DiversaMente › Cijfers › Verzuim door psychische klachten in cijfers
CijferoverzichtVerzuim door psychische klachten in Nederland in cijfers
Over verzuim door psychische klachten gaan veel bedragen rond zonder jaartal en zonder eenheid. Op deze pagina staan alleen cijfers die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen in de bron: de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en het CBS, de Kwartaalenquête Ziekteverzuim van het CBS, de Arbobalans van TNO en de jaarcijfers van twee arbodiensten. Bij elk getal staat welk onderzoek het meet, onder wie, in welke eenheid en in welk jaar. Waar twee bronnen een ander antwoord geven op dezelfde vraag, staan beide cijfers er met beide definities.
Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.
8,8%verzuimende werknemers, 2025
Van de werknemers die in 2025 in het afgelopen jaar hadden verzuimd, noemde 8,8 procent psychische klachten, overspannenheid of een burn-out als belangrijkste klacht bij het laatste verzuim. Dat is na griep en verkoudheid de meest genoemde klacht.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
63 werkdagengemiddelde verzuimduur, 2023
Een verzuimperiode met psychische klachten, overspannenheid of een burn-out duurde in 2023 gemiddeld 63 werkdagen, veruit het langst van alle verzuimklachten. Bij griep of verkoudheid zijn dat 3 werkdagen.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
299 euroloonkosten per werkdag, 2023
De gemiddelde loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim bedroegen in 2023 299 euro per werkdag. Dit is het enige officiële Nederlandse bedrag per verzuimdag dat wij in een primaire bron hebben teruggevonden.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabel B3.1 (NEA, meetjaar 2023)
4,9 miljard euroloondoorbetaling, 2023
Van de 8,3 miljard euro die werkgevers in 2023 aan loondoorbetaling bij werkgerelateerd verzuim kwijt waren, komt 4,9 miljard euro door verzuim met psychosociale arbeidsbelasting als oorzaak.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1b (NEA, meetjaar 2023)
Verzuim in Nederland in 2025: de kerncijfers
Er bestaan in Nederland twee landelijke verzuimcijfers die elk jaar naast elkaar worden gepubliceerd. Het ene komt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, waarin werknemers zelf opgeven hoeveel zij hebben verzuimd. Het andere komt uit de Kwartaalenquête Ziekteverzuim, waarin bedrijven en instellingen hun verzuimadministratie doorgeven. Ze meten hetzelfde begrip, ziektedagen als aandeel van de beschikbare werkdagen, maar ze komen niet op hetzelfde getal uit.
4,8%werknemers, eigen opgave, 2025
Het ziekteverzuimpercentage op basis van de eigen opgave van werknemers kwam in 2025 uit op 4,8 procent, nagenoeg gelijk aan de 4,9 procent in 2024.
5,4%opgave van bedrijven, 2025
Volgens de opgave van bedrijven en instellingen in de Kwartaalenquête Ziekteverzuim steeg het ziekteverzuim in 2025 van 5,2 naar 5,4 procent.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2025
50,7%werknemers, 2025
Iets meer dan de helft van de werknemers verzuimde in 2025 minstens één keer: 53,7 procent van de vrouwen en 47,7 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
17,3 werkdagenwerknemers met verzuim, 2025
Werknemers die in het afgelopen jaar hadden verzuimd, verzuimden in 2025 gemiddeld 17,3 werkdagen. Bij vrouwen was dat 18,5 werkdagen en bij mannen 16,0.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
2,9 keerwerknemers met verzuim, 2025
Werknemers die verzuimden deden dat in 2025 gemiddeld 2,9 keer in twaalf maanden: 3,1 keer bij vrouwen en 2,7 keer bij mannen.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
64 miljoenverzuimdagen, 2023
In 2023 verzuimden 4,1 miljoen werknemers samen 64 miljoen dagen, wat werkgevers naar schatting 20 miljard euro aan loondoorbetaling kostte.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabel B3.1 (NEA, meetjaar 2023)
53.317bruikbare vragenlijsten, NEA 2025
De NEA-cijfers over 2025 zijn gebaseerd op 53.317 bruikbare vragenlijsten, uit 56.852 ontvangen responsen. Van de 3.535 onbruikbare responsen vielen er 3.421 af omdat de respondent op de enquêtedatum geen werknemer was.
Bron: CBS, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 onderzoeksbeschrijving, tabel 6.1.1
De vier verzuimmaten uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden naast elkaar, 2025. Elke maat heeft een eigen eenheid en een eigen noemer.
| Maat | Totaal | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|
| Verzuimpercentage (aandeel van de beschikbare werkdagen) | 4,8% | 3,9% | 5,9% |
| Aandeel werknemers dat minstens één keer verzuimde | 50,7% | 47,7% | 53,7% |
| Aantal keer verzuimd (gemiddelde onder verzuimers) | 2,9 | 2,7 | 3,1 |
| Aantal werkdagen verzuimd (gemiddelde onder verzuimers) | 17,3 | 16,0 | 18,5 |
| Werkdagen bij het meest recente verzuim (gemiddelde) | 14,9 | 13,7 | 16,1 |
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
Alleen de eerste regel in deze tabel heeft alle werknemers als noemer. De drie regels daaronder gelden uitsluitend voor de werknemers die in de afgelopen twaalf maanden hebben verzuimd, oftewel voor iets meer dan de helft van de werknemers. De 18,5 werkdagen van vrouwen zijn dus niet het gemiddelde van alle vrouwelijke werknemers.
Hoe vaak psychische klachten de reden van het verzuim zijn
In de NEA wordt aan werknemers die hebben verzuimd gevraagd wat de belangrijkste klacht was waarmee zij de laatste keer verzuimden. De antwoordcategorieën tellen op tot honderd procent, dus iedere werknemer noemt precies één klacht. Griep en verkoudheid staan ieder jaar bovenaan, psychische klachten op de tweede plaats, en dat aandeel loopt sinds 2022 ieder jaar op.
6,7% naar 8,8%verzuimende werknemers, 2022 tot 2025
Het aandeel verzuimende werknemers dat psychische klachten, overspannenheid of een burn-out als belangrijkste klacht noemde, steeg van 6,7 procent in 2022 naar 7,9 procent in 2023, 8,2 procent in 2024 en 8,8 procent in 2025.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2022 tot 2025
10,7% om 6,9%vrouwelijke om mannelijke werknemers, 2025
Van de vrouwen die verzuimden noemde 10,7 procent psychische klachten als belangrijkste klacht, tegenover 6,9 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
13,5%vrouwen van 25 tot 35 jaar, 2025
Het aandeel is het hoogst bij vrouwen van 25 tot 35 jaar (13,5 procent) en vrouwen van 35 tot 45 jaar (13,1 procent), en het laagst bij mannen van 15 tot 25 jaar (2,8 procent).
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
5,7% naar 8,8%verzuimende werknemers, 2014 en 2025
Over de hele reeks vanaf 2014 steeg het aandeel van 5,7 naar 8,8 procent, maar die twee getallen komen uit twee verschillende versies van de vraag: tot en met 2021 kon uit vijftien categorieën worden gekozen, vanaf 2022 uit dertien.
Bron: RIVM, Mentale gezondheidsmonitor, ziekteverzuimpercentage (NEA, 2014 tot 2025)
40%verzuim in onderwijs, zorg en zakelijke diensten, 2023
Een arbodienst meldt dat in het onderwijs, de zorg en de zakelijke dienstverlening 40 procent van het verzuim een psychische oorzaak heeft. De omvang van het onderliggende klantenbestand noemt deze bron niet.
1,9%alle werknemers, 2025
Van alle werknemers rapporteerde 1,9 procent in 2025 een in het afgelopen jaar door een arts vastgestelde beroepsziekte overspannenheid of burn-out, en 0,6 procent een vastgestelde depressie. Dat is een veel strengere maat dan de zelfgerapporteerde verzuimklacht.
Belangrijkste klacht bij het laatste verzuim, percentage van de werknemers van 15 tot 75 jaar die in het afgelopen jaar hebben verzuimd, 2022 tot 2025. De kolommen tellen per jaar op tot 100 procent.
| Klacht bij het laatste verzuim | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|
| Griep, verkoudheid of ander virus | 63,6% | 55,2% | 55,5% | 54,8% |
| Overige klachten | 8,5% | 10,0% | 9,8% | 9,8% |
| Psychisch, overspannenheid, burn-out | 6,7% | 7,9% | 8,2% | 8,8% |
| Hoofdpijn | 3,6% | 5,0% | 4,8% | 4,9% |
| Buik, maag of darmen | 3,6% | 4,9% | 4,9% | 4,7% |
| Rug | 3,2% | 3,8% | 3,8% | 3,9% |
| Heup, benen, knieën, voeten | 2,9% | 3,6% | 3,7% | 3,9% |
| Nek, schouders, armen, polsen, handen | 2,8% | 3,3% | 3,3% | 3,5% |
| Vermoeidheid of concentratieproblemen | 1,9% | 2,4% | 2,3% | 2,2% |
| Luchtwegen | 1,3% | 1,4% | 1,3% | 1,2% |
| Hart- en vaatstelsel | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% |
| Oren of ogen | 0,7% | 0,9% | 0,9% | 0,9% |
| Huid | 0,3% | 0,4% | 0,4% | 0,4% |
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2022 tot 2025
Deze reeks begint bij 2022 en niet eerder, omdat de NEA tussen 2021 en 2022 een methodologische trendbreuk kent en de lijst antwoordcategorieën bij deze vraag toen van vijftien naar dertien is teruggebracht. De cijfers tot en met 2021 staan in dezelfde tabel onder een aparte reeks en zijn niet zonder meer met deze te vergelijken.
Welk deel van het verzuim aan het werk wordt toegeschreven
Aan werknemers die hebben verzuimd wordt ook gevraagd of de klachten het gevolg waren van het werk. Dat levert een tweede, veel kleinere noemer op: niet alle verzuim, maar alleen het verzuim dat de werknemer zelf deels of hoofdzakelijk aan het werk toeschrijft. Binnen die groep staan psychische klachten bovenaan, nog net boven griep en verkoudheid.
22,5%verzuimende werknemers, 2025
Van de werknemers die in 2025 hadden verzuimd, noemde 7,6 procent het werk als hoofdzakelijke oorzaak en 14,9 procent als gedeeltelijke oorzaak van de klachten bij het laatste verzuim.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
26,9%werkgerelateerd verzuim, 2023
Bij het werkgerelateerde verzuim zijn psychische klachten, overspannenheid of een burn-out in 2023 de meest genoemde belangrijkste klacht, met 26,9 procent, net boven griep en verkoudheid met 26,5 procent.
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.3.3 (2024)
75%verzuim met psychische klachten, 2023
Van de werknemers die verzuimen met psychische klachten geeft 75 procent aan dat die klachten deels of hoofdzakelijk het gevolg zijn van het werk. Dat is het hoogste percentage van alle verzuimklachten; bij griep en verkoudheid is het 11 procent.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
8,4% naar 7,8%verzuimende werknemers, 2015 tot 2023
Het aandeel dat het verzuim hoofdzakelijk aan het werk toeschrijft daalde van 8,4 procent in 2015 naar 7,8 procent in 2023, en het aandeel dat het deels aan het werk toeschrijft van 15,5 naar 14,4 procent.
28% om 17%onderwijs om onroerend goed, 2023
Het werkgerelateerde verzuim was in 2023 het hoogst in het onderwijs (28 procent), vervoer en opslag en de zorg (beide 27 procent), en het laagst in de verhuur en handel van onroerend goed en de financiële dienstverlening (beide 17 procent).
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.1.2 (2024)
27,9%werknemers met werkgerelateerd verzuim, 2025
De meest genoemde oorzaak van werkgerelateerd verzuim was in 2025 een te hoge werkdruk (27,9 procent), gevolgd door besmetting op het werk (14,0 procent), lichamelijk te zwaar werk (10,7 procent), ruzie, conflict of grensoverschrijdend gedrag (7,2 procent) en emotioneel te zwaar werk (5,7 procent).
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
25%langdurig verzuimende werknemers, 2022
Van de werknemers die meer dan zes maanden hebben verzuimd, geeft 25 procent aan dat de klachten hoofdzakelijk het gevolg waren van het werk. TNO gebruikt dat percentage om de werkgerelateerde arbeidsongeschiktheidskosten te schatten op 2,9 miljard euro, van in totaal 11,7 miljard euro in 2022.
Belangrijkste klacht bij het werkgerelateerde verzuim in het afgelopen jaar, 2023. Noemer is uitsluitend het verzuim dat de werknemer deels of hoofdzakelijk aan het werk toeschrijft.
| Klacht bij werkgerelateerd verzuim | Aandeel in 2023 |
|---|---|
| Psychisch, overspannenheid, burn-out | 26,9% |
| Griep, verkoudheid of ander virus | 26,5% |
| Rug | 9,7% |
| Nek, schouders, armen, polsen, handen | 8,1% |
| Hoofdpijn | 7,3% |
| Vermoeidheid of concentratieproblemen | 5,9% |
| Overig | 5,1% |
| Heup, benen, knieën, voeten | 5,0% |
| Buik, maag of darmen | 2,2% |
| Hart- en vaatstelsel | 1,1% |
| Luchtwegen | 1,0% |
| Oren of ogen | 0,7% |
| Huid | 0,4% |
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.3.3 (2024)
De 26,9 procent in deze tabel en de 7,9 procent uit de vorige sectie zijn hetzelfde verzuim, maar met een andere noemer. In de vorige tabel is de noemer alle verzuimende werknemers, hier alleen de werknemers met werkgerelateerd verzuim, oftewel ongeveer een op de vijf van hen. Het getal verdrievoudigt daardoor zonder dat er iets aan de werkelijkheid verandert.
Twee verzuimcijfers die niet hetzelfde meten
Het verzuimcijfer dat uit de verzuimadministratie van werkgevers komt, loopt sinds 2020 ieder jaar hoger uit dan het cijfer dat werknemers zelf opgeven. Voor 2020 was dat verschil er niet: tussen 2014 en 2019 lagen de twee reeksen binnen een tiende procentpunt van elkaar. Wie de twee cijfers door elkaar gebruikt in een reeks, bouwt dus een knik in die bij het meetinstrument hoort en niet bij het verzuim.
0,6 procentpuntverschil tussen beide metingen, 2025
In 2025 was het verschil tussen de twee landelijke verzuimcijfers 0,6 procentpunt: 5,4 procent volgens de werkgeversadministratie tegenover 4,8 procent volgens de eigen opgave van werknemers.
0,0 tot 0,1verschil in procentpunten, 2014 tot 2019
Tussen 2014 en 2019 week het werkgeverscijfer nooit meer dan een tiende procentpunt af van het werknemerscijfer, en in drie van die zes jaren lag het juist lager.
Bron: CBS StatLine, tabellen 80072ned en 85998NED, 2014 tot 2019
5,8%eerste kwartaal 2026
Het kwartaalcijfer schommelt binnen het jaar: in het eerste kwartaal van 2026 kwam het verzuim uit op 5,8 procent, in het tweede kwartaal op 5,4 procent.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2026
5,1% tot 5,8%kwartalen van 2025
Binnen 2025 liep het kwartaalcijfer van 5,8 procent in het eerste kwartaal naar 5,2 en 5,1 procent in het tweede en derde, en terug naar 5,6 procent in het vierde kwartaal.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2025
4,8%arbodienstbestand, juli 2024 tot juni 2025
Twee samenwerkende arbodiensten met samen ongeveer een miljoen werknemers in hun bestand kwamen over de periode juli 2024 tot en met juni 2025 uit op een gemiddeld verzuimpercentage van 4,8 procent, tegenover 4,7 procent in de twaalf maanden daarvoor.
Bron: ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
Ziekteverzuimpercentage volgens de eigen opgave van werknemers en volgens de opgave van bedrijven, 2014 tot 2025. Het verschil is het werkgeverscijfer min het werknemerscijfer.
| Jaar | Eigen opgave werknemers | Opgave bedrijven | Verschil |
|---|---|---|---|
| 2014 | 3,7% | 3,8% | +0,1 |
| 2015 | 4,0% | 3,9% | -0,1 |
| 2016 | 3,8% | 3,9% | +0,1 |
| 2017 | 4,0% | 4,0% | 0,0 |
| 2018 | 4,4% | 4,3% | -0,1 |
| 2019 | 4,5% | 4,4% | -0,1 |
| 2020 | 4,3% | 4,7% | +0,4 |
| 2021 | 4,6% | 4,9% | +0,3 |
| 2022 | 5,2% | 5,6% | +0,4 |
| 2023 | 4,8% | 5,3% | +0,5 |
| 2024 | 4,9% | 5,2% | +0,3 |
| 2025 | 4,8% | 5,4% | +0,6 |
De twee reeksen hebben een andere populatie. De eigen opgave van werknemers gaat over werknemers van 15 tot 75 jaar in de NEA, inclusief kleine werkgevers en de overheid, en is deeltijdgecorrigeerd. De opgave van bedrijven gaat over particuliere bedrijven en de overheid, en kent geen uitsplitsing naar geslacht. De kolom met het verschil is de aftrekking van de twee gepubliceerde cijfers.
Hoe lang verzuim door psychische klachten duurt
Het verschil tussen verzuimklachten zit niet zozeer in hoe vaak ze voorkomen, maar in hoe lang ze duren. Griep en verkoudheid zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle ziekmeldingen en voor gemiddeld drie werkdagen per keer. Psychische klachten komen bij een op de dertien ziekmeldingen voor, maar houden iemand gemiddeld 63 werkdagen van het werk.
63 om 3werkdagen per verzuimperiode, 2023
Een verzuimperiode met psychische klachten duurde in 2023 gemiddeld 63 werkdagen, tegenover 3 werkdagen bij griep of verkoudheid en 3 werkdagen bij hoofdpijn.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
11 werkdagenalle verzuimklachten, 2023
Over alle klachten samen duurde de laatste verzuimperiode in 2023 gemiddeld 11 werkdagen, dus de 63 werkdagen bij psychische klachten zijn bijna zes keer het gemiddelde.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
252 dagenarbodienstbestand, juli 2024 tot juni 2025
In het bestand van twee arbodiensten waren werknemers die door stress uitvielen gemiddeld 252 dagen niet volledig inzetbaar, en bij een burn-out ongeveer tien maanden. Dit zijn kalenderdagen tot volledig herstel, geen werkdagen verzuim.
Bron: ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
16,8 om 5gemiddelde om mediane verzuimduur, 2023
De gemiddelde verzuimduur over twaalf maanden was in 2023 16,8 werkdagen, maar de mediane verzuimduur was 5 dagen: bij 57 procent van de verzuimende werknemers ging het om maximaal vijf dagen in het hele jaar.
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, paragraaf 4.2 (2024)
81%van alle verzuimdagen, juli 2024 tot juni 2025
Ongeveer 10 procent van alle verzuimmeldingen duurde langer dan zes weken, en die 10 procent was verantwoordelijk voor 81 procent van alle verzuimdagen.
Bron: ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
46 werkdagenverzuim met hart- en vaatklachten, 2023
Na psychische klachten is verzuim met hart- en vaatklachten het langst met 46 werkdagen, maar dat komt bij slechts 1,0 procent van de ziekmeldingen voor.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
2,9 miljoenverzuimdagen, 2023
Een arbodienst kwam voor 2023 op 2,9 miljoen verzuimdagen met psychische klachten in het eigen bestand, met de schatting dat dit de Nederlandse samenleving ruim een miljard euro per jaar kost.
Verzuimklachten bij de laatste verzuimperiode, gemiddeld aantal werkdagen en werkgerelateerdheid, 2023. Het aandeel in het totale verzuim telt op tot 100 procent.
| Klacht of reden van verzuim | Aandeel in totale verzuim | Aantal werkdagen | Deels of hoofdzakelijk door werk |
|---|---|---|---|
| Griep, verkoudheid of andere virusinfectie | 55,2% | 3 | 11% |
| Psychische klachten, overspannenheid, burn-out | 7,9% | 63 | 75% |
| Hoofdpijn | 5,0% | 3 | 32% |
| Klachten buik, maag of darmen | 4,9% | 8 | 10% |
| Rugklachten | 3,8% | 20 | 57% |
| Klachten heup, benen, knieën, voeten | 3,6% | 27 | 31% |
| Klachten nek, schouders, armen, polsen, handen | 3,3% | 29 | 55% |
| Vermoeidheid of concentratieproblemen | 2,4% | 24 | 55% |
| Klachten luchtwegen | 1,4% | 10 | 16% |
| Klachten hart- en vaatstelsel | 1,0% | 46 | 24% |
| Klachten oren of ogen | 0,9% | 19 | 17% |
| Huidklachten | 0,4% | 10 | 19% |
| Overige klachten | 10,0% | 30 | 11% |
| Totaal | 100% | 11 | 22% |
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.2.2 (NEA, meetjaar 2023)
De kolom met het aantal werkdagen is de gemiddelde lengte van één verzuimperiode, niet het jaartotaal per werknemer. De 63 werkdagen zijn werkdagen, niet kalenderdagen: bij een voltijdbaan van vijf dagen per week komt dat neer op ongeveer dertien weken, en bij een deeltijdbaan op aanzienlijk meer. De lopende tekst van hetzelfde rapport schrijft deze waarde als meer dan 60 werkdagen; hier is de tabelwaarde gevolgd.
De verdeling van de verzuimduur, en waarom het gemiddelde misleidt
Het gemiddelde zegt bij verzuim weinig, omdat de verdeling zeer scheef is. Bij zeven op de tien verzuimende werknemers duurde het laatste verzuimgeval niet langer dan vijf werkdagen, en 57 procent bleef over het hele jaar onder de vijf dagen, terwijl een kleine groep maanden of langer wegvalt. Die kleine groep bepaalt vrijwel alle verzuimdagen en vrijwel alle kosten, en het is ook de groep waarin psychische klachten verhoudingsgewijs veel voorkomen.
70,6%verzuimende werknemers, 2025
Bij 70,6 procent van de verzuimende werknemers duurde het meest recente verzuimgeval 1 tot 5 werkdagen, bij 16,8 procent 5 tot 20 werkdagen en bij 11,4 procent 20 tot 210 werkdagen.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
1,2%verzuimende werknemers, 2025
Bij 1,2 procent van de verzuimende werknemers duurde het meest recente verzuimgeval 210 werkdagen of meer, oftewel ruwweg een vol werkjaar. Bij vrouwen is dat 1,4 procent en bij mannen 1,1 procent.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
9,3% of 14,4%langer dan zes weken, 2025
Gemeten in kalenderweken duurde de laatste verzuimepisode bij 9,3 procent langer dan zes weken (10,9 procent bij vrouwen, 7,6 procent bij mannen), gerekend over alle werknemers die ooit hebben verzuimd. Beperkt men het tot wie in de laatste twaalf maanden verzuimde, dan is het 14,4 procent.
1,1%werknemers die ooit verzuimden, 2025
Bij 1,1 procent duurde de laatste verzuimepisode langer dan een jaar, bij 2,2 procent 26 tot 52 weken en bij 2,9 procent 13 tot 26 weken. Bij vrouwen is dat 1,4 procent langer dan een jaar, bij mannen 0,9 procent.
51,8%verzuimende werknemers 65 tot 75 jaar, 2025
Bij 51,8 procent van de verzuimende werknemers van 65 tot 75 jaar duurde het laatste verzuimgeval 1 tot 5 werkdagen, tegenover 88,6 procent bij de werknemers van 15 tot 25 jaar. Het aandeel lange verzuimgevallen loopt met de leeftijd op.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
15,2 naar 19,1gemiddelde verzuimduur in werkdagen, 2014 tot 2021
Tussen 2014 en 2021 liep de gemiddelde verzuimduur van verzuimende werknemers op van 15,2 naar 19,1 werkdagen, waarna de reeks door de methodewijziging op 16,2 werkdagen in 2022 opnieuw begint.
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.2.1 (2024)
21,1 om 10,2werkdagen in vervoer om horeca, 2023
In 2023 verzuimden werknemers in vervoer en opslag gemiddeld het langst met 21,1 werkdagen per jaar, gevolgd door de bouw (21,0) en het openbaar bestuur (20,3). In de horeca was het met 10,2 werkdagen het kortst.
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.2.2 (2024)
Duur van het meest recente verzuimgeval in werkdagen, percentage van de werknemers die in het afgelopen jaar hebben verzuimd, naar leeftijd, 2025. De rijen tellen per leeftijdsgroep op tot 100 procent.
| Leeftijdsgroep | 1 tot 5 werkdagen | 5 tot 20 werkdagen | 20 tot 210 werkdagen | 210 werkdagen of meer |
|---|---|---|---|---|
| 15 tot 75 jaar | 70,6% | 16,8% | 11,4% | 1,2% |
| 15 tot 25 jaar | 88,6% | 7,7% | 3,6% | 0,1% |
| 25 tot 35 jaar | 75,4% | 15,3% | 8,7% | 0,7% |
| 35 tot 45 jaar | 71,5% | 15,4% | 11,6% | 1,5% |
| 45 tot 55 jaar | 65,0% | 20,5% | 13,1% | 1,4% |
| 55 tot 65 jaar | 55,1% | 23,8% | 18,8% | 2,3% |
| 65 tot 75 jaar | 51,8% | 25,4% | 20,3% | 2,5% |
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
Deze tabel staat in werkdagen, de cijfers in de stats hierboven uit het NEA-rapport in kalenderweken. Dat zijn twee verschillende indelingen van dezelfde vraag en ze zijn niet op elkaar te leggen: 210 werkdagen is ongeveer een vol werkjaar, terwijl de weekklassen doorlopen tot langer dan een jaar.
Wat een verzuimdag een werkgever kost
Er bestaat in Nederland één officieel berekend bedrag per verzuimdag, en dat staat in de bijlage van de Arbobalans. Het is geen tarief en geen norm, maar een uitkomst: TNO koppelt het individuele brutoloon van elke NEA-respondent aan het aantal dagen dat die respondent heeft verzuimd, en rekent dat op naar de hele werknemerspopulatie. Het bedrag geldt specifiek voor werknemers met werkgerelateerd verzuim.
299 europer werkdag, 2023
De gemiddelde loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim bedroegen in 2023 299 euro per werkdag, tegenover 280 euro in 2022 en 250 euro in 2015.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabel B3.1 (NEA, meetjaar 2023)
260 europer werkdag bij een arbeidsongeval, 2023
Voor werknemers met een arbeidsongeval met verzuim rekent TNO met 260 euro per werkdag, en voor werknemers met een incidente beroepsziekte met 300 euro. Het bedrag per verzuimdag hangt dus af van welke groep wordt bekeken.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabellen B3.2 en B3.3 (NEA, meetjaar 2023)
8,3 miljard euroloondoorbetaling werkgerelateerd verzuim, 2023
De loondoorbetaling bij deels of volledig werkgerelateerd verzuim kostte werkgevers in 2023 8,3 miljard euro, tegenover 7,9 miljard in 2022 en 5,1 miljard in 2015.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1a en tabel B3.1 (NEA, meetjaar 2023)
720 miljoen euroarbeidsongevallen, 2023
De extra verzuimkosten door arbeidsongevallen met verzuim kwamen in 2023 uit op 720 miljoen euro, en voor incidente beroepsziekten op 4,4 miljard euro. Deze bedragen zijn op een andere manier berekend en mogen niet bij elkaar worden opgeteld.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabellen B3.2 en B3.3 (NEA, meetjaar 2023)
6.700 europer werknemer per jaar, 2023
Voor werknemers met een arbeidsongeval met verzuim publiceert TNO ook een bedrag per werknemer per jaar: 6.700 euro in 2023, tegenover 4.100 euro in 2015. Voor werkgerelateerd verzuim in het algemeen staat geen bedrag per werknemer per jaar in de bron.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabel B3.2 (NEA, meetjaar 2023)
24 miljard euroalle werkgerelateerde aandoeningen, peiljaar 2015
Voor de totale maatschappelijke kosten van werkgerelateerde aandoeningen bestaat één schatting, uit een Europees onderzoek met peiljaar 2015: ongeveer 24 miljard euro per jaar voor Nederland, waarvan ruim 70 procent voor rekening van de werkende zelf komt.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, paragraaf 3.5.4, op basis van EU-OSHA (2019), peiljaar 2015
Verzuim, verzuimdagen en kosten van loondoorbetaling door werkgerelateerd verzuim, 2015 tot 2023. Bedragen in miljoenen euro tenzij anders vermeld.
| Jaar | Verzuimdagen totaal (mln) | Kosten totale verzuim (mln euro) | Werkgerelateerde verzuimdagen (mln) | Loonkosten per werkdag (euro) | Kosten werkgerelateerd verzuim (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 48 | 12.000 | 20 | 250 | 5.100 |
| 2016 | 48 | 12.000 | 20 | 240 | 5.000 |
| 2017 | 50 | 12.000 | 23 | 250 | 5.700 |
| 2018 | 55 | 14.000 | 25 | 250 | 6.500 |
| 2019 | 59 | 15.000 | 27 | 260 | 7.300 |
| 2020 | 56 | 15.000 | 24 | 270 | 6.600 |
| 2021 | 60 | 17.000 | 26 | 270 | 7.400 |
| 2022 | 69 | 20.000 | 27 | 280 | 7.900 |
| 2023 | 64 | 20.000 | 26 | 299 | 8.300 |
Bron: TNO, Arbobalans 2024, bijlage 3 tabel B3.1 (NEA, 2015 tot 2023)
TNO rekent met individuele, niet afgeronde aantallen dagen en salarissen en rondt daarna de populatieaantallen af om schijnnauwkeurigheid te vermijden. Daardoor is het bedrag per werkdag tot en met 2022 op tientallen afgerond en alleen voor 2023 op de euro. De kosten van werkgerelateerd verzuim zijn het aantal werkgerelateerde verzuimdagen maal de loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim. Volgens de bron is de stijging te verklaren uit hogere lonen, meer werknemers en een langere gemiddelde verzuimduur, niet uit een groter aandeel werknemers met werkgerelateerd verzuim: dat bleef rond een kwart schommelen.
Waar de verzuimkosten van 2023 terechtkomen
De Arbobalans splitst de verzuimkosten van 2023 in één overzicht uit: eerst naar al het verzuim en het deel dat aan het werk wordt toegeschreven, en binnen dat werkgerelateerde deel naar de drie meest genoemde oorzaken. Onder psychosociale arbeidsbelasting vallen in die indeling een te hoge werkdruk, ruzie, conflict of grensoverschrijdend gedrag, en emotioneel te zwaar werk.
4,9 miljard europsychosociale arbeidsbelasting, 2023
Meer dan de helft van de 8,3 miljard euro aan loondoorbetaling bij werkgerelateerd verzuim is in 2023 toe te wijzen aan verzuim door psychosociale arbeidsbelasting: 4,9 miljard euro.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1b (NEA, meetjaar 2023)
14 miljoen dagenpsychosociale arbeidsbelasting, 2023
Verzuim met psychosociale arbeidsbelasting als oorzaak kostte in 2023 ongeveer 14 miljoen verzuimdagen, oftewel 56 procent van alle werkgerelateerde verzuimdagen, bij 0,4 miljoen werknemers.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1b (NEA, meetjaar 2023)
9,8 miljoen dagente hoge werkdruk, 2022
Uitgesplitst naar oorzaak gingen in 2022 alleen door een te hoge werkdruk 9,8 miljoen werkdagen verloren, door ruzie, conflict of grensoverschrijdend gedrag 2,4 miljoen en door emotioneel te zwaar werk 1,6 miljoen: samen 13,8 miljoen dagen.
4,4 miljard europsychosociale arbeidsbelasting, 2022
Over meetjaar 2022 kwamen de verzuimkosten door psychosociale arbeidsbelasting uit op 4,4 miljard euro, met gemiddeld ongeveer 14.000 euro per betrokken werknemer.
17 miljard eurototale loondoorbetaling, 2021
Het bedrag dat het vaakst wordt geciteerd gaat over 2021: toen kostte loondoorbetaling bij verzuim in totaal 17 miljard euro, waarvan 7,4 miljard euro door werkgerelateerd verzuim, en 64 procent daarvan door psychosociale arbeidsbelasting.
Bron: VZinfo (RIVM) op basis van TNO Arbobalans 2022, meetjaar 2021
3,1 miljard eurowerkstress, meetjaar 2018
Het bedrag van 3,1 miljard euro aan verzuimkosten door werkdruk en werkstress gaat over 2018 en circuleert nog steeds zonder jaartal. Het nieuwste vergelijkbare cijfer is de 4,9 miljard euro over 2023.
Bron: TNO, Verzuimkosten werkstress lopen op tot 3,1 miljard (2020), meetjaar 2018
17,7%werkgerelateerde ziektelast, 2022
In ziektelast uitgedrukt veroorzaakt depressie de grootste werkgerelateerde last in de werkzame beroepsbevolking (17,7 procent), voor burn-out (6,3 procent) en PTSS (4,7 procent). Psychische aandoeningen samen maken 28,7 procent uit.
Bron: TNO, Arbobalans 2024, tabel 3.4.5, op basis van RIVM-bewerking, meetjaar 2022
Geschatte kosten van loondoorbetaling bij verzuim in 2023, naar werkgerelateerdheid en naar de drie meest genoemde oorzaken. De percentages tussen haakjes zijn het aandeel binnen de regel erboven.
| Categorie | Werknemers | Verzuimdagen | Kosten loondoorbetaling |
|---|---|---|---|
| Totale verzuim 2023 | 4,1 miljoen (51%) | 64 miljoen (4%) | 20 miljard euro |
| Niet werkgerelateerd verzuim | 3,1 miljoen (78%) | 36 miljoen (58%) | 11 miljard euro |
| Werkgerelateerd verzuim | 0,9 miljoen (22%) | 26 miljoen (42%) | 8 miljard euro |
| Waarvan psychosociale arbeidsbelasting | 0,4 miljoen (42%) | 14 miljoen (56%) | 4,9 miljard euro |
| Waarvan fysieke belasting | 0,2 miljoen (23%) | 5 miljoen (19%) | 1,2 miljard euro |
| Waarvan besmetting op het werk | 0,1 miljoen (14%) | 1 miljoen (4%) | 0,3 miljard euro |
| Waarvan andere oorzaak | 0,2 miljoen (21%) | 5 miljoen (21%) | 1,6 miljard euro |
Bron: TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1b (NEA, meetjaar 2023)
De vier regels onder werkgerelateerd verzuim tellen in werknemers op tot meer dan 100 procent, omdat een werknemer meerdere oorzaken kan noemen. In de bron staat het totaalbedrag voor werkgerelateerd verzuim in dit overzicht afgerond op 8 miljard euro, terwijl de bijlagetabel 8.300 miljoen euro geeft. Dat is dezelfde berekening, alleen anders afgerond.
Verzuimpercentage per sector en per bedrijfsgrootte
Het verzuimpercentage uit de verzuimadministratie van werkgevers verschilt sterk per sector en nog sterker per bedrijfsgrootte. De zorg staat bovenaan, de landbouw en de horeca onderaan, en binnen de zorg zit het verschil vooral bij verpleging en zorg met overnachting. Bij bedrijven met minder dan tien werkzame personen is het verzuim minder dan de helft van dat bij bedrijven met honderd of meer.
8,8%verpleging en zorg met overnachting, 2025
Het hoogste verzuim van alle onderscheiden bedrijfsklassen zit bij verpleging en zorg met overnachting: 8,8 procent in 2025, tegenover 8,0 procent in de welzijnszorg zonder overnachting en 6,7 procent in ziekenhuizen.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2025
7,1%schoonmaakbedrijven, 2025
Buiten de zorg valt vooral de schoonmaak op: 7,1 procent in 2025, ruim boven de 4,9 procent van de hele bedrijfstak verhuur en overige zakelijke diensten waar deze klasse onder valt.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2025
6,42% om 2,55%zorg om landbouw, eigen opgave werknemers, 2025
Volgens de eigen opgave van werknemers in de NEA was het verzuim in 2025 het hoogst in de zorg (6,42 procent) en het laagst in de landbouw (2,55 procent), met het openbaar bestuur (5,92 procent) en vervoer (5,52 procent) daartussen.
Bron: TNO en CBS, NEA 2025 Resultaten in vogelvlucht, resultaten in tabelvorm (2026)
2,6% om 6,3%kleine om grote bedrijven, 2025
Bedrijven met 1 tot 10 werkzame personen kwamen in 2025 op 2,6 procent verzuim, bedrijven met 10 tot 100 werkzame personen op 4,7 procent en bedrijven met 100 of meer op 6,3 procent.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2025
9,6%verpleging en zorg, eerste kwartaal 2026
In het eerste kwartaal van 2026 piekte het verzuim bij verpleging en zorg met overnachting op 9,6 procent, en bij bedrijven met 100 of meer werkzame personen op 6,8 procent.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2026
10,4%cultuur, recreatie en overige diensten, 2023
Psychische klachten als belangrijkste verzuimklacht kwamen in 2023 het vaakst voor in cultuur, recreatie en overige diensten en in de zorg (10,4 en 9,5 procent), en het minst in de horeca (5,4 procent).
Bron: CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.3.2 (2024)
Ziekteverzuimpercentage volgens de opgave van bedrijven, naar bedrijfstak en bedrijfsgrootte, 2019 tot 2025.
| Bedrijfstak of grootteklasse | 2019 | 2021 | 2023 | 2025 |
|---|---|---|---|---|
| Alle economische activiteiten | 4,4% | 4,9% | 5,3% | 5,4% |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 2,6% | 3,6% | 3,6% | 3,3% |
| Industrie | 5,4% | 5,9% | 6,1% | 6,2% |
| Energievoorziening | 4,1% | 4,2% | 4,8% | 4,7% |
| Waterbedrijven en afvalbeheer | 5,7% | 5,9% | 6,3% | 6,8% |
| Bouwnijverheid | 4,0% | 4,9% | 4,8% | 4,8% |
| Handel | 3,8% | 4,5% | 4,6% | 4,9% |
| Vervoer en opslag | 5,1% | 5,7% | 6,3% | 6,4% |
| Horeca | 2,7% | 4,0% | 3,9% | 3,2% |
| Informatie en communicatie | 3,2% | 3,3% | 3,9% | 3,9% |
| Financiële dienstverlening | 2,7% | 2,8% | 3,3% | 4,0% |
| Specialistische zakelijke diensten | 3,0% | 3,3% | 3,6% | 3,5% |
| Verhuur en overige zakelijke diensten | 3,9% | 4,2% | 4,6% | 4,9% |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 5,5% | 5,2% | 6,0% | 6,4% |
| Onderwijs | 5,0% | 4,8% | 5,6% | 5,7% |
| Gezondheids- en welzijnszorg | 5,7% | 6,8% | 7,4% | 7,5% |
| Cultuur, sport en recreatie | 3,6% | 4,2% | 4,6% | 4,3% |
| Overige dienstverlening | 3,8% | 4,7% | 5,0% | 4,7% |
| 1 tot 10 werkzame personen | 1,7% | 3,2% | 3,0% | 2,6% |
| 10 tot 100 werkzame personen | 3,8% | 4,4% | 4,7% | 4,7% |
| 100 of meer werkzame personen | 5,2% | 5,5% | 6,0% | 6,3% |
De sectorcijfers in deze tabel en de NEA-cijfers in de stats hierboven gebruiken niet dezelfde indeling. De NEA werkt met twintig bredere sectoren waarin bijvoorbeeld de twee bedrijfstakken specialistische zakelijke diensten en verhuur en overige zakelijke diensten samen onder zakelijk vallen, en rapporteert op twee decimalen. Delfstoffenwinning en de verhuur en handel van onroerend goed zijn hier weggelaten omdat die bedrijfstakken te klein zijn om naast de andere te zetten. De grootteklassen tellen niet op tot het totaal maar overlappen het: iedere grootteklasse telt dezelfde bedrijven in alle bedrijfstakken.
Verzuim naar geslacht en leeftijd
In alle leeftijdsgroepen verzuimen vrouwen meer dan mannen, maar het verschil is niet overal even groot. Bij werknemers van 15 tot 25 jaar is het klein, bij 25 tot 45 jaar is het verzuimpercentage van vrouwen ruwweg anderhalf tot twee keer dat van mannen, en bij 55 tot 65 jaar loopt het weer terug. Een deel van het hogere verzuim bij vrouwen hangt samen met zwangerschap en herstel na de bevalling: in de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar noemde 10,2 procent van de verzuimende vrouwen zwangerschapsklachten.
5,9% om 3,9%vrouwelijke om mannelijke werknemers, 2025
Het verzuimpercentage van vrouwelijke werknemers was in 2025 5,9 procent, tegenover 3,9 procent bij mannelijke werknemers.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
6,4% om 2,9%vrouwen om mannen van 25 tot 35 jaar, 2025
Het grootste verschil zit bij werknemers van 25 tot 35 jaar: 6,4 procent verzuim bij vrouwen tegenover 2,9 procent bij mannen, oftewel meer dan het dubbele.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
6,5%werknemers van 55 tot 65 jaar, 2025
Naar leeftijd is het verzuimpercentage het hoogst bij 55- tot 65-jarigen (6,5 procent) en het laagst bij 15- tot 25-jarigen (2,8 procent).
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
31% om 20%aandeel van de verzuimdagen, juli 2024 tot juni 2025
In het bestand van twee arbodiensten komt 31 procent van alle verzuimdagen van vrouwen door stressklachten, tegenover 20 procent bij mannen. Bij parttimers is dat 28 procent en bij fulltimers 24 procent.
Bron: ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
36%arbodienstbestand, vijf jaar tot juni 2025
Het verzuim door stressgerelateerde klachten nam in het bestand van deze arbodiensten in vijf jaar met 36 procent toe, en in het laatste jaar met 8 procent. Een op de vier verzuimdagen hangt daar samen met stress.
Bron: ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
16,9%verzuimende vrouwen van 45 tot 55 jaar, 2025
Van de verzuimende vrouwen van 45 tot 55 jaar noemde 16,9 procent overgangsklachten bij het laatste verzuim, en van de verzuimende vrouwen van 15 tot 25 jaar noemde 19,7 procent menstruatieklachten.
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
Verzuimpercentage en het aandeel dat psychische klachten als belangrijkste verzuimklacht noemt, naar geslacht en leeftijd, 2025. Het verzuimpercentage geldt voor alle werknemers, het klachtaandeel alleen voor wie heeft verzuimd.
| Leeftijdsgroep | Verzuim mannen | Verzuim vrouwen | Psychische klacht mannen | Psychische klacht vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| 15 tot 75 jaar | 3,9% | 5,9% | 6,9% | 10,7% |
| 15 tot 25 jaar | 2,5% | 3,1% | 2,8% | 6,0% |
| 25 tot 35 jaar | 2,9% | 6,4% | 7,7% | 13,5% |
| 35 tot 45 jaar | 3,9% | 6,7% | 7,7% | 13,1% |
| 45 tot 55 jaar | 4,0% | 5,8% | 7,8% | 10,4% |
| 55 tot 65 jaar | 6,0% | 7,0% | 7,5% | 8,6% |
| 65 tot 75 jaar | 3,7% | 5,6% | 5,0% | 7,2% |
Bron: CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
De twee linkerkolommen en de twee rechterkolommen hebben een andere noemer en mogen niet met elkaar worden vermenigvuldigd of vergeleken. Dat het verzuimpercentage van vrouwen van 25 tot 35 jaar ruim het dubbele van dat van mannen is, komt mede door zwangerschap en herstel na de bevalling: in die groep noemde 10,2 procent van de verzuimende vrouwen zwangerschapsklachten bij het laatste verzuim.
Valkuilen voordat je deze cijfers citeert
- Werkdagen zijn geen kalenderdagen, en dat scheelt hier een factor De 63 werkdagen die een verzuimperiode met psychische klachten gemiddeld duurt, zijn werkdagen. Bij een voltijdbaan van vijf dagen per week komt dat neer op ongeveer dertien kalenderweken; bij een deeltijdbaan van drie dagen per week op meer dan twintig weken. De 252 dagen uit de arbodienstcijfers zijn juist kalenderdagen tot volledig herstel, dus ongeveer acht maanden. Die twee getallen staan niet in verhouding tot elkaar en het verschil zit vooral in de eenheid en in wat als einde van het verzuim wordt geteld. Ook de twee duurverdelingen die TNO en het CBS publiceren verschillen hierin: StatLine deelt het verzuim in in klassen van 1 tot 5, 5 tot 20, 20 tot 210 en 210 of meer werkdagen, terwijl het NEA-rapport dezelfde vraag indeelt in kalenderweken van 1 week tot meer dan een jaar.
- Het kwartaalcijfer ligt hoger dan de zelfrapportage, maar pas sinds 2020 Nederland heeft twee landelijke verzuimcijfers. In de Kwartaalenquête Ziekteverzuim geven bedrijven en instellingen hun verzuimadministratie door; in de NEA geven werknemers zelf op hoeveel zij hebben verzuimd. In 2025 kwam het eerste op 5,4 procent en het tweede op 4,8 procent. Dat de werkgeversopgave hoger ligt, geldt echter niet voor de hele reeks: tussen 2014 en 2019 lagen de twee binnen een tiende procentpunt van elkaar, en in 2015, 2018 en 2019 lag het werkgeverscijfer juist lager. Pas vanaf 2020 is er een bestendig verschil van 0,3 tot 0,6 procentpunt. Wie het kwartaalcijfer aan de zelfrapportage vastknoopt om een langere reeks te maken, maakt een sprong die bij de meting hoort.
- De NEA kent een methodebreuk tussen 2021 en 2022 De NEA is tussen 2021 en 2022 methodologisch gewijzigd en het CBS schrijft daar expliciet bij dat de cijfers vanaf 2022 niet goed vergelijkbaar zijn met de uitkomsten daarvoor. Bij de vraag naar de verzuimklacht komt daar nog bij dat werknemers tot en met 2021 uit vijftien antwoordcategorieën konden kiezen en vanaf 2022 uit dertien. De veelgebruikte reeks waarin het psychische verzuim van 5,7 procent in 2014 naar 8,8 procent in 2025 stijgt, loopt dus door twee verschillende vragen heen. Het zijn twee juiste getallen die geen gladde lijn vormen. Hetzelfde geldt voor het aandeel werkgerelateerd verzuim, dat tussen 2014 en 2021 tussen de 24 en 28 procent schommelde en vanaf 2022 rond 21 tot 22 procent ligt, en voor de gemiddelde verzuimduur, die van 19,1 werkdagen in 2021 naar 16,2 in 2022 valt.
- Verzuimpercentage, verzuimduur en verzuimfrequentie zijn drie dingen Het verzuimpercentage is het aantal ziektedagen gedeeld door het aantal beschikbare werkdagen en gaat over alle werknemers: 4,8 procent in 2025. De verzuimfrequentie is het aantal keer dat iemand zich ziek meldt: gemiddeld 2,9 keer in 2025, maar alleen gerekend over de werknemers die hebben verzuimd. De verzuimduur is de lengte van het verzuim: gemiddeld 17,3 werkdagen per jaar, ook alleen over de verzuimers, en 14,9 werkdagen voor één enkel verzuimgeval. Daarnaast is er nog het aandeel werknemers dat minstens één keer verzuimde: 50,7 procent. Vier cijfers, vier eenheden, en bij drie van de vier is de noemer niet alle werknemers. De CBS-tabel met de kwartaal- en jaarcijfers per bedrijfstak bevat overigens uitsluitend het verzuimpercentage en geen frequentie of duur.
- Voor 2025 bestaan twee TNO-cijfers voor dezelfde verzuimklacht Voor het aandeel verzuim met psychische klachten in 2025 geven twee publicaties van dezelfde onderzoekers twee getallen. StatLine-tabel 85998NED komt op 8,8 procent, het NEA-rapport Resultaten in vogelvlucht op 6,2 procent. Beide zijn juist, want de noemer verschilt: StatLine rekent alleen over de werknemers die in de afgelopen twaalf maanden hebben verzuimd, terwijl de tabellenbijlage van het rapport dezelfde vraag rapporteert over alle werknemers, inclusief de 12,3 procent die nog nooit heeft verzuimd en inclusief mensen van wie het laatste verzuim langer dan twaalf maanden geleden is. Hetzelfde patroon zit in de werkgerelateerdheid: 7,6 en 14,9 procent in StatLine tegenover 6,6 en 12,6 procent in het rapport, en in de oorzaken van werkgerelateerd verzuim, waar besmetting op het werk in StatLine op 14,0 procent komt en in het rapport op 16,0 procent. Noem dus altijd de noemer, of citeer één van de twee consequent. Op deze pagina is StatLine gevolgd waar beide bestaan, omdat die dataset per jaar en per uitsplitsing opvraagbaar is.
- Het gemiddelde verzuim beschrijft bijna niemand De verzuimverdeling is zo scheef dat het gemiddelde een slechte samenvatting is. Het CBS meldt voor 2023 een gemiddelde verzuimduur van 16,8 werkdagen bij een mediaan van 5 dagen, en bij 57 procent van de verzuimende werknemers ging het om maximaal vijf dagen in het hele jaar. Arbodienstcijfers wijzen dezelfde kant op: ongeveer 10 procent van de verzuimmeldingen duurt langer dan zes weken, en die 10 procent is verantwoordelijk voor 81 procent van alle verzuimdagen. Een gemiddelde verzuimduur van 17 dagen betekent dus niet dat de gemiddelde werknemer 17 dagen wegvalt, maar dat een kleine groep heel lang wegvalt.
- 299 euro is geen dagtarief voor verzuim De 299 euro uit de Arbobalans is de gemiddelde loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim per werkdag in 2023. Het is een uitkomst van een berekening op individuele brutolonen, geen tarief en geen norm, en het geldt voor een specifieke groep. Voor werknemers met een arbeidsongeval met verzuim rekent TNO in hetzelfde rapport met 260 euro en voor werknemers met een incidente beroepsziekte met 300 euro. Het bedrag omvat uitsluitend loondoorbetaling: vervanging, verlies van productie, re-integratiekosten en administratiekosten zitten er niet in. Verder zijn de bedragen tot en met 2022 op tientallen afgerond en alleen dat van 2023 op de euro, dus 299 tegenover 280 in 2022 suggereert meer precisie dan de reeks heeft.
- Bedragen zonder jaartal zijn bijna altijd oud Drie bedragen circuleren hardnekkig zonder meetjaar. De 3,1 miljard euro aan verzuimkosten door werkstress gaat over 2018. De 17 miljard euro totale loondoorbetaling, met 7,4 miljard euro werkgerelateerd en 64 procent daarvan door psychosociale arbeidsbelasting, gaat over 2021 en komt uit de vorige Arbobalans. De 4,4 miljard euro voor psychosociale arbeidsbelasting gaat over 2022. De nieuwste cijfers zijn 20 miljard euro totaal, 8,3 miljard euro werkgerelateerd en 4,9 miljard euro door psychosociale arbeidsbelasting, allemaal over 2023. De Arbobalans verschijnt ongeveer eens in de vier jaar, dus een bedrag kan jaren meegaan voordat er een nieuwe meting is.
- Arbodienstcijfers zijn geen landelijke steekproef ArboNed, HumanCapitalCare en Arbo Unie zijn arbodienstverleners. Hun cijfers komen uit hun eigen klantenbestand, bij ArboNed en HumanCapitalCare samen ongeveer een miljoen werknemers; Arbo Unie noemt in de gebruikte publicatie geen bestandsomvang. Dat is een groot bestand, maar geen aselecte steekproef van werkend Nederland: welke werkgevers een contract hebben en bij welke dienst, bepaalt de uitkomst mee. Dat is ook te zien aan het verzuimpercentage, dat in dat bestand op 4,8 procent uitkomt tegenover 5,4 procent in de landelijke werkgeversopgave. Gebruik deze cijfers als indicatie en als enige bron voor maten die het CBS niet publiceert, zoals de hersteltijd bij stress, en niet als landelijke prevalentie.
- Aantal verzuimdagen per jaar geldt alleen voor wie verzuimde De 18,5 verzuimde werkdagen van vrouwen en de 16,0 van mannen in 2025 zijn gemiddelden over uitsluitend de werknemers die in de afgelopen twaalf maanden hebben verzuimd. Dat is 53,7 procent van de vrouwen en 47,7 procent van de mannen. Over alle werknemers gerekend zijn het dus aanzienlijk minder dagen. Hetzelfde geldt voor het aantal keer verzuimd en voor de duur van het meest recente verzuimgeval. Wie 18,5 dagen vermenigvuldigt met het aantal vrouwelijke werknemers, rekent de helft van de populatie dubbel mee.
Belangrijkste conclusies
- Psychische klachten zijn niet de meest voorkomende verzuimklacht, maar wel de duurste: ze zijn de reden bij 8,8 procent van de ziekmeldingen in 2025 en houden iemand gemiddeld 63 werkdagen van het werk, tegenover 3 werkdagen bij griep en verkoudheid en 11 werkdagen gemiddeld over alle klachten.
- Binnen het verzuim dat werknemers zelf aan hun werk toeschrijven staan psychische klachten bovenaan met 26,9 procent, en van wie met psychische klachten verzuimt noemt 75 procent het werk als deels of hoofdzakelijke oorzaak. Dat is de hoogste werkgerelateerdheid van alle verzuimklachten.
- Het enige officiële Nederlandse bedrag per verzuimdag is 299 euro over 2023: de gemiddelde loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim per werkdag. Dat bedrag steeg sinds 2015 van 250 euro, en de bedragen voor 2015 tot 2022 zijn op tientallen afgerond.
- Werkgevers betaalden in 2023 ongeveer 20 miljard euro aan loondoorbetaling bij verzuim, waarvan 8,3 miljard euro bij verzuim dat deels of volledig aan het werk wordt toegeschreven, en 4,9 miljard euro bij verzuim met psychosociale arbeidsbelasting als oorzaak. Dat laatste is 56 procent van de werkgerelateerde verzuimdagen.
- Het aandeel verzuim met psychische klachten loopt sinds de methodewijziging ieder jaar op: 6,7 procent in 2022, 7,9 in 2023, 8,2 in 2024 en 8,8 in 2025. Bij vrouwen van 25 tot 45 jaar zit dat aandeel op 13 procent.
- Nederland heeft twee landelijke verzuimcijfers en ze lopen sinds 2020 uiteen: 5,4 procent uit de werkgeversadministratie tegenover 4,8 procent uit de zelfopgave van werknemers in 2025. Tussen 2014 en 2019 was dat verschil er niet.
- De verdeling is extreem scheef: zeven op de tien verzuimgevallen blijven onder de vijf werkdagen, en ongeveer 10 procent van de meldingen veroorzaakt 81 procent van alle verzuimdagen. Een gemiddelde verzuimduur van 17 dagen beschrijft daarom bijna niemand.
- Het verzuim verschilt meer naar bedrijfsgrootte dan naar sector: 2,6 procent bij bedrijven met minder dan tien werkzame personen tegenover 6,3 procent bij bedrijven met honderd of meer. De hoogste sectorcijfers staan bij verpleging en zorg met overnachting (8,8 procent) en de schoonmaak (7,1 procent).
- In ziektelast gemeten is depressie de grootste werkgerelateerde aandoening in de werkzame beroepsbevolking met 17,7 procent van de totale werkgerelateerde ziektelast, voor burn-out met 6,3 procent. Psychische aandoeningen samen zijn 28,7 procent.
Methodologie en bronnen
Elk cijfer op deze pagina komt uit een publicatie of dataset die wij in deze ronde zelf hebben gedownload en uitgelezen, niet uit een samenvatting of een zoekresultaat. De vier kernbronnen zijn tabel 85998NED van CBS StatLine via de open-dataservice, met het door werknemers zelf opgegeven ziekteverzuim uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden naar geslacht, leeftijd, klacht, duur en werkgerelateerdheid voor de verslagjaren 2014 tot en met 2025; tabel 80072ned van CBS StatLine met het ziekteverzuimpercentage uit de Kwartaalenquête Ziekteverzuim naar bedrijfstak en bedrijfsgrootte, kwartaal- en jaarcijfers tot en met het tweede kwartaal van 2026; de Arbobalans 2024 van TNO van mei 2025, met in hoofdstuk 3 en bijlage 3 de verzuimduur per klacht en de kostenberekeningen voor de meetjaren 2015 tot en met 2023; en het rapport Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 Resultaten in vogelvlucht van TNO en het CBS van april 2026, inclusief de tabellenbijlage. Daarnaast gebruiken wij de CBS-publicatie Ziekteverzuim naar bedrijfstak van juli 2024 voor de uitsplitsingen over 2023, de onderzoeksbeschrijving van de NEA 2025 voor de steekproef, de VZinfo-pagina over verzuimkosten voor de cijfers over 2021, de TNO-factsheet Werkstress voor de cijfers over 2022, en de jaarcijfers van de arbodiensten ArboNed, HumanCapitalCare en Arbo Unie voor maten die het CBS niet publiceert. Waar de lopende tekst van een rapport afwijkt van de bijbehorende tabel, volgen wij de tabel. Waar twee bronnen een ander getal geven voor dezelfde maat, staan beide getallen met beide definities op de pagina. Cijfers die wij niet in een primaire bron konden terugvinden, staan er niet op.
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.
Gebruikte bronnen
- Arbo Unie, analyse ziekteverzuim (meetjaar 2023)
- ArboNed en HumanCapitalCare, jaarcijfers juli 2024 tot en met juni 2025
- CBS StatLine, Ziekteverzuim volgens werknemers (tabel 85998NED), 2025
- CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken (SBI 2008) en bedrijfsgrootte (tabel 80072ned), 2019 tot 2025
- CBS, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 onderzoeksbeschrijving, tabel 6.1.1
- CBS, Ziekteverzuim naar bedrijfstak, hoofdstuk 4, tabel 4.3.2 (2024)
- RIVM, Mentale gezondheidsmonitor, ziekteverzuimpercentage (NEA, 2014 tot 2025)
- TNO en CBS, NEA 2025 Resultaten in vogelvlucht, resultaten in tabelvorm (2026)
- TNO, Arbobalans 2024, figuur 3.5.1b (NEA, meetjaar 2023)
- TNO, Verzuimkosten werkstress lopen op tot 3,1 miljard (2020), meetjaar 2018
- TNO, factsheet Werkstress (2024), meetjaar 2022
- VZinfo (RIVM) op basis van TNO Arbobalans 2022, meetjaar 2021
Veelgestelde vragen
Hoeveel van het ziekteverzuim in Nederland komt door psychische klachten?
Dat hangt af van de maat. Van de werknemers die in 2025 in het afgelopen jaar hadden verzuimd, noemde 8,8 procent psychische klachten, overspannenheid of een burn-out als belangrijkste klacht bij het laatste verzuim. Kijkt men alleen naar het verzuim dat werknemers zelf deels of hoofdzakelijk aan hun werk toeschrijven, dan staan psychische klachten bovenaan met 26,9 procent in 2023. Gemeten in dagen is het aandeel groter dan in meldingen, omdat psychisch verzuim veel langer duurt: psychosociale arbeidsbelasting veroorzaakte in 2023 ongeveer 14 miljoen van de 26 miljoen werkgerelateerde verzuimdagen.
Hoe lang duurt verzuim door een burn-out of psychische klachten?
Een verzuimperiode met psychische klachten, overspannenheid of een burn-out duurde in 2023 gemiddeld 63 werkdagen, tegenover 11 werkdagen gemiddeld over alle verzuimklachten. Dat zijn werkdagen, dus bij een voltijdbaan ongeveer dertien kalenderweken. Een arbodienst meet daarnaast de tijd tot volledig herstel in kalenderdagen en komt voor stress op gemiddeld 252 dagen en voor burn-out op ongeveer tien maanden, maar dat is een andere eenheid en een ander eindpunt, en het bestand is geen landelijke steekproef.
Wat kost een verzuimdag een werkgever?
Het enige officiële Nederlandse bedrag is 299 euro per werkdag over meetjaar 2023. Dat is de gemiddelde loonkosten per werknemer met werkgerelateerd verzuim, berekend door TNO op basis van het individuele brutoloon van elke NEA-respondent. Het bedrag dekt alleen loondoorbetaling, dus geen vervanging, productieverlies, re-integratie of administratie. In 2015 was het 250 euro. Voor andere groepen geldt een ander bedrag: 260 euro bij een arbeidsongeval met verzuim en 300 euro bij een incidente beroepsziekte.
Wat kost verzuim door werkstress Nederland per jaar?
Over 2023 kostte loondoorbetaling bij verzuim met psychosociale arbeidsbelasting als oorzaak werkgevers 4,9 miljard euro, meer dan de helft van de 8,3 miljard euro aan loondoorbetaling bij werkgerelateerd verzuim. Het totaal voor al het verzuim samen was ongeveer 20 miljard euro. De bedragen die vaak zonder jaartal rondgaan zijn ouder: 3,1 miljard euro gaat over 2018, 4,4 miljard euro over 2022 en de 17 miljard euro totale loondoorbetaling over 2021.
Waarom verschillen de verzuimcijfers van het CBS onderling?
Het CBS publiceert twee verzuimcijfers die beide juist zijn. De Kwartaalenquête Ziekteverzuim vraagt bedrijven en instellingen naar hun verzuimadministratie en kwam in 2025 op 5,4 procent. De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden vraagt werknemers zelf en kwam op 4,8 procent. Sinds 2020 ligt het werkgeverscijfer ieder jaar 0,3 tot 0,6 procentpunt hoger; tussen 2014 en 2019 lagen de twee binnen een tiende procentpunt van elkaar. Alleen de zelfopgave van werknemers is uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en verzuimklacht.
Verzuimen vrouwen meer dan mannen?
Ja, in alle leeftijdsgroepen. Het verzuimpercentage van vrouwelijke werknemers was in 2025 5,9 procent tegenover 3,9 procent bij mannen, en 53,7 procent van de vrouwen verzuimde minstens één keer tegenover 47,7 procent van de mannen. Het verschil is het grootst bij 25- tot 35-jarigen (6,4 tegenover 2,9 procent), en daar speelt zwangerschap en herstel na de bevalling mee: in die groep noemde 10,2 procent van de verzuimende vrouwen zwangerschapsklachten bij het laatste verzuim. Ook psychische klachten worden door vrouwen vaker genoemd: 10,7 tegenover 6,9 procent.
In welke sector is het ziekteverzuim het hoogst?
Volgens de opgave van bedrijven stond de gezondheids- en welzijnszorg in 2025 bovenaan met 7,5 procent, gevolgd door waterbedrijven en afvalbeheer (6,8 procent), openbaar bestuur en vervoer en opslag (beide 6,4 procent). Binnen de zorg is het verschil groot: verpleging en zorg met overnachting komt op 8,8 procent en ziekenhuizen op 6,7 procent. Het laagst waren de horeca (3,2 procent), de landbouw (3,3 procent) en de specialistische zakelijke diensten (3,5 procent). Het verzuim loopt nog sterker uiteen naar bedrijfsgrootte: 2,6 procent bij bedrijven met minder dan tien werkzame personen tegenover 6,3 procent bij bedrijven met honderd of meer.
Is het verzuimcijfer per jaar vergelijkbaar met voorgaande jaren?
Voor de werkgeversopgave in de Kwartaalenquête Ziekteverzuim wel, die reeks loopt door vanaf 1996. Voor de zelfopgave van werknemers in de NEA niet zonder kanttekening: er zit een methodologische trendbreuk tussen 2021 en 2022, en het CBS schrijft erbij dat de cijfers vanaf 2022 niet goed vergelijkbaar zijn met de uitkomsten daarvoor. Bij de vraag naar de verzuimklacht is de antwoordlijst daarbij van vijftien naar dertien categorieën teruggebracht. De reeks van 5,7 procent psychisch verzuim in 2014 naar 8,8 procent in 2025 loopt dus door twee versies van dezelfde vraag heen.
Hoeveel werknemers zitten er achter deze cijfers?
De NEA-cijfers over 2025 zijn gebaseerd op 53.317 bruikbare vragenlijsten, uit 56.852 ontvangen responsen op een uitgezette steekproef van 158.500 personen. Van de 3.535 onbruikbare responsen vielen er 3.421 af omdat de respondent op de enquêtedatum geen werknemer was. Het TNO-rapport vat dat samen als ruim 53.000 werknemers. Per vraag ligt het aantal antwoorden iets lager dan 53.317, omdat niet iedereen elke vraag heeft ingevuld en een deel van de vragen volgens een split-halfontwerp aan de helft van de respondenten is gesteld.
Geeft DiversaMente behandeling bij verzuim of een burn-out?
Nee. DiversaMente geeft op deze pagina geen medisch advies. Deze pagina zet alleen de gepubliceerde Nederlandse cijfers over verzuim, verzuimduur en verzuimkosten bij elkaar, met bronvermelding per getal. Voor vragen over eigen klachten of over een eigen ziekmelding zijn de huisarts en de bedrijfsarts het juiste aanspreekpunt.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Meer cijferoverzichten
- Burn-out bij vrouwen in cijfers
- Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme
- ADHD, autisme en werk in cijfers
- ADHD en autisme bij vrouwen en mannen
- ADHD-medicatie bij vrouwen
- Autisme bij vrouwen in cijfers
- Hulp zoeken bij psychische klachten in cijfers
- Mantelzorg en dubbele belasting in cijfers
- Meisjes en jonge vrouwen in cijfers
- Mentale gezondheid in cijfers
- Overgang en werk in cijfers
- Psychologen in Nederland in cijfers
- Slaapproblemen bij vrouwen in cijfers
- Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers
- Kosten van de ggz
- Wat psychische hulp zelf kost in cijfers
- Werkdruk en werkstress in cijfers
- Zelfstandigen en burn-out in cijfers