DiversaMente › Cijfers › Zelfstandigen en burn-out in cijfers

Cijferoverzicht

Zelfstandigen, werkdruk en burn-outklachten in cijfers

Over zelfstandigen gaan twee verhalen tegelijk rond: ze zijn de vrijste werkenden van Nederland, en ze staan er alleen voor als het misgaat. De Zelfstandigen Enquete Arbeid van TNO en CBS meet beide kanten bij dezelfde 6.184 ondernemers. Zelfstandig ondernemers hebben veel meer autonomie dan werknemers (86,3 tegen 57,0 procent) en bijna drie keer zo weinig stressvol werk (5,9 tegen 15,4 procent), maar hun burn-outklachten liepen in tien jaar op van 7,5 naar 11,8 procent en ruim een kwart heeft geen enkele voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Op deze pagina staat elk cijfer met het onderzoek, het meetinstrument en het meetjaar erbij, plus de plekken waar twee publicaties van dezelfde instanties elkaar tegenspreken.

Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.

11,8%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers had 11,8 procent enkele keren per maand of vaker burn-outklachten door het werk, tegenover 7,5 procent in 2015.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

86% tegen 57%zelfstandig ondernemers en werknemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers ervaart 86 procent regelmatig zelfstandigheid in het werk, tegenover 57 procent van de werknemers. Het CBS publiceert die twee cijfers zelf naast elkaar.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden

5,9%zelfstandig ondernemers, 2025

Stressvol werk, de combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, komt bij 5,9 procent van de zelfstandig ondernemers voor: 11,3 procent van de ondernemers met personeel en 4,9 procent van de ondernemers zonder personeel.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie

26,8%zelfstandig ondernemers, 2025

Ruim een kwart van de zelfstandig ondernemers heeft geen enkele voorziening getroffen voor het geval van arbeidsongeschiktheid. Onder vrouwen is dat 30,7 procent, onder mannen 24,5 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid

Deel 1

Hoeveel zelfstandigen zijn er, en over wie gaat de ZEA?

Cijfers over zelfstandigen lopen uiteen omdat er drie verschillende populaties achter zitten. De Zelfstandigen Enquete Arbeid meet alleen zelfstandig ondernemers: mensen die voor eigen rekening of risico werken in een eigen bedrijf of praktijk en daarover winstaangifte doen. Directeuren-grootaandeelhouders, meewerkende gezinsleden en mensen met resultaat uit overige werkzaamheden vallen er buiten.

1.366.900zelfstandig ondernemers, 2023

Nederland had in 2023 ongeveer 1.366.900 zelfstandig ondernemers, de doelgroep van de ZEA: 1.166.600 zonder personeel en 200.400 met personeel.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, figuur 1.1, op basis van het Integraal inkomens- en vermogensonderzoek

2.247.500zelfstandigen, 2023

Het bredere begrip zelfstandige kwam in 2023 uit op 2.247.500 personen. Daar zitten 302.000 directeuren-grootaandeelhouders, 35.700 meewerkende gezinsleden en 542.800 overige zelfstandigen bij die niet in de ZEA worden ondervraagd.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, figuur 1.1, op basis van het Integraal inkomens- en vermogensonderzoek

2.287.300zelfstandigen, 2024

In 2024 telde Nederland 2.287.300 zelfstandigen: 1.385.900 mannen en 901.400 vrouwen. Daarvan werkten 1.946.400 zonder personeel en 304.600 met personeel.

Bron: CBS StatLine, Zelfstandigen; persoonskenmerken en bedrijfstak (tabel 85077NED), 2024

6.184bruikbare vragenlijsten, 2025

De ZEA 2025 leverde 6.184 bruikbare vragenlijsten op, uit een uitgezette steekproef van 24.600 personen. Dat is een bruikbare respons van 25,1 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Methodologie, paragraaf 3.3, responsresultaten

7,6%steekproefvervuiling, 2025

Van de aangeschreven personen bleek naar schatting 7,6 procent op het moment van het onderzoek geen zelfstandig ondernemer meer te zijn, tegenover 6,2 procent in 2023.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Methodologie, paragraaf 3.3, steekproefvervuiling

15,2%aandeel binnen de ZEA-populatie, 2025

Van de zelfstandig ondernemers in de ZEA 2025 heeft 15,2 procent personeel en 84,8 procent niet. Binnen die laatste groep biedt 80,1 procent vooral eigen arbeid aan en 19,9 procent vooral producten.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kolompercentages

37,2%aandeel vrouwen in de ZEA-populatie, 2025

Vrouwen vormen 37,2 procent van de zelfstandig ondernemers en mannen 62,8 procent. Naar leeftijd is 42,7 procent 15 tot 44 jaar, 22,8 procent 45 tot 54 jaar en 34,5 procent 55 jaar of ouder.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kolompercentages

11,1%zelfstandig ondernemers, 2025

Zou men vrij mogen kiezen, dan werkt 11,1 procent van de zelfstandig ondernemers liever in loondienst. De overige 88,9 procent kiest opnieuw voor het ondernemerschap.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, liever in loondienst of als zelfstandig ondernemer

Aantal zelfstandigen in Nederland naar type en geslacht, 2024 (x 1.000 personen). De ZEA ondervraagt alleen de zelfstandig ondernemers binnen deze groep, niet de directeuren-grootaandeelhouders en overige zelfstandigen.

Type zelfstandigeTotaalMannenVrouwen
Zelfstandigen totaal2.287,31.385,9901,4
Waarvan hoofdbaan1.701,71.095,4606,3
Waarvan nevenbaan585,6290,5295,2
Zonder personeel (zzp)1.946,41.169,8776,5
Met personeel (zmp)304,6211,892,8
Meewerkend gezinslid36,44,232,1

Bron: CBS StatLine, Zelfstandigen; persoonskenmerken en bedrijfstak (tabel 85077NED), 2024

Naar leeftijd verdelen de 2.287.300 zelfstandigen zich over 195.800 personen onder 25 jaar, 392.600 van 25 tot 35 jaar, 460.300 van 35 tot 45 jaar, 499.100 van 45 tot 55 jaar, 471.200 van 55 tot 65 jaar, 216.000 van 65 tot 75 jaar en 52.300 van 75 jaar of ouder. Bij zelfstandigen met personeel is die verdeling veel ouder: 6.200 onder 25 jaar tegenover 89.900 in de groep 45 tot 55 jaar.

Deel 2

Werkdruk: lager dan bij werknemers, behalve met personeel

De ZEA meet werkdruk met dezelfde drie vragen als de NEA onder werknemers: moet u erg snel werken, heel veel werk doen en extra hard werken. Wie gemiddeld 2,5 of hoger scoort op de schaal van 1 (nooit) tot 4 (altijd) heeft vaak of altijd werkdruk. Het beeld kantelt zodra er personeel in dienst is.

28,8%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers had 28,8 procent vaak of altijd werkdruk, tegenover 31,4 procent van de werknemers. Het verschil tussen de twee groepen is daarmee kleiner dan vaak wordt aangenomen.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kwantitatieve taakeisen. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

49,8% tegen 25,0%met en zonder personeel, 2025

Zelfstandig ondernemers met personeel hebben twee keer zo vaak werkdruk als ondernemers zonder personeel: 49,8 procent tegenover 25,0 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kwantitatieve taakeisen

2,20 tegen 2,26gemiddelde schaalscore, 2025

De gemiddelde werkdrukscore van zelfstandig ondernemers is 2,20 op een schaal van 1 tot 4, tegenover 2,26 bij werknemers. Binnen de zelfstandigen loopt die score van 2,14 bij zzp'ers tot 2,53 bij ondernemers met personeel.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kwantitatieve taakeisen. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

35,8% tegen 39,9%heel veel werk doen, 2025

Heel veel werk moeten doen is het zwaarst wegende item: 35,8 procent van de zelfstandig ondernemers heeft dat vaak of altijd, tegenover 39,9 procent van de werknemers.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

57,7%zelfstandig ondernemers met personeel, 2025

Van de ondernemers met personeel moet 57,7 procent vaak of altijd heel veel werk doen, tegenover 31,8 procent van de ondernemers zonder personeel.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

78,4% tegen 75,0%moeilijkheidsgraad van het werk, 2025

Op het punt van mentale moeilijkheidsgraad vragen zelfstandigen juist meer van zichzelf: 78,4 procent ervaart het werk vaak of altijd als moeilijk, tegenover 75,0 procent van de werknemers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, cognitieve belasting. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

83% naar 78%zelfstandig ondernemers, 2017 tot 2025

Het aandeel ondernemers met een hoge moeilijkheidsgraad van het werk lag tussen 2017 en 2021 stabiel op 83 procent en is daarna gedaald naar 78 procent in 2025.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 6, psychosociale arbeidsbelasting

9,7% tegen 6,7%werk-prive disbalans, 2025

Een werk-prive disbalans komt bij zelfstandig ondernemers vaker voor dan bij werknemers: 9,7 procent tegenover 6,7 procent. Bij ondernemers met personeel is dat 14,0 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, werk-prive disbalans. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

Werkdruk en moeilijkheidsgraad van het werk onder zelfstandig ondernemers, 2025 (percentage dat hiermee vaak of altijd te maken heeft). De kolom werknemers komt uit de NEA en is een ander onderzoek onder een andere populatie.

GroepErg snel werkenHeel veel werk doenExtra hard werkenWerkdruk totaalMoeilijkheidsgraad
Alle zelfstandig ondernemers23,7%35,8%24,8%28,8%78,4%
Met personeel37,8%57,7%44,8%49,8%83,5%
Zonder personeel21,2%31,8%21,1%25,0%77,4%
Zonder personeel, vooral producten21,3%34,0%21,6%26,0%65,7%
Zonder personeel, vooral eigen arbeid21,3%31,4%21,1%24,8%80,4%
Mannen24,9%37,3%25,9%30,4%78,4%
Vrouwen21,8%33,2%22,8%26,1%78,3%
15 tot 44 jaar28,4%40,8%30,3%34,6%78,8%
45 tot 54 jaar24,6%37,6%25,5%29,7%79,1%
55 jaar en ouder17,5%28,3%17,6%21,0%77,3%
Landbouw24,6%41,6%26,6%31,5%65,3%
Nijverheid22,9%37,9%22,6%28,2%72,7%
Commerciele dienstverlening25,9%34,8%25,4%29,3%79,5%
Niet-commerciele dienstverlening20,5%34,4%24,6%27,6%83,7%
Werknemers (NEA 2025)29,7%39,9%25,1%31,4%75,0%

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kwantitatieve taakeisen en cognitieve belasting, n=6.184. De rij met werknemers komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

De kolommen met de drie losse items zijn opgeteld uit de antwoordcategorieen vaak en altijd uit de ZEA-tabellenbijlage. De NEA-rij staat erbij als referentie en komt uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025 onder 53.277 werknemers; die cijfers horen bij een ander onderzoek en mogen niet met de ZEA-rijen worden opgeteld. Door afronding wijkt de opgetelde waarde voor erg snel werken (23,7 procent) een tiende af van de 23,8 procent die CBS StatLine voor hetzelfde item publiceert.

Deel 3

De jaarreeks heeft gaten, en twee publicaties spreken elkaar tegen

De ZEA wordt tweejaarlijks gehouden en de NEA jaarlijks. Een reeks voor zelfstandigen bestaat daarom alleen uit de oneven jaren vanaf 2015, met zes meetpunten tegenover elf voor werknemers. Bovendien publiceert het CBS voor dezelfde ZEA 2025 een ander werkdrukcijfer dan TNO en CBS in het ZEA-rapport zelf.

6 tegen 11meetpunten, 2015 tot 2025

Over de periode 2015 tot 2025 zijn er zes ZEA-metingen (2015, 2017, 2019, 2021, 2023 en 2025) tegenover elf jaarlijkse NEA-metingen. Elke zelfstandigenreeks in Nederland heeft daardoor vijf ontbrekende jaren.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden

24,7% naar 22,2%zelfstandig ondernemers, 2015 tot 2025

Volgens de CBS-longread daalde het aandeel zelfstandig ondernemers met vaak of altijd werkdruk van 24,7 procent in 2015 naar 22,2 procent in 2025, met een tussentijdse piek van 25,0 procent in 2021.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.6

28,8% tegen 22,2%dezelfde meting, 2025

Het ZEA-rapport zelf komt voor 2025 op 28,8 procent werkdruk en de CBS-longread op 22,2 procent. Het gaat om dezelfde meting, hetzelfde jaar en dezelfde drie vragen.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kwantitatieve taakeisen

30,2% en 29,0%zelfstandig ondernemers, 2019 en 2023

Ook de eerdere ZEA-rapporten komen hoger uit dan de longread: 30,2 procent in 2019 en 29,0 procent in 2023, tegenover 22,7 en 24,8 procent in de longread.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2019, rapport

38,1% naar 31,4%werknemers, 2015 tot 2025

Bij werknemers daalde de werkdruk in dezelfde periode van 38,1 procent naar 31,4 procent, met de piek van 39,0 procent in 2017. Dat cijfer komt in beide publicaties overeen.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.6

30% tegen 26%mannen en vrouwen, 2025

De longread meldt in de lopende tekst 30 procent werkdruk onder mannelijke en 26 procent onder vrouwelijke zelfstandig ondernemers. Dat sluit aan bij het ZEA-rapport (30,4 en 26,1 procent), maar niet bij het totaal van 22,2 procent in dezelfde longread.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden

Vaak of altijd werkdruk, werknemers en zelfstandig ondernemers, 2015 tot 2025 (percentage werkenden). De punt staat voor een jaar waarin de ZEA niet is gehouden.

JaarWerknemers (NEA)Zelfstandig ondernemers (ZEA)
201538,1%24,7%
201637,6%niet gemeten
201739,0%24,2%
201838,1%niet gemeten
201937,6%22,7%
202033,9%niet gemeten
202136,4%25,0%
202233,5%niet gemeten
202331,6%24,8%
202431,8%niet gemeten
202531,4%22,2%

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.6

Deze reeks komt uit de CBS-longread. De ZEA-rapporten zelf geven voor de zelfstandigen hogere waarden (30,2 procent in 2019, 29,0 procent in 2023 en 28,8 procent in 2025) en beide reeksen staan daarmee naast elkaar op deze pagina. De NEA kent tussen 2021 en 2022 een methodebreuk door de invoering van een split-half opzet, waardoor de werknemersreeks niet als een onafgebroken trend gelezen mag worden.

Deel 4

Autonomie: hier zit het echte verschil

Autonomie wordt in de NEA en de ZEA met dezelfde vijf vragen gemeten: kunt u zelf beslissen hoe u uw werk uitvoert, de volgorde bepalen, uw werktempo regelen, zelf oplossingen bedenken en vrij nemen wanneer u dat wilt. Op vier van die vijf vragen ligt het antwoord van zelfstandigen ongeveer 25 procentpunt hoger dan bij werknemers.

86,3% tegen 57,0%zelfstandig ondernemers en werknemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers ervaart 86,3 procent regelmatig autonomie, tegenover 57,0 procent van de werknemers. De gemiddelde score is 2,79 tegen 2,48 op een schaal van 1 tot 3.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, autonomie. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

28,3 procentpuntverschil op zelf beslissen, 2025

Van de zelfstandig ondernemers kan 88,5 procent regelmatig zelf beslissen hoe het werk wordt uitgevoerd, tegenover 60,2 procent van de werknemers.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.9

68,6% tegen 57,0%vrij of verlof nemen, 2025

Op het punt van vrij nemen is het verschil het kleinst: 68,6 procent van de zelfstandig ondernemers kan dat regelmatig, tegenover 57,0 procent van de werknemers.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.9

20,3% tegen 5,8%met en zonder personeel, 2025

Van de ondernemers met personeel kan 20,3 procent helemaal niet vrij nemen wanneer zij dat willen, tegenover 5,8 procent van de ondernemers zonder personeel.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, kunt u vrij nemen wanneer u dat wilt

59,2% naar 68,6%zelfstandig ondernemers, 2015 tot 2025

Het enige autonomie-item dat bij zelfstandigen duidelijk verbeterde is vrij nemen: van 59,2 procent in 2015 naar 68,6 procent in 2025. De vier andere items zijn licht gedaald.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

81,8% tegen 90,5%jongste en oudste ondernemers, 2025

Autonomie neemt toe met de leeftijd: 81,8 procent bij ondernemers van 15 tot 44 jaar tegenover 90,5 procent bij 55-plussers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, autonomie

96%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers is 96 procent (heel) tevreden met de mogelijkheid om zelf de werktijden te bepalen, en 98 procent vindt het werk interessant. Over een goed inkomen is 82 procent tevreden en over werkzekerheid 84 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 3, tevredenheid met werk en arbeidsomstandigheden

70,8% tegen 54,2%bevlogenheid, 2025

Bevlogenheid, gemeten met drie items over fit en sterk voelen, enthousiasme en opgaan in het werk, ligt bij zelfstandig ondernemers op 70,8 procent en bij werknemers op 54,2 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, bevlogenheid. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

Regelmatig zelfstandigheid in het werk, werknemers en zelfstandig ondernemers, 2025 (percentage werkenden dat dit regelmatig kan).

VraagWerknemersZelfstandig ondernemers
Zelf beslissen hoe het werk wordt uitgevoerd60,2%88,5%
Volgorde van de werkzaamheden bepalen60,7%86,4%
Zelf het werktempo regelen57,3%84,5%
Zelf oplossingen bedenken64,6%87,1%
Vrij of verlof nemen wanneer men dat wil57,0%68,6%

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.9

De samengestelde autonomiescore van 57,0 procent voor werknemers en 86,3 procent voor zelfstandig ondernemers is gebaseerd op deze vijf items met een afkapwaarde van 2,5 op een schaal van 1 tot 3. De NEA vraagt werknemers daarnaast of zij zelf hun werktijden (28,7 procent) en werklocatie (25,0 procent) kunnen bepalen; die twee items zitten niet in de samengestelde score en worden in de ZEA niet op dezelfde manier gevraagd.

Deel 5

Stressvol werk en de vier kwadranten

Door taakeisen en autonomie te kruisen ontstaan vier typen werk. Stressvol werk is het kwadrant met hoge taakeisen en lage autonomie. Omdat zelfstandigen op autonomie zo hoog scoren, valt het grootste deel van hen in het kwadrant met weinig spanning, ook als de taakeisen hoog zijn.

5,9% tegen 15,4%zelfstandig ondernemers en werknemers, 2025

Stressvol werk komt bij 5,9 procent van de zelfstandig ondernemers voor en bij 15,4 procent van de werknemers, een factor 2,6 verschil.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

63,4% tegen 41,0%weinig spanning, 2025

Bijna twee derde van de zelfstandig ondernemers (63,4 procent) heeft werk met lage taakeisen en hoge autonomie, tegenover 41,0 procent van de werknemers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

7,8% tegen 27,6%niet-uitdagend werk, 2025

Het kwadrant met lage taakeisen en lage autonomie, in de literatuur een passive job, komt bij 7,8 procent van de zelfstandig ondernemers voor en bij 27,6 procent van de werknemers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

11,3% tegen 4,9%met en zonder personeel, 2025

Ondernemers met personeel hebben ruim twee keer zo vaak stressvol werk als ondernemers zonder personeel: 11,3 procent tegenover 4,9 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie

8,6% tegen 3,0%jongste en oudste ondernemers, 2025

Van de ondernemers van 15 tot 44 jaar heeft 8,6 procent stressvol werk, tegenover 3,0 procent van de 55-plussers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie

6,5% tegen 5,6%vrouwen en mannen, 2025

Vrouwelijke zelfstandig ondernemers hebben iets vaker stressvol werk dan mannen: 6,5 tegen 5,6 procent. Bij werknemers is dat verschil veel groter, 19,6 tegen 11,3 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

10% tegen 3,5%zorg en zakelijke dienstverlening, 2025

In de zorg heeft 10 procent van de zelfstandig ondernemers stressvol werk, het hoogste van alle sectoren, en in de zakelijke dienstverlening 3,5 procent, het laagste.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 6, psychosociale arbeidsbelasting

6,1% en 5,9%zelfstandig ondernemers, 2023 en 2025

Het aandeel zelfstandig ondernemers met stressvol werk ligt sinds 2019 stabiel rond de 6 procent: 6,1 procent in 2023 en 5,9 procent in 2025.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2023, Resultaten in vogelvlucht

De vier kwadranten van taakeisen en autonomie onder zelfstandig ondernemers, 2025 (percentage per groep, rijen tellen op tot 100 procent).

GroepHoge eisen, hoge autonomieHoge eisen, lage autonomie (stressvol)Lage eisen, hoge autonomieLage eisen, lage autonomie
Alle zelfstandig ondernemers22,9%5,9%63,4%7,8%
Met personeel38,5%11,3%42,9%7,2%
Zonder personeel20,1%4,9%67,1%7,9%
Mannen24,8%5,6%61,4%8,2%
Vrouwen19,6%6,5%66,8%7,1%
15 tot 44 jaar26,0%8,6%55,8%9,6%
45 tot 54 jaar24,4%5,3%63,9%6,4%
55 jaar en ouder18,0%3,0%72,4%6,5%
Landbouw26,3%5,4%61,2%7,1%
Nijverheid24,1%4,0%64,1%7,8%
Commerciele dienstverlening23,3%6,1%63,9%6,8%
Niet-commerciele dienstverlening20,5%7,1%62,8%9,6%
Werknemers (NEA 2025)16,0%15,4%41,0%27,6%

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, balans tussen taakeisen en autonomie, n=6.158. De rij met werknemers komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

Stressvol werk is een classificatie van een baan op basis van drempelwaarden op twee schalen, geen diagnose en geen burn-out. De werknemersrij komt uit de NEA 2025 en hoort bij een ander onderzoek onder 53.249 werknemers.

Deel 6

Burn-outklachten stegen van 7,5 naar 11,8 procent

Burn-outklachten worden in de ZEA gemeten met vijf vragen over emotionele uitputting door het werk, op een schaal van 1 (nooit) tot 7 (elke dag). Wie gemiddeld boven 3,20 scoort, heeft enkele keren per maand of vaker klachten. Op StatLine staat dezelfde indicator onder de naam psychische vermoeidheid door het werk. Terwijl werkdruk en stressvol werk stabiel bleven of daalden, nam deze indicator in tien jaar met de helft toe.

7,5% naar 11,8%zelfstandig ondernemers, 2015 tot 2025

Het aandeel zelfstandig ondernemers met burn-outklachten steeg van 7,5 procent in 2015 naar 11,8 procent in 2025, een toename van 57 procent.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

9,5% naar 11,7%zelfstandig ondernemers, 2021 tot 2023

De grootste sprong zit tussen 2021 en 2023: van 9,5 naar 11,7 procent. Tussen 2023 en 2025 kwam er vrijwel niets meer bij.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

1,96 tegen 2,36gemiddelde schaalscore, 2025

De gemiddelde burn-outscore van zelfstandig ondernemers is 1,96 op de schaal van 1 tot 7, tegenover 2,36 bij werknemers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, burn-outklachten. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

20,7%werknemers, 2025

Bij werknemers lag het aandeel met burn-outklachten in 2025 op 20,7 procent, bijna twee keer zo hoog als bij zelfstandig ondernemers.

Bron: TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, burn-outklachten

13,5% tegen 11,5%met en zonder personeel, 2025

Ondernemers met personeel rapporteren vaker burn-outklachten dan ondernemers zonder personeel: 13,5 tegenover 11,5 procent. In 2019 was dat verschil nog 13,4 tegen 8,1 procent.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

12,0% tegen 9,3%zzp'ers naar type aanbod, 2025

Binnen de groep zonder personeel rapporteren ondernemers die vooral eigen arbeid aanbieden vaker burn-outklachten (12,0 procent) dan ondernemers die vooral producten verkopen (9,3 procent).

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

1,9%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers heeft 1,9 procent ooit van een arts gehoord dat zij overspannenheid of een burn-out als beroepsziekte hebben. Voor 0,6 procent was die vaststelling in het afgelopen jaar.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, beroepsziekten

4,5%verzuimende zelfstandig ondernemers, 2025

Bij de laatste keer dat zij niet of minder konden werken, noemde 4,5 procent van de zelfstandig ondernemers psychische klachten, overspannenheid of burn-out als belangrijkste klacht. Griep of verkoudheid stond met 61,1 procent bovenaan.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, belangrijkste klacht bij laatste verzuim

Burn-outklachten door het werk onder zelfstandig ondernemers, 2015 tot 2025 (percentage met klachten enkele keren per maand of vaker). De jaren 2016, 2018, 2020, 2022 en 2024 ontbreken omdat de ZEA tweejaarlijks wordt gehouden.

Groep201520172019202120232025
Alle zelfstandig ondernemers7,5%8,8%9,2%9,5%11,7%11,8%
Met personeel9,3%11,0%13,4%12,6%14,8%13,5%
Zonder personeel7,1%8,3%8,1%8,8%11,1%11,5%
Zonder personeel, vooral eigen arbeid7,4%8,1%8,3%9,5%11,2%12,0%
Zonder personeel, vooral producten6,2%9,0%7,5%6,6%10,9%9,3%

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

De indicator heet in de ZEA-rapporten burn-outklachten en op CBS StatLine psychische vermoeidheid door het werk. Het gaat om dezelfde vijf items en dezelfde afkapwaarde van 3,20; het ZEA-rapport 2025 rondt 11,8 procent af naar 12 procent. Het is zelfrapportage boven een drempelwaarde, geen klinische diagnose.

Deel 7

Wie de klachten heeft: jonge ondernemers, en geen verschil tussen mannen en vrouwen

De stijging van de burn-outklachten zit niet gelijkmatig verdeeld over de groep. In de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar verdrievoudigde het aandeel tussen 2015 en 2025, terwijl het bij 55-plussers nauwelijks bewoog. En waar vrouwelijke werknemers duidelijk meer klachten rapporteren dan mannelijke, is dat verschil bij zelfstandigen verdwenen.

6,2% naar 19,1%zelfstandig ondernemers 25 tot 35 jaar, 2015 tot 2025

Bij zelfstandig ondernemers van 25 tot 35 jaar steeg het aandeel met burn-outklachten van 6,2 procent in 2015 naar 19,1 procent in 2025, ruim een verdrievoudiging.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; geslacht, leeftijd (tabel 83234NED), 2015 tot 2025

4,3%zelfstandig ondernemers van 65 jaar en ouder, 2025

Bij ondernemers van 65 jaar en ouder lag het aandeel met burn-outklachten op 4,3 procent, tegenover 2,1 procent in 2015. Dat is minder dan een kwart van het niveau van de 25- tot 35-jarigen.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; geslacht, leeftijd (tabel 83234NED), 2015 tot 2025

11,8% tegen 11,7%mannen en vrouwen, 2025

Mannelijke en vrouwelijke zelfstandig ondernemers rapporteren in 2025 even vaak burn-outklachten: 11,8 tegenover 11,7 procent.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; geslacht, leeftijd (tabel 83234NED), 2015 tot 2025

18,0% tegen 23,5%mannelijke en vrouwelijke werknemers, 2025

Bij werknemers bestaat dat verschil wel: 18,0 procent van de mannen en 23,5 procent van de vrouwen heeft burn-outklachten, een verschil van 5,5 procentpunt.

Bron: TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, burn-outklachten

20,5% tegen 18,3%vrouwelijke en mannelijke ondernemers 25 tot 35 jaar, 2025

Ook in de zwaarst getroffen leeftijdsgroep blijft het verschil klein: 20,5 procent van de vrouwen van 25 tot 35 jaar tegenover 18,3 procent van de mannen.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; geslacht, leeftijd (tabel 83234NED), 2015 tot 2025

16,1% tegen 6,9%zelfstandig ondernemers naar leeftijd, 2025

In de driedeling van het ZEA-rapport heeft 16,1 procent van de ondernemers van 15 tot 44 jaar burn-outklachten, tegenover 11,0 procent van de 45- tot 54-jarigen en 6,9 procent van de 55-plussers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, burn-outklachten

11,6% tegen 6,4%werk-prive disbalans naar leeftijd, 2025

Hetzelfde leeftijdspatroon geldt voor de werk-prive disbalans: 11,6 procent bij ondernemers van 15 tot 44 jaar tegenover 6,4 procent bij 55-plussers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, werk-prive disbalans

67,1% tegen 74,7%bevlogenheid naar leeftijd, 2025

Jongere ondernemers zijn ook minder bevlogen: 67,1 procent bij 15- tot 44-jarigen tegenover 74,7 procent bij 55-plussers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, bevlogenheid

Burn-outklachten door het werk onder zelfstandig ondernemers naar leeftijd en geslacht, 2015 tot 2025 (percentage met klachten enkele keren per maand of vaker).

Groep201520172019202120232025
Alle zelfstandig ondernemers7,5%8,8%9,2%9,5%11,7%11,8%
15 tot 25 jaarte weinig waarnemingente weinig waarnemingente weinig waarnemingen9,7%13,6%te weinig waarnemingen
25 tot 35 jaar6,2%9,6%14,1%14,3%19,4%19,1%
35 tot 45 jaar8,5%10,8%10,2%9,5%13,3%13,9%
45 tot 55 jaar8,5%8,5%8,7%9,9%11,7%11,0%
55 tot 65 jaar7,9%9,8%8,2%7,8%8,6%8,3%
65 jaar en ouder2,1%2,9%3,4%4,7%4,1%4,3%
Mannen7,5%8,9%9,5%9,6%11,2%11,8%
Vrouwen7,6%8,7%8,6%9,2%12,7%11,7%

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; geslacht, leeftijd (tabel 83234NED), 2015 tot 2025

CBS StatLine splitst de ZEA uit in zes leeftijdsgroepen, het ZEA-rapport zelf in drie (15 tot 44, 45 tot 54 en 55 jaar en ouder). De twee indelingen leveren daarom andere percentages voor wat op het eerste gezicht dezelfde groep lijkt. Voor de groep van 15 tot 25 jaar zijn er in vier van de zes meetjaren te weinig waarnemingen voor een betrouwbare schatting.

Deel 8

Per bedrijfstak: zorg bovenaan, landbouw onderaan

Het CBS publiceert voor 2025 de psychische vermoeidheid van werknemers en zelfstandig ondernemers per bedrijfstak naast elkaar. In elke bedrijfstak liggen de klachten van zelfstandigen lager dan die van werknemers, maar de rangorde tussen bedrijfstakken verschilt wel.

17,7%zelfstandig ondernemers in de zorg, 2025

Zelfstandig ondernemers in de zorg hebben het vaakst psychische vermoeidheid door het werk: 17,7 procent, tegenover 22,9 procent van de werknemers in die bedrijfstak.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.12

7,5% en 7,7%vervoer en landbouw, 2025

Het laagst zitten zelfstandig ondernemers in vervoer en opslag (7,5 procent) en in de landbouw en visserij (7,7 procent).

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.12

14,5% tegen 7,7%niet-commerciele dienstverlening en landbouw, 2025

In de vierdeling van het ZEA-rapport heeft 14,5 procent van de ondernemers in de niet-commerciele dienstverlening burn-outklachten, tegenover 7,7 procent in de landbouw.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, burn-outklachten

18% tegen 17%zelfstandig ondernemers en werknemers, 2025

Met ongewenst gedrag op het werk kreeg 18 procent van de zelfstandig ondernemers te maken en 17 procent van de werknemers. Bij zelfstandigen lag dat in 2025 en 2023 hoger dan in de jaren daarvoor.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden

36,8%zelfstandig ondernemers in de zorg, 2025

In de zorg kreeg 36,8 procent van de zelfstandig ondernemers minstens een keer te maken met ongewenst gedrag, meer dan de 30,4 procent van de werknemers in die bedrijfstak.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.10

9,6% tegen 3,4%vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen, 2025

Ongewenste seksuele aandacht werd gemeld door 9,6 procent van de vrouwelijke en 3,4 procent van de mannelijke zelfstandig ondernemers. Bij werknemers ging het om 7,5 en 2,1 procent.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden

11,4% naar 13,6%intimidatie, 2015 tot 2025

Intimidatie op het werk nam onder zelfstandig ondernemers toe van 11,4 procent in 2015 naar 13,6 procent in 2025. Bij ondernemers met personeel liep dat op van 17,4 naar 21,4 procent.

Bron: CBS StatLine, Psychosociale arbeidsbelasting zelfstandig ondernemers; type ondernemer (tabel 83235NED), 2015 tot 2025

19,8% tegen 9,1%emotioneel zwaar werk, zorg en zelfstandigen, 2025

Emotioneel zwaar werk komt bij 9,1 procent van alle werknemers voor en bij 19,8 procent van de werknemers in de zorg. Van de zelfstandig ondernemers noemt 3,7 procent emotioneel te zwaar werk als oorzaak van werkgerelateerd verzuim.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.8

Minstens enkele keren per maand psychisch vermoeid door het werk per bedrijfstak, 2025 (percentage werkenden). De punt staat voor bedrijfstakken waarvoor te weinig waarnemingen onder zelfstandig ondernemers zijn.

BedrijfstakWerknemersZelfstandig ondernemers
Onderwijs25,3%14,8%
Informatie en communicatie25,0%14,0%
Zorg22,9%17,7%
Zakelijke dienstverlening21,6%11,1%
Financiele dienstverlening20,2%te weinig waarnemingen
Industrie20,1%9,8%
Handel19,8%11,4%
Openbaar bestuur19,6%te weinig waarnemingen
Cultuur, recreatie en overige diensten19,5%11,8%
Horeca19,3%12,2%
Verhuur en handel van onroerend goed18,8%9,9%
Vervoer en opslag18,1%7,5%
Bouwnijverheid15,6%10,3%
Landbouw en visserij11,2%7,7%

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.12

De CBS-longread gebruikt veertien bedrijfstakken, de ZEA-tabellenbijlage vier (landbouw, nijverheid, commerciele en niet-commerciele dienstverlening) en de lopende tekst van het ZEA-rapport zeven (landbouw, bouw, handel, zakelijk, zorg, recreatie en overig). Percentages voor wat dezelfde sector lijkt, zijn daardoor niet uitwisselbaar.

Deel 9

Verzuim zonder loondoorbetaling

Zelfstandigen verzuimen minder dan werknemers, en als zij verzuimen duurt het korter. Dat is tegelijk de plek waar de vergelijking het meest misleidt: een werknemer die zich ziek meldt houdt loon, een zelfstandige verliest omzet. Het lagere verzuim van zelfstandigen is dus geen schone maat voor gezondheid.

3,70% tegen 4,84%zelfstandig ondernemers en werknemers, 2025

Het individuele ziekteverzuimpercentage van zelfstandig ondernemers is 3,70 procent, tegenover 4,84 procent bij werknemers. Beide zijn zelfgerapporteerd en deeltijdgecorrigeerd.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, individueel ziekteverzuimpercentage. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

4,5% naar 3,7%zelfstandig ondernemers, 2023 tot 2025

Het ziekteverzuimpercentage van zelfstandig ondernemers daalde van 4,5 procent in 2023 naar 3,7 procent in 2025.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 4, gezondheid

39,7% tegen 50,7%verzuimde in twaalf maanden, 2025

Van de zelfstandig ondernemers verzuimde 39,7 procent in de afgelopen twaalf maanden minstens een keer, tegenover 50,7 procent van de werknemers.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, verzuim afgelopen 12 maanden. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

28% naar 46% naar 40%zelfstandig ondernemers, 2021 tot 2025

Het aandeel ondernemers dat weleens niet of minder kon werken lag in 2021 op 28 procent tijdens de coronaperiode, in 2023 op 46 procent en in 2025 op 40 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 4, gezondheid

6,00 tegen 8,37 dagenverzuimdagen per jaar, 2025

Zelfstandig ondernemers verzuimden gemiddeld 6,00 werkdagen per jaar en werknemers 8,37. Onder ondernemers met personeel was dat 5,32 dagen, onder ondernemers zonder personeel 6,13.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, werkdagen verzuimd afgelopen 12 maanden. Het werknemerscijfer komt uit TNO en CBS, Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025, Resultaten in vogelvlucht.

18,9%zelfstandig ondernemers die ooit verzuimden, 2025

Van de ondernemers die ooit verzuimden denkt 18,9 procent dat de klachten hoofdzakelijk (6,9 procent) of deels (12,0 procent) door het werk kwamen. In de nijverheid, waar de bouw onder valt, is dat 23,7 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, waren de klachten gevolg van het werk

21,4% tegen 35,0%alle ondernemers en ondernemers met personeel, 2025

Bij werkgerelateerd verzuim noemt 21,4 procent van de zelfstandig ondernemers een te hoge werkdruk als belangrijkste oorzaak. Bij ondernemers met personeel is dat 35,0 procent, bij ondernemers zonder personeel 18,7 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, belangrijkste reden werkgerelateerd verzuim

5,4%werknemers, 2025

Het ziekteverzuimpercentage dat werkgevers registreren kwam in 2025 uit op 5,4 procent, tegenover 3,9 procent in 2015. Voor zelfstandigen bestaat zo'n registratiecijfer niet, omdat er geen werkgever is die het bijhoudt.

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.13

Gemiddeld aantal werkdagen van het meest recente verzuim naar leeftijd, 2025 (werkenden die minstens een keer verzuimden).

LeeftijdWerknemersZelfstandig ondernemers
15 tot 25 jaar7,3te weinig waarnemingen
25 tot 35 jaar14,312,2
35 tot 45 jaar18,013,5
45 tot 55 jaar20,116,6
55 tot 65 jaar27,020,7
65 tot 75 jaar26,718,5

Bron: CBS, De arbeidsmarkt in cijfers 2025, hoofdstuk Arbeidsomstandigheden, tabel 4.15

Over het werkgerelateerde deel van het verzuim geven twee publicaties verschillende cijfers: de CBS-longread komt op 23 procent voor zelfstandig ondernemers en 22,5 procent voor werknemers, gerekend over het meest recente verzuim in de afgelopen twaalf maanden, terwijl de ZEA-tabellenbijlage op 18,9 procent komt, gerekend over alle ondernemers die ooit verzuimden. De bases verschillen, dus de getallen horen niet naast elkaar.

Deel 10

Vangnetten, buffers en onzekerheid

Waar een werknemer loondoorbetaling, een bedrijfsarts en een pensioenregeling via de werkgever heeft, moet een zelfstandige dat alles zelf regelen. De ZEA vraagt per voorziening wat iemand heeft getroffen, en vraagt daarnaast hoe lang het huishouden het zou uithouden als het inkomen uit de onderneming wegvalt.

73%zelfstandig ondernemers, 2025

Bijna driekwart van de zelfstandig ondernemers heeft een of meer voorzieningen getroffen voor het geval van arbeidsongeschiktheid. In 2019 was dat nog 60 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 11, voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid

26,9% tegen 43,2%alle ondernemers en ondernemers met personeel, 2025

Een echte arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft 26,9 procent van de zelfstandig ondernemers: 43,2 procent van de ondernemers met personeel en 23,9 procent van de ondernemers zonder personeel.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid

42,8% en 25,2%ondernemers zonder verzekering, 2025

Van de ondernemers zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering vindt 42,8 procent dat de baten niet opwegen tegen de kosten en zegt 25,2 procent de premie niet te kunnen betalen. Daarnaast wordt 7,9 procent niet geaccepteerd vanwege leeftijd of gezondheid.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, redenen geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid

30%zelfstandig ondernemers, 2025

Zou het inkomen uit de onderneming helemaal wegvallen, dan zou 30 procent van de zelfstandig ondernemers het minder dan zes maanden uithouden: 4,6 procent minder dan een maand, 13,0 procent een tot drie maanden en 12,9 procent drie tot zes maanden.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, hoe lang kunnen rondkomen bij wegvallen inkomen

88,5%zelfstandig ondernemers, 2025

Bij werkgerelateerde gezondheidsklachten gaat 88,5 procent van de zelfstandig ondernemers naar de huisarts. Slechts 4,8 procent gaat naar een zelf geregelde bedrijfsarts, 2,7 procent via een sectororganisatie en 2,3 procent via een zzp-organisatie.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, wat doet u bij werkgerelateerde gezondheidsklachten

27,9%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers zou 27,9 procent de mogelijkheid willen hebben om een vertrouwenspersoon te raadplegen, zoals werknemers die via de werkgever hebben. Van de ondernemers met zakelijke opdrachtgevers heeft 55,0 procent die mogelijkheid (bijna) nooit.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, vertrouwenspersoon

40% en 35%zelfstandig ondernemers, 2025

Beperkte collectieve regelingen voor ziekte en pensioen vindt 40 procent van de ondernemers vervelend of heel erg vervelend (46 procent in 2023), en onzekerheid over de hoogte van het inkomen 35 procent.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, hoofdstuk 3, vervelende aspecten van het werk

42.000 euromediaan inkomen als zelfstandige, 2024

Zelfstandig ondernemers met het ondernemerschap als voornaamste inkomen hadden in 2024 een mediaan inkomen als zelfstandige van 42.000 euro: 39.200 euro zonder personeel en 57.800 euro met personeel.

Bron: CBS StatLine, Zelfstandigen; inkomen, vermogen, kenmerken (tabel 84466NED), 2024

9.900 eurolaagste inkomensdeciel, 2024

In het laagste inkomensdeciel zitten 77.100 zelfstandig ondernemers met een mediaan persoonlijk inkomen van 9.900 euro en een mediaan vermogen van 17.100 euro.

Bron: CBS StatLine, Zelfstandigen; inkomen, vermogen, kenmerken (tabel 84466NED), 2024

48%zelfstandig ondernemers, 2025

Van de zelfstandig ondernemers maakt 48 procent zich soms (38,4 procent) of vaak (10,0 procent) zorgen over de toekomst van het bedrijf, tegenover 46 procent in 2023 en 53 procent in 2021.

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, zorgen over de toekomst van uw bedrijf

Voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid van zelfstandig ondernemers, 2025 (percentage per groep, meerdere antwoorden mogelijk).

VoorzieningAlle ondernemersMet personeelZonder personeelMannenVrouwen
Spaargeld of beleggingen40,3%37,4%40,8%41,3%38,5%
Arbeidsongeschiktheidsverzekering26,9%43,2%23,9%30,3%21,0%
Waarde van de eigen woning dekt het risico12,9%14,1%12,7%14,2%10,6%
Arbeidsongeschiktheidsverzekering via loondienst8,2%2,8%9,1%7,6%9,0%
Waarde van het bedrijf dekt het risico8,2%20,7%6,0%10,1%5,1%
Schenkkring zoals een broodfonds6,7%4,1%7,2%6,2%7,6%
Verzekering via het UWV3,0%2,5%3,1%3,4%2,3%
Iets anders6,5%5,4%6,7%6,3%6,9%
Geen enkele voorziening26,8%21,3%27,8%24,5%30,7%

Bron: TNO en CBS, Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025, Resultaten in vogelvlucht, tabellenbijlage, voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, n=5.630

Voor het pensioen ligt het beeld gunstiger: 88 procent van de zelfstandig ondernemers heeft een of meer voorzieningen getroffen, tegenover 83 procent in 2019. Spaargeld of beleggingen (55 procent) en een pensioenfonds uit eerder of huidig werk in loondienst (45,5 procent) zijn de meest genoemde. Van de ondernemers van 15 tot 44 jaar heeft 16,4 procent geen enkele pensioenvoorziening.

Lees dit eerst

Valkuilen voordat je deze cijfers citeert

  1. De NEA en de ZEA zijn twee onderzoeken, geen doorlopende reeks Werknemerscijfers komen uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden onder 53.277 werknemers van 15 tot 75 jaar, zelfstandigencijfers uit de Zelfstandigen Enquete Arbeid onder 6.184 zelfstandig ondernemers. De twee onderzoeken hebben een andere populatie, een andere steekproefomvang, een ander veldwerkmoment en voor een deel een andere vragenlijst. De schalen voor werkdruk, autonomie en burn-outklachten zijn identiek en met dezelfde afkapwaarden gerapporteerd, waardoor CBS ze zelf naast elkaar publiceert, maar optellen of een gezamenlijk gemiddelde berekenen mag niet. Een uitspraak over alle werkenden samen is op basis van deze twee bronnen niet te maken.
  2. De ZEA-jaarreeks heeft vijf ontbrekende jaren De ZEA is gehouden in 2015, 2017, 2019, 2021, 2023 en 2025 en niet in de tussenliggende jaren. Een reeks van zelfstandigencijfers over 2015 tot 2025 bestaat dus uit zes punten, tegenover elf voor werknemers. Wie beide lijnen in een grafiek zet en de ontbrekende jaren interpoleert, verzint vijf meetpunten. De meting van 2021 valt bovendien midden in de coronaperiode, wat onder meer zichtbaar is in het verzuim: 28 procent in 2021 tegenover 46 procent in 2023.
  3. Zzp'ers en zmp'ers zijn twee verschillende groepen die vaak door elkaar lopen Zelfstandig ondernemers met personeel vormen 15,2 procent van de ZEA-populatie, maar hun uitkomsten wijken op bijna elk punt sterk af: 49,8 procent werkdruk tegenover 25,0 procent bij ondernemers zonder personeel, 11,3 tegenover 4,9 procent stressvol werk, 14,0 tegenover 8,9 procent werk-prive disbalans en 20,3 tegenover 5,8 procent die helemaal niet vrij kan nemen. Wie het totaalcijfer van 28,8 procent werkdruk op zzp'ers toepast, overdrijft hun belasting met bijna vier procentpunt. Omgekeerd verdwijnt de zwaar belaste groep met personeel achter het gemiddelde.
  4. Twee publicaties van TNO en CBS geven verschillende werkdrukcijfers voor dezelfde meting Het ZEA-rapport 2025 rapporteert 28,8 procent zelfstandig ondernemers met vaak of altijd werkdruk; de CBS-longread De arbeidsmarkt in cijfers 2025 rapporteert 22,2 procent voor hetzelfde jaar en dezelfde drie vragen. Hetzelfde verschil zit in 2019 (30,2 tegenover 22,7 procent) en 2023 (29,0 tegenover 24,8 procent). Opvallend is dat de uitsplitsingen in de longread zelf wel bij het ZEA-rapport aansluiten: 30 procent voor mannen en 26 procent voor vrouwen, en 47,2 procent in de horeca. Een totaal van 22,2 procent is met die uitsplitsingen moeilijk te rijmen. Zolang de instanties het verschil niet toelichten, horen beide cijfers met hun bron erbij genoemd te worden.
  5. Zelfstandige, zelfstandig ondernemer en zzp'er zijn drie populaties Nederland telde in 2023 ongeveer 2.247.500 zelfstandigen, 1.366.900 zelfstandig ondernemers en 1.166.600 zelfstandig ondernemers zonder personeel. Het verschil zit in 302.000 directeuren-grootaandeelhouders, 35.700 meewerkende gezinsleden en 542.800 overige zelfstandigen. Alleen de 1.366.900 zelfstandig ondernemers vallen binnen de ZEA. Een percentage uit de ZEA omrekenen naar aantallen met het cijfer van 2,2 miljoen zelfstandigen levert dus een uitkomst die ruim 60 procent te hoog is.
  6. Burn-outklachten in de ZEA zijn zelfrapportage boven een drempel, geen diagnose De 11,8 procent burn-outklachten is het aandeel ondernemers dat gemiddeld boven 3,20 scoort op vijf items over emotionele uitputting, op een schaal van 1 (nooit) tot 7 (elke dag). Dat is iets anders dan een vastgestelde aandoening: bij 1,9 procent van de zelfstandig ondernemers heeft een arts ooit overspannenheid of burn-out als beroepsziekte vastgesteld, en bij 0,6 procent in het afgelopen jaar. Dezelfde indicator heet op CBS StatLine psychische vermoeidheid door het werk, wat tot dubbeltellen uitnodigt wanneer beide namen in een overzicht terechtkomen.
  7. Het ziekteverzuim van zelfstandigen en van werknemers wordt op drie manieren gemeten Het verzuimpercentage van 3,70 procent voor zelfstandig ondernemers en 4,84 procent voor werknemers komt uit zelfrapportage in de ZEA en de NEA. Het cijfer van 5,4 procent dat het CBS voor werknemers in 2025 publiceert komt uit de Kwartaalenquete Ziekteverzuim en is gebaseerd op registraties bij werkgevers. Voor zelfstandigen bestaat die registratiebron niet. Daarnaast is het verzuim van een zelfstandige niet financieel gedekt: lager verzuim kan dus net zo goed betekenen dat iemand zich geen verzuim kan veroorloven. Van de zelfstandig ondernemers met werkgerelateerde gezondheidsklachten gaat 88,5 procent naar de huisarts en niet naar een bedrijfsarts, want die is er niet.
  8. De sectorindelingen van de drie publicaties verschillen De ZEA-tabellenbijlage splitst uit naar vier sectoren (landbouw, nijverheid, commerciele en niet-commerciele dienstverlening), de lopende tekst van het ZEA-rapport naar zeven (landbouw, bouw, handel, zakelijk, zorg, recreatie en overig) en de CBS-longread naar veertien bedrijfstakken. De zorg komt daardoor in de ene publicatie op 18 procent burn-outklachten uit en in de andere op 17,7 procent psychische vermoeidheid, en wat in de ene indeling nijverheid heet, bestaat in de andere uit industrie en bouwnijverheid apart. Hetzelfde geldt voor de leeftijdsindeling: het ZEA-rapport gebruikt drie groepen, CBS StatLine zes.
  9. Over net gestarte zelfstandigen zegt de ZEA niets De steekproef voor de ZEA 2025 is getrokken uit het voorlopige inkomensbestand van 2023, een kader van 1.383.506 personen die in dat jaar winstaangifte deden. Wie na 2023 als zelfstandig ondernemer is begonnen, zat niet in dat kader en kon dus ook niet worden aangeschreven. TNO en CBS stellen daarom zelf dat op basis van de ZEA geen uitspraken over onlangs gestarte zelfstandigen gedaan kunnen worden. Omgekeerd was 7,6 procent van de aangeschreven personen inmiddels gestopt. Uitspraken over startersjaren, de eerste periode van het ondernemerschap of de gevolgen van de handhaving op schijnzelfstandigheid vallen buiten het bereik van dit onderzoek.
Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • De vergelijking werknemer tegenover zelfstandige loopt twee kanten op en dat is met deze cijfers hard te maken: zelfstandig ondernemers hebben veel meer autonomie (86,3 tegen 57,0 procent), bijna drie keer zo weinig stressvol werk (5,9 tegen 15,4 procent) en bijna half zo veel burn-outklachten (11,8 tegen 20,7 procent), maar geen loondoorbetaling, geen bedrijfsarts en bij 26,8 procent geen enkele voorziening voor arbeidsongeschiktheid.
  • Het verschil in werkdruk is veel kleiner dan het verschil in autonomie. Op de drie taakeis-vragen scoren zelfstandigen maar een paar procentpunt lager dan werknemers (35,8 tegen 39,9 procent voor heel veel werk moeten doen, 24,8 tegen 25,1 procent voor extra hard moeten werken). Het gunstige beeld van zelfstandigen komt bijna volledig uit de autonomiekant van het model.
  • Burn-outklachten bij zelfstandigen stegen tussen 2015 en 2025 van 7,5 naar 11,8 procent terwijl werkdruk en stressvol werk stabiel bleven of daalden. Meer regelruimte en minder werkdruk hebben de toename van psychische vermoeidheid dus niet tegengehouden.
  • De stijging zit bijna volledig bij jonge ondernemers. In de groep van 25 tot 35 jaar ging het aandeel met burn-outklachten van 6,2 procent in 2015 naar 19,1 procent in 2025, terwijl 55-plussers op 8,3 procent bleven en 65-plussers op 4,3 procent.
  • Waar vrouwelijke werknemers duidelijk meer burn-outklachten rapporteren dan mannelijke (23,5 tegen 18,0 procent), is dat verschil bij zelfstandig ondernemers verdwenen (11,7 tegen 11,8 procent). Hetzelfde geldt voor stressvol werk: 19,6 tegen 11,3 procent bij werknemers en 6,5 tegen 5,6 procent bij zelfstandigen.
  • Zelfstandig ondernemers met personeel zijn de zwaarst belaste groep van alle werkenden in beide onderzoeken: 49,8 procent werkdruk, 57,7 procent die vaak of altijd heel veel werk moet doen, 44,8 procent die extra hard moet werken en 20,3 procent die helemaal niet vrij kan nemen. Zij vormen 15,2 procent van de zelfstandig ondernemers en verdwijnen in elk totaalcijfer.
  • Het ontbreken van een vangnet is geen gevoel maar een gemeten tekort: 26,8 procent heeft geen voorziening voor arbeidsongeschiktheid, 30 procent houdt het minder dan zes maanden uit zonder inkomen uit de onderneming, 88,5 procent gaat met werkgerelateerde klachten naar de huisarts omdat er geen bedrijfsarts is, en 27,9 procent zou een vertrouwenspersoon willen hebben.
  • Ondanks dat alles kiest 88,9 procent van de zelfstandig ondernemers opnieuw voor het ondernemerschap als zij vrij mochten kiezen, is 81 procent tevreden met het werk en is 70,8 procent bevlogen tegenover 54,2 procent van de werknemers.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Alle cijfers op deze pagina komen uit publicaties die wij zelf hebben gedownload en uitgelezen, niet uit een samenvatting of een zoekresultaat. De hoofdbron is de Zelfstandigen Enquete Arbeid 2025 van TNO en CBS, de zesde editie van dit tweejaarlijkse onderzoek. Het veldwerk liep van 28 januari tot 31 maart 2025, uit een uitgezette steekproef van 24.600 personen kwamen 6.766 responsen en 6.184 bruikbare vragenlijsten, een bruikbare respons van 25,1 procent. Het steekproefkader bestond uit 1.383.506 personen die in 2023 winstaangifte deden voor de inkomstenbelasting; de steekproefvervuiling, mensen die ten tijde van het onderzoek geen zelfstandig ondernemer meer waren, wordt op 7,6 procent geschat. De gegevens zijn gewogen naar geslacht, leeftijd, herkomst, provincie, bedrijfstak, huishoudtype en besteedbaar huishoudensinkomen. Daarnaast gebruiken wij de methodologische verantwoording van de ZEA 2025, de ZEA-rapporten van 2023 en 2019 voor de reeks, de CBS-longread De arbeidsmarkt in cijfers 2025 voor de tabellen waarin het CBS werknemers en zelfstandig ondernemers zelf naast elkaar zet, de tabellen 83235NED en 83234NED van CBS StatLine via de open-dataservice voor de jaarreeksen naar type ondernemer, geslacht en leeftijd, tabel 85077NED voor de aantallen zelfstandigen in 2024 en tabel 84466NED voor inkomen en vermogen in 2024. Cijfers over werknemers komen uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2025 onder 53.277 werknemers en staan er uitsluitend als referentie bij, met vermelding van het onderzoek. Waar het ZEA-rapport en de CBS-longread elkaar tegenspreken, staan beide cijfers met hun bron op deze pagina en kiezen wij niet stil. Waar de lopende tekst van een rapport afwijkt van de bijbehorende tabel, volgen wij de tabel. Percentages voor de losse taakeis-items zijn opgeteld uit de antwoordcategorieen vaak en altijd uit de tabellenbijlage, wat door afronding tot een afwijking van een tiende procentpunt met CBS StatLine kan leiden. Cijfers die wij niet in een primaire bron konden terugvinden, staan niet op deze pagina.

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.

Gebruikte bronnen

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoeveel zelfstandigen in Nederland hebben burn-outklachten?

In 2025 had 11,8 procent van de zelfstandig ondernemers enkele keren per maand of vaker burn-outklachten, gemeten met vijf vragen over emotionele uitputting door het werk en een afkapwaarde van 3,20 op een schaal van 1 tot 7. In 2015 was dat 7,5 procent. Bij ondernemers met personeel ligt het op 13,5 procent en bij ondernemers zonder personeel op 11,5 procent. Bij werknemers lag het aandeel in 2025 op 20,7 procent, gemeten in een ander onderzoek, de NEA.

Hebben zelfstandigen meer of minder werkdruk dan werknemers?

Minder, maar niet veel minder, en het hangt af van de publicatie. Het ZEA-rapport 2025 komt op 28,8 procent zelfstandig ondernemers met vaak of altijd werkdruk tegenover 31,4 procent van de werknemers. De CBS-longread komt voor dezelfde ZEA-meting op 22,2 procent. Op de drie onderliggende vragen is het verschil klein: 35,8 tegen 39,9 procent voor heel veel werk moeten doen en 24,8 tegen 25,1 procent voor extra hard moeten werken. Ondernemers met personeel zitten met 49,8 procent ruim boven de werknemers.

Waarom staan er geen cijfers over 2024 bij de zelfstandigen?

Omdat de Zelfstandigen Enquete Arbeid tweejaarlijks wordt gehouden. De edities zijn van 2015, 2017, 2019, 2021, 2023 en 2025. De Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden onder werknemers is jaarlijks. Elke reeks waarin zelfstandigen en werknemers naast elkaar staan heeft daarom aan de zelfstandigenkant vijf ontbrekende jaren.

Is het verschil tussen zzp'ers en zelfstandigen met personeel groot?

Op vrijwel elke indicator wel. Werkdruk 49,8 tegen 25,0 procent, stressvol werk 11,3 tegen 4,9 procent, werk-prive disbalans 14,0 tegen 8,9 procent, burn-outklachten 13,5 tegen 11,5 procent, en 20,3 procent van de ondernemers met personeel kan helemaal niet vrij nemen tegenover 5,8 procent zonder personeel. Omgekeerd hebben ondernemers met personeel vaker een arbeidsongeschiktheidsverzekering (43,2 tegen 23,9 procent) en vaker een pensioenvoorziening.

Hoeveel zelfstandigen zijn verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid?

In 2025 had 26,9 procent van de zelfstandig ondernemers een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het werk als ondernemer. Ruimer gerekend heeft 73 procent een of meer voorzieningen getroffen, waarvan spaargeld of beleggingen met 40,3 procent de meest genoemde is. Tegelijk heeft 26,8 procent geen enkele voorziening, onder vrouwen 30,7 procent. Van de ondernemers zonder verzekering noemt 42,8 procent dat de baten niet opwegen tegen de kosten en 25,2 procent dat zij de premie niet kunnen betalen.

Hebben vrouwelijke zelfstandigen vaker burn-outklachten dan mannelijke?

Nee. In 2025 rapporteerde 11,7 procent van de vrouwelijke en 11,8 procent van de mannelijke zelfstandig ondernemers burn-outklachten. Dat is een opvallend verschil met werknemers, waar vrouwen op 23,5 procent zitten en mannen op 18,0 procent. Ook bij stressvol werk is de kloof bij zelfstandigen klein (6,5 tegen 5,6 procent) en bij werknemers groot (19,6 tegen 11,3 procent). Wel melden vrouwelijke zelfstandigen vaker ongewenste seksuele aandacht: 9,6 tegen 3,4 procent.

Wat doet een zelfstandige bij werkgerelateerde gezondheidsklachten?

Naar de huisarts gaan. Van de zelfstandig ondernemers kiest 88,5 procent die route, tegenover 4,8 procent die naar een zelf geregelde bedrijfsarts gaat, 2,7 procent via een sectororganisatie en 2,3 procent via een zzp-organisatie. Een werknemer kan bij werkgerelateerde klachten terecht bij de bedrijfsarts of arbodienst van de werkgever; voor een zelfstandige bestaat die voorziening niet tenzij hij of zij die zelf regelt.

Hoe lang houdt een zelfstandige het uit zonder inkomen uit de onderneming?

Van de zelfstandig ondernemers zegt 30 procent het minder dan zes maanden te kunnen uithouden als het inkomen uit de onderneming wegvalt: 4,6 procent minder dan een maand, 13,0 procent een tot drie maanden en 12,9 procent drie tot zes maanden. Daartegenover zegt 21,6 procent het vijf jaar of langer te kunnen volhouden. Jongere ondernemers hebben de kleinste buffer: van de 15- tot 45-jarigen zou 19 procent het minimaal twee jaar uithouden, tegenover 42 procent van de 55-plussers.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Meer cijferoverzichten