DiversaMente › Cijfers › Mantelzorg en dubbele belasting in cijfers
CijferoverzichtMantelzorg, overbelasting en de combinatie met werk in cijfers
Over mantelzorg lopen cijfers uit verschillende onderzoeken door elkaar, en die onderzoeken bakenen mantelzorg niet hetzelfde af. Op deze pagina staan alleen cijfers uit bronnen die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen: de Gezondheidsenquete van CBS via StatLine, de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD'en, CBS en RIVM, het SCP-onderzoek onder werkenden en werkgevers, en de SCP-rapportage Blijvende bron van zorg. Bij elk getal staat welk onderzoek het meet, onder wie, met welke ondergrens en in welk jaar. Waar de bronnen elkaar tegenspreken, staan beide getallen er.
Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.
14,0%personen van 16 jaar of ouder, 2025
In 2025 gaf 14,0 procent van de Nederlanders van 16 jaar of ouder mantelzorg volgens de CBS-afbakening: hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost.
16,2% om 11,7%vrouwen om mannen, 2025
Van de vrouwen gaf 16,2 procent mantelzorg en van de mannen 11,7 procent. Dat verschil is in elk van de elf meetjaren sinds 2015 aanwezig.
10,6 uurper mantelzorger per week, 2025
Mantelzorgers gaven in 2025 gemiddeld 10,6 uur hulp per week: 10,9 uur bij vrouwen en 10,2 uur bij mannen. De mediaan ligt veel lager dan het gemiddelde, want de verdeling heeft een lange staart.
23,0% om 15,6%vrouwelijke om mannelijke mantelzorgers, 2025
Van de vrouwen die mantelzorg geven voelde 23,0 procent zich zwaarbelast, tegen 15,6 procent van de mannen. Dit is zelfgerapporteerde belasting en geen diagnose.
Dezelfde vraag, vijf metingen, vijf antwoorden
Hoeveel mantelzorgers Nederland heeft, hangt vooral af van waar de ondergrens ligt. Het CBS telt alleen hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost. Het SCP legt in zijn bevolkingsonderzoek geen ondergrens op en telt ook lichte hulp mee. Dat verschil is geen detail: het scheelt een factor twee en een half.
14,0%personen van 16 jaar of ouder, 2025
Met de CBS-afbakening (drie maanden of acht uur per week) komt de Gezondheidsenquete in 2025 uit op 14,0 procent van de 16-plussers.
35,4%personen van 16 jaar of ouder, 2019
Zonder ondergrens, dus met lichte hulp meegeteld, komt het SCP in 2019 uit op 35,4 procent van de 16-plussers, oftewel ongeveer 5 miljoen mensen.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
5,8%personen van 16 jaar of ouder, 2019
Binnen diezelfde SCP-meting helpt 5,8 procent van de 16-plussers zowel langdurig (meer dan drie maanden) als intensief (meer dan acht uur per week), oftewel ongeveer 830.000 mensen.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
15%werkenden, najaar 2022
In het SCP-onderzoek onder werkenden gaf 15 procent van de werkenden hulp aan naasten in najaar 2022. Ook hier geldt geen ondergrens.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
13,8%personen van 18 tot 75 jaar, 2024
De Gezondheidsmonitor, met ruim 454.000 deelnemers, komt met de CBS-afbakening in 2024 uit op 13,8 procent van de 18- tot 75-jarigen. Het CBS vat dat samen als 14 procent: 11 procent niet-zwaarbelast en 3 procent zwaarbelast.
12%vrouwen van 16 jaar of ouder, 2024
De Emancipatiemonitor gebruikt een derde vraagstelling, namelijk (heel) vaak hulp aan mensen met gezondheidsproblemen die langer dan een maand hulp nodig hebben, en komt op 12 procent van de vrouwen tegen 6 procent van de mannen.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
Vijf Nederlandse metingen van mantelzorg naast elkaar, met de populatie en de ondergrens die elke meting hanteert. De percentages zijn niet onderling vergelijkbaar.
| Meting | Populatie | Ondergrens voor de hulp | Meetjaar | Aandeel dat helpt |
|---|---|---|---|---|
| CBS Gezondheidsenquete (StatLine 85457NED) | 16 jaar of ouder | 3 maanden of 8 uur per week | 2025 | 14,0% |
| CBS Gezondheidsmonitor (GGD'en, CBS, RIVM) | 18 tot 75 jaar | 3 maanden of 8 uur per week | 2024 | 13,8% |
| SCP, Blijvende bron van zorg | 16 jaar of ouder | geen ondergrens | 2019 | 35,4% |
| SCP, Blijvende bron van zorg | 16 jaar of ouder | meer dan 3 maanden en meer dan 8 uur | 2019 | 5,8% |
| SCP, onderzoek onder werkenden | werkenden | geen ondergrens | najaar 2022 | 15% |
| CBS Emancipatiemonitor | 16 jaar of ouder | (heel) vaak hulp, langer dan een maand nodig | 2024 | 12% (vrouwen) |
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
Het SCP benoemt dit verschil zelf en schrijft dat het verschil met de CBS-cijfers blijft bestaan als het dezelfde ondergrens gebruikt als het CBS. Mogelijke oorzaken die het SCP noemt zijn een iets andere uitleg van het begrip mantelzorg in de enquetevraag en een ander meetmoment in het jaar.
Het verschil tussen vrouwen en mannen, in vier bronnen
Dit is een van de onderwerpen waar het man-vrouwverschil in Nederland daadwerkelijk en herhaald is gemeten. In elke bron en in elk meetjaar geven vrouwen vaker mantelzorg dan mannen. De grootte van het verschil loopt uiteen van 4,5 procentpunt tot 21 procentpunt, afhankelijk van de populatie waarover het gaat.
16,2% om 11,7%vrouwen om mannen, 16 jaar of ouder, 2025
In de Gezondheidsenquete 2025 gaf 16,2 procent van de vrouwen mantelzorg tegen 11,7 procent van de mannen, een verschil van 4,5 procentpunt.
17,1% om 10,5%vrouwen om mannen, 18 tot 75 jaar, 2024
In de Gezondheidsmonitor 2024 gaf 17,1 procent van de vrouwen van 18 tot 75 jaar mantelzorg tegen 10,5 procent van de mannen.
21% om 10%werkende vrouwen om werkende mannen, najaar 2022
Onder werkenden gaf 21 procent van de vrouwen hulp aan naasten en 10 procent van de mannen. Bij vrouwen was dat vrijwel gelijk aan 2018 (22 procent), bij mannen daalde het van 14 procent.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
47% om 26%personen met een ouder van 80 jaar of ouder, 2022
Van de vrouwen met een of twee ouders van 80 jaar of ouder gaf 47 procent mantelzorg, tegen 26 procent van de mannen in dezelfde situatie. Dit is de grootste gemeten kloof.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
12% om 6%vrouwen om mannen van 16 jaar of ouder, 2024
Op de vraag of men (heel) vaak hulp geeft aan mensen met gezondheidsproblemen die langer dan een maand hulp nodig hebben, antwoordt 12 procent van de vrouwen en 6 procent van de mannen bevestigend.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
30% om 19%mannen om vrouwen, 2024
Van de mannen is 30 procent het eens met de stelling dat een vrouw geschikter is om voor hulpbehoevende naasten te zorgen, tegen 19 procent van de vrouwen.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
Het aandeel mantelzorgers bij vrouwen en mannen in vier onderzoeken met vier populaties. De rijen zijn niet onderling vergelijkbaar, want populatie en afbakening verschillen.
| Meting en populatie | Vrouwen | Mannen | Verschil in procentpunt |
|---|---|---|---|
| Gezondheidsenquete, 16 jaar of ouder (2025) | 16,2% | 11,7% | 4,5 |
| Gezondheidsenquete, 16 jaar of ouder (2024) | 15,5% | 10,1% | 5,4 |
| Gezondheidsmonitor, 18 tot 75 jaar (2024) | 17,1% | 10,5% | 6,6 |
| Gezondheidsmonitor, 18 tot 75 jaar (2016) | 18,2% | 11,5% | 6,7 |
| SCP, werkenden (najaar 2022) | 21% | 10% | 11 |
| CBS, personen met een 80-plus-ouder (2022) | 47% | 26% | 21 |
Het SCP tekent bij de werkendencijfers aan dat Nederland in najaar 2022 pas een half jaar uit de coronaperiode was en dat er maar een meting na corona beschikbaar is. Het is daarom volgens het SCP te vroeg om te zeggen dat het man-vrouwonderscheid onder werkenden structureel is gegroeid.
Elf meetjaren: de daling na 2019 en het herstel in 2025
De Gezondheidsenquete meet mantelzorg jaarlijks met dezelfde afbakening sinds 2015. Het aandeel mantelzorgers lag in 2015 tot 2019 op 14 tot 15 procent, zakte in 2020 en 2021 naar ruim 12 procent en ligt in 2025 weer op 14,0 procent. De dataverzameling was in 2020 en 2021 verstoord door de coronapandemie.
15,3%personen van 16 jaar of ouder, 2019
Het hoogste gemeten aandeel mantelzorgers in deze reeks is 15,3 procent in 2019, het laatste jaar voor de pandemie.
12,3%personen van 16 jaar of ouder, 2021
Het laagste gemeten aandeel is 12,3 procent in 2021, een verschil van 3,0 procentpunt met 2019.
1,1 procentpunttoename 2024 naar 2025
Tussen 2024 en 2025 steeg het aandeel mantelzorgers van 12,9 naar 14,0 procent, bij mannen van 10,1 naar 11,7 procent en bij vrouwen van 15,5 naar 16,2 procent.
significante daling2014 tot 2024
VZinfo meldt dat het percentage mantelzorgers over de periode 2014 tot 2024 significant daalde, voor de totale bevolking en voor mannen en vrouwen afzonderlijk, maar dat een trendanalyse over alleen 2020 tot 2024 geen significante daling of stijging laat zien.
Bron: VZinfo (RIVM), Mantelzorg naar leeftijd en geslacht, op basis van de CBS-Gezondheidsenquete 2024
12,9%personen van 16 jaar of ouder, 2024
Voor 2024 komt de Gezondheidsenquete uit op 12,9 procent, met een gemiddelde van 11,1 uur mantelzorg per week en een piek van 20,9 procent bij 50- tot 59-jarigen.
Bron: VZinfo (RIVM), Mantelzorg naar leeftijd en geslacht, op basis van de CBS-Gezondheidsenquete 2024
Aandeel mantelzorgers onder personen van 16 jaar of ouder per meetjaar, naar geslacht (Gezondheidsenquete, afbakening drie maanden of acht uur per week).
| Meetjaar | Totaal | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|
| 2015 | 14,9% | 11,7% | 18,1% |
| 2016 | 13,9% | 12,0% | 15,8% |
| 2017 | 14,9% | 12,4% | 17,3% |
| 2018 | 14,5% | 12,2% | 16,7% |
| 2019 | 15,3% | 12,4% | 18,1% |
| 2020 | 12,4% | 9,5% | 15,2% |
| 2021 | 12,3% | 9,9% | 14,7% |
| 2022 | 13,0% | 10,9% | 15,0% |
| 2023 | 12,7% | 10,0% | 15,3% |
| 2024 | 12,9% | 10,1% | 15,5% |
| 2025 | 14,0% | 11,7% | 16,2% |
De waarneming voor de Gezondheidsenquete had in 2020 en 2021 te kampen met verstoringen door corona en de bijbehorende maatregelen. Trek daarom geen rechte lijn van 2019 naar 2022 door die twee jaren heen.
Uren per week: hier is het man-vrouwverschil juist niet aantoonbaar
Bij het aantal uren hulp per week verdwijnt het patroon dat bij deelname zo duidelijk is. Het SCP stelt op basis van zijn bevolkingsonderzoek letterlijk vast dat er geen verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in de intensiteit van de geboden hulp. In de CBS-reeks wisselt de richting per jaar, en in 2024 gaven mannen zelfs meer uren dan vrouwen.
3 uurmediaan per mantelzorger per week, 2019
De helft van de mantelzorgers geeft drie uur hulp per week of minder. Het gemiddelde lag in hetzelfde onderzoek op 7,4 uur, omdat een kleine groep heel veel uren maakt.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
geen verschilmannen en vrouwen, 2019
Het SCP schrijft dat er geen verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in de intensiteit van de geboden hulp, en ook niet in de duur ervan.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
13,2 om 9,7 uurmannen om vrouwen, 2024
In 2024 gaven mannelijke mantelzorgers volgens de Gezondheidsenquete gemiddeld 13,2 uur per week en vrouwelijke mantelzorgers 9,7 uur. Een jaar later was dat 10,2 tegen 10,9 uur.
19%mantelzorgers, 2019
Ongeveer een op de vijf mantelzorgers geeft meer dan acht uur hulp per week. Dat aandeel is sinds 2014 niet toegenomen: 17 procent in 2014, 20 procent in 2016 en 19 procent in 2019.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
4,5 uurwerkende mantelzorgers, najaar 2022
Werkende mantelzorgers besteedden gemiddeld 4,5 uur per week aan hulp. Bij vrouwen was dat 0,7 uur per week meer dan in 2004, bij de hele groep werkenden was er geen verandering sinds 2018.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
9,8 uurmantelzorgers van 18 tot 75 jaar, 2024
In de Gezondheidsmonitor daalde het gemiddelde van 10,8 uur in 2016 naar 9,8 uur in 2024: van 23,9 naar 17,4 uur bij zwaarbelaste mantelzorgers en van 8,6 naar 7,6 uur bij niet-zwaarbelaste.
Gemiddeld aantal uren mantelzorg per week per mantelzorger, naar geslacht (Gezondheidsenquete, personen van 16 jaar of ouder).
| Meetjaar | Totaal | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|
| 2015 | 11,3 | 11,1 | 11,4 |
| 2016 | 11,2 | 10,9 | 11,4 |
| 2017 | 11,0 | 10,6 | 11,2 |
| 2018 | 11,1 | 11,0 | 11,3 |
| 2019 | 9,9 | 9,6 | 10,1 |
| 2020 | 12,8 | 12,8 | 12,8 |
| 2021 | 11,8 | 11,5 | 11,9 |
| 2022 | 13,1 | 13,1 | 13,1 |
| 2023 | 13,2 | 12,3 | 13,8 |
| 2024 | 11,1 | 13,2 | 9,7 |
| 2025 | 10,6 | 10,2 | 10,9 |
Het SCP en het CBS spreken elkaar hier tegen. Volgens de Gezondheidsenquete lag het aantal uren in 2020 tot 2023 hoger dan in 2015 tot 2019; volgens het SCP-onderzoek onder werkenden nam het aantal uren hulp niet toe. Het SCP meldt dat dit verschil ook blijft bestaan als het dezelfde ondergrens voor mantelzorg aanhoudt als het CBS.
Waar de piek ligt: tussen 50 en 65 jaar
Mantelzorg is sterk aan leeftijd gebonden. De deelname piekt tussen 50 en 65 jaar, de leeftijd waarop mensen vaak hoogbejaarde ouders hebben en zelf nog werken. Het aantal uren per mantelzorger piekt juist bij de oudste groep, waar het vaker om de zorg voor een partner gaat.
23,1%personen van 55 tot 65 jaar, 2025
De hoogste deelname zit in de groep van 55 tot 65 jaar: 23,1 procent gaf mantelzorg in 2025, gevolgd door 21,9 procent bij 50- tot 55-jarigen.
24,0 uurmantelzorgers van 75 jaar of ouder, 2025
Mantelzorgers van 75 jaar of ouder gaven gemiddeld 24,0 uur hulp per week, bijna drie keer zoveel als de 8,2 uur bij 55- tot 65-jarigen.
3,3%personen van 16 tot 20 jaar, 2025
Bij 16- tot 20-jarigen gaf 3,3 procent mantelzorg, het laagste aandeel van alle leeftijdsgroepen.
23,5%personen van 55 tot 60 jaar, 2022
In de Gezondheidsmonitor 2022 gaf 23,5 procent van de 55- tot 60-jarigen mantelzorg, tegen 20,4 procent in 2012. Bij 95-plussers steeg het van 3,6 naar 7,3 procent.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
een kwartpersonen van 55 tot 65 jaar, 2024
In de Gezondheidsmonitor 2024 gaf een kwart van de 55- tot 65-jarigen mantelzorg. Het CBS publiceert daarbinnen 19,6 procent niet-zwaarbelast en 5,5 procent zwaarbelast; in 2016 was dat laatste deel nog 3,3 procent.
50,1%personen van 65 tot 70 jaar met twee 80-plus-ouders, 2022
Van de 65- tot 70-jarigen die nog twee ouders van 80 jaar of ouder hebben, gaf ruim de helft mantelzorg. Bij 45- tot 50-jarigen in diezelfde situatie was dat 29,6 procent.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
Mantelzorg naar leeftijdsgroep: aandeel mantelzorgers, gemiddeld aantal uren per week en aandeel zwaarbelasten onder de mantelzorgers (Gezondheidsenquete 2024 en 2025).
| Leeftijdsgroep | Mantelzorger 2024 | Mantelzorger 2025 | Uren per week 2025 | Zwaarbelast 2025 |
|---|---|---|---|---|
| 16 tot 20 jaar | 5,0% | 3,3% | niet gepubliceerd | niet gepubliceerd |
| 20 tot 30 jaar | 4,4% | 4,9% | niet gepubliceerd | niet gepubliceerd |
| 30 tot 40 jaar | 6,7% | 7,5% | niet gepubliceerd | niet gepubliceerd |
| 40 tot 50 jaar | 13,4% | 16,4% | 8,2 | 18,1% |
| 50 tot 55 jaar | 18,6% | 21,9% | 7,8 | 22,4% |
| 55 tot 65 jaar | 22,7% | 23,1% | 8,2 | 23,6% |
| 65 tot 75 jaar | 16,9% | 16,7% | 13,1 | 18,1% |
| 75 jaar of ouder | 12,8% | 15,5% | 24,0 | 20,0% |
Voor de jongste leeftijdsgroepen publiceert het CBS geen urencijfer en geen percentage zwaarbelasten, omdat het aantal mantelzorgers in de steekproef daar te klein is om een betrouwbaar cijfer op te baseren.
Geslacht en leeftijd tegelijk: waarom de urencijfers misleiden
Het losse urencijfer voor mannen en vrouwen is vertekend door leeftijd. Mannelijke mantelzorgers zitten relatief vaker in de oudste groep, waar het aantal uren hoog is omdat het vaak om een partner gaat. Zodra geslacht en leeftijd tegelijk worden uitgesplitst, geven vrouwen in de werkende leeftijden meer uren dan mannen.
25,2% om 14,6%vrouwen om mannen van 45 tot 65 jaar, 2022/2023
In de leeftijdsgroep van 45 tot 65 jaar gaf 25,2 procent van de vrouwen mantelzorg tegen 14,6 procent van de mannen, een verschil van 10,6 procentpunt.
11,2 om 10,2 uurvrouwen om mannen van 45 tot 65 jaar, 2022/2023
Binnen die leeftijdsgroep gaven vrouwelijke mantelzorgers gemiddeld 11,2 uur per week en mannelijke 10,2 uur.
13,0 om 9,3 uurvrouwen om mannen van 25 tot 45 jaar, 2022/2023
Bij 25- tot 45-jarigen is het urenverschil het grootst: vrouwelijke mantelzorgers gaven 13,0 uur per week en mannelijke 9,3 uur.
14,7% om 14,9%vrouwen om mannen van 65 jaar of ouder, 2022/2023
Bij 65-plussers verdwijnt het deelnameverschil vrijwel volledig: 14,7 procent van de vrouwen en 14,9 procent van de mannen gaf mantelzorg.
19,1 uurmantelzorgers van 65 jaar of ouder, 2022/2023
Mantelzorgers van 65 jaar of ouder gaven gemiddeld 19,1 uur per week, tegen 10,8 uur bij 45- tot 65-jarigen en 11,6 uur bij 25- tot 45-jarigen.
14% om 7%vrouwen om mannen met een 80-plus-ouder, 2022
Van de vrouwen met een ouder van 80 jaar of ouder geeft 14 procent minstens acht uur mantelzorg per week, tegen 7 procent van de mannen in dezelfde situatie.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
Mantelzorg naar geslacht en leeftijd tegelijk, tweejaarsgemiddelde 2022/2023. Aandeel mantelzorgers van de bevolking, gemiddeld aantal uren per mantelzorger per week.
| Leeftijdsgroep | Vrouwen: aandeel | Mannen: aandeel | Vrouwen: uren | Mannen: uren |
|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 25 jaar | 5,0% | 3,9% | niet gepubliceerd | niet gepubliceerd |
| 25 tot 45 jaar | 9,2% | 5,8% | 13,0 | 9,3 |
| 45 tot 65 jaar | 25,2% | 14,6% | 11,2 | 10,2 |
| 65 jaar of ouder | 14,7% | 14,9% | 19,2 | 18,9 |
| Alle leeftijden | 15,2% | 10,5% | 13,4 | 12,7 |
Deze tabel komt uit een andere StatLine-tabel dan de jaarreeksen hierboven en werkt met tweejaarsgemiddelden: 2022/2023 is het gemiddelde van de meetjaren 2022 en 2023. Zet deze cijfers dus niet in een reeks met de losse jaarcijfers.
Hoe lang mantelzorg duurt, en wat die hulp inhoudt
Mantelzorg is zelden een korte klus. Het SCP vroeg zijn respondenten expliciet hoe lang zij de hulp al geven. Het gemiddelde ligt op ruim vijf jaar, en voor sommige groepen veel hoger. Ook hier vond het SCP geen verschil tussen mannen en vrouwen.
5,4 jaarmantelzorgers, 2019
Mantelzorgers geven gemiddeld 5,4 jaar hulp. De duur van de geboden mantelzorg is tussen 2014 en 2019 niet gewijzigd.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
bijna 12 jaarmantelzorgers van een kind, 2019
De 6 procent van de mantelzorgers die een kind met een gezondheidsbeperking helpt, doet dat op het moment van de enquete al gemiddeld bijna twaalf jaar.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
7,2 jaarmantelzorgers van iemand in een instelling, 2019
Mantelzorgers van mensen die in een zorginstelling wonen, 14 procent van alle mantelzorgers, geven al gemiddeld 7,2 jaar hulp.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
geen verschilmannen en vrouwen, 2019
Het SCP vond geen verschil tussen mannen en vrouwen in de duur van de hulp. Lageropgeleiden en ouderen geven wel langer hulp dan hogeropgeleiden en jongeren.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
97%mantelzorgers van 20 jaar of ouder, 2022
Vrijwel alle mantelzorgers, 97 procent, geven de hulp al minimaal drie maanden. Het is dus zelden de urengrens van acht uur per week waardoor iemand als mantelzorger meetelt.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
80%mantelzorgers, 2019
Ruim 80 procent van de mantelzorgers geeft gezelschap of emotionele ondersteuning, 52 procent helpt bij vervoer of artsenbezoek, 42 procent bij administratie en huishouden, 12 procent bij persoonlijke verzorging en 10 procent verleent verpleegkundige hulp.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
60%mantelzorgers, 2019
De meerderheid helpt bij drie of meer verschillende taken: 60 procent bij drie of meer, 22 procent bij twee en 18 procent bij een taak.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
67%mantelzorgers, 2019
Twee derde van de mantelzorgers helpt een persoon, een kwart helpt twee personen en 8 procent zorgt voor drie of meer personen.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
Mantelzorgers van 16 jaar of ouder naar intensiteit en duur van de hulp, 2019, met het 95-procentbetrouwbaarheidsinterval van de aantallen (n = 12.295).
| Intensiteit en duur | Aandeel van 16-plussers | Aantal x 1.000 | Minimaal x 1.000 | Maximaal x 1.000 |
|---|---|---|---|---|
| 8 uur of minder, 3 maanden of korter | 4,0% | 560 | 510 | 620 |
| 8 uur of minder, langer dan 3 maanden | 24,6% | 3.500 | 3.400 | 3.600 |
| Meer dan 8 uur, 3 maanden of korter | 1,0% | 140 | 115 | 170 |
| Meer dan 8 uur, langer dan 3 maanden | 5,8% | 830 | 770 | 880 |
| Totaal | 35,4% | 5.000 | 4.800 | 5.300 |
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
Deze tabel gaat over hulp in de twaalf maanden voor de enquete. Van die mensen gaf ruim 75 procent de hulp ook op het moment van enquetering, wat betekent dat er eind 2019 ongeveer 3,8 miljoen mensen op dat moment hulp gaven. De categorie die het CBS zou meetellen, is de som van de tweede, derde en vierde rij.
Zelfgerapporteerde overbelasting, en drie manieren om die te meten
Overbelasting is geen diagnose. Het is een antwoord van de mantelzorger zelf op een vraag over hoe zwaar de zorg voelt. De Gezondheidsenquete en de Gezondheidsmonitor gebruiken een vraag met vijf antwoordcategorieen; het SCP gebruikt een schaal van tien stellingen. Dat levert heel verschillende percentages op.
23,0% om 15,6%vrouwelijke om mannelijke mantelzorgers, 2025
Van de vrouwen die mantelzorg geven voelde 23,0 procent zich zwaarbelast, tegen 15,6 procent van de mannen. Over alle mantelzorgers samen was dat 20,0 procent.
9,1%mantelzorgers, 2019
Met de tienitemschaal van het SCP is 9,1 procent van de mantelzorgers ernstig belast, oftewel 460.000 personen. In 2016 ging het om 380.000 personen bij hetzelfde percentage.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
27,4%langdurig en intensief helpende mantelzorgers, 2019
Van de mantelzorgers die zowel langer dan drie maanden als meer dan acht uur per week helpen is 27,4 procent ernstig belast, oftewel 230.000 personen.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
4,1% om 2,1%vrouwen om mannen van 18 tot 75 jaar, 2024
Gemeten over de hele bevolking van 18 tot 75 jaar is 4,1 procent van de vrouwen en 2,1 procent van de mannen een zwaarbelaste mantelzorger. In 2016 was dat 2,7 en 1,5 procent.
34% om 24%vrouwen om mannen die 8 tot 12 uur helpen, 2022
Bij hetzelfde aantal uren hulp voelen vrouwen zich zwaarder belast: van de vrouwen die 8 tot 12 uur per week mantelzorgen voelt 34 procent zich zwaarbelast, tegen 24 procent van de mannen.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
46%mantelzorgers die minstens 20 uur per week helpen, 2022
De ervaren belasting loopt sterk op met de uren: van wie minder dan vier uur per week helpt voelt 7 procent zich zwaarbelast, van wie minstens twintig uur helpt 46 procent.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
19%mantelzorgers van 20 jaar of ouder, 2022
In de Gezondheidsmonitor 2022 voelden 355.000 mantelzorgers zich zwaarbelast: 270.000 tamelijk zwaar, 59.000 zeer zwaar en 26.000 overbelast. In 2012 waren het 218.000 mantelzorgers, oftewel 14 procent.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
64%zwaarbelaste werkende mantelzorgers, 2024
Van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers is 64 procent vrouw. Dat gaat over de samenstelling van die groep, niet over het aandeel vrouwen dat zwaarbelast is.
Zwaarbelaste en niet-zwaarbelaste mantelzorgers als aandeel van de bevolking van 18 tot 75 jaar, per leeftijdsgroep, 2016 naast 2024 (Gezondheidsmonitor).
| Leeftijdsgroep | Zwaarbelast 2016 | Zwaarbelast 2024 | Niet-zwaarbelast 2016 | Niet-zwaarbelast 2024 |
|---|---|---|---|---|
| 18 tot 35 jaar | 0,6% | 1,0% | 4,8% | 3,6% |
| 35 tot 45 jaar | 1,8% | 2,5% | 8,2% | 7,1% |
| 45 tot 55 jaar | 3,1% | 4,4% | 17,6% | 14,5% |
| 55 tot 65 jaar | 3,3% | 5,5% | 21,8% | 19,6% |
| 65 tot 75 jaar | 2,1% | 3,3% | 16,0% | 15,2% |
Deze twee kolommenparen wijzen tegengesteld: het aandeel mantelzorgers dat zich niet zwaarbelast voelt daalde in elke leeftijdsgroep, terwijl het aandeel zwaarbelasten in elke leeftijdsgroep steeg. Van ongeveer 1 procent van de mantelzorgers is onbekend of zij zwaarbelast zijn; die personen tellen mee in het totaal maar staan niet in een van deze twee kolommen.
Mantelzorg naast betaald werk, per bedrijfstak
In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen mantelzorg. Het aandeel is het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg, de bedrijfstak die ook de formele zorg levert. In vrijwel elke bedrijfstak daalde het aandeel mantelzorgers tussen 2016 en 2024, terwijl het aandeel zwaarbelasten overal steeg.
13%werkenden van 18 tot 75 jaar, 2024
Van alle werkende 18- tot 75-jarigen gaf 13 procent mantelzorg: ruim 10 procent niet-zwaarbelast en ruim 3 procent zwaarbelast. In 2016 was dat 14 procent, met 2 procent zwaarbelast.
21%werkenden in de gezondheids- en welzijnszorg, 2024
In de gezondheids- en welzijnszorg was het aandeel mantelzorgers met 21 procent het hoogst van alle veertien bedrijfstakken. Het CBS publiceert daarbinnen 16,2 procent niet-zwaarbelast en 4,5 procent zwaarbelast; in 2016 lag het totaal nog op 23 procent met 2,8 procent zwaarbelast.
1,5% en 5,6%werkenden in de horeca, 2024
De horeca heeft het laagste aandeel mantelzorgers van alle bedrijfstakken: 1,5 procent zwaarbelast en 5,6 procent niet-zwaarbelast. Het CBS wijst op de leeftijdsopbouw, want in de horeca werken relatief veel jongeren.
19% om 11%werknemers in zorg en welzijn om andere werkenden, 2022
Een aparte CBS-meting op de Gezondheidsmonitor 2022 komt op 18,7 procent mantelzorgers onder werknemers in zorg en welzijn tegen 11,1 procent onder werkenden buiten die sector.
24,5%werknemers in verpleging, verzorging en thuiszorg, 2022
Bijna een kwart van de werknemers in verpleging, verzorging en thuiszorg was mantelzorger, het hoogste aandeel van alle branches in zorg en welzijn.
23%werkenden in zorg en welzijn, najaar 2022
Het SCP komt met zijn eigen afbakening op 23 procent mantelzorgers in de sector zorg en welzijn, tegen 9 tot 15 procent in de andere sectoren. In 2004 was dat verschil kleiner: 16 procent tegen 9 tot 17 procent.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
27,4%zwaarbelaste werkende mantelzorgers, 2024
Ruim een kwart van alle zwaarbelaste werkende mantelzorgers werkt in de gezondheids- en welzijnszorg, 13,4 procent in de zakelijke dienstverlening en 10,7 procent in het onderwijs.
Mantelzorgers als aandeel van de werkenden per bedrijfstak, 2016 naast 2024, uitgesplitst naar wel of niet zwaarbelast (Gezondheidsmonitor, 18 tot 75 jaar).
| Bedrijfstak | Zwaarbelast 2016 | Niet-zwaarbelast 2016 | Zwaarbelast 2024 | Niet-zwaarbelast 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 2,8% | 19,8% | 4,5% | 16,2% |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 2,7% | 14,4% | 4,0% | 12,9% |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,2% | 14,3% | 2,7% | 13,6% |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 2,3% | 13,7% | 4,0% | 11,8% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 1,9% | 11,5% | 2,5% | 12,9% |
| Onderwijs | 2,6% | 13,6% | 3,6% | 10,8% |
| Financiele dienstverlening | 1,6% | 10,6% | 2,1% | 10,6% |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 1,5% | 10,4% | 2,5% | 9,0% |
| Vervoer en opslag | 1,6% | 10,2% | 2,4% | 9,1% |
| Zakelijke dienstverlening | 1,4% | 9,5% | 2,3% | 8,6% |
| Handel | 1,2% | 9,4% | 2,0% | 8,0% |
| Bouwnijverheid | 1,2% | 8,6% | 1,8% | 7,5% |
| Informatie en communicatie | 1,0% | 7,5% | 2,3% | 7,2% |
| Horeca | 0,8% | 7,5% | 1,5% | 5,6% |
Het CBS wijst erop dat de verschillen tussen bedrijfstakken deels samenstelling zijn: in de gezondheids- en welzijnszorg werken relatief veel vrouwen, en in de bouw en in informatie en communicatie relatief veel mannen. Alleen in de verhuur en handel van onroerend goed steeg het aandeel zwaarbelasten niet.
Arbeidsduur: de piek ligt bij de middelgrote deeltijdbaan
De relatie tussen werkuren en mantelzorg is niet rechtlijnig. Het aandeel mantelzorgers is het hoogst bij werknemers met een deeltijdfactor van 0,60 tot 0,80, dus ongeveer drie of vier dagen per week. Maar als je kijkt naar de samenstelling van de groep zwaarbelaste mantelzorgers, werkt het grootste deel juist bijna voltijd.
18%werknemers met deeltijdfactor 0,60 tot 0,80, 2024
Het aandeel mantelzorgers is met 18 procent het hoogst bij werknemers met een middelgrote deeltijdbaan van 60 tot 80 procent, ook als rekening wordt gehouden met geslacht.
4,1%werknemers met deeltijdfactor 0,60 tot 0,80, 2024
In diezelfde groep is het aandeel zwaarbelaste mantelzorgers bijna verdubbeld ten opzichte van 2016: van 2,2 naar 4,1 procent.
39,2%zwaarbelaste werkende mantelzorgers in loondienst, 2024
Bijna vier op de tien zwaarbelaste mantelzorgers in loondienst werkt in een baan van 95 tot 100 procent. Het aandeel met een deeltijdfactor van 0,80 tot 0,95 steeg van 18,4 naar 22,8 procent.
33% om 52%minstens 20 uur werk om minder dan 20 uur werk, 2022
Van de mensen met een 80-plus-ouder die minstens twintig uur per week werken geeft 33 procent mantelzorg, tegen 52 procent van wie minder dan twintig uur werkt en 43 procent van wie niet werkt.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
7% om 17%minstens 20 uur werk om geen betaald werk, 2022
Intensieve mantelzorg van minstens acht uur per week wordt juist het vaakst gegeven door mensen zonder betaald werk: 17 procent, tegen 15 procent bij wie minder dan twintig uur werkt en 7 procent bij wie minstens twintig uur werkt.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
16% om 13%zelfstandigen om werknemers, 2024
Onder zelfstandigen is het aandeel mantelzorgers hoger dan onder werknemers: 16 tegen 13 procent. In beide groepen daalde het aandeel tussen 2016 en 2024 en steeg het zwaarbelaste deel van 2 naar 3 procent.
Mantelzorgers als aandeel van de werknemers naar deeltijdfactor, 2016 naast 2024 (Gezondheidsmonitor, 18 tot 75 jaar).
| Deeltijdfactor | Zwaarbelast 2016 | Niet-zwaarbelast 2016 | Zwaarbelast 2024 | Niet-zwaarbelast 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Tot 0,30 | 1,4% | 12,2% | 1,8% | 7,6% |
| 0,30 tot 0,60 | 2,0% | 16,0% | 3,2% | 12,3% |
| 0,60 tot 0,80 | 2,2% | 15,8% | 4,1% | 14,4% |
| 0,80 tot 0,95 | 2,1% | 12,0% | 3,5% | 10,8% |
| 0,95 tot 1,00 | 1,5% | 9,5% | 2,4% | 8,3% |
Deze tabel geeft de kans dat een werknemer met die arbeidsduur mantelzorger is. De omgekeerde vraag levert een ander beeld: van de zwaarbelaste mantelzorgers in loondienst werkte in 2024 3,9 procent in een baan tot 0,30, 12,9 procent in 0,30 tot 0,60, 21,2 procent in 0,60 tot 0,80, 22,8 procent in 0,80 tot 0,95 en 39,2 procent in 0,95 tot 1,00.
Problemen met de combinatie, en langdurig verzuim
Het SCP vroeg werkende mantelzorgers of de combinatie van werk en zorgtaken problemen oplevert. Voor de meerderheid niet. Maar werkende mantelzorgers hebben wel vaker combinatieproblemen dan werkenden met jonge kinderen, en zij verzuimen vaker langdurig.
72%werkende mantelzorgers, najaar 2022
Bijna driekwart van de werkende mantelzorgers had geen problemen met de combinatie van werk en zorgtaken. 26 procent ondervond enigszins problemen en 1 procent veel problemen.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
27% om 14%werkende mantelzorgers om werkenden met jonge kinderen, najaar 2022
Van de werkende mantelzorgers had 27 procent enigszins of veel combinatieproblemen, tegen 14 procent van de werkenden met kinderen tot en met 12 jaar.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
17% om 11%werkende mantelzorgers om niet-mantelzorgers, 2022
Van de werkende mantelzorgers verzuimde 17 procent minstens twee weken aaneen wegens ziekte, tegen 11 procent van de werkenden die geen mantelzorg geven. Dit gaat om alle oorzaken van verzuim.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
39% om 23%onderwijs om overheid, lange werkweek, 2016/2018/2022
Onder mantelzorgers met een werkweek van 28 uur of meer had in het onderwijs 39 procent combinatieproblemen, tegen 23 procent bij de overheid. Dat verschil verdwijnt na correctie voor de geringere mogelijkheid om onverwachts vrij te nemen.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
20% tot 30%mantelzorgers per sector, 2016/2018/2022
In alle bedrijfssectoren had ongeveer 20 tot 30 procent van de mantelzorgers combinatieproblemen. Geen enkele sector week significant af van de overheid.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
9,3% om 7,0%vrouwelijke om mannelijke werknemers, 2023
Van de vrouwelijke werknemers verleende 9,3 procent langdurige zorg aan een zieke naaste, tegen 7,0 procent van de mannen. Die zorg ging het vaakst naar een ouder: 5,5 procent bij vrouwen en 3,4 procent bij mannen.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
66%mensen die hulp geven, 2024
Van de mensen die daadwerkelijk hulp geven zegt 66 procent minder vrije tijd over te houden; voor 10 procent gaat het vooral ten koste van het huishouden of de zorg voor het gezin en voor 7 procent van de werktijd. Die percentages verschillen niet tussen mannen en vrouwen.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
Verlenen van langdurige zorg (meer dan twee weken) aan een zieke naaste door werknemers van 15 tot 65 jaar die geen onderwijs volgen, naar relatie, 2023. Iemand kan voor meer mensen zorgen.
| Zorg verleend aan | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Totaal | 9,3% | 7,0% |
| Een ouder | 5,5% | 3,4% |
| Een partner | 1,7% | 2,4% |
| Een kind | 1,7% | 0,9% |
| Een overige bekende | 1,4% | 0,9% |
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
Dit is de enige rij waar mannen hoger uitkomen: zorg aan een partner. Dat past bij het beeld uit de leeftijdstabellen, waarin mannelijke mantelzorgers relatief vaker in de oudste leeftijdsgroep zitten. Het SCP meldt dat het aandeel werkende mantelzorgers met combinatieproblemen tussen 2004 en 2022 niet statistisch aantoonbaar is veranderd.
Wat werkgevers doen, en hoe weinig zorgverlof wordt opgenomen
Het SCP vroeg in 2023 aan werkgevers wat zij doen als personeel combinatieproblemen heeft. De meeste werkgevers gaan het gesprek aan en bieden flexibiliteit in de werktijden. Uit de cijfers over werknemers blijkt tegelijk dat de formele zorgverlofregelingen nauwelijks worden gebruikt.
74%werkgevers met recente ervaring, 2023
Van de werkgevers die in de twaalf maanden ervoor een mantelzorger met combinatieproblemen tegenkwamen, had 74 procent met alle of bijna alle betrokkenen besproken of ondersteuning nodig was, en 18 procent met een deel van hen.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
91%werkgevers die het gesprek aangingen, 2023
Het overgrote deel bood daarna extra flexibiliteit in de werktijden aan minstens een mantelzorger. Dat is ook de aanpassing waar werkende mantelzorgers zelf het vaakst behoefte aan hebben.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
27%werkgevers die het gesprek aangingen, 2023
Hulp bij regelzaken is de minst geboden vorm van ondersteuning: 27 procent, tegen 36 procent voor langdurend verlof.
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
55% om 48%vrouwen om mannen met een langdurige zorgtaak, 2023
Van de werknemers die langdurig zorgden nam 55 procent van de vrouwen en 48 procent van de mannen geen enkele vorm van verlof op.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
1% om 2%vrouwen om mannen met een langdurige zorgtaak, 2023
De regeling voor langdurend zorgverlof wordt vrijwel niet gebruikt: 1 procent van de vrouwen en 2 procent van de mannen met een langdurige zorgtaak nam dit verlof op.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
280.000 om 220.000vrouwen om mannen, 2023
In 2023 verleenden 280.000 vrouwelijke en 220.000 mannelijke werknemers langdurige zorg aan een zieke naaste, en 312.000 vrouwen en 225.000 mannen kortdurige zorg.
Bron: CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
31%mantelzorgers, 2019
Van de mantelzorgers wist 31 procent waar zij terecht konden voor advies, informatie en ondersteuning rond mantelzorg. In 2014 was dat 26 procent. Van de zorgvrijwilligers wist 63 procent dat.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
29%mantelzorgers, 2019
Van de mantelzorgers maakte 29 procent gebruik van een of meer vormen van gemeentelijke ondersteuning. In 2014 was dat 31 procent en in 2016 32 procent.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
Aandeel werkgevers dat de betreffende aanpassing gaf aan minstens een personeelslid met combinatieproblemen, 2023. Noemer: werkgevers die de wenselijkheid van ondersteuning hadden besproken.
| Aanpassing door de werkgever | Aandeel werkgevers |
|---|---|
| Extra flexibiliteit in de werktijden | 91% |
| Kortdurend verlof of extra vrije dagen | 84% |
| Afspraken over een kortere werkweek | 65% |
| Minder werk of minder belastend werk | 56% |
| Extra thuiswerken | 52% |
| Langdurend verlof | 36% |
| Hulp bij regelzaken | 27% |
Bron: SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
Werkgevers in het onderwijs gaven minder vaak dan overheidswerkgevers extra flexibiliteit in de werktijden en hulp bij regelzaken. Het SCP wijst op de aard van het werk in het onderwijs, dat vaak plaats- en tijdgebonden is. Thuiswerken werd in alle sectoren minder vaak toegepast dan bij de overheid, behalve in de zakelijke dienstverlening.
De andere kant: wie mantelzorg ontvangt
De Gezondheidsenquete vraagt 55-plussers ook of zij zelf mantelzorg ontvangen, en hoeveel uur per week. Daar staat het man-vrouwpatroon precies omgekeerd: vrouwen ontvangen vaker mantelzorg, en mannen die mantelzorg ontvangen krijgen gemiddeld meer uren.
9,6%personen van 55 jaar of ouder, 2025
In 2025 ontving 9,6 procent van de 55-plussers mantelzorg, tegen 8,6 procent in 2024.
12,6% om 6,5%vrouwen om mannen van 55 jaar of ouder, 2025
Van de vrouwen van 55 jaar of ouder ontving 12,6 procent mantelzorg, bijna twee keer zo vaak als de 6,5 procent bij mannen.
21,4 uurontvangers van 55 jaar of ouder, 2024
Wie mantelzorg ontvangt, ontvangt gemiddeld 21,4 uur per week. Dat is bijna twee keer het aantal uren dat een gemiddelde mantelzorger zegt te geven.
25,1 om 19,6 uurmannen om vrouwen van 55 jaar of ouder, 2024
Mannen die mantelzorg ontvangen krijgen gemiddeld 25,1 uur per week en vrouwen 19,6 uur. Vrouwen ontvangen dus vaker, maar per persoon minder uren.
19,6%personen van 75 jaar of ouder, 2025
Bij 75-plussers ontvangt bijna een op de vijf mantelzorg, tegen 7,5 procent bij 65- tot 75-jarigen en 4,7 procent bij 55- tot 65-jarigen.
35,1 uurpartner in een paar van 65 jaar of ouder, 2024
De hoogste gemeten intensiteit zit bij mensen die partner zijn in een paar van 65 jaar of ouder zonder kinderen thuis: zij ontvangen gemiddeld 35,1 uur mantelzorg per week.
66%hulpontvangers, 2019
Van de mensen aan wie mantelzorgers hulp geven is 66 procent 65 jaar of ouder, 65 procent is vrouw, 82 procent woont zelfstandig en 58 procent woont alleen.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
48%hulpontvangers, 2019
Mantelzorgers rapporteren het vaakst dat hun hulpbehoevende langdurige lichamelijke beperkingen heeft: 48 procent in 2019, tegen 52 procent in 2014. Het aandeel dat vanwege ouderdom helpt steeg van 7 naar 12 procent.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
16%mantelzorgers, 2019
Een op de zes mantelzorgers helpt iemand met dementie of geheugenproblemen, en even vaak iemand met psychische problemen zoals een depressie of angststoornis. Nog 8 procent helpt iemand met een psychosociaal probleem.
Bron: SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
Mantelzorg ontvangen door personen van 55 jaar of ouder, 2024 en 2025. Het aantal uren voor 2025 is nog niet gepubliceerd.
| Groep | Ontvangt mantelzorg 2024 | Ontvangt mantelzorg 2025 | Uren per week 2024 |
|---|---|---|---|
| Alle personen van 55 jaar of ouder | 8,6% | 9,6% | 21,4 |
| Mannen | 5,8% | 6,5% | 25,1 |
| Vrouwen | 11,1% | 12,6% | 19,6 |
| 55 tot 65 jaar | 3,7% | 4,7% | niet gepubliceerd |
| 65 tot 75 jaar | 6,3% | 7,5% | niet gepubliceerd |
| 75 jaar of ouder | 18,8% | 19,6% | 19,5 |
| Laagste inkomenskwintiel | 14,4% | 17,0% | niet gepubliceerd |
| Hoogste inkomenskwintiel | 3,5% | 3,6% | niet gepubliceerd |
Let op de populatie: deze tabel gaat alleen over personen van 55 jaar of ouder, omdat de Gezondheidsenquete de vraag over het ontvangen van mantelzorg alleen aan die groep stelt. De gegeven en ontvangen uren laten zich niet tegen elkaar wegstrepen, want een hulpontvanger kan hulp van meerdere mantelzorgers krijgen.
Wie het draagt: ouders van tachtig plus, enig kind, dichtbij wonen
De grootste voorspeller van mantelzorg is niet werk of inkomen, maar de vraag of je nog een hoogbejaarde ouder hebt. Het CBS rangschikte de kenmerken naar verklarende kracht: eerst geslacht, dan de afstand tot de ouder, dan de leeftijd van de ouder en het aantal broers en zussen. Het aantal uren eigen werk komt pas op de achtste plaats.
1,65 miljoenNederlanders, 2022
Ruim 1,6 miljoen Nederlanders hadden in 2022 een of twee ouders van 80 jaar of ouder. In 2012 waren dat er 1,67 miljoen, dus de groep werd iets kleiner.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
605.000personen met een 80-plus-ouder, 2022
Van die groep gaf 605.000 personen, oftewel 37 procent, mantelzorg. In 2012 ging het om 536.000 personen, oftewel 32 procent. De groep werd kleiner maar het aandeel helpers groter.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
110.000personen met een 80-plus-ouder, 2022
Van de personen met een 80-plus-ouder voelde 7 procent, oftewel 110.000 mensen, zich zwaarbelast door mantelzorg. In 2012 waren dat 75.000 mensen.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
78.000 om 33.000vrouwen om mannen met een 80-plus-ouder, 2022
Van de zwaarbelasten met een 80-plus-ouder zijn 78.000 vrouw en 33.000 man. Bij de vrouwen steeg het aantal sinds 2012 van 53.000, bij de mannen van 22.000.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
26.800vrouwen van 55 tot 60 jaar, 2022
De grootste enkele groep zwaarbelaste mantelzorgers met een 80-plus-ouder zijn vrouwen van 55 tot 60 jaar: 26.800 in 2022 tegen 15.400 in 2012.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
46% om 37%enig kind om kind met broers of zussen, 2022
Wie geen broer of zus heeft geeft vaker mantelzorg: 46 tegen 37 procent. Zij helpen ook intensiever en voelen zich zwaarder belast.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
43% om 25%binnen 5 km om minstens 50 km van de ouder, 2022
Van de mensen die minder dan vijf kilometer van hun 80-plus-ouder wonen geeft 43 procent mantelzorg, tegen 25 procent van wie er minstens vijftig kilometer vandaan woont.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
42%mantelzorgers met een 80-plus-ouder, 2022
Van de mantelzorgers met een 80-plus-ouder helpt 42 procent minder dan vier uur per week, 30 procent vier tot acht uur en 28 procent minstens acht uur. Het gemiddelde ligt op 8 uur per week.
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
Mantelzorg door personen met een of twee ouders van 80 jaar of ouder, naar geslacht en naar het aantal uren hulp per week, 2022. Percentages van alle personen met 80-plus-ouders. De onderste rij is het door het CBS gepubliceerde totaal en wijkt door afronding iets af van de som van de urenklassen.
| Uren hulp per week | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Minder dan 4 uur | 18,3% | 12,2% |
| 4 tot 8 uur | 14,9% | 7,5% |
| 8 tot 12 uur | 7,2% | 3,3% |
| 12 tot 20 uur | 3,6% | 1,5% |
| Minstens 20 uur | 3,0% | 2,0% |
| Totaal dat mantelzorg geeft | 47% | 26% |
Bron: CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
Dit is de enige Nederlandse bron die deelname en urenverdeling naar geslacht in een tabel zet, en die laat zien dat vrouwen in elke urenklasse vaker voorkomen. Het CBS tekent aan dat niet is gevraagd aan wie de mantelzorg wordt gegeven, zodat een deel van de hulp naar iemand anders dan de eigen ouders zal gaan.
Valkuilen voordat je deze cijfers citeert
- Vier afbakeningen, vier getallen: 14 procent of 35 procent Mantelzorg wordt niet in elk onderzoek hetzelfde afgebakend. Het CBS telt alleen hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost en komt in 2025 op 14,0 procent van de 16-plussers. Het SCP legt in zijn bevolkingsonderzoek geen ondergrens op, telt lichte hulp mee en komt in 2019 op 35,4 procent. Zet die twee nooit in een reeks of een grafiek naast elkaar. Hetzelfde geldt voor de 15 procent onder werkenden uit het SCP-onderzoek en de 12 procent van de vrouwen uit de Emancipatiemonitor, die een derde vraagstelling gebruikt: (heel) vaak hulp aan iemand die langer dan een maand hulp nodig heeft.
- Het man-vrouwverschil zit in deelname en in ervaren belasting, niet in uren of duur Het is verleidelijk om aan te nemen dat vrouwen niet alleen vaker maar ook langer en meer uren helpen. Dat is in Nederland niet wat er is gemeten. Het SCP schrijft expliciet dat er geen verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in de intensiteit van de geboden hulp, en ook niet in de duur ervan. In de CBS-jaarreeks wisselt de richting per jaar: in 2024 gaven mannelijke mantelzorgers gemiddeld 13,2 uur per week en vrouwelijke 9,7 uur, in 2025 was dat 10,2 tegen 10,9 uur. Pas als geslacht en leeftijd tegelijk worden uitgesplitst, geven vrouwen in de werkende leeftijden meer uren: 13,0 tegen 9,3 uur bij 25- tot 45-jarigen en 11,2 tegen 10,2 uur bij 45- tot 65-jarigen. Het losse urencijfer voor mannen is opgedreven door de oudste groep, waar hulp aan een partner veel uren kost.
- Overbelasting is zelfgerapporteerd en geen diagnose, en er zijn twee instrumenten De Gezondheidsenquete en de Gezondheidsmonitor stellen een vraag met vijf antwoordcategorieen en rekenen 'redelijk zwaarbelast', 'erg zwaarbelast' en 'overbelast' samen als zwaarbelast. Het SCP gebruikt een schaal van tien stellingen, van 'de situatie van degene voor wie ik zorg laat mij nooit los' tot 'door het geven van hulp is mijn gezondheid achteruitgegaan'. Dat levert voor dezelfde populatie heel verschillende uitkomsten op: 20,0 procent van de mantelzorgers in de Gezondheidsenquete 2025 tegen 9,1 procent ernstig belast bij het SCP in 2019. Geen van beide is een medische vaststelling.
- Een deelnamepercentage zonder de urenverdeling geeft een vertekend beeld De urenverdeling heeft een lange staart, dus het gemiddelde zegt weinig. De mediaan lag in het SCP-onderzoek op 3 uur per week terwijl het gemiddelde op 7,4 uur uitkwam. Bij de mantelzorgers met een 80-plus-ouder helpt 42 procent minder dan vier uur per week en 28 procent minstens acht uur. En de ervaren belasting hangt bijna volledig aan die uren: van wie minder dan vier uur per week helpt voelt 7 procent zich zwaarbelast, van wie minstens twintig uur helpt 46 procent. Een kop als 'een op de zeven Nederlanders is mantelzorger' zonder die spreiding suggereert een zwaarte die voor de helft van de groep niet geldt.
- Drie noemers die door elkaar lopen: bevolking, mantelzorgers, en samenstelling van een groep Van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers is 64 procent vrouw. Dat is de samenstelling van die groep. Van alle vrouwen van 18 tot 75 jaar is 4,1 procent zwaarbelaste mantelzorger. Dat is een prevalentie in de bevolking. Van de vrouwelijke mantelzorgers voelt 23,0 procent zich zwaarbelast. Dat is een aandeel binnen de mantelzorgers. Drie getallen over hetzelfde onderwerp, drie noemers, en ze zijn niet onderling uitwisselbaar.
- De reeks zwaarbelaste mantelzorgers springt in 2024, zonder gedocumenteerde methodewijziging In de Gezondheidsenquete loopt het aandeel zwaarbelaste mantelzorgers van 15,8 procent in 2023 naar 19,6 procent in 2024 en 20,0 procent in 2025. Bij mannen gaat het van 12,6 naar 18,6 en dan terug naar 15,6 procent. Het CBS documenteert voor het mantelzorgblok geen wijziging in de vraagstelling in die jaren. Behandel deze sprong daarom niet als een trend: hij kan ook steekproefruis zijn, want het percentage wordt berekend over alleen de mantelzorgers in de steekproef. De Gezondheidsmonitor, met ruim 454.000 deelnemers, laat over 2016 tot 2024 wel een geleidelijke stijging zien van 2,1 naar 3,1 procent van de bevolking van 18 tot 75 jaar.
- SCP en CBS spreken elkaar tegen over de uren, en dat is niet stil op te lossen Volgens de CBS-Gezondheidsenquete lag het aantal uren mantelzorg in 2020 tot 2023 hoger dan in 2015 tot 2019, met een piek van 13,2 uur in 2023 tegen 9,9 uur in 2019. Volgens het SCP-onderzoek onder werkenden nam het aantal uren hulp per mantelzorger juist niet toe en bleef het rond 4,5 uur per week. Het SCP meldt dat dat verschil blijft bestaan als het dezelfde ondergrens aanhoudt als het CBS, en noemt als mogelijke oorzaken een iets andere uitleg van het begrip mantelzorg en een ander meetmoment in het jaar. Beide cijfers staan op deze pagina; wie er een kiest, moet erbij zetten welke populatie en welk meetmoment erachter zitten.
- Twee tabellen van het CBS, twee tijdseenheden De jaarreeksen op deze pagina komen uit StatLine-tabel 85457NED en zijn losse jaarcijfers. De uitsplitsing naar geslacht en leeftijd tegelijk komt uit tabel 85464NED en werkt met tweejaarsgemiddelden, waarin 2022/2023 het gemiddelde is van de meetjaren 2022 en 2023. De totalen verschillen daardoor: 12,9 procent in jaar 2024 tegen 12,9 procent in 2022/2023 lijkt gelijk, maar dekt niet dezelfde periode. Ook de waarneming zelf is niet elk jaar even betrouwbaar: de dataverzameling voor de Gezondheidsenquete was in 2020 en 2021 verstoord door de coronapandemie.
Belangrijkste conclusies
- Mantelzorg is in Nederland een van de weinige onderwerpen waar het verschil tussen vrouwen en mannen in meerdere onafhankelijke bronnen en in elk meetjaar terugkomt. In de Gezondheidsenquete 2025 gaf 16,2 procent van de vrouwen mantelzorg tegen 11,7 procent van de mannen, in de Gezondheidsmonitor 2024 17,1 tegen 10,5 procent, onder werkenden 21 tegen 10 procent en onder mensen met een hoogbejaarde ouder 47 tegen 26 procent.
- Dat verschil zit in de deelname en in de ervaren belasting, niet aantoonbaar in de uren of in de duur. Het SCP stelt expliciet dat er geen verschil is tussen mannen en vrouwen in de intensiteit en de duur van de hulp. Maar bij hetzelfde aantal uren voelen vrouwen zich zwaarder belast: van wie 8 tot 12 uur per week helpt voelt 34 procent van de vrouwen zich zwaarbelast tegen 24 procent van de mannen.
- Het aantal mantelzorgers daalt en de ervaren belasting stijgt. Het aandeel mantelzorgers in de Gezondheidsmonitor liep terug van 14,9 procent in 2016 naar 13,8 procent in 2024, terwijl het aandeel zwaarbelasten steeg van 2,1 naar 3,1 procent van de bevolking van 18 tot 75 jaar. Die stijging komt in vrijwel alle leeftijdsgroepen, alle welvaartsgroepen en alle bedrijfstakken terug.
- Tegelijk daalt het aantal uren per mantelzorger. In de Gezondheidsmonitor ging het gemiddelde van 10,8 naar 9,8 uur per week, en bij zwaarbelaste werkende mantelzorgers zelfs van 19 naar 14 uur. Meer mensen voelen zich dus zwaarbelast bij minder uren hulp.
- Mantelzorg concentreert zich tussen de 50 en 65 jaar, precies de leeftijd waarop de overheid ook een grotere inzet op de arbeidsmarkt vraagt. In 2025 gaf 23,1 procent van de 55- tot 65-jarigen en 21,9 procent van de 50- tot 55-jarigen mantelzorg.
- De sector die de formele zorg levert, levert ook de meeste informele zorg. In de gezondheids- en welzijnszorg gaf 21 procent van de werkenden mantelzorg in 2024, en 4,5 procent voelde zich daardoor zwaarbelast. In verpleging, verzorging en thuiszorg was bijna een kwart van de werknemers mantelzorger.
- De arbeidsduur werkt twee kanten op. De kans dat een werknemer mantelzorger is, is het hoogst bij een deeltijdbaan van 60 tot 80 procent (18 procent in 2024). Maar van de zwaarbelaste mantelzorgers in loondienst werkt 39,2 procent bijna voltijd, in een baan van 95 tot 100 procent.
- Voor de meerderheid gaat de combinatie goed: 72 procent van de werkende mantelzorgers had in najaar 2022 geen problemen met de combinatie van werk en zorgtaken. Maar 27 procent had wel problemen, tegen 14 procent van de werkenden met kinderen tot en met 12 jaar, en 17 procent verzuimde minstens twee weken aaneen tegen 11 procent van de niet-mantelzorgers.
- De formele zorgverlofregelingen worden nauwelijks gebruikt. Van de werknemers met een langdurige zorgtaak nam 55 procent van de vrouwen en 48 procent van de mannen geen enkel verlof op, en langdurend zorgverlof werd door 1 tot 2 procent gebruikt. Wat werkgevers wel bieden is vooral flexibiliteit in de werktijden: 91 procent van de werkgevers die het gesprek aangingen gaf dat aan minstens een mantelzorger.
- Mantelzorg is zelden kortdurend: gemiddeld 5,4 jaar, en bijna twaalf jaar bij mantelzorgers van een kind met een gezondheidsbeperking. Van alle mantelzorgers in de CBS-definitie helpt 97 procent al minimaal drie maanden, dus het is vrijwel altijd de duur en niet de urengrens waardoor iemand meetelt.
Methodologie en bronnen
De cijfers op deze pagina komen uit vijf bronnen, elk met een eigen afbakening van mantelzorg. De CBS-Gezondheidsenquete is een doorlopend onderzoek met jaarlijks minimaal 9.500 respondenten; de vraag over het geven van mantelzorg gaat naar personen van 16 jaar of ouder en telt alleen hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost. De uitkomsten staan op StatLine in de tabellen Leefstijl; persoonskenmerken (85457NED, jaarcijfers 2015 tot 2025) en Leefstijl; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken (85464NED, tweejaarsgemiddelden tot 2022/2023); het ontvangen van mantelzorg staat in Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (85454NED) en wordt alleen aan 55-plussers gevraagd. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD'en, CBS en RIVM gebruikt dezelfde afbakening maar een veel grotere steekproef: ruim 454.000 deelnemers van 18 jaar of ouder in 2024 en bijna 365.000 in 2022; die gegevens zijn verrijkt met registergegevens over bedrijfstak, arbeidspositie, deeltijdfactor en financiele welvaart. Het SCP gebruikt twee eigen onderzoeken: de enquete Informele Zorg uit 2019 (n = 12.295), zonder ondergrens voor de omvang of duur van de hulp en met een belastingschaal van tien stellingen, en tweejaarlijkse onderzoeken onder werkenden (najaar 2022) en werkgevers (najaar 2023). De Emancipatiemonitor 2024 gebruikt nog een vierde vraagstelling, namelijk (heel) vaak hulp aan iemand met gezondheidsproblemen die langer dan een maand hulp nodig heeft, plus gegevens uit de Enquete Beroepsbevolking over zorgverlof in 2023. Waar het CBS geen cijfer publiceert, staat dat in de tabel; dat betekent dat het aantal observaties te klein was voor een betrouwbare uitkomst. Alle percentages over overbelasting zijn zelfrapportage en geen medische vaststelling.
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.
Gebruikte bronnen
- CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), mantelzorg ontvangen, 55 jaar of ouder
- CBS StatLine, Leefstijl; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken (tabel 85464NED), tweejaarsgemiddelde 2022/2023
- CBS StatLine, Leefstijl; persoonskenmerken (tabel 85457NED), Gezondheidsenquete, personen van 16 jaar of ouder
- CBS, Emancipatiemonitor 2024, hoofdstuk Werken en zorgen
- CBS, Mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg (november 2023), Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022
- CBS, Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers (maart 2024)
- CBS, Werkende mantelzorgers in beeld (april 2026), Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en 2024
- SCP, Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 (2020)
- SCP, Kennisnotitie Mantelzorg onder werkenden (mei 2025)
- VZinfo (RIVM), Mantelzorg naar leeftijd en geslacht, op basis van de CBS-Gezondheidsenquete 2024
Veelgestelde vragen
Hoeveel mantelzorgers heeft Nederland?
Dat hangt af van de afbakening. Met de CBS-definitie, hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost, gaf 14,0 procent van de Nederlanders van 16 jaar of ouder mantelzorg in 2025. Zonder ondergrens, dus met lichte hulp meegeteld, kwam het SCP in 2019 op 35,4 procent, oftewel ongeveer 5 miljoen mensen. Binnen die SCP-meting hielp 5,8 procent zowel langdurig als intensief, ongeveer 830.000 mensen.
Geven vrouwen vaker mantelzorg dan mannen?
Ja, en dat verschil is in meerdere bronnen en in elk meetjaar gemeten. In 2025 gaf 16,2 procent van de vrouwen en 11,7 procent van de mannen mantelzorg. Onder werkenden was dat volgens het SCP in najaar 2022 21 tegen 10 procent, en onder mensen met een ouder van 80 jaar of ouder 47 tegen 26 procent.
Geven vrouwen ook meer uren mantelzorg dan mannen?
Dat is minder duidelijk dan het deelnameverschil. Het SCP schrijft op basis van zijn bevolkingsonderzoek dat er geen verschil is tussen mannen en vrouwen in de intensiteit van de hulp. In de CBS-jaarreeks wisselt de richting: in 2024 gaven mannelijke mantelzorgers gemiddeld 13,2 uur per week en vrouwelijke 9,7 uur, in 2025 10,2 tegen 10,9 uur. Pas als geslacht en leeftijd tegelijk worden uitgesplitst, geven vrouwen in de werkende leeftijden meer uren: 13,0 tegen 9,3 uur bij 25- tot 45-jarigen.
Hoeveel uur mantelzorg geeft een mantelzorger gemiddeld per week?
In 2025 gemiddeld 10,6 uur per week volgens de Gezondheidsenquete. Maar het gemiddelde is misleidend, want de verdeling heeft een lange staart. De mediaan lag in het SCP-onderzoek op drie uur per week, bij een gemiddelde van 7,4 uur. Ongeveer een op de vijf mantelzorgers helpt meer dan acht uur per week.
Hoe lang duurt mantelzorg?
Gemiddeld 5,4 jaar volgens het SCP-onderzoek uit 2019, en die duur is tussen 2014 en 2019 niet gewijzigd. Mantelzorgers van een kind met een gezondheidsbeperking helpen het langst: bijna twaalf jaar. Mantelzorgers van iemand die in een zorginstelling woont helpen al gemiddeld 7,2 jaar. Het SCP vond geen verschil tussen mannen en vrouwen in de duur van de hulp.
Hoeveel mantelzorgers raken overbelast?
Dat hangt af van het meetinstrument. In de Gezondheidsenquete 2025 voelde 20,0 procent van de mantelzorgers zich zwaarbelast: 23,0 procent van de vrouwen en 15,6 procent van de mannen. Met de tienitemschaal van het SCP was in 2019 9,1 procent ernstig belast, oftewel 460.000 personen. Bij wie zowel langdurig als intensief helpt loopt dat op naar 27,4 procent. Het gaat in alle gevallen om zelfrapportage en niet om een diagnose.
Hoeveel werkenden combineren werk met mantelzorg?
In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen mantelzorg: ruim 10 procent niet-zwaarbelast en ruim 3 procent zwaarbelast. Het aandeel is het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg met 21 procent en het laagst in de horeca.
Gaat de combinatie van werk en mantelzorg vaak mis?
Voor de meerderheid niet. In najaar 2022 had 72 procent van de werkende mantelzorgers geen problemen met de combinatie, 26 procent enigszins problemen en 1 procent veel problemen. Werkende mantelzorgers hebben wel vaker combinatieproblemen dan werkenden met kinderen tot en met 12 jaar (27 tegen 14 procent) en verzuimen vaker minstens twee weken aaneen (17 tegen 11 procent).
Welke werknemers zijn het vaakst mantelzorger: voltijders of deeltijders?
Het aandeel mantelzorgers is het hoogst bij werknemers met een deeltijdfactor van 0,60 tot 0,80, ongeveer drie of vier dagen per week: 18 procent in 2024. Maar de samenstelling van de groep zwaarbelaste mantelzorgers wijst de andere kant op: daarvan werkt 39,2 procent bijna voltijd, in een baan van 95 tot 100 procent.
Maken werkende mantelzorgers gebruik van zorgverlof?
Nauwelijks. Van de werknemers met een langdurige zorgtaak nam in 2023 55 procent van de vrouwen en 48 procent van de mannen geen enkel verlof op. Langdurend zorgverlof werd gebruikt door 1 procent van de vrouwen en 2 procent van de mannen; kortdurend zorgverlof door 12 en 14 procent. Wat werkgevers wel bieden is vooral flexibiliteit in de werktijden.
Wie ontvangt mantelzorg?
De Gezondheidsenquete vraagt dit alleen aan 55-plussers. In 2025 ontving 9,6 procent van hen mantelzorg: 12,6 procent van de vrouwen en 6,5 procent van de mannen. Bij 75-plussers is het 19,6 procent. Wie mantelzorg ontvangt, ontving in 2024 gemiddeld 21,4 uur per week, bij mannen 25,1 uur en bij vrouwen 19,6 uur.
Waarom verschillen de cijfers van CBS en SCP zo sterk?
Omdat zij mantelzorg anders afbakenen. Het CBS telt alleen hulp die al minimaal drie maanden duurt of minimaal acht uur per week kost; het SCP legt in zijn bevolkingsonderzoek geen ondergrens op en telt ook lichte hulp mee. Het SCP meldt daarnaast dat een deel van het verschil blijft bestaan als het dezelfde ondergrens aanhoudt, en noemt als mogelijke oorzaken een iets andere uitleg van het begrip mantelzorg in de enquetevraag en een ander meetmoment in het jaar.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Meer cijferoverzichten
- Burn-out bij vrouwen in cijfers
- Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme
- ADHD, autisme en werk in cijfers
- ADHD en autisme bij vrouwen en mannen
- ADHD-medicatie bij vrouwen
- Autisme bij vrouwen in cijfers
- Hulp zoeken bij psychische klachten in cijfers
- Meisjes en jonge vrouwen in cijfers
- Mentale gezondheid in cijfers
- Overgang en werk in cijfers
- Psychologen in Nederland in cijfers
- Slaapproblemen bij vrouwen in cijfers
- Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers
- Verzuim door psychische klachten in cijfers
- Kosten van de ggz
- Wat psychische hulp zelf kost in cijfers
- Werkdruk en werkstress in cijfers
- Zelfstandigen en burn-out in cijfers