | 26,4% | 29,2% | 31,0% | |
| Mannen | 15,2% | 16,3% | 14,0% | 16,4% | 17,1% | 21,3% | 21,2% | |
| 12 tot 16 jaar | 7,7% | 9,6% | 9,7% | 15,6% | 16,2% | 16,1% | 20,0% | |
| 16 tot 20 jaar | 14,5% | 13,0% | 15,4% | 18,7% | 18,2% | 22,7% | 26,1% | |
| 20 tot 30 jaar | 18,3% | 20,0% | 18,8% | 21,8% | 24,0% | 25,6% | 26,4% | |
| 30 tot 40 jaar | 16,7% | 21,4% | 16,0% | 19,2% | 20,8% | 25,2% | 23,4% | |
| 40 tot 50 jaar | 19,2% | 21,4% | 18,3% | 21,0% | 21,3% | 24,5% | 24,5% | |
| 50 tot 55 jaar | 20,6% | 25,5% | 20,9% | 24,4% | 28,4% | 28,2% | 31,8% | |
| 55 tot 65 jaar | 25,1% | 26,9% | 21,5% | 24,0% | 22,8% | 29,5% | 27,4% | |
| 65 tot 75 jaar | 21,0% | 22,7% | 17,6% | 20,8% | 17,9% | 24,8% | 27,2% | |
| 75 jaar en ouder | 28,0% | 26,7% | 22,5% | 22,1% | 23,7% | 23,5% | 27,2% |
Een lege cel betekent dat die meting in dat jaar niet is gedaan.
De lege kolom van 2023 is geen ontbrekend cijfer maar een niet uitgevoerde meting: vanaf 2022 stelt het CBS de slaapvragen alleen in de even jaren. In 2020 en 2021 was de dataverzameling van de Gezondheidsenquete verstoord door de coronapandemie en is met een aangepast weegmodel gecorrigeerd voor het wegvallen van de interviews aan huis.
Meisjes en jonge vrouwen
Het verschil tussen vrouwen en mannen is geen ouderdomsverschijnsel. Het is in de cijfers al zichtbaar op de middelbare school, en in de internationale HBSC-studie onder 15-jarigen in dezelfde orde van grootte als in de Nederlandse enquetes onder volwassenen.
40%Nederlandse meisjes van 15 jaar, 2021/2022
Van de Nederlandse meisjes van 15 jaar heeft 40 procent vaker dan een keer per week moeite met in slaap vallen, tegenover 24 procent van de jongens.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen internationaal, HBSC-studie 2021/2022
16 procentpuntverschil meisjes en jongens, 2021/2022
Het verschil van 16 procentpunt tussen Nederlandse meisjes en jongens is vergelijkbaar met het HBSC-gemiddelde van 37 procent bij meisjes en 23 procent bij jongens.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen internationaal, HBSC-studie 2021/2022
13%meisjes van 15 en 16 jaar, 2023
Van de 15- en 16-jarige scholieren in het regulier voortgezet onderwijs had 13 procent van de meisjes ooit slaap- of kalmeringsmiddelen zonder doktersrecept gebruikt, tegenover 7,6 procent van de jongens.
8,3% naar 13%meisjes van 15 en 16 jaar, 2003 tot 2023
Bij meisjes liep dat ooitgebruik zonder recept op van 8,3 procent in 2003 naar 13 procent in 2023, terwijl het totaal over alle scholieren tussen 7,2 en 10 procent bleef schommelen.
19,5%jongvolwassenen van 16 tot 25 jaar, 2024
In de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 zegt 19,5 procent van de 16- tot 25-jarigen meestal slecht of zeer slecht te slapen, met een spreiding van 17,0 tot 22,3 procent tussen GGD-regio's.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen regionaal, jongvolwassenen (Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024)
22,0%personen van 12 tot 18 jaar, 2024
In de Gezondheidsenquete had 22,0 procent van de 12- tot 18-jarigen slaapproblemen, tegenover 10,2 procent in 2017.
Percentage 15-jarigen dat vaker dan een keer per week moeite heeft met in slaap vallen, selectie van landen (schooljaar 2021/2022).
| Land | Jongens | Meisjes |
|---|---|---|
| Engeland (Verenigd Koninkrijk) | 36% | 52% |
| Belgie (Wallonie) | 35% | 46% |
| Frankrijk | 29% | 51% |
| Nederland | 24% | 40% |
| Duitsland | 23% | 39% |
| HBSC-gemiddelde | 23% | 37% |
| Belgie (Vlaanderen) | 25% | 41% |
| Kroatie | 16% | 29% |
| Cyprus | 17% | 28% |
| Finland | 14% | 33% |
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen internationaal, HBSC-studie 2021/2022
In alle 34 landen in deze studie rapporteren meisjes vaker inslaapproblemen dan jongens. Het HBSC-gemiddelde is het gemiddelde van alle deelnemende landen, ook die buiten de selectie in deze tabel.
Opleiding, inkomen en huishouden
Binnen dezelfde enquete lopen de uitkomsten per groep sterk uiteen. Het CBS splitst slaapproblemen in verslagjaar 2024 uit naar opleidingsniveau, inkomen, welvaart, herkomst en positie in het huishouden. De grootste uitschieter is niet een leeftijdsgroep maar een huishoudtype.
41,4%ouders in een eenoudergezin, 2024
Ouders in een eenoudergezin vormen de groep met de meeste slaapproblemen: 41,4 procent, en 24,7 procent is er ook in het dagelijks functioneren door belemmerd.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
39,1%vrouwen van 45 tot 64 jaar, laagste opleidingsgroep, 2024
Van de vrouwen van 45 tot 64 jaar met primair onderwijs, vmbo of mbo niveau 1 heeft 39,1 procent slaapproblemen, tegenover 29,7 procent van de vrouwen in die leeftijd met hbo of wo.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar opleiding, grafiekgegevens 2024
34,8%vrouwen, laagste opleidingsgroep, 2024
Over alle leeftijden ligt het bij vrouwen met primair onderwijs, vmbo of mbo niveau 1 op 34,8 procent tegenover 27,9 procent bij vrouwen met hbo of wo. Bij mannen is het verschil tussen opleidingsgroepen niet statistisch significant.
Bron: VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar opleiding, grafiekgegevens 2024
34,4%laagste inkomensgroep, 2024
In de laagste inkomensgroep van 20 procent heeft 34,4 procent slaapproblemen, tegenover 22,0 procent in de hoogste inkomensgroep.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
35,6%laagste welvaartsgroep, 2024
Naar welvaart, waarin inkomen en vermogen samen worden genomen, loopt het verschil op van 21,9 procent in de hoogste groep naar 35,6 procent in de laagste groep.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
21,1 procentpuntspreiding tussen huishoudtypen, 2024
Tussen huishoudtypen zit 21,1 procentpunt verschil: van 20,3 procent bij een kind jonger dan 18 jaar in een paargezin tot 41,4 procent bij een ouder in een eenoudergezin.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
Problemen met slapen en belemmering in het dagelijks functioneren naar persoonskenmerken, personen van 12 jaar en ouder (2024).
| Kenmerk | Problemen met slapen | Belemmerd in dagelijks functioneren |
|---|---|---|
| Totaal personen | 26,1% | 12,6% |
| Opleiding: basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 29,7% | 15,3% |
| Opleiding: havo, vwo, mbo2 tot 4 | 27,2% | 12,3% |
| Opleiding: hbo, wo | 23,7% | 11,1% |
| Inkomen: laagste 20 procent | 34,4% | 20,6% |
| Inkomen: hoogste 20 procent | 22,0% | 8,3% |
| Vermogen: laagste 20 procent | 33,4% | 19,9% |
| Vermogen: hoogste 20 procent | 20,9% | 7,0% |
| Welvaart: laagste 20 procent | 35,6% | 21,7% |
| Welvaart: hoogste 20 procent | 21,9% | 7,9% |
| Herkomstland Nederland | 24,6% | 10,5% |
| Geboren buiten Nederland | 31,6% | 19,3% |
| Ouder in een eenoudergezin | 41,4% | 24,7% |
| Alleenstaand, 40 tot 65 jaar | 34,8% | 18,3% |
| Alleenstaand, 65 jaar en ouder | 31,9% | 13,0% |
| Alleenstaand, jonger dan 40 jaar | 29,1% | 16,7% |
| Partner in paar met kind | 21,8% | 10,5% |
| Kind jonger dan 18 jaar bij een paar | 20,3% | 8,7% |
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
Deze uitsplitsingen zijn niet met geslacht gekruist, met uitzondering van de opleidingscijfers die VZinfo wel per geslacht publiceert. De verschillen tussen huishoudtypen, inkomensgroepen en herkomstgroepen in deze tabel gaan dus over mannen en vrouwen samen.
Wie komt ermee bij de huisarts?
Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn verzamelt dossiergegevens van ongeveer 400 huisartsenpraktijken met ongeveer 1,8 miljoen ingeschreven patienten, representatief naar leeftijd en geslacht voor de thuiswonende bevolking. Het onderzoek selecteerde volwassenen met in 2023 een consult en op dezelfde dag de diagnosecode P06 slapeloosheid.
29.852patienten van 18 jaar en ouder, 2023
In 2023 registreerden de deelnemende praktijken bij 29.852 volwassen patienten een contact voor slapeloosheid, oftewel 23 per 1.000 ingeschreven patienten.
59%aandeel vrouwen, 2023
Van de mensen met een contact voor slapeloosheid is 59 procent vrouw. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 58 jaar.
23%psychiatrische comorbiditeit, 2023
Bij 23 procent van de mensen met een contact voor slapeloosheid staat ook angst, depressie of ADHD in het dossier.
52%mensen met een contact voor slapeloosheid, 2023
Van hen kreeg 52 procent in datzelfde jaar ten minste een kortwerkende benzodiazepine voorgeschreven. In een vergelijkbaar onderzoek over 2012 was dat 63 procent.
23% tegen 14%vier of meer voorschriften, vrouwen tegen mannen, 2023
Vrouwen met een contact voor slapeloosheid kregen vaker vier of meer voorschriften dan mannen (23 tegen 14 procent) en vaker ten minste een voorschrift: 42 procent van de vrouwen kreeg geen voorschrift tegenover 57 procent van de mannen.
25% tot 77%praktijkvariatie, 2023
Na correctie voor leeftijd, geslacht en psychiatrische comorbiditeit schreef 95 procent van de praktijken aan tussen 25 en 77 procent van de mensen met een contact voor slapeloosheid een kortwerkende benzodiazepine voor.
30 tablettenmediaan per voorschrift, 2023
De mediaan van het aantal tabletten per voorschrift is 30, met een interkwartielrange van 14 tot 30, terwijl de NHG-Standaard maximaal 10 tabletten per keer aanbeveelt.
43%ander middel dan aanbevolen, 2023
Van de mensen met een contact voor slapeloosheid kreeg 43 procent een ander slaapmiddel dan de NHG-Standaard aanbeveelt; 27 procent kreeg geen enkel slaapmiddel en 22 procent kreeg zowel een kortwerkende benzodiazepine als een ander middel.
Aantal voorschriften van kortwerkende benzodiazepinen bij mensen met een contact voor slapeloosheid, naar geslacht en leeftijd (2023).
| Groep | Geen voorschrift | Vier of meer voorschriften |
|---|---|---|
| Vrouwen | 42% | 23% |
| Mannen | 57% | 14% |
| 18 tot 44 jaar | 59% | 8% |
| 75 jaar en ouder | 36% | 32% |
Van de totale groep kreeg bijna 20 procent vier of meer voorschriften. De leeftijdsgroepen 45 tot 64 jaar en 65 tot 74 jaar staan in het rapport alleen in een figuur zonder cijfers bij de staven en zijn daarom niet in deze tabel opgenomen. Bij nieuwe gebruikers, die in 2023 wel en in 2022 geen voorschrift hadden, kreeg 65 procent na het eerste voorschrift geen vervolgvoorschrift in zes maanden en 9 procent vier of meer.
Verstrekte slaap- en kalmeringsmiddelen naar leeftijd
Het CBS telt per jaar hoeveel mensen ten minste een keer een geneesmiddel verstrekt kregen dat uit de basisverzekering is vergoed. Hypnotica en sedativa staan in ATC-groep N05C, anxiolytica in N05B. Beide groepen bestaan grotendeels uit benzodiazepinen en worden zowel bij slapeloosheid als bij angstklachten voorgeschreven.
1,53% tegen 1,02%vrouwen tegen mannen, hypnotica en sedativa, 2024
Van de vrouwen kreeg 1,53 procent in 2024 ten minste een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum, tegenover 1,02 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
1,94% tegen 1,17%vrouwen tegen mannen, anxiolytica, 2024
Bij anxiolytica is het 1,94 procent van de vrouwen tegenover 1,17 procent van de mannen, oftewel 179.660 vrouwen en 106.995 mannen.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
4,36%vrouwen van 75 jaar en ouder, 2024
De hoogste verstrekkingsgraad zit bij vrouwen van 75 jaar en ouder: 4,36 procent kreeg een hypnoticum of sedativum, bijna drie keer het gemiddelde voor alle vrouwen.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
45.775vrouwen van 75 jaar en ouder, 2024
In absolute aantallen gaat het bij vrouwen van 75 jaar en ouder om 45.775 personen, bijna een derde van alle 141.850 vrouwen met zo'n verstrekking.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
0,38% tegen 0,31%jongens tegen meisjes onder 15 jaar, 2024
Onder de 15 jaar is het patroon omgekeerd: daar krijgen jongens iets vaker een hypnoticum of sedativum verstrekt dan meisjes (0,38 tegen 0,31 procent).
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
24,9 per 1.000Zvw-verzekerden, 2024
Volgens de Zorgcijfersdatabank kregen in 2024 24,9 van elke 1.000 Zvw-verzekerden ten minste een vergoed slaap- of kalmeringsmiddel, in totaal bijna 440.000 mensen. In zes regio's, Limburg, Flevoland en de grote steden in de Randstad, ligt dat aantal ruim boven het landelijk gemiddelde.
Bron: VZinfo (RIVM), Geneesmiddelen regionaal, slaap- en kalmeringsmiddelen 2024
Percentage personen met ten minste een vergoede verstrekking, naar ATC-groep, leeftijd en geslacht (2024, voorlopige cijfers).
| Leeftijd | N05C hypnotica en sedativa, vrouwen | N05C hypnotica en sedativa, mannen | N05B anxiolytica, vrouwen | N05B anxiolytica, mannen |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 1,53% | 1,02% | 1,94% | 1,17% |
| 0 tot 15 jaar | 0,31% | 0,38% | 0,14% | 0,16% |
| 15 tot 25 jaar | 0,43% | 0,33% | 0,67% | 0,38% |
| 25 tot 35 jaar | 0,78% | 0,47% | 1,38% | 0,84% |
| 35 tot 45 jaar | 1,08% | 0,69% | 1,95% | 1,29% |
| 45 tot 55 jaar | 1,47% | 0,95% | 2,4% | 1,67% |
| 55 tot 65 jaar | 1,91% | 1,27% | 2,78% | 1,8% |
| 65 tot 75 jaar | 2,41% | 1,67% | 3,15% | 1,8% |
| 75 jaar en ouder | 4,36% | 3,31% | 3,51% | 1,87% |
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
De cijfers over 2024 zijn voorlopig. Geneesmiddelen die worden verstrekt aan mensen die in een ziekenhuis of verpleeghuis zijn opgenomen, zitten niet in deze tabel; verstrekkingen in verzorgingshuizen wel. Omdat iemand uit meer dan een ATC-subgroep middelen kan krijgen, mogen de twee groepen niet bij elkaar worden opgeteld.
De breuk van 2009 in de verstrekkingscijfers
Wie de CBS-reeks over verstrekte slaap- en kalmeringsmiddelen vanaf 2006 naast elkaar legt, ziet tussen 2008 en 2009 een daling van tachtig procent. Die daling is geen gedragsverandering. Per 1 januari 2009 worden benzodiazepinen alleen nog onder specifieke voorwaarden uit het basispakket vergoed, zoals bij epilepsie, angststoornissen waarbij antidepressiva niet werken, meervoudige psychiatrische problematiek en palliatieve sedatie. Het CBS telt alleen vergoede verstrekkingen, dus alles wat mensen sindsdien zelf betalen valt buiten de reeks.
864.605 naar 163.955personen met N05C-verstrekking, 2008 naar 2009
Het aantal mensen met een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum viel van 864.605 in 2008 naar 163.955 in 2009, een daling van 81 procent in een jaar.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
1.174.575 naar 273.590personen met N05B-verstrekking, 2008 naar 2009
Bij anxiolytica ging het van 1.174.575 naar 273.590 personen, een daling van 77 procent.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
583.440 naar 104.800vrouwen met N05C-verstrekking, 2008 naar 2009
Bij vrouwen alleen liep het aantal vergoede verstrekkingen van hypnotica en sedativa terug van 583.440 naar 104.800.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
5,16% naar 0,97%aandeel van de bevolking, 2008 naar 2009
Als aandeel van de bevolking ging het van 5,16 procent in 2008 naar 0,97 procent in 2009. Wie die reeks als een maat voor slaapmiddelgebruik leest, meet in werkelijkheid een pakketmaatregel.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
1,28%aandeel van de bevolking, 2024
Sinds 2009 loopt de vergoede verstrekking weer op, tot 1,36 procent in 2020, en daalt daarna licht naar 1,28 procent in 2024.
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
50 naar 28 miljoenverstrekte langwerkende benzodiazepinen, 2009 naar 2018
Het aantal verstrekkingen van langwerkende benzodiazepinen daalde met 43 procent, van ongeveer 50 miljoen in 2009 naar ongeveer 28 miljoen in 2018.
Aantal personen met ten minste een vergoede verstrekking van hypnotica, sedativa of anxiolytica, 2006 tot 2024.
| Jaar | N05C totaal | N05C vrouwen | N05B totaal | N05B vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| 2006 | 847.170 | 574.695 | 1.163.235 | 753.025 |
| 2007 | 867.425 | 585.700 | 1.184.070 | 767.190 |
| 2008 | 864.605 | 583.440 | 1.174.575 | 761.430 |
| 2009 | 163.955 | 104.800 | 273.590 | 166.610 |
| 2010 | 170.780 | 107.850 | 291.815 | 177.630 |
| 2015 | 207.540 | 126.800 | 308.915 | 189.245 |
| 2019 | 239.585 | 145.505 | 323.240 | 199.945 |
| 2020 | 241.660 | 145.775 | 316.815 | 196.655 |
| 2022 | 240.990 | 145.625 | 306.785 | 190.990 |
| 2023 | 239.730 | 145.015 | 297.680 | 185.885 |
| 2024 | 235.795 | 141.850 | 286.650 | 179.660 |
Bron: CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
De jaren 2011 tot 2014, 2016 tot 2018 en 2021 zijn voor de leesbaarheid weggelaten; de reeks loopt in de brontabel door zonder gaten. Tot 2010 hebben de cijfers ook betrekking op mensen die wel in de Basisregistratie Personen stonden maar niet meer in Nederland woonden.
Vier manieren om medicatiegebruik te tellen
Naast de vergoede verstrekkingen van het CBS bestaan er drie andere tellingen: wat de openbare apotheken afleveren, wat de zorgverzekeraars vergoeden, en wat mensen zelf zeggen te gebruiken. Ze verschillen een factor vijf, en dat komt doordat ze verschillende dingen tellen.
bijna 1,3 miljoenmensen met een benzodiazepine, 2024
Openbare apotheken verstrekten in 2024 aan bijna 1,3 miljoen mensen een benzodiazepine, een daling van 2,6 procent oftewel 34.000 gebruikers ten opzichte van 2023.
9,6%volwassenen van 18 jaar en ouder, 2024
In de Leefstijlmonitor zei 9,6 procent van de volwassenen in het afgelopen jaar slaap- of kalmeringsmiddelen te hebben gebruikt, ongeveer 1,4 miljoen mensen; 19,9 procent had dat ooit gedaan en 5,8 procent in de laatste maand.
Bron: Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.2 Gebruik: volwassenen
11,4% tegen 7,7%vrouwen tegen mannen, 2024
Dat laatstejaargebruik ligt bij vrouwen op 11,4 procent en bij mannen op 7,7 procent. Bij vrouwen daalde het sinds de eerste meting in 2016 van 13,4 procent, bij mannen steeg het sinds 2022 van 6,4 procent.
480.000volwassenen, 2024
Naar schatting 480.000 volwassenen, 3,4 procent, gebruikte slaap- of kalmeringsmiddelen ook zonder doktersrecept. Bij vrouwen daalde dat van 4,4 procent in 2022 naar 3,4 procent in 2024.
Bron: Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.2 Gebruik: volwassenen
125.100mensen, 2023
Volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen gebruikten in 2023 ongeveer 125.100 mensen slaap- en kalmeringsmiddelen langer dan een jaar, 272.100 mensen langer dan acht maanden en 410.300 mensen langer dan vier maanden.
Bron: Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.8 Aanbod en markt
74.881.711standaarddagdoseringen, 2024
In 2024 werden 74.881.711 standaarddagdoseringen slaap- en kalmeringsmiddelen verstrekt via apotheken, 2,9 procent minder dan in 2023 en 7,2 procent minder dan in 2020.
Bron: Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.8 Aanbod en markt
0,8% tegen 0,2%vrouwen tegen mannen, 2007 tot 2009
De laatste Nederlandse meting van misbruik of afhankelijkheid van slaap- of kalmeringsmiddelen komt uit NEMESIS-2 over 2007 tot 2009: 0,5 procent van de bevolking in het afgelopen jaar, bij vrouwen 0,8 procent tegenover 0,2 procent bij mannen.
1.541mensen in de verslavingszorg, 2024
In 2024 werden 1.541 mensen in de verslavingszorg behandeld met medicijnen als voornaamste probleem, waarvan 56 procent voor benzodiazepinen en 26 procent voor sedativa.
Tellingen van slaap- en kalmeringsmiddelengebruik in Nederland, met wat elke telling wel en niet meeneemt.
| Telling | Wat er wordt meegeteld | Jaar | Uitkomst |
|---|---|---|---|
| Apotheekverstrekking (Stichting Farmaceutische Kengetallen) | mensen met ten minste een benzodiazepine via de openbare apotheek, vergoed en zelf betaald | 2024 | bijna 1,3 miljoen |
| Apotheekverstrekking (via de Nationale Drug Monitor) | zelfde telling, een jaar later | 2025 | ongeveer 1,2 miljoen |
| Vergoede verstrekking (Zorgcijfersdatabank) | Zvw-verzekerden met ten minste een vergoed slaap- of kalmeringsmiddel | 2024 | 439.785 (24,9 per 1.000) |
| Vergoede verstrekking (CBS, N05C) | personen met ten minste een vergoed hypnoticum of sedativum | 2024 | 235.795 |
| Vergoede verstrekking (CBS, N05B) | personen met ten minste een vergoed anxiolyticum | 2024 | 286.650 |
| Zelfrapportage (Leefstijlmonitor) | volwassenen die zeggen in het afgelopen jaar slaap- of kalmeringsmiddelen te hebben gebruikt | 2024 | 9,6%, ongeveer 1,4 miljoen |
Het verschil tussen de apotheektelling en de vergoedingstelling is grotendeels het gevolg van de pakketmaatregel van 2009: recepten die mensen zelf betalen komen bij de apotheek wel in beeld en bij de zorgverzekeraar niet. De zelfrapportage in de Leefstijlmonitor telt ook middelen zonder recept en is gebaseerd op 10.085 ingevulde vragenlijsten in 2024.
Slapeloosheid en werk
SEO Economisch Onderzoek koppelde huisartsdiagnoses uit Nivel Zorgregistraties aan CBS-microdata over werk en inkomen en volgde ruim 14.000 mensen met een nieuwe diagnose slapeloosheid tegenover een half miljoen mensen zonder slaapproblemen. De onderzoeksgroep bestaat voor 57 procent uit vrouwen, maar het gemeten effect op werk is bij vrouwen en mannen gelijk.
57% tegen 47%aandeel vrouwen, 2013 tot 2022
Van de mensen die later een diagnose slapeloosheid krijgen is 57 procent vrouw, tegenover 47 procent in de groep zonder slaapproblemen. Bij slaapapneu is dat 22 procent.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
2,5 procentpunteffect op de kans op betaald werk
Na een diagnose slapeloosheid neemt de kans op betaald werk met 2,5 procentpunt af. Het aandeel zonder werk loopt daardoor op van 16,3 naar 18,8 procent.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
2,3 procentpunteffect op de kans op een uitkering
De kans om in een uitkering te belanden stijgt met 2,3 procentpunt, van 8,0 naar 10,3 procent, meestal een arbeidsongeschiktheids- of Ziektewetuitkering.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
ruim 1.000 eurodaling bruto jaarinkomen
Het bruto jaarinkomen daalt gemiddeld met 2,3 procent, ruim duizend euro per jaar. Voor mensen in loondienst is de loondaling 1,7 procent oftewel achthonderd euro per jaar.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
geen verschileffect bij vrouwen en mannen
Het effect op de kans op werk is bij vrouwen 2,4 procentpunt en bij mannen 2,6 procentpunt, een verschil dat niet statistisch significant is. Wel is het effect bij mensen boven de 45 jaar groter (2,9 procentpunt) dan bij jongeren (2,1 procentpunt).
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
2,9 miljard euroverloren productie per jaar
Bij elkaar komt SEO op ongeveer 2,9 miljard euro verloren productie per jaar: 1,8 miljard door een lagere kans op werk bij ongeveer 36.000 mensen en 1,1 miljard door lagere productie van mensen die blijven werken.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
600 tegen 2.000 eurokosten tegen arbeidsmarktbaten
Vijf face-to-facebehandelingen cognitieve gedragstherapie bij slapeloosheid kosten rond de zeshonderd euro, terwijl een behandeling die de klachten verhelpt gemiddeld bijna tweeduizend euro aan arbeidsmarktbaten oplevert voor iemand tussen 18 en 67 jaar.
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
22,2% tegen 17,6%burn-outklachten vrouwelijke en mannelijke werknemers, 2023
In de TNO-verdieping op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden rapporteert 22,2 procent van de vrouwelijke werknemers burn-outklachten tegenover 17,6 procent van de mannelijke werknemers.
Kenmerken een jaar voor de diagnose, mensen met slapeloosheid en met slaapapneu tegenover een groep zonder slaapproblemen (diagnoses 2013 tot 2022).
| Kenmerk | Zonder slaapproblemen | Slapeloosheid | Slaapapneu |
|---|---|---|---|
| Vrouw | 47% | 57% | 22% |
| Man | 53% | 43% | 78% |
| 18 tot 30 jaar | 19% | 14% | 5% |
| 30 tot 40 jaar | 26% | 22% | 15% |
| 40 tot 50 jaar | 30% | 32% | 35% |
| 50 tot 60 jaar | 23% | 29% | 39% |
| 60 jaar tot AOW-leeftijd | 3% | 4% | 7% |
| Eenpersoonshuishouden | 16% | 17% | 15% |
Bron: SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
Dit zijn aandelen binnen elke groep, geen risico's. Dat 57 procent van de mensen met een diagnose slapeloosheid vrouw is, betekent dat vrouwen vaker in deze groep zitten, niet dat slapeloosheid bij vrouwen zwaarder weegt op het werk. Dat laatste is in dit onderzoek juist niet gevonden.
Valkuilen voordat je deze cijfers citeert
- Een slaapmiddelverstrekking is geen slaapdiagnose De ATC-groepen N05B en N05C bestaan grotendeels uit benzodiazepinen, en die worden volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen vooral toegepast bij slapeloosheid en angststoornissen. In 2024 kregen 371.000 van de bijna 1,3 miljoen benzodiazepinegebruikers, 29 procent, binnen drie maanden zowel een antidepressivum als een benzodiazepine. Het Nivel-onderzoek naar slapeloosheid in de huisartsenpraktijk zegt er zelf over dat de indicatie bij het recept niet is bekeken, waardoor niet met zekerheid is te stellen dat de middelen voor slapeloosheid zijn voorgeschreven. Dat geldt vooral voor middelen als amitriptyline en quetiapine. Wie de 179.660 vrouwen met een anxiolyticum in 2024 presenteert als vrouwen met slaapproblemen, telt een onbekend deel angstklachten mee.
- De val van 2009 is een pakketmaatregel, geen gedragsverandering In de CBS-reeks over vergoede verstrekkingen daalt het aantal mensen met een hypnoticum of sedativum van 864.605 in 2008 naar 163.955 in 2009, en bij anxiolytica van 1.174.575 naar 273.590. Per 1 januari 2009 worden benzodiazepinen alleen nog onder specifieke voorwaarden uit het basispakket vergoed. Het CBS telt uitsluitend vergoede verstrekkingen, dus alles wat mensen sindsdien zelf betalen verdwijnt uit de reeks. Dat verklaart ook waarom de apotheken in 2024 aan bijna 1,3 miljoen mensen een benzodiazepine verstrekten terwijl de vergoedingstelling op 439.785 mensen uitkomt. Een reeks die over 2009 heen wordt doorgetrokken, meet een vergoedingsregel en niet het gebruik.
- Rond de overgang lopen leeftijd en hormonale fase door elkaar De piek bij vrouwen van 50 tot 64 jaar (36,1 procent in 2024) is een leeftijdsgroep, geen hormonale fase. De Gezondheidsenquete en de Gezondheidsmonitor vragen niet naar menstruatiestatus of menopauze, dus uit die cijfers volgt niet dat de overgang de oorzaak is. Alleen onderzoek dat de fase zelf meet kan die link leggen. In de TNO-verdieping op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2023 noemt 9,5 procent van de vrouwelijke werknemers in de menstruele fase slaapstoornissen als klacht waar zij (heel) vaak last van heeft, tegenover 24,5 procent in de perimenopauze en 28,8 procent in de postmenopauze. Dat zijn 754, 225 en 353 respondenten. Dezelfde cijfers staan in detail op de pagina over de overgang en werk.
- Twee weken, een maand en een stoornis zijn drie verschillende vragen De Gezondheidsenquete vraagt naar de afgelopen twee weken en komt in 2024 op 26,1 procent. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen vraagt naar de afgelopen maand en komt in 2022 op 38,1 procent. VZinfo zegt zelf dat het landelijk gemiddelde van de regionale kaart afwijkt van het landelijk cijfer bij leeftijd en geslacht door het gebruik van verschillende bronnen. Chronische slapeloosheid als stoornis is weer iets anders: SEO Economisch Onderzoek rekent met 12 procent van de bevolking, op basis van een internationale meta-analyse. Drie percentages die op hetzelfde lijken, en alle drie kloppen binnen hun eigen definitie.
- De slaapvraag wordt niet elk jaar gesteld Vanaf 2022 stelt het CBS de vragen over slaap alleen in de even jaren. Daarom ontbreken 2023 en 2025 in de reeks. Een trendlijn die 2022 en 2024 verbindt, verbindt twee metingen met een gat van twee jaar ertussen. Daar komt bij dat de dataverzameling van de Gezondheidsenquete in 2020 en 2021 door de coronapandemie verstoord was: een deel van de tijd konden geen interviews aan huis worden afgenomen en is met een aangepast weegmodel gecorrigeerd. De pandemie kan ook het slaapgedrag zelf hebben beinvloed.
- Twee keer 1,4 miljoen, twee verschillende groepen De Nationale Drug Monitor komt voor 2024 op ongeveer 1,4 miljoen volwassenen die in het afgelopen jaar slaap- of kalmeringsmiddelen gebruikten, 9,6 procent van de volwassenen. SEO Economisch Onderzoek komt op ongeveer 1,4 miljoen mensen tussen 18 en 67 jaar met chronische slapeloosheid, 12 procent. Dat zijn twee verschillende groepen met twee verschillende noemers die toevallig op hetzelfde afgeronde getal uitkomen. Ze mogen niet voor elkaar worden gebruikt en al helemaal niet bij elkaar worden opgeteld.
- Hetzelfde onderzoek, twee iets verschillende cijfers De CBS-tabel geeft voor 2019 een totaal van 18,4 procent en voor vrouwen 22,8 procent; VZinfo geeft voor hetzelfde jaar 18,5 en 22,9 procent. Het verschil komt doordat VZinfo cijfers standaardiseert naar de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie om jaren en regio's vergelijkbaar te maken, en het CBS de ongestandaardiseerde uitkomst publiceert. De verschillen zijn klein, maar wie cijfers uit beide bronnen in een tabel zet, zet twee bewerkingen naast elkaar.
- Een aandeel vrouwen is geen risico voor vrouwen Dat 59 procent van de mensen met een huisartscontact voor slapeloosheid vrouw is, en 57 procent van de onderzoeksgroep van SEO, zijn aandelen binnen een groep patienten. Daaruit volgt niet dat de gevolgen bij vrouwen groter zijn. SEO vond juist geen verschil tussen vrouwen (2,4 procentpunt minder kans op werk) en mannen (2,6 procentpunt). Ook TNO merkt op dat de verschillen tussen vrouwen en mannen in gezondheid, werkvermogen en verzuim statistisch significant maar niet relevant zijn: het onderscheid dat er wel toe doet, is dat tussen vrouwen met en zonder regelmatige klachten.
Belangrijkste conclusies
- Slaapproblemen zijn in Nederland bij vrouwen aanzienlijk vaker gemeten dan bij mannen: 31,0 procent tegenover 21,2 procent in 2024, met niet overlappende betrouwbaarheidsintervallen.
- Het verschil bestaat in elke leeftijdsgroep en is al zichtbaar op de middelbare school: 27,0 procent van de meisjes van 12 tot 17 jaar tegenover 17,3 procent van de jongens, en bij 15-jarigen in de internationale HBSC-studie 40 tegen 24 procent.
- Het grootste verschil tussen vrouwen en mannen zit in de leeftijd van 50 tot 64 jaar: 36,1 tegenover 21,7 procent. Dat is een leeftijdsgroep, geen hormonale fase; alleen onderzoek dat de fase zelf meet kan die link leggen.
- De drie meetlagen leveren drie antwoorden: 26,1 procent van de bevolking zegt het zelf, 2,3 procent brengt het in een jaar bij de huisarts en 1,28 procent krijgt een vergoed hypnoticum of sedativum. Tussen de eerste en de tweede laag zit een factor elf, tussen de tweede en de derde bijna een factor twee.
- Vrouwen krijgen vaker en langer slaap- en kalmeringsmiddelen verstrekt dan mannen: 1,53 tegenover 1,02 procent voor hypnotica en sedativa, en bij een huisartscontact voor slapeloosheid vier of meer voorschriften bij 23 procent van de vrouwen tegenover 14 procent van de mannen.
- Niet leeftijd maar huishouden geeft de grootste uitschieter: 41,4 procent van de ouders in een eenoudergezin heeft slaapproblemen, tegenover 20,3 procent van de kinderen jonger dan 18 jaar in een paargezin.
- De sociaaleconomische gradient is sterk en bij vrouwen significant: 35,6 procent in de laagste welvaartsgroep tegenover 21,9 procent in de hoogste, en bij vrouwen van 45 tot 64 jaar 39,1 procent in de laagste opleidingsgroep tegenover 29,7 procent in de hoogste.
- Op het werk is het effect van slapeloosheid bij vrouwen en mannen gelijk: 2,4 tegenover 2,6 procentpunt minder kans op betaald werk, een verschil dat niet statistisch significant is. Het effect is wel groter boven de 45 jaar.
- De grootste meetvalkuil zit in de medicatiecijfers: de daling van 864.605 naar 163.955 verstrekkingen tussen 2008 en 2009 komt van een pakketmaatregel, en de apotheken verstrekken nog altijd aan bijna 1,3 miljoen mensen per jaar een benzodiazepine.
- Bij vrouwen gingen de twee metingen de afgelopen jaren tegen elkaar in: het aandeel dat slaapproblemen rapporteert steeg van 24,3 procent in 2017 naar 31,0 procent in 2024, terwijl het aandeel dat zegt slaap- of kalmeringsmiddelen te gebruiken daalde van 13,4 procent in 2016 naar 11,4 procent in 2024. Dat zijn twee verschillende onderzoeken en de percentages zijn niet onderling uitwisselbaar, maar de richting is tegengesteld.
- Slaapproblemen zijn tussen 2017 en 2024 bij alle leeftijdsgroepen onder de 75 jaar toegenomen, het sterkst bij 12- tot 16-jarigen (van 7,7 naar 20,0 procent). De reeks heeft wel een gat: vanaf 2022 wordt de slaapvraag alleen in de even jaren gesteld.
Methodologie en bronnen
Elk cijfer op deze pagina komt uit een bron die wij zelf hebben opgevraagd en uitgelezen, niet uit een samenvatting of een zoekresultaat. De zelfrapportagecijfers komen uit de Gezondheidsenquete van het CBS, opgehaald via de open-dataservice: tabel 85454NED voor de verslagjaren 2017 tot 2024 met de uitsplitsing naar persoonskenmerken, en tabel 85463NED voor de enige CBS-publicatie waarin slaapproblemen naar geslacht en leeftijd zijn gekruist, over 2020 en 2021 samen. De gekruiste uitsplitsing voor 2024 en de uitsplitsing naar opleiding per geslacht komen van VZinfo, waar wij de onderliggende grafiekgegevens uit de pagina hebben gelezen; VZinfo standaardiseert die cijfers, waardoor ze tot enkele tienden van een procentpunt van de CBS-tabel kunnen afwijken. De cijfers over de huisartsenpraktijk komen uit de publicatie Medicamenteuze behandeling van slapeloosheid in de huisartsenpraktijk van het Nivel, gebaseerd op ongeveer 400 huisartsenpraktijken met ongeveer 1,8 miljoen ingeschreven patienten en 29.852 volwassenen met in 2023 een consult met diagnosecode P06. De medicatiecijfers komen uit CBS-tabel 81071ned voor de ATC-groepen N05B en N05C over 2006 tot 2024, uit de Nationale Drug Monitor editie 2026 van het Trimbos-instituut en het WODC, en uit een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen van 20 maart 2025. De arbeidsmarktcijfers komen uit het rapport Slapend rijk van SEO Economisch Onderzoek uit 2025, dat Nivel-diagnoses koppelt aan CBS-microdata van ruim 14.000 mensen met slapeloosheid en een half miljoen mensen zonder slaapproblemen. De cijfers per hormonale fase komen uit het TNO-rapport Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen uit 2025, een verdieping op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2023 onder 3.787 werknemers. Waar de lopende tekst van een rapport afwijkt van de bijbehorende tabel, volgen wij de tabel. Cijfers die wij niet in een primaire bron konden terugvinden, staan niet op deze pagina.
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.
Gebruikte bronnen
- CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd (tabel 85463NED), 2020/2021
- CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), verslagjaar 2024
- CBS StatLine, Personen met verstrekte geneesmiddelen; leeftijd en geslacht (tabel 81071ned)
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.2 Gebruik: volwassenen
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.2.2 Veranderingen in het gebruik
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.4 Problematisch gebruik
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.6 Hulpvraag en incidenten
- Nationale Drug Monitor (Trimbos-instituut en WODC), editie 2026, paragraaf 10.8 Aanbod en markt
- Nivel, Medicamenteuze behandeling van slapeloosheid in de huisartsenpraktijk (2026), Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn
- SEO Economisch Onderzoek, Slapend rijk: arbeidsmarkteffecten van slapeloosheid (2025)
- Samenstelling op basis van CBS StatLine 85454NED en 81071ned, VZinfo, Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, Stichting Farmaceutische Kengetallen en de Nationale Drug Monitor
- Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2,6% minder gebruikers van benzodiazepinen (Pharmaceutisch Weekblad, 20 maart 2025)
- TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen: de impact op werk (2025), tabel A.1 en tabel 4.1
- VZinfo (RIVM), Geneesmiddelen regionaal, slaap- en kalmeringsmiddelen 2024
- VZinfo (RIVM), Slaapproblemen internationaal, HBSC-studie 2021/2022
- VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar leeftijd en geslacht, grafiekgegevens 2024
- VZinfo (RIVM), Slaapproblemen naar opleiding, grafiekgegevens 2024
- VZinfo (RIVM), Slaapproblemen regionaal, jongvolwassenen (Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024)
- VZinfo (RIVM), Slaapproblemen regionaal, volwassenen (Gezondheidsmonitor 2022)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vrouwen in Nederland hebben slaapproblemen?
In de Gezondheidsenquete van 2024 rapporteerde 31,0 procent van de vrouwen van 12 jaar en ouder nogal, veel of heel veel problemen met slapen in de twee weken voor het interview, met een 95 procent-interval van 29,5 tot 32,4 procent. Bij mannen is dat 21,2 procent. Van alle vrouwen was 15,2 procent daardoor ook belemmerd in het dagelijks functioneren.
Op welke leeftijd hebben vrouwen de meeste slaapproblemen?
In de uitsplitsing van VZinfo over 2024 is de groep van 50 tot 64 jaar de hoogste: 36,1 procent van de vrouwen tegenover 21,7 procent van de mannen. Daarna volgen vrouwen van 65 jaar en ouder met 32,6 procent. In de fijnere leeftijdsindeling van het CBS piekt de hele bevolking in de groep van 50 tot 55 jaar op 31,8 procent.
Komt dat door de overgang?
Dat volgt niet uit deze cijfers. De Gezondheidsenquete vraagt niet naar menstruatiestatus of menopauze, dus de piek bij 50 tot 64 jaar is een leeftijdsgroep en geen hormonale fase. Onderzoek dat de fase zelf meet, de TNO-verdieping op de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2023, vindt bij vrouwelijke werknemers 9,5 procent met vaak slaapstoornissen in de menstruele fase, 24,5 procent in de perimenopauze en 28,8 procent in de postmenopauze. Leeftijd en fase lopen daarin wel samen op.
Waarom verschillen de cijfers over slaapproblemen zo sterk?
Omdat de vraag verschilt. De Gezondheidsenquete vraagt naar de afgelopen twee weken en komt op 26,1 procent in 2024. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen vraagt naar de afgelopen maand en komt op 38,1 procent in 2022. Bij de huisarts wordt bij 23 van elke 1.000 ingeschreven patienten per jaar slapeloosheid geregistreerd, en 1,28 procent van de bevolking krijgt een vergoed slaapmiddel. Alle vier kloppen binnen hun eigen definitie.
Hoeveel vrouwen gebruiken slaapmiddelen?
Dat hangt af van de telling. In 2024 kregen 141.850 vrouwen ten minste een vergoede verstrekking van een hypnoticum of sedativum, oftewel 1,53 procent van alle vrouwen, en 179.660 vrouwen een vergoed anxiolyticum. In de Leefstijlmonitor zei 11,4 procent van de vrouwen in het afgelopen jaar slaap- of kalmeringsmiddelen te hebben gebruikt. Openbare apotheken verstrekten in 2024 aan bijna 1,3 miljoen mensen, vrouwen en mannen samen, een benzodiazepine.
Hoeveel mensen gaan met slapeloosheid naar de huisarts?
In 2023 registreerden de deelnemende huisartsenpraktijken bij 23 van elke 1.000 ingeschreven patienten van 18 jaar en ouder een contact met de diagnosecode slapeloosheid, in totaal 29.852 mensen. De gemiddelde leeftijd was 58 jaar en 59 procent was vrouw. Van hen kreeg 52 procent in datzelfde jaar ten minste een kortwerkende benzodiazepine voorgeschreven, tegenover 63 procent in een vergelijkbaar onderzoek over 2012.
Wat kost slapeloosheid op het werk?
SEO Economisch Onderzoek berekent ongeveer 2,9 miljard euro verloren productie per jaar: 1,8 miljard doordat ongeveer 36.000 mensen een uitkering hebben in plaats van werk en 1,1 miljard door lagere productie van mensen die blijven werken. Na een diagnose slapeloosheid neemt de kans op betaald werk met 2,5 procentpunt af en stijgt de kans op een uitkering met 2,3 procentpunt.
Zijn slaapproblemen toegenomen?
Ja, in de Gezondheidsenquete. Bij vrouwen liep het aandeel op van 24,3 procent in 2017 naar 31,0 procent in 2024, bij mannen van 15,2 naar 21,2 procent. De sterkste stijging zit bij 12- tot 16-jarigen, van 7,7 naar 20,0 procent. Alleen de groep van 75 jaar en ouder steeg niet. De reeks heeft wel een gat: vanaf 2022 stelt het CBS de slaapvragen alleen in de even jaren, waardoor 2023 en 2025 ontbreken.
Hebben vrouwen met een laag inkomen vaker slaapproblemen?
In de CBS-cijfers over 2024 heeft de laagste inkomensgroep van 20 procent 34,4 procent slaapproblemen tegenover 22,0 procent in de hoogste groep, en naar welvaart 35,6 tegenover 21,9 procent. Die uitsplitsingen gaan over mannen en vrouwen samen. VZinfo publiceert opleiding wel per geslacht: bij vrouwen is het verschil tussen opleidingsgroepen statistisch significant (34,8 procent in de laagste tegenover 27,9 procent in de hoogste), bij mannen niet.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Meer cijferoverzichten
- Burn-out bij vrouwen in cijfers
- Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme
- ADHD, autisme en werk in cijfers
- ADHD en autisme bij vrouwen en mannen
- ADHD-medicatie bij vrouwen
- Autisme bij vrouwen in cijfers
- Hulp zoeken bij psychische klachten in cijfers
- Mantelzorg en dubbele belasting in cijfers
- Meisjes en jonge vrouwen in cijfers
- Mentale gezondheid in cijfers
- Overgang en werk in cijfers
- Psychologen in Nederland in cijfers
- Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers
- Verzuim door psychische klachten in cijfers
- Kosten van de ggz
- Wat psychische hulp zelf kost in cijfers
- Werkdruk en werkstress in cijfers
- Zelfstandigen en burn-out in cijfers