DiversaMente › Cijfers › Kosten van de ggz

Cijferoverzicht

Wat de ggz kost in Nederland, in cijfers

De geestelijke gezondheidszorg in Nederland wordt uit vijf wetten betaald en wordt door vijf organisaties los van elkaar geteld. Op deze pagina staan de kosten, de patientaantallen en het aanbod zoals de Nederlandse Zorgautoriteit, Vektis, Zorgcijfersdatabank, het CBS en VZinfo ze zelf publiceren. Bij elk cijfer staat het jaar en de bron, en bij elke reeks staat waarom die reeks soms iets anders zegt dan hij lijkt te zeggen.

Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.

5,83 miljardgeneeskundige ggz in de Zvw, 2024

De totale kosten van de geneeskundige ggz binnen de Zorgverzekeringswet kwamen in 2024 uit op 5.828,5 miljoen euro, inclusief de praktijkondersteuner ggz bij de huisarts.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

1.544.288patienten ggz en poh-ggz, 2024

In 2024 ontvingen 1.544.288 mensen zorg die de NZa onder de ggz in de Zvw schaart, de praktijkondersteuner ggz bij de huisarts meegerekend.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

45.000 eurogemiddelde kosten per patient met opname, 2024

Een patient die in 2024 ten minste een dag werd opgenomen kostte gemiddeld 45 duizend euro, tegen 3,5 duizend euro voor een patient zonder opname.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

29,3 procentaandeel psychische stoornissen in alle zorguitgaven, 2019

Psychische stoornissen waren in 2019 met 28,4 miljard euro de duurste diagnosegroep van de Nederlandse zorg, 29,3 procent van alle zorguitgaven, met dementie en verstandelijke beperking als grootste posten binnen die groep.

Bron: VZinfo, Kosten van Ziekten 2019

Deel 1

De Zvw-kosten van de ggz, jaar na jaar

De Nederlandse Zorgautoriteit publiceert de kosten van de geneeskundige ggz binnen de Zorgverzekeringswet op basis van declaratiedata van Vektis. Dat is het bedrag waar de meeste berichtgeving over de kosten van de ggz op teruggaat. Het dekt niet de hele ggz: de langdurige ggz, de jeugd-ggz, de Wmo-ondersteuning en de forensische zorg zitten er niet of maar gedeeltelijk in.

5.828,5 miljoentotale kosten ggz in de Zvw, 2024

Dit is het meest recente jaar waarover de NZa cijfers publiceert en het hoogste bedrag in de hele reeks.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

5.467,3 miljoenprestaties binnen het zorgprestatiemodel, 2024

Van het totaal is dit het deel dat via de prestaties van het zorgprestatiemodel wordt gedeclareerd, dus de ggz-behandeling zelf.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

361,2 miljoenpraktijkondersteuner huisarts ggz, 2024

De rest van het totaal gaat naar de praktijkondersteuner ggz bij de huisarts, een post die van 206 miljoen euro in 2019 naar 361,2 miljoen euro in 2024 groeide.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

10,6 procentkostengroei 2024 ten opzichte van 2023

De kosten groeiden in 2024 met 10,6 procent, na 10,4 procent in 2023, en dat zijn na de modelovergang de twee hoogste normale groeicijfers in de reeks.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz 2024

77 procentkostenstijging 2016 tot 2025, geneeskundige ggz

Over de periode 2016 tot en met 2025 stegen de ggz-zorgkosten met 77 procent, waarvan 46 procent wordt verklaard door prijsindexatie; 2025 is daarbij nog een raming.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

5,84 miljardbegroot macrokader geneeskundige ggz voor 2025

Het ministerie van VWS begrootte voor 2025 een macrokader van 5,84 miljard euro, inclusief ruim 280 miljoen euro groei door inflatie; voor 2024 werd het kader later nog met 200 miljoen euro verhoogd naar 5,5 miljard euro.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

Totale kosten geneeskundige ggz in de Zvw en jaarlijkse groei, 2019 tot 2024 (bedragen in miljoenen euro)

JaarTotale kostenGroei in procenten
20194.215,6niet gepubliceerd
20204.511,47,0
20213.127,2-30,7
20224.775,252,7
20235.269,810,4
20245.828,510,6

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten 2025

De daling van 30,7 procent in 2021 en de stijging van 52,7 procent in 2022 zijn geen zorginhoudelijke beweging. Ze komen door de overgang naar het zorgprestatiemodel, waarbij de oude diagnose-behandelcombinaties per 31 december 2021 zijn afgesloten en er eenmalig minder zorg in het jaar 2021 is meegeteld. Wie deze zes getallen als trendlijn naast elkaar zet, laat iets zien dat niet is gebeurd.

Deel 2

Wat sinds het zorgprestatiemodel niet meer zichtbaar is

Tot en met 2021 splitste de NZa de ggz-kosten uit naar generalistische basis-ggz, gespecialiseerde ggz en langdurige ggz. Vanaf 2022 staat op die plekken in de dataset de waarde NA en is er een nieuwe regel bijgekomen voor de prestaties van het zorgprestatiemodel. Die breuk is geen keuze van de publicerende partij maar een gevolg van de bekostiging: de declaratie bevat het onderscheid niet meer.

264 miljoengeneralistische basis-ggz, 2019

In het laatste volledige jaar voor corona en voor de modelwissel ging 264 miljoen euro naar de generalistische basis-ggz.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten 2025

3.590 miljoengespecialiseerde ggz, 2019

De gespecialiseerde ggz was in 2019 met 3.590 miljoen euro ruim dertien keer zo groot als de generalistische basis-ggz.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten 2025

27 procentaandeel patienten dat binnen de basis-ggz wordt behandeld, 2024

De enige openbare benadering van het aandeel basis-ggz die er nu nog is, is een patientaandeel van Vektis: 27 procent van alle patienten wordt binnen de basis-ggz behandeld. Dat is een aantal patienten, geen bedrag.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

4 patientgroepenindeling basis-ggz binnen het zorgprestatiemodel

Binnen de basis-ggz bestaan vier groepen: kort, middel, intensief en chronisch. Van deze patienten is bij Vektis geen diagnose bekend.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

Kosten ggz in de Zvw naar oude en nieuwe bekostiging, 2019 tot 2024 (bedragen in miljoenen euro, NA betekent niet beschikbaar)

JaarGeneralistische basis-ggzGespecialiseerde ggzLangdurige ggzPrestaties zorgprestatiemodelPraktijkondersteuner huisarts ggz
20192643.590155,6NA206
2020279,63.826,8155,7NA249,3
2021231,62.491,5138,8NA265,2
2022NANANA4.497278,1
2023NANANA4.966,4303,4
2024NANANA5.467,3361,2

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten 2025

Het CBS schrijft hetzelfde over zijn eigen bestand: door de invoering van het zorgprestatiemodel in 2022 is het onderscheid tussen generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz in de gebruikte zorgkostengegevens niet meer te maken. Twee onafhankelijke publicerende partijen melden dus dezelfde kennislacune.

Deel 3

Waar het geld binnen de behandeling heen gaat

Binnen het zorgprestatiemodel vallen de kosten uiteen in drie categorieen: consulten, intramuraal verblijf en overige prestaties, waaronder de acute ggz. Van deze driedeling is wel een meerjarige reeks beschikbaar, vanaf het eerste jaar van het model.

4.106,4 miljoenconsulten ggz, 2024

Consulten zijn de grootste post binnen de behandeling en groeiden van 3.315,2 miljoen euro in 2022 naar 4.106,4 miljoen euro in 2024.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten zorgprestatiemodel 2025

1.234,8 miljoenintramuraal verblijf ggz, 2024

Verblijf kostte in 2024 1.234,8 miljoen euro, ruim 22 procent van de prestaties binnen het zorgprestatiemodel.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten zorgprestatiemodel 2025

126,1 miljoenoverige prestaties ggz, 2024

De overige prestaties, waaronder de acute ggz valt, zijn met 126,1 miljoen euro de kleinste van de drie categorieen.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten zorgprestatiemodel 2025

bijna 80 procentpatienten in de drie ambulante settings, 2024

Bijna 80 procent van de patienten wordt behandeld in de ambulante settings 1, 2 en 3, dus bij een vrijgevestigde praktijk of ambulant binnen een instelling.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

16 procentconsultkosten in setting verblijf en hoogspecialistisch, 2024

16 procent van alle consultkosten wordt door instellingen gedeclareerd binnen de setting verblijf en de hoogspecialistische setting.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

11 en 20 procentoutreachende zorg, aandeel patienten en consultkosten, 2024

Outreachende zorg, veel gebruikt bij ernstige psychische aandoeningen, gaat om 11 procent van de patienten en bijna 20 procent van de consultkosten.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

93 procentpatienten in zorgvraagtype X, psychische aandoening, 2024

In 2024 valt 93 procent van de patienten in de hoofdgroep psychische aandoening, 7 procent in psychotische stoornis en 1 procent in cognitieve beperking.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

Kosten binnen het zorgprestatiemodel per prestatiecategorie, 2022 tot 2024 (bedragen in miljoenen euro)

JaarConsulten ggzIntramuraal verblijfOverige prestatiesTotaal
20223.315,21.081,3100,54.497,0
20233.696,21.153,3116,94.966,4
20244.106,41.234,8126,15.467,3

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset ggz-kosten zorgprestatiemodel 2025

Deze reeks begint in 2022 omdat het zorgprestatiemodel in dat jaar is ingevoerd. Een vergelijking met 2021 of eerder is langs deze categorieen niet te maken.

Deel 4

Vijf wetten, vijf geldstromen

De ggz wordt in Nederland uit vijf wetten gefinancierd: de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Wet forensische zorg. Elke wet heeft een eigen budgetroute, een eigen tijdpad en een eigen beheerder. Een optelsom van alle ggz-kosten in Nederland is uit openbare bronnen niet te maken, omdat voor een van de vijf wetten geen ggz-specifiek bedrag bestaat.

5.558 miljoenmacrokader ggz binnen de Zvw, 2026

In de Rijksbegroting is voor 2026 een macrokader geestelijke gezondheidszorg binnen de Zvw opgenomen van 5.558 miljoen euro, tegen 5.303 miljoen euro in 2023.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

ongeveer 12 procentaandeel ggz in het totale Zvw-macrokader

Het budget voor de ggz binnen de Zorgverzekeringswet bedraagt ongeveer 12 procent van het totale Zvw-macrokader, dat in 2026 op 45.501 miljoen euro staat.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

2.247.419.957 eurozorgkosten ggz binnen de Wet langdurige zorg, 2024

De langdurige ggz binnen de Wlz kostte in 2024 ruim 2,2 miljard euro, tegen 500.805.611 euro in 2020, het laatste jaar voor de wetswijziging.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

7,4 procentaandeel langdurige ggz in de Wlz-kosten voor zorg in natura, 2024 en 2025

De langdurige ggz is in 2024 en 2025 goed voor 7,4 procent van de totale kosten voor zorg in natura binnen de Wlz, binnen een contracteerruimte van 33.174,2 miljoen euro in 2025.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

19.215 clienteninstroom ggz-clienten in de Wlz bij de wetswijziging in 2021

Bij de wetswijziging van 2021 werd een instroom van ongeveer 10.000 extra clienten verwacht. In werkelijkheid stroomden er 19.215 in, bijna twee keer zo veel.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

978 miljoenzorgkosten Wet forensische zorg, 2023

De forensische zorg kostte in 2023 978 miljoen euro, tegen 818 miljoen euro in 2020. De kosten over 2024 waren bij publicatie nog niet beschikbaar.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

1.154,3 miljoenbegroting Wet forensische zorg, 2029

De begroting voor forensische zorg loopt op van 908,4 miljoen euro in 2023 naar 1.154,3 miljoen euro in 2029.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

Voor de vierde en de vijfde geldstroom, de Wmo en de Jeugdwet, geldt iets anders. Gemeenten krijgen dat geld via het Gemeentefonds, dat jaarlijks op basis van de Rijksbegroting wordt vastgesteld en over gemeenten wordt verdeeld op objectieve kenmerken zoals inwoneraantal en sociale opbouw. Er zit geen geoormerkt ggz-bedrag in.

De brancheorganisatie schrijft het zelf zo op: de kosten voor geestelijke gezondheidszorg binnen de Wmo zijn niet apart terug te vinden in openbare bronnen. De Wmo betaalt begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen, voorzieningen die ook veel worden gebruikt door mensen met psychische problemen, maar het CBS-dashboard over Wmo-maatwerkvoorzieningen maakt geen aparte categorie voor ggz-clienten.

De jeugd-ggz valt onder de Jeugdwet en wordt door gemeenten betaald. Die kosten zitten dus niet in de Zvw-reeks van de NZa en niet in de patientaantallen voor de geneeskundige ggz.

Deel 5

Hoeveel mensen het betreft

De patientaantallen worden door twee partijen uit dezelfde declaratiedata geteld, met iets verschillende afbakeningen. De NZa publiceert een reeks van 2019 tot 2024, Vektis publiceert het jaarbeeld 2024 met meer detail. De getallen liggen dicht bij elkaar en wijzen dezelfde kant op.

1,574 miljoenmensen die zorg ontvangen vanwege psychische klachten, 2024

Dat zijn 47 duizend mensen meer dan in 2023, een stijging van 3,1 procent.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

978 duizendpatienten behandeld in de geneeskundige ggz, 2024

Dat zijn 27 duizend mensen meer dan in 2023, een stijging van 2,8 procent. Zorgcijfersdatabank komt voor 2024 op 979.445 gebruikers.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

765 duizendmensen met ggz-gerelateerde zorg bij de huisarts, 2024

Een stijging van 30 duizend mensen, 4,1 procent, ten opzichte van 2023. Van hen gaan 173 duizend mensen in hetzelfde jaar ook naar de geneeskundige ggz.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

32 duizendmensen met ggz-zorg binnen de Wet langdurige zorg, 2024

Daarvan worden 2,5 duizend mensen langer dan drie jaar met langdurige opname behandeld en vallen 30 duizend mensen onder ggz-wonen. Bijna 500 mensen hadden in 2024 beide vormen.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

220 duizendmensen met een ernstige psychische aandoening, 2024

Vektis schat de EPA-groep in 2024 op 220 duizend mensen. Dit aantal is vergelijkbaar met de jaren 2016 tot 2020; de jaren 2021 tot 2023 vallen door administratieve effecten van de modelovergang lager uit.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

584 duizendnieuw gestarte zorgtrajecten, 2024

In 2022 startten 611 duizend zorgtrajecten, in 2023 582 duizend en in 2024 584 duizend. Trajecten die al voor 2022 waren gestart, kregen in het zorgprestatiemodel een openingsdatum van 1 januari 2022 en zijn niet meegenomen.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

7,1 procent per jaargroei van het aantal gebruikers geneeskundige ggz, 2020 tot 2024

De geneeskundige ggz is daarmee een van de drie snelst groeiende Zvw-sectoren naar gebruikersaantal, naast paramedische zorg en geriatrische revalidatiezorg.

Bron: Zorgcijfersdatabank, landelijke ontwikkelingen Zvw

ongeveer 12 procentpatienten met zorg van twee of meer aanbieders in hetzelfde jaar

De meeste patienten krijgen zorg van een aanbieder; ongeveer 12 procent krijgt zorg van twee of meer organisaties in hetzelfde jaar.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

Aantal patienten ggz in de Zvw naar leeftijdsgroep, 2019 tot 2024

Jaar0 tot 18 jaar18 tot 65 jaar65 jaar en ouderTotaal
201938.5101.211.771176.3001.426.581
202037.7291.189.909174.9101.402.548
202142.5241.213.751172.6321.428.907
202244.4761.217.385175.6651.437.526
202343.4341.270.887184.2991.498.620
202441.7261.310.087192.4751.544.288

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset aantal patienten ggz 2025

De groep tot 18 jaar in deze tabel betreft alleen de praktijkondersteuner ggz bij de huisarts. De ggz-behandeling zelf valt voor minderjarigen sinds 2015 onder de Jeugdwet en niet onder de Zvw. Anders dan bij de kosten laat de patientenreeks in 2021 geen breuk zien: het aantal patienten liep in dat jaar juist iets op.

Deel 6

Wat een patient gemiddeld kost, en hoe scheef die verdeling is

Het gemiddelde zegt in de ggz weinig, omdat een kleine groep met opname een groot deel van de kosten maakt. Vektis en het CBS laten dat ieder op een andere manier zien, en de twee beelden sluiten op elkaar aan.

48,6 duizendpatienten met ten minste een dag opname, 2024

Van de 978 duizend behandelde mensen was 5 procent, 48,6 duizend patienten, ten minste een dag opgenomen.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

2,2 miljardkosten voor de groep met verblijf, 2024

Aan de groep mensen met verblijf werd 2,2 miljard euro besteed, 40,3 procent van de totale kosten. Het verblijf zelf kostte 1,2 miljard euro, de rest ging naar behandeling.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

54 verblijfsdagengemiddeld aantal dagen opname per opgenomen patient, 2024

Patienten kunnen kort of langdurig en in meerdere periodes zijn opgenomen; gemiddeld ging het in 2024 om 54 verblijfsdagen.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

3,4 procentaandeel verblijfsdagen in bedden met beveiliging, Zvw, 2024

Bij 3,4 procent van de verblijfsdagen binnen de Zorgverzekeringswet gaat het om bedden met beveiliging.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

5.208 eurogemiddelde Zvw-ggz-kosten per gebruiker, 2023

De mediaan lag in dat jaar op 1.950 euro. Het gemiddelde is dus ruim tweeeneenhalf keer de middelste waarde, wat laat zien hoe sterk de hoge uitschieters het gemiddelde optrekken.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

61 duizend euro99e percentiel van de ggz-kosten per gebruiker, 2023

Van alle Zvw-zorgvormen heeft de ggz het hoogste 99e percentiel: een procent van de ggz-gebruikers had in 2023 kosten boven de 61 duizend euro.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

283 eurogemiddelde ggz-kosten per verzekerde, 2023

Gerekend over alle verzekerden is de ggz met 283 euro per persoon de derde grootste post in de basisverzekering, na ziekenhuiszorg met 1.593 euro en farmacie met 299 euro.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

5,3 procentaandeel verzekerden met gedeclareerde ggz-kosten, 2023

De ggz heeft een hoog bedrag per gebruiker en een laag bereik: 5,3 procent van de verzekerden had ggz-kosten, tegen 66 procent voor farmacie en 59,1 procent voor ziekenhuiszorg.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

0,6 procent per jaar lagerontwikkeling ggz-kosten per gebruiker, 2020 tot 2024

De kosten per gebruiker in de geestelijke gezondheidszorg daalden in deze periode gemiddeld met 0,6 procent per jaar, terwijl het aantal gebruikers met 7,1 procent per jaar steeg. De totale kostenstijging komt in deze reeks dus vooral uit het aantal mensen, niet uit de kosten per mens.

Bron: Zorgcijfersdatabank, landelijke ontwikkelingen Zvw

Deel 7

Wie de ggz-kosten maakt: leeftijd en geslacht

Het CBS koppelt de Zvw-declaraties aan persoonskenmerken en publiceert daarmee de verdeling naar leeftijd, geslacht, inkomen en stedelijkheid. De ggz heeft een patroon dat tegen het patroon van de rest van de zorg in gaat: de meeste zorgvormen worden duurder met de leeftijd, de ggz juist niet.

516 eurogemiddelde ggz-kosten per persoon, 20 tot 40 jaar, 2023

Bij 20- tot 40-jarigen is de ggz met 516 euro per persoon de op een na grootste zorgpost, na ziekenhuiszorg met 803 euro. Bij 80-plussers is dat teruggelopen naar 112 euro.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

10,9 procenthoogste aandeel met ggz-kosten, 25 tot 30 jaar, 2023

Het aandeel verzekerden met ggz-kosten is het hoogst bij 25- tot 30-jarigen en loopt terug naar 1,7 procent bij 85-plussers.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

14,2 tegen 7,6 procentvrouwen en mannen met ggz-kosten, 25 tot 30 jaar, 2023

In deze leeftijdsgroep hebben bijna twee keer zo veel vrouwen als mannen ggz-kosten. Bij 85-plussers is dat verschil vrijwel verdwenen, 1,8 tegen 1,6 procent.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

5.685 tegen 4.484 eurokosten per ggz-gebruiker, mannen en vrouwen, 25 tot 30 jaar, 2023

Vrouwen gebruiken de ggz vaker, maar per gebruiker is de zorg bij mannen tot 65 jaar duurder. Boven de 65 kantelt dat: bij 75- tot 80-jarigen is het 5.919 euro voor mannen tegen 6.759 euro voor vrouwen.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

6.440 eurohoogste kosten per ggz-gebruiker, 75 tot 80 jaar, 2023

Het aandeel gebruikers is bij ouderen laag, maar de kosten per gebruiker zijn er het hoogst. Het CBS wijst op multimorbiditeit: fysieke problemen en cognitieve stoornissen zoals dementie naast de psychiatrische aandoening.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

704 eurogemiddelde ggz-kosten per persoon, vrouwen van 20 tot 25 jaar, 2023

Dit is de hoogste waarde in de hele leeftijds- en geslachtsuitsplitsing, tegen 385 euro voor mannen van dezelfde leeftijd, ruim 300 euro verschil.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

41 eurogemiddelde ggz-kosten per persoon, 0 tot 20 jaar, 2023

Bij jeugd onder de 18 valt de ggz niet onder de Zvw maar onder de Jeugdwet. Wat hier nog als kosten staat, betreft de 18- en 19-jarigen binnen deze leeftijdsgroep.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

4.129 tegen 2.401 eurogemiddelde zorgkosten per persoon, tweede en hoogste inkomensdeciel, 2023

Over alle zorgvormen samen zijn de kosten in de tweede inkomensdeciel ruim anderhalf keer zo hoog als in de hoogste. Het CBS schrijft dat dit beeld in bijna alle zorgvormen terugkomt, de ggz daarbij genoemd, en dat zowel het aandeel gebruikers als de kosten per gebruiker in lagere inkomensgroepen hoger zijn.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

3.195 tegen 2.820 eurogestandaardiseerde zorgkosten per persoon, zeer sterk en niet stedelijk, 2023

Na correctie voor leeftijd zijn de zorgkosten in de meest stedelijke gebieden het hoogst. Het CBS noemt de ggz expliciet als een van de zorgvormen waarvoor dat geldt, en dan zowel in het aandeel gebruikers als in de kosten per gebruiker.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

Zvw-ggz naar leeftijd: aandeel personen met kosten en kosten per gebruiker, 2023 (ggz is binnen de Zvw alleen verzekerd vanaf 18 jaar)

LeeftijdAandeel met ggz-kosten in procentenGemiddelde kosten per gebruiker in euroMediane kosten per gebruiker in euro
20 tot 25 jaar10,15.2702.003
25 tot 30 jaar10,94.9101.987
30 tot 35 jaar10,25.0172.003
35 tot 40 jaar9,05.0031.999
40 tot 45 jaar8,15.0642.004
45 tot 50 jaar7,35.2112.038
50 tot 55 jaar6,25.2271.955
55 tot 60 jaar5,55.2151.882
60 tot 65 jaar4,65.2961.819
65 tot 70 jaar3,45.8791.832
70 tot 75 jaar2,76.2891.799
75 tot 80 jaar2,46.4401.769
80 tot 85 jaar2,35.8051.678
85 jaar en ouder1,74.8331.528

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

Deze CBS-cijfers gaan over 2023, een jaar eerder dan de meeste NZa- en Vektis-cijfers op deze pagina. Het CBS werkt met opgehoogde declaratiebestanden, waardoor gemiddelde bedragen per persoon iets kunnen afwijken van de daadwerkelijk gedeclareerde bedragen; de kosten per gebruiker zijn wel op niet-opgehoogde kosten gebaseerd.

Deel 8

Wie de zorg levert, en hoe scheef het aanbod verdeeld is

Het aanbod in de ggz bestaat uit een klein aantal grote instellingen en een groot aantal kleine praktijken. Die verhouding verklaart waarom twee tellingen van hetzelfde jaar zo ver uiteen kunnen liggen: het hangt af van de vraag of je declarerende praktijken telt of praktijken in een register.

bijna 5.000zorgaanbieders die declareren in de geneeskundige ggz, 2024

Daarvan zijn 600 vaak grote instellingen en 4.400 vrijgevestigde praktijken: 400 praktijken van psychiaters en 4.000 van andere psychologische zorgverleners.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

11,8 procent levert 93,0 procentconcentratie van het aanbod, 2024

De 600 instellingen zijn 11,8 procent van alle ggz-aanbieders, behandelen samen 77,6 procent van de patienten en maken 93,0 procent van de ggz-kosten.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

429 instellingenNZa-telling van ggz-instellingen, 2024

De NZa komt op 429 instellingen en 2.788 vrijgevestigden, bij elkaar 3.217 aanbieders. Dat is een andere afbakening dan de bijna 5.000 van Vektis.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset aantal zorgaanbieders 2025

ruim 670instellingen met een kwaliteitsstatuut ggz

Een derde manier van tellen: via het kwaliteitsstatuut. Daarnaast zijn er bijna 600 psychiaters en 6.000 psychologische zorgverleners als regiebehandelaar met een kwaliteitsstatuut bij een kleinere praktijk.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

ongeveer 110instellingen die patienten kunnen opnemen, 2024

Van alle aanbieders in de geneeskundige ggz kan slechts een klein deel mensen opnemen tijdens de behandeling.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

6.030aanbieders van praktijkondersteuning ggz bij de huisarts, 2024

Dit aantal is sinds 2019 licht gedaald, van 6.420 naar 6.030, terwijl de kosten van de poh-ggz in dezelfde periode met 75 procent stegen.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, dataset aantal aanbieders poh-ggz 2025

6,8 procentaandeel niet-gecontracteerde zorg in de totale ggz-kosten, 2024

Vektis schat dit op basis van cijfers van verzekeraars die samen meer dan de helft van de markt vertegenwoordigen. Een eerder Vektis-onderzoek over 2016 tot 2019 zag dit aandeel oplopen van 6,3 naar 8,0 procent; over 2020 tot 2023 zijn er geen inzichten beschikbaar.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

98,8 procentverblijfsdagen binnen gecontracteerde zorg, 2024

Bij verblijf is bijna alles gecontracteerd. Bij consulten is 91,1 procent gecontracteerd en bij overige prestaties, waaronder de acute ggz, 96,8 procent.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, januari 2026

Aantal ggz-zorgaanbieders volgens de NZa, 2019 tot 2024

JaarInstellingenVrijgevestigdenAanbieders poh-ggz
20193282.4716.420
20203302.3926.282
20213302.0086.047
20223563.0995.958
20233983.1015.988
20244292.7886.030

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, kerncijfers ggz, datasets aantal zorgaanbieders en aanbieders poh-ggz 2025

Ook deze reeks bevat een modelbreuk. Het aantal vrijgevestigden zakt van 2.471 in 2019 naar 2.008 in 2021 en springt in 2022 naar 3.099. Dat is de overgang naar het zorgprestatiemodel in de declaratiedata, niet een golf van praktijken die eerst sluiten en dan weer opengaan.

Deel 9

De ggz binnen het hele zorgstelsel

Om de bedragen te kunnen plaatsen: de ggz is een klein onderdeel van een groot stelsel. Het CBS en Zorgcijfersdatabank leveren de noemers.

113,5 miljardtotale uitgaven gezondheidszorg, 2024

Dat is 8,5 miljard euro meer dan in 2023, een stijging van 8,1 procent. Het betreft de internationaal afgestemde definitie van Eurostat, de OESO en de WHO.

Bron: CBS, Uitgaven gezondheidszorg stegen in 2024 met 8,1 procent

10,0 procent van het bbpzorguitgaven als aandeel van de economie, 2024

Dit aandeel liep op van 9,8 procent in 2023, nadat het van 11,1 procent in 2021 was gedaald naar 10,0 procent in 2022.

Bron: CBS, Uitgaven gezondheidszorg stegen in 2024 met 8,1 procent

57,2 miljarduitgaven via de Zorgverzekeringswet, 2024

De Zvw-uitgaven stegen met 7,9 procent, de Wlz-uitgaven met 11 procent naar 28,0 miljard euro. De ggz-kosten van 5,83 miljard euro vormen daarmee ruim 10 procent van de Zvw.

Bron: CBS, Uitgaven gezondheidszorg stegen in 2024 met 8,1 procent

5.871 eurozorguitgaven per inwoner in Nederland, 2023

Nederland gaf daarmee meer uit dan 24 andere EU-landen; alleen Duitsland met 6.417 euro en Oostenrijk met 5.938 euro gaven meer uit. Roemenie gaf met 2.249 euro per inwoner het minste uit.

Bron: CBS, Uitgaven gezondheidszorg stegen in 2024 met 8,1 procent

9 procentaandeel ggz in de gemiddelde kosten per verzekerde, 2023

Van de gemiddelde kosten per persoon uit de basisverzekering ging 52 procent naar ziekenhuiszorg, 10 procent naar farmacie, 9 procent naar de ggz, 7 procent naar huisartsenzorg en 6 procent naar verpleging en verzorging.

Bron: CBS, Wie hebben de meeste zorgkosten, 2025

5,89 procent per jaarsamengestelde jaarlijkse groei geneeskundige ggz, 2019 tot 2023

Dat is iets boven de totale Zvw-groei van 5,5 procent per jaar over 2020 tot 2024 en boven de 4,65 procent per jaar van de medisch-specialistische zorg.

Bron: Zorgcijfersdatabank, landelijke ontwikkelingen Zvw

52,3 procentaandeel medisch-specialistische zorg in de Zvw-kosten, 2024

De grootste Zvw-sector bleef met 52,3 procent ruim boven de helft, licht gedaald vanaf 52,5 procent in 2023. Het totaal van de Zvw-kosten liep van 46.304,2 miljoen euro in 2019 naar 54.611,0 miljoen euro in 2023.

Bron: Zorgcijfersdatabank, landelijke ontwikkelingen Zvw

5.557.553.971 eurozorgkosten specialistische ggz volgens Zorgcijfersdatabank, 2024

Deze reeks, inclusief acute ggz, loopt van 3.744.094.313 euro in 2018 via de dip van 2.952.187.144 euro in 2021 naar 5.557.553.971 euro in 2024. Hij ligt dus ruim 270 miljoen euro onder het NZa-totaal voor hetzelfde jaar.

Bron: de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz, september 2025

Kosten geneeskundige ggz binnen de Zvw volgens drie bronnen, 2019 tot 2024 (bedragen in miljoenen euro)

JaarNZa, totaal inclusief poh-ggzZorgcijfersdatabank, geneeskundige ggzZorgcijfersdatabank via brancheorganisatie, inclusief acute ggz
20194.215,64.008,73.971,7
20204.511,44.361,44.331,6
20213.127,22.953,52.952,2
20224.775,24.576,24.590,7
20235.269,85.039,15.039,6
20245.828,5niet gepubliceerd5.557,6

Bron: NZa kerncijfers ggz; Zorgcijfersdatabank landelijke ontwikkelingen Zvw; de Nederlandse ggz, Factsheet financiering ggz 2025

Drie reeksen over hetzelfde onderwerp en hetzelfde jaar lopen tot ruim 270 miljoen euro uiteen, doordat ze de poh-ggz, de acute ggz en nagekomen declaraties anders behandelen. Zorgcijfersdatabank waarschuwt zelf dat de twee meest recente jaren nog niet zijn uitgedeclareerd en aan verandering onderhevig zijn. Wie bedragen uit verschillende bronnen door elkaar gebruikt, bouwt een trend uit incompatibele cijfers.

Deel 10

Wat psychische aandoeningen als ziektegroep kosten

Naast de kosten per zorgsector bestaat er een tweede manier om naar hetzelfde geld te kijken: toewijzing aan ziektegroepen. De studie Kosten van Ziekten van het RIVM, gepubliceerd via VZinfo, deelt de totale zorguitgaven toe aan diagnoses. Het meest recente volledige peiljaar is 2019. In die telling is de ggz-sector niet de eenheid; de diagnose is dat.

97 miljardtotale zorguitgaven, maatschappelijk perspectief, 2019

Dat was 5.600 euro per inwoner. Van dat bedrag kon 81,2 procent, ruim 78,6 miljard euro, aan een ziektegroep worden toegewezen; voor 18,2 miljard euro was daarvoor niet genoeg informatie.

Bron: VZinfo, Kosten van Ziekten, samenvatting

28,4 miljardzorguitgaven aan psychische stoornissen, 2019

Psychische stoornissen waren met 29,3 procent van alle zorguitgaven de duurste diagnosegroep volgens de ICD-10-hoofdgroepen. Dementie en verstandelijke beperking zijn daarbinnen de grootste posten.

Bron: VZinfo, ranglijst aandoeningen op basis van zorguitgaven

8,5 miljardpsychische stoornissen exclusief dementie en verstandelijke beperking, 2019

Dat is 8,7 procent van de totale zorguitgaven, iets meer dan ziekten van het spijsverteringsstelsel met 6,8 miljard euro en 7,0 procent en ziekten van het hartvaatstelsel met 6,8 miljard euro en 7,0 procent.

Bron: VZinfo, ranglijst aandoeningen op basis van zorguitgaven

10.309 miljoenzorguitgaven dementie, 2019

Dementie was in 2019 de duurste losse aandoening van Nederland, 10,6 procent van alle zorguitgaven, gevolgd door verstandelijke beperking inclusief Downsyndroom met 9.638 miljoen euro en 9,9 procent.

Bron: VZinfo, ranglijst aandoeningen op basis van zorguitgaven

ongeveer 80 procentaandeel langdurige zorguitgaven voor psychische stoornissen en hart- en vaatziekten, 2019

Bij de langdurige zorg gaat ongeveer 80 procent van de uitgaven naar psychische stoornissen, waaronder dementie en verstandelijke beperking, en hart- en vaatziekten. Alleen voor dementie en verstandelijke beperking samen was dat 12,7 miljard euro.

Bron: VZinfo, Kosten van Ziekten, samenvatting

29,1 miljardzorguitgaven ziekenhuis- en medisch-specialistische zorg, 2019

Dat was 30 procent van het totaal, voor ouderenzorg met 20,6 miljard euro en 21 procent, gehandicaptenzorg met 11,1 miljard euro en 11,5 procent en eerstelijnszorg met 10,1 miljard euro en 10,5 procent.

Bron: VZinfo, Kosten van Ziekten, samenvatting

Psychische aandoeningen in de landelijke ranglijst van zorguitgaven, 2019 (bedragen in miljoenen euro)

Plek op de landelijke ranglijstAandoeningZorguitgaven 2019
1Dementie10.309
2Verstandelijke beperking, inclusief syndroom van Down9.638
5Schizofrenie1.421
9Aandoeningen gerelateerd aan alcohol en drugs1.091
10Depressieve stoornissen1.041
15Persoonlijkheidsstoornissen820
21Angst-, dwang- en stressstoornissen648
33Bipolaire en overige stemmingsstoornissen403

Bron: VZinfo, ranglijst aandoeningen op basis van zorguitgaven

Ter vergelijking: coronaire hartziekten stonden op plek 4 met 1.439 miljoen euro, beroerte op plek 6 met 1.361 miljoen euro, diabetes mellitus op plek 7 met 1.308 miljoen euro en borstkanker op plek 16 met 813 miljoen euro. Acht van de veertig duurste aandoeningen van Nederland zijn psychische aandoeningen, de twee duurste daarbij. Peiljaar is 2019; dit is dus geen actueel cijfer maar het laatste volledige peiljaar van deze studie, met wijzigingsdatum juli 2022.

Lees dit eerst

Valkuilen voordat je deze cijfers citeert

  1. De dip van 2021 is geen daling In de NZa-reeks zakken de ggz-kosten in 2021 naar 3.127,2 miljoen euro, min 30,7 procent, om in 2022 met 52,7 procent te stijgen. Dat is geen zorginhoudelijke beweging. Het is het gevolg van de overgang naar het zorgprestatiemodel, waarbij de diagnose-behandelcombinaties uit de oude bekostiging per 31 december 2021 zijn afgesloten en er eenmalig minder zorg aan 2021 is toegerekend. Zowel de brancheorganisatie als Vektis benoemt dit expliciet. Wie deze zes jaren als trendlijn in een grafiek zet, vertelt iets onwaars. De eerlijke presentatie is: 2019 tot 2021 als een reeks, 2022 tot 2024 als een reeks, met de breuk ertussen benoemd.
  2. 4.400 en 2.788 zijn twee dingen, geen tegenspraak Vektis telt voor 2024 ongeveer 4.400 vrijgevestigde praktijken die zorg declareren in de geneeskundige ggz. De NZa komt voor hetzelfde jaar op 2.788 vrijgevestigden. Dat zijn twee definities van hetzelfde woord, niet twee metingen van hetzelfde ding. Gebruik de cijfers nooit door elkaar en noem bij elk aantal welke bron en welke afbakening erbij hoort. Daar komt nog een derde telling bij: via het kwaliteitsstatuut zijn er bijna 600 psychiaters en 6.000 psychologische zorgverleners als regiebehandelaar bij een kleinere praktijk, plus ruim 670 instellingen.
  3. Basis-ggz tegen gespecialiseerde ggz is niet meer openbaar Tot en met 2021 publiceerde de NZa de kosten gesplitst naar generalistische basis-ggz, gespecialiseerde ggz en langdurige ggz. Vanaf 2022 staat op die plaatsen NA. Het onderscheid zit niet meer in de declaratie en is daardoor ook uit het CBS-bestand verdwenen; het CBS schrijft dat zelf op. Het laatste harde bedrag voor de basis-ggz is 231,6 miljoen euro over 2021, en voor de gespecialiseerde ggz 2.491,5 miljoen euro, beide uit een jaar met een modelbreuk. Dit is een kennislacune in het Nederlandse zorgstelsel, niet een cijfer dat met wat zoeken te vinden is. Wie toch een verdeling wil noemen, kan alleen terugvallen op een patientaandeel: 27 procent van de patienten wordt binnen de basis-ggz behandeld, aldus Vektis over 2024.
  4. Vijf wetten, en een ervan is niet te meten De ggz wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Wet forensische zorg. De brancheorganisatie schrijft zelf dat de ggz-kosten binnen de Wmo niet apart terug te vinden zijn in openbare bronnen: gemeenten ontvangen het geld via het Gemeentefonds en het CBS-dashboard over Wmo-maatwerkvoorzieningen maakt geen aparte ggz-categorie. Een totaalbedrag voor de hele Nederlandse ggz is daarom niet te onderbouwen. Elk bedrag dat als zodanig wordt gepresenteerd, is een schatting met een onbekende marge.
  5. Drie bronnen, drie bedragen voor hetzelfde jaar Over 2024 noemt de NZa 5.828,5 miljoen euro als totaal, 5.467,3 miljoen euro als prestaties binnen het zorgprestatiemodel; Zorgcijfersdatabank komt via de brancheorganisatie op 5.557,6 miljoen euro inclusief acute ggz; en het begrote macrokader werd bijgesteld naar 5,5 miljard euro. Dat verschilt tot ruim 270 miljoen euro. Het komt door een andere behandeling van de poh-ggz, de acute ggz en nagekomen declaraties. Kies een bron, noem die bron, en gebruik niet jaar A uit de ene en jaar B uit de andere.
  6. De twee meest recente jaren zijn nooit definitief Zorgcijfersdatabank zet bij de twee meest recente jaren een asterisk: nog niet uitgedeclareerd en aan verandering onderhevig. Vektis meldt dat het macrokader voor 2024 in 2025 nog met 200 miljoen euro naar boven is bijgesteld, naar 5,5 miljard euro, en dat 2025 nog een raming is. Een cijfer over het meest recente jaar is dus altijd voorlopig. Noem het jaar en de publicatiedatum, niet alleen het bedrag.
  7. Het gemiddelde verbergt de verdeling De gemiddelde ggz-kosten per gebruiker waren in 2023 volgens het CBS 5.208 euro, de mediaan 1.950 euro. Dat verschil komt van een kleine groep met zeer hoge kosten: een procent van de ggz-gebruikers zat boven de 61 duizend euro, het hoogste 99e percentiel van alle Zvw-zorgvormen. Vektis laat de andere kant van dezelfde munt zien: 5 procent van de patienten werd opgenomen en die groep maakte 40,3 procent van de kosten, gemiddeld 45 duizend euro per persoon tegen 3,5 duizend euro zonder opname. Noem bij een gemiddelde in de ggz altijd de mediaan of de spreiding erbij.
  8. Kosten van Ziekten is een ander perspectief, en uit 2019 De 28,4 miljard euro en de 29,3 procent voor psychische stoornissen komen uit de studie Kosten van Ziekten en zijn geen ggz-sectorcijfer. Het bedrag omvat dementiezorg en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, die grotendeels in de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg wordt geleverd en niet in de ggz. Zonder die twee groepen blijft 8,5 miljard euro over, 8,7 procent. Daarnaast is het peiljaar 2019 met wijzigingsdatum juli 2022: dit is het laatste volledige peiljaar, niet een actueel cijfer. Zet het dus nooit naast de 5,83 miljard euro van de NZa alsof het twee metingen van hetzelfde zijn.
Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • De geneeskundige ggz binnen de Zorgverzekeringswet kostte in 2024 5.828,5 miljoen euro voor 1.544.288 patienten, en dat zijn de hoogste waarden in de hele openbare reeks.
  • De kostenstijging van de afgelopen jaren komt in de Zvw-data vooral uit het aantal mensen en uit prijsindexatie, niet uit duurdere individuele behandelingen: het aantal gebruikers groeide met 7,1 procent per jaar terwijl de kosten per gebruiker met 0,6 procent per jaar daalden, en van de stijging over 2016 tot 2025 wordt 46 procent verklaard door prijsindexatie.
  • De kosten zijn extreem ongelijk verdeeld: 5 procent van de patienten wordt opgenomen en die groep maakt 40,3 procent van de kosten, terwijl een procent van de gebruikers boven de 61 duizend euro uitkomt.
  • Hetzelfde geldt voor het aanbod: 11,8 procent van de aanbieders behandelt 77,6 procent van de patienten en maakt 93,0 procent van de kosten.
  • De ggz is de enige grote zorgvorm waarvan de kosten per persoon piekt bij jongvolwassenen in plaats van bij ouderen: 516 euro per persoon bij 20- tot 40-jarigen tegen 112 euro bij 80-plussers.
  • Twee grote kennislacunes maken het stelsel niet volledig te meten: de uitsplitsing tussen basis-ggz en gespecialiseerde ggz bestaat sinds 2022 niet meer in de data, en de ggz-kosten binnen de Wmo zijn uit openbare bronnen helemaal niet te herleiden.
  • Een enkel totaalbedrag voor de hele Nederlandse ggz is daarom niet te onderbouwen; wat wel kan is per wet en per bron een bedrag noemen met het jaar erbij.
  • Twee breuken in de reeksen, 2021 bij de kosten en 2022 bij het aantal vrijgevestigden, zijn allebei administratief van aard; wie ze als ontwikkeling presenteert, presenteert iets dat niet is gebeurd.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Alle cijfers op deze pagina komen uit acht bronnen die voor het samenstellen van deze pagina zijn opgevraagd en uitgelezen: de kerncijfers geestelijke gezondheidszorg van de Nederlandse Zorgautoriteit, inclusief de onderliggende datasets over kosten, kosten binnen het zorgprestatiemodel, patientaantallen en aantallen zorgaanbieders; de Factsheet ggz van Vektis van januari 2026; de pagina landelijke ontwikkelingen Zvw van Zorgcijfersdatabank van het Zorginstituut Nederland; de Factsheet financiering van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland van de Nederlandse ggz van september 2025; de CBS-longread Wie hebben de meeste zorgkosten over verslagjaar 2023; het CBS-nieuwsbericht over de zorguitgaven in 2024; en de samenvatting en de ranglijst zorguitgaven van VZinfo, gebaseerd op de RIVM-studie Kosten van Ziekten met peiljaar 2019. Bij elk cijfer staan het jaar en de bron vermeld, omdat de bronnen verschillende afbakeningen hanteren en de peiljaren uiteenlopen van 2019 tot 2026. Bedragen zijn overgenomen zoals de bron ze publiceert, zonder herberekening of indexatie. Waar een bron zelf een voorbehoud maakt, zoals voorlopige of nog niet uitgedeclareerde jaren, of waar een reeks een administratieve breuk bevat, is dat bij de tabel of de stat vermeld. Cijfers die niet uit een geopende bron konden worden geverifieerd, staan niet op deze pagina. Tarieven per consult en bedragen rond het eigen risico vallen buiten deze pagina.

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.

Gebruikte bronnen

Vragen

Veelgestelde vragen

Wat kost de ggz in Nederland per jaar?

De geneeskundige ggz binnen de Zorgverzekeringswet kostte in 2024 5.828,5 miljoen euro, aldus de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarbovenop komt de langdurige ggz binnen de Wet langdurige zorg met 2.247.419.957 euro in 2024 en de forensische zorg met 978 miljoen euro in 2023. De ggz-kosten binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugd-ggz binnen de Jeugdwet zijn niet apart uit openbare bronnen te halen. Een betrouwbaar totaalbedrag voor de hele Nederlandse ggz bestaat daarom niet.

Hoeveel mensen krijgen in Nederland geestelijke gezondheidszorg?

Volgens Vektis ontvingen in 2024 1,574 miljoen mensen zorg vanwege psychische klachten: 978 duizend in de geneeskundige ggz, 765 duizend bij de huisarts via onder meer de praktijkondersteuner ggz, met 173 duizend mensen die in hetzelfde jaar beide kregen, en 32 duizend mensen binnen de Wet langdurige zorg. De NZa komt met een eigen afbakening op 1.544.288 patienten in 2024.

Waarom dalen de ggz-kosten in 2021 zo sterk?

Dat is een administratief effect, geen echte daling. Per 1 januari 2022 is het zorgprestatiemodel ingevoerd en zijn de diagnose-behandelcombinaties uit de oude bekostiging per 31 december 2021 afgesloten. Daardoor is eenmalig minder zorg aan het jaar 2021 toegerekend. De gerapporteerde kosten zakten van 4.511,4 miljoen euro in 2020 naar 3.127,2 miljoen euro in 2021, min 30,7 procent, en sprongen in 2022 met 52,7 procent terug omhoog. Het aantal patienten liep in 2021 juist licht op, wat bevestigt dat het om de boekhouding gaat en niet om de zorg.

Hoeveel kost een ggz-patient gemiddeld?

Dat hangt sterk af van wat je meet. Volgens het CBS waren de gemiddelde Zvw-ggz-kosten per gebruiker in 2023 5.208 euro, met een mediaan van 1.950 euro. Volgens Vektis kostte een patient met ten minste een dag opname in 2024 gemiddeld 45 duizend euro en een patient zonder opname 3,5 duizend euro. Het gemiddelde zegt in de ggz dus weinig zonder de spreiding erbij: een procent van de gebruikers zat in 2023 boven de 61 duizend euro.

Welk deel van de ggz-kosten gaat naar opname?

Binnen het zorgprestatiemodel kostte intramuraal verblijf in 2024 1.234,8 miljoen euro, naast 4.106,4 miljoen euro aan consulten en 126,1 miljoen euro aan overige prestaties. Vektis kijkt naar de patientgroep in plaats van naar de prestatie en komt op 2,2 miljard euro, 40,3 procent van de kosten, voor de 48,6 duizend mensen met verblijf. Het verblijf zelf is daarvan 1,2 miljard euro, de rest is behandeling van diezelfde groep.

Hoe groot is de ggz binnen het Nederlandse zorgstelsel?

In 2024 werd in Nederland 113,5 miljard euro aan gezondheidszorg uitgegeven, 10,0 procent van het bruto binnenlands product, waarvan 57,2 miljard euro via de Zorgverzekeringswet. De ggz-kosten van 5,83 miljard euro zijn daarmee ruim 10 procent van de Zvw. In de gemiddelde kosten per verzekerde is de ggz met 9 procent de derde post, na ziekenhuiszorg met 52 procent en farmacie met 10 procent. Het begrote macrokader voor de ggz is ongeveer 12 procent van het totale Zvw-macrokader.

Hoeveel wordt er in Nederland uitgegeven aan psychische aandoeningen?

Dat is een andere vraag dan wat de ggz kost. In de RIVM-studie Kosten van Ziekten, peiljaar 2019, waren psychische stoornissen met 28,4 miljard euro en 29,3 procent van alle zorguitgaven de duurste diagnosegroep van Nederland. Daar zitten dementie met 10.309 miljoen euro en verstandelijke beperking met 9.638 miljoen euro in, zorg die grotendeels buiten de ggz wordt geleverd. Zonder die twee groepen blijft 8,5 miljard euro over, 8,7 procent van de zorguitgaven.

Hoeveel ggz-aanbieders zijn er in Nederland?

Dat hangt af van de telling. Vektis komt voor 2024 op bijna 5.000 declarerende aanbieders: 600 vaak grote instellingen en 4.400 vrijgevestigde praktijken, waarvan 400 van psychiaters en 4.000 van andere psychologische zorgverleners. De NZa hanteert een andere afbakening en komt op 429 instellingen en 2.788 vrijgevestigden. Via het kwaliteitsstatuut zijn er ruim 670 instellingen, bijna 600 psychiaters en 6.000 psychologische zorgverleners als regiebehandelaar bij een kleinere praktijk. Opnemen kan maar bij ongeveer 110 instellingen.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Meer cijferoverzichten