DiversaMente › Cijfers › Psychologen in Nederland in cijfers

Cijferoverzicht

Psychologen en ggz-behandelaren in Nederland in cijfers

Over het aantal psychologen in Nederland circuleren getallen die zelden bij hetzelfde horen. Op deze pagina staan alleen cijfers uit bronnen die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen: de registratiecijfers van het BIG-register bij het CIBG, het Capaciteitsplan 2027-2030 van het Capaciteitsorgaan met het bijbehorende verantwoordingsrapport, de AZW-tabellen van het CBS over werknemers in de zorg en welzijn, de kerncijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit, de Factsheet ggz van Vektis en een Nivel-notitie over de groep die in geen register staat. Bij elk getal staat welke bron het meet, over welke groep het gaat en op welke peildatum.

Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.

21.820gz-psychologen in het BIG-register, 1 oktober 2026

Het BIG-register telt 21.820 registraties als gezondheidszorgpsycholoog, de grootste psychologische beroepsgroep in de Wet BIG. Daarnaast staan er 5.983 psychotherapeuten, 4.185 psychiaters en 2.798 orthopedagogen-generalist geregistreerd.

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, aantal registraties per 1 oktober 2026

14.141werkzame gz-psychologen, 1 januari 2025

Het Capaciteitsorgaan komt voor dezelfde beroepsgroep op 14.141 mensen die het beroep daadwerkelijk uitoefenen, tegenover 20.005 registraties op diezelfde peildatum. Het verschil zit in dubbelregistraties en in geregistreerden die niet in het beroep werken.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabellen 1 en 3

86,4%gz-psychologen in het BIG-register, 1 oktober 2026

Van de 21.820 geregistreerde gz-psychologen zijn 18.858 vrouw en 2.962 man. Bij de psychotherapeuten is dat 4.550 tegen 1.433 en bij de orthopedagogen-generalist 2.681 tegen 117.

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, man/vrouw-verdeling per beroepsgroep per 1 oktober 2026

9.380werknemers uit de ggz-branche, jaar tot kerst 2025

In het jaar tot de laatste vrijdag voor kerst 2025 verlieten 9.380 werknemers met een hoofdbaan in de geestelijke gezondheidszorg de sector zorg en welzijn, tegenover een instroom van 11.370.

Bron: CBS en AZW, Mobiliteit van werknemers; AZW (smal), instroom, uitstroom, saldo, regio (tabel 24056NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

Deel 1

Hoeveel ggz-behandelaren staan er in het BIG-register?

Het BIG-register van het CIBG is de enige volledige telling van behandelaren met een wettelijk beschermde titel. Het register kent vier psychologische beroepen: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut en de twee specialismen klinische psychologie en klinische neuropsychologie. De psychiater zit als specialisme binnen de beroepsgroep artsen en de verpleegkundig specialist ggz binnen de verpleegkundigen.

21.820gz-psychologen, 1 oktober 2026

Van de 21.820 geregistreerde gz-psychologen hebben 18.825 alleen het basisberoep en 2.995 daarnaast een specialisme.

Bron: BIG-register (CIBG), Basisberoep en specialisme per 1 oktober 2026

2.762klinisch psychologen, 1 oktober 2026

Het specialisme klinische psychologie telt 2.762 registraties en klinische neuropsychologie 251, samen 3.013. Het aantal specialisten is met 2.995 lager, omdat sommige specialisten beide specialismen hebben.

Bron: BIG-register (CIBG), Basisberoep en specialisme per 1 oktober 2026

5.983psychotherapeuten, 1 oktober 2026

De psychotherapeut is een apart basisberoep in de Wet BIG zonder specialismen. Het aantal registraties zakte in 2023 naar 4.841 en liep daarna weer op.

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, aantal registraties per 1 oktober 2026

4.185psychiaters, 1 oktober 2026

Psychiatrie is met 4.185 registraties het tweede grootste medische specialisme na huisartsgeneeskunde, dat op 16.130 staat.

Bron: BIG-register (CIBG), Basisberoep en specialisme per 1 oktober 2026

2.003verpleegkundig specialisten ggz, 1 oktober 2026

Binnen de verpleegkundigen zijn 2.003 van de 6.520 specialisten geregistreerd in het specialisme Geestelijke Gezondheidszorg; de overige 4.565 vallen onder Algemene Gezondheidszorg.

Bron: BIG-register (CIBG), Basisberoep en specialisme per 1 oktober 2026

2.798orthopedagogen-generalist, 1 oktober 2026

De orthopedagoog-generalist is sinds 2020 BIG-geregistreerd en groeide van 2.020 registraties in 2022 naar 2.698 per 1 februari 2026.

Bron: BIG-register (CIBG), Verloop over 5 jaar, aantal geregistreerden per beroep per 1 februari

400.442som van de gepubliceerde beroepsgroepen, 1 oktober 2026

De elf beroepsgroepen in de registratiegrafiek tellen samen op tot 400.442 registraties, waarvan 232.064 verpleegkundigen en 83.330 artsen. Dezelfde pagina noemt een totaal van 407.244 met als peildatum 1 juli 2026.

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, aantal registraties per 1 oktober 2026

Aantal BIG-geregistreerde zorgverleners per beroep per 1 februari van ieder jaar, 2022 tot 2026.

Beroepsgroep20222023202420252026
Gz-psycholoog17.93717.47218.90920.06121.210
Psychotherapeut5.4424.8415.1015.4315.811
Orthopedagoog-generalist2.0202.3532.4582.5822.698
Arts (alle artsen samen)78.31877.45078.77780.34882.162
Alle BIG-beroepen samen382.703385.933373.796386.962401.687

Bron: BIG-register (CIBG), Verloop over 5 jaar, aantal geregistreerden per beroep per 1 februari

De reeks is niet vlak. Het totaal zakte van 385.933 in 2023 naar 373.796 in 2024 en stond in 2026 weer op 401.687. Bij de psychotherapeuten viel 2023 met 4.841 ruim 11 procent lager uit dan 2022, waarna het aantal in drie jaar naar 5.811 opliep. Het register publiceert geen verklaring per beroepsgroep bij deze sprongen, dus een reeks door deze jaren heen is niet zonder meer een trend.

Deel 2

Een registratie is nog geen werkende behandelaar

Het Capaciteitsorgaan rekent voor elk ggz-beroep uit hoeveel mensen het beroep ook uitoefenen. Dat gebeurt met CBS-microdata waarin BIG-geregistreerden worden gekoppeld aan werk als belangrijkste inkomstenbron, en met vaste regels voor wie met twee registraties bij welk beroep wordt geteld. Het verschil met het register is groot.

5.864verschil bij de gz-psycholoog, 1 januari 2025

Tegenover 20.005 registraties staan 14.141 werkzame gz-psychologen, een verschil van 5.864 personen oftewel 29 procent van de registraties.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabellen 1 en 3

2.259werkzame psychotherapeuten, 1 januari 2025

Bij de psychotherapeut is het gat het grootst: 5.400 registraties tegenover 2.259 werkzamen. Wie zowel psychotherapeut als klinisch psycholoog of psychiater is, wordt bij dat andere beroep geteld.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabellen 2 en 3

3.501werkzame psychiaters, 2025

Het Capaciteitsorgaan komt voor de psychiatrie op 3.501 werkzame zorgprofessionals, tegenover 4.185 BIG-registraties in het specialisme psychiatrie.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Integraal overzicht (december 2025), tabel 2

18%onvervulde vraag gz-psycholoog, 2025

De onvervulde vraag is bij de gz-psycholoog geschat op 18 procent van het aantal werkzamen, bij de klinisch psycholoog op 17 procent en bij de psychotherapeut op 7 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Kernrapport Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025)

47%onvervulde vraag klinisch neuropsycholoog, 2025

De hoogste onvervulde vraag binnen de ggz-beroepen zit bij de klinisch neuropsycholoog (47 procent), de verpleegkundig specialist ggz (44 procent) en de verslavingsarts KNMG (35 procent). Bij alle medisch specialisten samen is dat 2,2 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Integraal overzicht (december 2025), tabel 1

35%groei werkzame gz-psychologen, eind 2013 tot eind 2023

In tien jaar steeg het aantal werkzame gz-psychologen met 35 procent, de klinisch psychologen met 22 procent, de klinisch neuropsychologen met 71 procent en de verpleegkundig specialisten ggz met 200 procent. Het aantal psychotherapeuten bleef vrijwel gelijk.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Kernrapport Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025)

10.200psychologen en (ortho)pedagogen zonder BIG-registratie, eind 2011

Naast de 11.500 werkzame BIG-geregistreerde psychologen en (ortho)pedagogen schatte het Nivel er eind 2011 nog ongeveer 10.200 zonder registratie, oftewel 37 procent van een totaal van 21.700. Van die groep zonder registratie was 61 procent psycholoog en 29 procent (ortho)pedagoog. Dit is de laatste openbare meting van deze groep.

Bron: Nivel, Notitie niet-BIG-geregistreerde psychologen en (ortho)pedagogen (Van der Velden en Batenburg, 2014)

19%groei werknemers ggz-branche, eind 2013 tot eind 2023

In dezelfde tien jaar steeg het totale aantal werknemers in de geestelijke gezondheidszorg met 19 procent, in de gehandicaptenzorg met 12 procent en in de verpleging, verzorging en thuiszorg met 6 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Kernrapport Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025)

Registraties, werkzame beroepsbeoefenaren en geschatte onvervulde vraag per ggz-beroep, peildatum 1 januari 2025.

BeroepRegistraties BIG of RGSWerkzaamOnvervulde vraag
Gz-psycholoog20.00514.14118%
Psychotherapeut5.4002.2597%
Klinisch psycholoog2.7802.43517%
Klinisch neuropsycholoog22020847%
Verpleegkundig specialist ggz1.8001.72944%
Verslavingsarts KNMG20518935%
Orthopedagoog-generalist2.5752.057niet in dit overzicht

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabellen 1 en 3, en Kernrapport

De toewijzingsregels bij dubbelregistraties bepalen een deel van deze uitkomst. Wie gz-psycholoog en psychotherapeut is, wordt geteld als psychotherapeut; wie gz-psycholoog en klinisch psycholoog is, als klinisch psycholoog; wie psychotherapeut en psychiater is, als psychiater; en de dubbelregistratie gz-psycholoog en orthopedagoog-generalist is verdeeld over 88 procent gz-psycholoog en 12 procent orthopedagoog-generalist. Het Capaciteitsorgaan schrijft dat de daling van het aantal werkzame gz-psychologen en psychotherapeuten ten opzichte van de raming van 2022 voortkomt uit het anders omgaan met deze dubbeltellingen, niet uit een krimp van de beroepsgroep.

Deel 3

Hoe vrouwelijk is de beroepsgroep?

Het BIG-register publiceert per beroepsgroep hoeveel mannen en hoeveel vrouwen er geregistreerd staan. Het Capaciteitsorgaan meet daarnaast het aandeel vrouwen onder de werkzamen en onder de instromers in de opleiding. De twee bronnen komen dicht bij elkaar uit.

18.858vrouwelijke gz-psychologen, 1 oktober 2026

Tegenover 18.858 vrouwelijke gz-psychologen staan 2.962 mannelijke, een verhouding van ruim zes op een.

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, man/vrouw-verdeling per beroepsgroep per 1 oktober 2026

89%vrouwen onder werkzame gz-psychologen, 2025

Het Capaciteitsorgaan meet 89 procent vrouwen onder de werkzame gz-psychologen en eveneens 89 procent onder de instromers in de opleiding.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

96%vrouwen in de opleiding orthopedagoog-generalist, 2025

De orthopedagoog-generalist is het meest vervrouwelijkte ggz-beroep: 96 procent van de instromers in de opleiding en 97 procent van de werkzamen is vrouw.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

91%vrouwen in de opleiding klinisch neuropsycholoog, 2025

Bij de klinisch neuropsycholoog is 91 procent van de instromers in de opleiding vrouw tegenover 79 procent van de huidige werkzamen, het grootste verschil tussen opleiding en beroepsgroep.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

80%vrouwen in de opleiding klinisch psycholoog, 2025

Bij de klinisch psycholoog is 80 procent van de instromers vrouw en 79 procent van de werkzamen, bij de psychotherapeut 81 en 82 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

77%vrouwen bij de verpleegkundig specialist ggz, 2025

De verpleegkundig specialist ggz komt op 77 procent vrouwen, zowel in de opleiding als onder de werkzamen. De tweejarige variant trekt 83 procent vrouwen, de driejarige 75 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

58%vrouwen in de opleiding verslavingsarts KNMG, 2025

De verslavingsarts KNMG is het enige ggz-beroep met een bijna gelijke verdeling: 48 procent van de werkzamen is vrouw en 58 procent van de instromers in de opleiding.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 17

Aantal mannen en vrouwen per BIG-beroepsgroep per 1 oktober 2026, met het aandeel vrouwen in de opleiding waar het Capaciteitsorgaan dat meet.

BeroepsgroepMannenVrouwenAandeel vrouwenAandeel vrouwen in de opleiding
Gz-psychologen2.96218.85886,4%89%
Psychotherapeuten1.4334.55076,0%81%
Orthopedagogen-generalist1172.68195,8%96%
Verloskundigen365.41799,3%niet gemeten
Verpleegkundigen27.068204.99488,3%niet gemeten
Apothekers2.4204.05562,6%niet gemeten
Artsen (alle artsen samen)33.05350.27560,3%niet gemeten
Tandartsen6.4976.38449,6%niet gemeten

Bron: BIG-register (CIBG), Registratiecijfers, man/vrouw-verdeling per beroepsgroep per 1 oktober 2026

De aantallen mannen en vrouwen komen uit het BIG-register; de percentages in de vierde kolom zijn daaruit berekend. Het register geeft de verdeling alleen per beroepsgroep en niet per specialisme. Voor psychiaters, klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen is er dus geen man-vrouwverdeling uit het register: psychiaters vallen onder artsen, de twee psychologiespecialismen onder gz-psychologen.

Deel 4

De leeftijdsopbouw per beroepsgroep

De leeftijdsopbouw bepaalt hoeveel mensen er de komende jaren met pensioen gaan. Het BIG-register publiceert die opbouw per beroepsgroep in zes klassen. De psychologische beroepen hebben een opvallend lege onderkant, doordat de registratie pas volgt na een postmasteropleiding.

285gz-psychologen jonger dan 30 jaar, 1 oktober 2026

Slechts 285 van de 21.820 gz-psychologen zijn jonger dan 30 jaar, oftewel 1,3 procent. Bij de artsen is dat 9.791 van de 83.330.

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

0psychotherapeuten jonger dan 30 jaar, 1 oktober 2026

Er staat geen enkele psychotherapeut jonger dan 30 jaar in het register. De opleiding duurt in de praktijk gemiddeld 3,7 jaar en volgt op een master en vaak op een eerdere registratie.

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

6.451gz-psychologen van 30 tot 40 jaar, 1 oktober 2026

De grootste leeftijdsgroep bij de gz-psychologen is 40 tot 50 jaar met 7.343 registraties, gevolgd door 30 tot 40 jaar met 6.451.

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

1.011gz-psychologen van 70 jaar en ouder, 1 oktober 2026

Van de gz-psychologen is 4,6 procent 70 jaar of ouder. Bij de psychotherapeuten is dat met 675 van de 5.983 registraties 11,3 procent.

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

3.503psychotherapeuten van 50 jaar en ouder, 1 oktober 2026

Bij de psychotherapeuten is 58,5 procent van de registraties 50 jaar of ouder: 1.454 in de klasse 50 tot 60, 1.374 in 60 tot 70 en 675 van 70 jaar en ouder.

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

41,5 jaargemiddelde leeftijd werknemers ggz-branche, kerst 2025

In de hele ggz-branche is de gemiddelde leeftijd van werknemers 41,5 jaar, gelijk aan 2010. Mannen zijn gemiddeld 44,1 jaar en vrouwen 40,8 jaar.

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

Aantal BIG-geregistreerde zorgverleners naar leeftijdsklasse per beroepsgroep, 1 oktober 2026.

BeroepsgroepJonger dan 3030 tot 4040 tot 5050 tot 6060 tot 7070 en ouder
Gz-psychologen2856.4517.3433.8342.8961.011
Psychotherapeuten04612.0191.4541.374675
Orthopedagogen-generalist136671.147548320103
Artsen9.79126.50518.91413.50811.5373.075
Verpleegkundigen53.01555.74439.63542.44039.1592.071
Alle BIG-geregistreerden75.361110.46183.22571.21464.2298.829

Bron: BIG-register (CIBG), Leeftijdsopbouw, leeftijd per beroepsgroep per 1 oktober 2026

Een registratie van iemand van 70 jaar of ouder betekent niet dat die persoon nog behandelt. Het BIG-register schrijft zelf dat van de groep ouder dan 65 jaar mag worden aangenomen dat zij niet meer praktiserend zijn, en dat zij de titel mogen voeren mits zij daarachter voluit de woorden niet praktiserend vermelden. Van de 4.713 doorhalingen in 2025 betrof 1.396 mensen ouder dan 65 jaar.

Deel 5

In welke sector werken ze?

Het Nivel koppelde in opdracht van het Capaciteitsorgaan BIG-geregistreerde zorgprofessionals aan de bedrijfsindeling van hun werkgever. Daaruit volgt per beroep een verdeling over sectoren. De ggz is niet voor elk beroep de grootste werkgever.

56,3%psychotherapeuten, CBS-microdata tot en met 2023

Van de psychotherapeuten werkt 56,3 procent in een praktijk van psychotherapeuten, psychologen of pedagogen, meer dan het dubbele van het aandeel bij de gz-psycholoog.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 6

32,0%gz-psychologen, CBS-microdata tot en met 2023

Bij de gz-psycholoog is de ggz en verslavingszorg met overnachting de grootste sector met 32,0 procent, gevolgd door de praktijken met 26,7 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 5

68,3%verpleegkundig specialisten ggz, CBS-microdata tot en met 2023

De verpleegkundig specialist ggz werkt het sterkst geconcentreerd: 68,3 procent in de ggz en verslavingszorg met overnachting en slechts 3,3 procent in een psychologenpraktijk.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 9

43,8%klinisch neuropsychologen, CBS-microdata tot en met 2023

De klinisch neuropsycholoog is het enige ggz-beroep met het ziekenhuis als grootste werkplek: 43,8 procent, tegen 27,0 procent in de ggz met overnachting.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 8

20,4%orthopedagogen-generalist, CBS-microdata tot en met 2023

Bij de orthopedagoog-generalist ligt het zwaartepunt buiten de ggz: 21,2 procent in een praktijk, 20,4 procent in het onderwijs, 18,0 procent in de gehandicaptenzorg en 11,1 procent in de ggz met overnachting.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 10

6,5%gz-psychologen in de gehandicaptenzorg, CBS-microdata tot en met 2023

De gz-psycholoog is het breedst verdeeld van alle ggz-beroepen, met 7,8 procent in ziekenhuizen, 6,5 procent in de gehandicaptenzorg, 5,5 procent in het onderwijs, 4,5 procent in de verpleging, verzorging en thuiszorg en 1,7 procent bij Justitie en het gevangeniswezen.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 5

Percentage werkzamen per sector, per ggz-beroep, op basis van CBS-microdata over 2013 tot 2023. De kolommen tellen per beroep op tot ongeveer 100 procent.

SectorGz-psycholoogPsychotherapeutKlinisch psycholoogVerpleegkundig specialist ggzOrthopedagoog-generalist
Ggz en verslavingszorg met overnachting32,026,140,668,311,1
Praktijken van psychotherapeuten, psychologen, pedagogen26,756,332,93,321,2
Ziekenhuizen7,83,710,75,42,5
Praktijken van psychiaters en dagbehandeling ggz6,85,05,49,73,8
Gehandicaptenzorg6,50,80,91,218,0
Onderwijs5,52,12,2niet apart20,4
Verpleging, verzorging en thuiszorg4,50,61,42,11,3
Jeugd3,31,21,62,412,3
Ministerie van Justitie en gevangeniswezen1,7niet apart0,51,71,5
Overig5,24,13,95,97,9

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabellen 5 tot 10, bewerking Nivel op CBS-microdata

Bij kleine aantallen voegt het CBS categorieen samen om individuen niet herleidbaar te maken. Bij de verpleegkundig specialist ggz staan jeugd en onderwijs daarom samen op 2,4 procent; dat getal staat hier in de rij Jeugd. Bij de psychotherapeut is Justitie niet apart gerapporteerd. De klinisch neuropsycholoog kent maar vier categorieen en staat daarom niet in deze tabel: ziekenhuizen 43,8 procent, ggz met overnachting 27,0 procent, overig 18,5 procent en praktijken 10,7 procent.

Deel 6

Loondienst tegenover vrijgevestigd

Hoeveel behandelaren voor eigen rekening werken, hangt volledig af van wie je het vraagt. Het CBS meet via de enquete beroepsbevolking hoeveel mensen in de ggz-branche zelfstandig zijn. Vektis en de Nederlandse Zorgautoriteit tellen praktijken, en komen voor hetzelfde jaar op twee getallen die ver uiteen liggen.

4.400vrijgevestigde praktijken volgens Vektis, 2024

Vektis telt in 2024 bijna 5.000 zorgaanbieders die declareren binnen de geneeskundige ggz: 600 vaak grote instellingen en 4.400 vrijgevestigde praktijken, waarvan 400 praktijken van psychiaters en 4.000 van andere psychologische zorgverleners.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, paragraaf over zorgaanbieders in de geneeskundige ggz (verslagjaar 2024)

2.788vrijgevestigden volgens de NZa, 2024

De Nederlandse Zorgautoriteit komt voor hetzelfde jaar op 2.788 vrijgevestigden en 429 instellingen. In 2019 waren dat 2.471 vrijgevestigden en 328 instellingen; het aantal vrijgevestigden piekte in 2023 op 3.101.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, Kerncijfers ggz, dataset aantal zorgaanbieders 2019 tot 2024

10 zorgverlenersgrens tussen instelling en vrijgevestigde bij de NZa

De NZa telt een aanbieder als instelling zodra er meer dan tien zorgverleners onder dezelfde AGB-code werken, en als vrijgevestigde bij tien of minder. Daarnaast geldt een minimale jaaromzet om meegeteld te worden. Vektis hanteert dat criterium niet.

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit, Kerncijfers ggz, toelichting op de telling van instellingen en vrijgevestigden

6.000psychologische zorgverleners met een kwaliteitsstatuut, 2024

Een derde telling loopt via het kwaliteitsstatuut ggz: ruim 670 instellingen, bijna 600 psychiaters en 6.000 psychologische zorgverleners die als regiebehandelaar bij een kleinere praktijk staan.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, paragraaf over zorgaanbieders in de geneeskundige ggz (verslagjaar 2024)

16.000zelfstandigen in de ggz-branche, 2025

Volgens de enquete beroepsbevolking werkten in 2025 ongeveer 16 duizend van de 124 duizend werkzame personen in de ggz-branche als zelfstandige, waarvan 14 duizend zonder personeel.

Bron: CBS en AZW, Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring (tabel 24163NED), branche geestelijke gezondheidszorg

13%aandeel zelfstandigen in de ggz-branche, 2025

Het aandeel zelfstandigen in de ggz-branche schommelt sinds 2015 tussen de 12 en 15 procent: 12 duizend op 93 duizend in 2015 en 16 duizend op 124 duizend in 2025.

Bron: CBS en AZW, Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring (tabel 24163NED), branche geestelijke gezondheidszorg

77,6%patienten bij instellingen, 2024

De 600 instellingen die Vektis onderscheidt zijn 11,8 procent van alle ggz-aanbieders, maar behandelen 77,6 procent van de patienten en maken 93,0 procent van de kosten.

Bron: Vektis, Factsheet ggz, paragraaf over zorgaanbieders in de geneeskundige ggz (verslagjaar 2024)

Werkzame personen in de branche geestelijke gezondheidszorg naar positie in de werkkring, in duizenden personen.

Positie in de werkkring20152019202320242025
Totaal werkzame personen93101107111124
Werknemer80869495109
Werknemer met vaste arbeidsrelatie5969798091
Werknemer met flexibele arbeidsrelatie2217151518
Zelfstandige1215131616
Zelfstandige zonder personeel1114121414
Zelfstandige met personeel12222

Bron: CBS en AZW, Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring (tabel 24163NED), branche geestelijke gezondheidszorg

Deze cijfers komen uit de enquete beroepsbevolking en zijn afgerond op duizenden, waardoor de onderdelen niet precies optellen tot het totaal. Ze gaan over iedereen die in de ggz-branche werkt, in alle functies, en niet over psychologen als beroepsgroep. Het CBS definieert die branche als de som van drie codes uit de bedrijfsindeling: geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting (86104), praktijken van psychiaters en dagbehandelcentra (86222) en praktijken van psychotherapeuten en psychologen (86913). Vrijgevestigde praktijken zitten er dus in.

Deel 7

Hoeveel uur werken ze?

De deeltijdfactor is het aandeel van een volledige werkweek dat iemand gemiddeld werkt. Het Capaciteitsorgaan berekent die uit twee bronnen naast elkaar: CBS-microdata en de administratie van het pensioenfonds PFZW. Het verschil tussen die twee is zelf informatief, want PFZW kent alleen mensen in loondienst.

79%deeltijdfactor vrouwelijke gz-psychologen, 2024

Vrouwelijke gz-psychologen werken volgens de CBS-data gemiddeld 79 procent van een volledige werkweek, mannelijke 89 procent. Sinds 2018 schommelt dat tussen 78 en 79 procent bij vrouwen en tussen 88 en 90 procent bij mannen.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 13

76%deeltijdfactor vrouwelijke psychotherapeuten, 2024

Bij de psychotherapeut zakte de deeltijdfactor van vrouwen in de CBS-data van 78 procent in 2018 naar 76 procent in 2024. Voor mannen ontbreken de CBS-cijfers vanaf 2021 omdat de groep te klein is om te rapporteren.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 13

84%deeltijdfactor klinisch psychologen, 2024

De klinisch psycholoog werkt de meeste uren van de psychologische beroepen: volgens de CBS-data 84 procent bij vrouwen en 93 procent bij mannen, volgens PFZW 83 en 93 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 13

89%deeltijdfactor verpleegkundig specialisten ggz, 2024

De verpleegkundig specialist ggz heeft de hoogste deeltijdfactor van alle ggz-beroepen: 89 procent bij vrouwen en 97 procent bij mannen volgens de CBS-data.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 13

3 puntenverschil tussen de twee bronnen, gz-psycholoog 2024

Voor vrouwelijke gz-psychologen geeft het CBS 79 procent en PFZW 76 procent; bij de psychotherapeut is dat 76 tegen 74 procent. Het Capaciteitsorgaan noemt als hypothese dat PFZW structureel lager uitkomt omdat vrijgevestigden daar niet in zitten.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), paragraaf 2.2.2 en tabel 13

2,1 jaargemiddelde opleidingsduur gz-psycholoog

De opleiding tot gz-psycholoog duurt nominaal 2 jaar en feitelijk gemiddeld 2,1 jaar. Bij de psychotherapeut is dat 4 tegen 3,7 jaar, bij de klinisch psycholoog 4 tegen 3,9 jaar en bij de klinisch neuropsycholoog 4 tegen 4,4 jaar.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 16

Deeltijdfactor per ggz-beroep in 2024, uit twee bronnen naast elkaar. PFZW omvat alleen werknemers in loondienst.

BeroepCBS, mannenCBS, vrouwenPFZW, mannenPFZW, vrouwen
Gz-psycholoog89%79%84%76%
Psychotherapeutte klein om te rapporteren76%79%74%
Klinisch psycholoog93%84%93%83%
Klinisch neuropsycholoogte klein om te rapporterente klein om te rapporteren77%75%
Verpleegkundig specialist ggz97%89%94%83%
Orthopedagoog-generalistte klein om te rapporteren79%86%74%
Verslavingsarts KNMGgeen datageen data91%82%

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 13

Het CBS rapporteert niets als een groep uit minder dan tien personen bestaat, wat bij mannelijke psychotherapeuten, mannelijke klinisch neuropsychologen en mannelijke orthopedagogen-generalist het geval is. Het Capaciteitsorgaan tekent bij de PFZW-cijfers aan dat de functie-indeling door werkgevers zelf wordt ingevuld en aan verandering onderhevig is, waardoor een verloop van enkele personen in kleine groepen al een grote stap in de data geeft. In de raming zijn de deeltijdfactoren daarom gelijkgehouden aan die van 2022.

Deel 8

Waar in Nederland staan ze geregistreerd?

Het BIG-register publiceert eenmaal per jaar het aantal geregistreerden per provincie. De spreiding is zeer ongelijk, en ongelijker dan bij de zorgverleners als geheel.

3.705gz-psychologen in Noord-Holland, 1 februari 2026

Noord-Holland telt de meeste geregistreerde gz-psychologen met 3.705, gevolgd door Zuid-Holland met 3.397 en Gelderland met 3.129.

Bron: BIG-register (CIBG), Aantal geregistreerde gz-psychologen per provincie per 1 februari 2026

184gz-psychologen in Flevoland, 1 februari 2026

Flevoland telt 184 geregistreerde gz-psychologen en Zeeland 230, de twee laagste aantallen van het land.

Bron: BIG-register (CIBG), Aantal geregistreerde gz-psychologen per provincie per 1 februari 2026

2.801gz-psychologen in Utrecht, 1 februari 2026

Utrecht heeft 2.801 gz-psychologen bij 36.207 geregistreerde zorgverleners in totaal, een aandeel van 7,7 procent. In Flevoland is dat 184 op 7.225, oftewel 2,5 procent.

Bron: BIG-register (CIBG), Registraties per provincie per 1 februari 2026

1.260psychotherapeuten in Noord-Holland, 1 februari 2026

Noord-Holland telt 1.260 van de 5.658 aan een provincie toegewezen psychotherapeuten, bijna een kwart van het totaal. Utrecht komt met 805 hoger uit dan Gelderland met 795, bij minder dan driekwart van het aantal gz-psychologen.

Bron: BIG-register (CIBG), Aantal geregistreerde psychotherapeuten per provincie per 1 februari 2026

35psychotherapeuten in Flevoland, 1 februari 2026

In Flevoland staan 35 psychotherapeuten geregistreerd en in Zeeland 56. Samen zijn dat 91 van de 5.658, oftewel 1,6 procent.

Bron: BIG-register (CIBG), Aantal geregistreerde psychotherapeuten per provincie per 1 februari 2026

470gz-psychologen zonder provincie, 1 februari 2026

De provinciepagina van het register noemt 20.740 gz-psychologen in totaal, terwijl de verlooppagina voor dezelfde peildatum 21.210 geeft. Voor 470 registraties is dus geen provincie bekend.

Bron: BIG-register (CIBG), Aantal geregistreerde gz-psychologen per provincie per 1 februari 2026

Aantal BIG-geregistreerde gz-psychologen, psychotherapeuten en zorgverleners in totaal per provincie, 1 februari 2026.

ProvincieGz-psychologenPsychotherapeutenAlle BIG-geregistreerde zorgverleners
Groningen1.02625917.445
Friesland52412914.904
Drenthe61614613.191
Overijssel1.23423228.387
Flevoland184357.225
Gelderland3.12979551.182
Utrecht2.80180536.207
Noord-Holland3.7051.26059.655
Zuid-Holland3.39791373.557
Zeeland230567.671
Noord-Brabant2.76566953.938
Limburg1.12935926.418

Bron: BIG-register (CIBG), Registraties per provincie per 1 februari 2026

Deze kolommen tellen niet op tot de landelijke totalen. De provincies tellen op tot 20.740 gz-psychologen, 5.658 psychotherapeuten en 389.780 zorgverleners, terwijl het register voor dezelfde peildatum 21.210, 5.811 en 401.687 noemt. Het register vermeldt bovendien niet welk adres de provincie bepaalt, dus of het om de woonplaats of de praktijkplaats gaat is uit de bron niet op te maken.

Deel 9

De ggz als werkgever

Naast de beroepsregisters bestaat er een tweede meting: het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn van het CBS telt per kwartaal alle werknemers in de branche geestelijke gezondheidszorg, in alle functies. Die telling loopt vanaf 2010 en laat zien dat de branche vervrouwelijkt.

114.900werknemers in de ggz-branche, kerst 2025

De branche geestelijke gezondheidszorg had op de laatste vrijdag voor kerst 2025 114,9 duizend werknemers, tegenover 83,4 duizend eind 2010. In het eerste kwartaal van 2026 stond de teller op 115,5 duizend.

Bron: CBS en AZW, Werknemers met een baan in de zorg en welzijn (tabel 24062NED), branche geestelijke gezondheidszorg

77,2%vrouwen in de ggz-branche, kerst 2025

Van de 113,6 duizend in Nederland wonende werknemers in de ggz-branche waren 87,7 duizend vrouw en 25,9 duizend man. In 2010 was dat 71,8 procent vrouw.

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

2,7 duizendextra mannen in de ggz-branche, 2010 tot 2025

In vijftien jaar groeide het aantal vrouwen in de branche met 28,6 duizend en het aantal mannen met 2,7 duizend. De groei van de branche is dus bijna volledig een groei van het aantal vrouwen.

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

7,6%ziekteverzuim in de ggz-branche, 2025

Het ziekteverzuim in de ggz-branche kwam in 2025 uit op 7,6 procent, tegenover 5,1 procent in 2016 en 5,4 procent in alle economische activiteiten samen.

Bron: CBS en AZW, Ziekteverzuimpercentage; AZW branches (tabel 24015NED), branche geestelijke gezondheidszorg

9,2%ziekteverzuim verpleging, verzorging en thuiszorg, 2025

Binnen zorg en welzijn is het verzuim het hoogst in de verpleging, verzorging en thuiszorg (9,2 procent) en de gehandicaptenzorg (8,2 procent). De ggz zit met 7,6 procent op het niveau van jeugdzorg en kinderopvang.

Bron: CBS en AZW, Ziekteverzuimpercentage; AZW branches (tabel 24015NED), alle branches, verslagjaar 2025

32.500werknemers van 25 tot 35 jaar, kerst 2025

De grootste leeftijdsgroep in de ggz-branche is 25 tot 35 jaar met 32,5 duizend werknemers, gevolgd door 35 tot 45 jaar met 27,1 duizend en 55 jaar of ouder met 24,5 duizend.

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

15.400werknemers met een herkomstland buiten Europa, eerste kwartaal 2026

Van de werknemers in de ggz-branche hebben 15,4 duizend een herkomstland buiten Europa en 6,0 duizend een herkomstland in Europa buiten Nederland. In 2010 was dat 9,2 en 4,0 duizend.

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

Werknemers in de branche geestelijke gezondheidszorg, woonachtig in Nederland, op de laatste vrijdag voor kerst. Aantallen in duizenden.

JaarWerknemersMannenVrouwenAandeel vrouwenGemiddelde leeftijd
201082,323,259,171,8%41,5
201586,823,463,372,9%42,7
201993,723,170,675,3%42,1
2022102,824,378,676,5%41,9
2024111,125,585,677,0%41,6
2025113,625,987,777,2%41,5

Bron: CBS en AZW, Werknemers in de zorg en welzijn; persoonskenmerken, regio (tabel 24150NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

Het aandeel vrouwen in de vijfde kolom is berekend uit de twee kolommen ervoor. Deze tabel gaat over alle werknemers in de branche, van behandelaar tot administratie en facilitaire dienst, en niet over psychologen. Het CBS noemt alle cijfers in deze tabel voorlopig en stelt eerdere jaren bij zodra er nieuwere bronnen zijn.

Deel 10

Hoeveel behandelaren stoppen er?

Stoppen wordt op vier manieren gemeten en die vier geven vier verschillende getallen. Het BIG-register haalt registraties door, het CBS telt werknemers die zorg en welzijn verlaten, en het Capaciteitsorgaan raamt per beroep welk deel van de huidige capaciteit er over vijf tot twintig jaar niet meer werkt. Dat laatste is de tabel hieronder.

17,9%verwachte vijfjaarsuitstroom vrouwelijke gz-psychologen

Van de vrouwelijke gz-psychologen werkt naar verwachting 17,9 procent over vijf jaar niet meer in het beroep, tegenover 28,3 procent van de mannen. Na twintig jaar is dat 60,7 tegen 72,9 procent.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 11

536uitstroom gz-psychologen per jaar

De infographic bij de raming noemt een totale uitstroom van 536 gz-psychologen per jaar tegenover 1.095 die per jaar vanuit de opleiding bijkomen. Bij de psychotherapeut is dat 108 uit en 120 in, bij de klinisch psycholoog 100 uit en 158 in, bij de verpleegkundig specialist ggz 59 uit en 136 in.

Bron: Capaciteitsorgaan, Infographics Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025)

75doorgehaalde registraties gz-psycholoog, 2025

Het BIG-register haalde in 2025 slechts 75 registraties van gz-psychologen door, waarvan 30 bij mensen ouder dan 65 jaar. Bij de psychotherapeuten waren het 41 doorhalingen en bij alle beroepen samen 4.713.

Bron: BIG-register (CIBG), Herregistratie, oproepen en doorhalingen 2025

1.069herregistratieaanvragen gz-psychologen, 2025

In 2025 schreef het register 1.056 gz-psychologen aan voor herregistratie en ontving het 1.069 aanvragen, meer aanvragen dan oproepen. Over alle beroepen gingen 19.474 oproepen uit en kwamen 19.470 aanvragen binnen.

Bron: BIG-register (CIBG), Herregistratie, oproepen en doorhalingen 2025

2.750uitstroom 55-plussers uit de ggz-branche, jaar tot kerst 2025

Van de 9.380 werknemers die vanuit de ggz-branche de zorg en welzijn verlieten, waren 2.750 55 jaar of ouder. In die leeftijdsklasse stonden daar maar 1.070 instromers tegenover, een tekort van 1.680.

Bron: CBS en AZW, Mobiliteit van werknemers; AZW (smal), instroom, uitstroom, saldo, regio (tabel 24056NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

1.570uitstroom naar pensioen, jaar tot kerst 2025

Van de uitstroom uit zorg en welzijn ging 1.570 naar pensioen, 3.510 naar een andere sector, 2.670 naar inactiviteit zonder uitkering en 1.630 naar een uitkering. De vijfde bestemming, uitstroom naar zelfstandige, staat vanaf 2025 op nul; in 2024 was dat nog 1.210.

Bron: CBS en AZW, Mobiliteit van werknemers; AZW (smal), kenmerken mobiliteit, regio (tabel 24066NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

6.960uitstroom naar overige branches, jaar tot kerst 2025

Naast de 9.380 die zorg en welzijn verlieten, boekt het CBS 6.960 werknemers onder uitstroom naar overige branches en 5.510 onder uitstroom binnen een branche. Beide blijven dus binnen zorg en welzijn en vallen buiten het cijfer van 9.380.

Bron: CBS en AZW, Mobiliteit van werknemers; AZW (smal), kenmerken mobiliteit, regio (tabel 24066NED), branche geestelijke gezondheidszorg, Nederland

1.133gerealiseerde instroom opleiding gz-psycholoog, 2024

In 2024 startten 1.133 mensen met de opleiding tot gz-psycholoog, bij 965 beschikte opleidingsplekken. Het advies voor 2027 en daarna is 1.240 per jaar, lager dan de 1.885 die in 2022 werd geadviseerd.

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Integraal overzicht (december 2025), tabel 3

Verwachte uitstroom per ggz-beroep, als aandeel van de huidige capaciteit dat na 5, 10, 15 en 20 jaar niet meer in het beroep werkt.

Beroep5 jaar, mannen5 jaar, vrouwen10 jaar, mannen10 jaar, vrouwen15 jaar, mannen15 jaar, vrouwen20 jaar, mannen20 jaar, vrouwen
Gz-psycholoog28,3%17,9%46,9%32,3%59,6%46,5%72,9%60,7%
Psychotherapeut32,6%22,1%48,0%40,2%63,9%57,7%80,2%75,2%
Klinisch psycholoog28,4%18,5%41,3%33,6%58,3%51,0%75,5%68,5%
Klinisch neuropsycholoog33,6%17,2%47,9%29,7%61,0%49,2%84,2%70,3%
Verpleegkundig specialist ggz21,8%15,2%39,2%28,6%55,1%44,9%71,0%61,3%
Verslavingsarts KNMG31%19%46%33%57%47%74%64%
Orthopedagoog-generalist21,1%12,9%34,4%24,3%47,9%38,5%62,1%52,7%

Bron: Capaciteitsorgaan, Capaciteitsplan 2027-2030, Verantwoording Beroepen Geestelijke Gezondheid (december 2025), tabel 11, bewerking Nivel op CBS-microdata 2013 tot 2023

In deze raming geldt specialiseren als uitstroom: een gz-psycholoog die klinisch psycholoog wordt, telt mee als uitstroom bij de gz-psychologen. De uitstroomkansen zijn berekend op CBS-microdata over 2013 tot 2023 en voor de termijnen van 15 en 20 jaar geextrapoleerd. Voor de orthopedagoog-generalist, sinds 2020 in het register, waren te weinig jaren beschikbaar; daar zijn de kansen van de gz-psycholoog gebruikt. Voor de verslavingsarts KNMG zijn de cijfers van de specialist ouderengeneeskunde gebruikt, omdat verslavingsartsen in de data niet van andere basisartsen te onderscheiden zijn. Uit dezelfde reeks volgt de instroom-uitstroomverdeling per leeftijdsklasse in de ggz-branche over het jaar tot kerst 2025: jonger dan 25 jaar 3.380 in en 1.370 uit, 25 tot 35 jaar 3.750 in en 2.530 uit, 35 tot 45 jaar 1.850 in en 1.600 uit, 45 tot 55 jaar 1.330 in en 1.130 uit, en 55 jaar of ouder 1.070 in en 2.750 uit.

Lees dit eerst

Valkuilen voordat je deze cijfers citeert

  1. 4.400 en 2.788 zijn twee definities, geen tegenspraak Vektis telt voor 2024 ongeveer 4.400 vrijgevestigde praktijken die zorg declareren in de geneeskundige ggz: 400 praktijken van psychiaters en 4.000 van andere psychologische zorgverleners. De Nederlandse Zorgautoriteit komt voor hetzelfde jaar op 2.788 vrijgevestigden. Het verschil zit in de definitie, niet in de meting. De NZa telt per AGB-code en rekent een aanbieder met meer dan tien zorgverleners onder dezelfde code als instelling en niet als vrijgevestigde; daarnaast geldt een minimale jaaromzet om meegeteld te worden. Vektis telt elke declarerende praktijk. Gebruik de twee getallen nooit door elkaar en noem bij elk aantal de bron en de afbakening. Er is ook nog een derde telling, via het kwaliteitsstatuut ggz: ruim 670 instellingen, bijna 600 psychiaters en 6.000 psychologische zorgverleners als regiebehandelaar bij een kleinere praktijk. Alle drie zijn juist, geen enkele is het aantal praktijken.
  2. Een BIG-registratie is geen werkende behandelaar Op 1 januari 2025 stonden er 20.005 gz-psychologen geregistreerd en werkten er volgens het Capaciteitsorgaan 14.141 in het beroep. Bij de psychotherapeut is het verschil nog groter: 5.400 registraties tegenover 2.259 werkzamen. Dat komt door twee dingen. Een deel van de geregistreerden werkt niet meer in het beroep, en een groot deel heeft twee registraties en wordt maar bij een beroep meegeteld. Wie een getal uit het BIG-register presenteert als het aantal beschikbare behandelaren, overschat de capaciteit met tienduizenden.
  3. De beroepsgroepen mag je niet bij elkaar optellen Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog zijn specialismen van de gezondheidszorgpsycholoog; die 2.995 specialisten zitten dus al in de 21.820 gz-psychologen. Veel psychotherapeuten hebben daarnaast een registratie als gz-psycholoog of als psychiater. En de 2.762 registraties klinische psychologie plus 251 klinische neuropsychologie tellen op tot 3.013, terwijl het register zelf 2.995 specialisten noemt, omdat sommige mensen beide specialismen hebben. Een totaal voor het aantal psychologen in Nederland is daarom niet te maken uit deze tabellen, hoe verleidelijk de optelling ook is.
  4. Het BIG-register spreekt zichzelf tegen over data en totalen De registratiepagina van het BIG-register zet boven de grafiek de peildatum 1 oktober 2026 en noemt eronder een totaal van 407.244 per 1 juli 2026, terwijl de elf gepubliceerde beroepsgroepen optellen tot 400.442. Hetzelfde gebeurt bij de provinciecijfers: de provinciepagina noemt 20.740 gz-psychologen per 1 februari 2026 en de verlooppagina 21.210 voor dezelfde datum. Bij de psychotherapeuten is dat 5.658 tegen 5.811 en bij de artsen 77.341 tegen 82.162. Noem bij een cijfer uit dit register daarom altijd welke pagina en welke peildatum, en tel de twee nooit bij elkaar op.
  5. Stoppen betekent vier verschillende dingen Over 2025 zijn er vier getallen voor stoppen die alle vier juist zijn. Het BIG-register haalde 75 registraties van gz-psychologen door. Het CBS telde 9.380 werknemers die vanuit een hoofdbaan in de ggz de sector zorg en welzijn verlieten, plus 6.960 die naar een andere branche binnen zorg en welzijn gingen en 5.510 die binnen de ggz van werkgever wisselden. En het Capaciteitsorgaan raamt dat 17,9 procent van de vrouwelijke gz-psychologen over vijf jaar niet meer in het beroep werkt. Dat zijn een registeradministratie, een branchemeting onder alle functies en een capaciteitsraming per beroep. Ze meten niet hetzelfde en zijn niet onderling omrekenbaar.
  6. Uitstroom naar zelfstandige staat vanaf 2025 op nul, en dat is een bronbreuk In de AZW-tabel over de bestemming van de uitstroom stond de categorie uitstroom naar zelfstandige voor de ggz-branche in het vierde kwartaal van 2024 nog op 1.210. Vanaf het eerste kwartaal van 2025 staat die categorie op nul, in alle vier kwartalen, en sectorbreed zakte dezelfde categorie van 12.840 naar nul. De vijf bestemmingen tellen in beide jaren precies op tot het totaal, dus de overige bestemmingen vangen het op. Wie over 2025 concludeert dat niemand de ggz meer verlaat om voor zichzelf te beginnen, leest een datagat als een bevinding.
  7. Twee CBS-bronnen, twee aantallen werknemers in dezelfde branche Voor 2025 telt het CBS in de branche geestelijke gezondheidszorg 114,9 duizend werknemers op basis van de loonaangifte, en 109 duizend op basis van de enquete beroepsbevolking. Beide komen uit het AZW-programma en gaan over hetzelfde jaar. De registertelling kijkt naar banen op een peildatum, de enquete naar mensen van 15 tot 75 jaar die in Nederland wonen en zelf aangeven waar ze werken. Alleen de enquete kan zelfstandigen zien, en die komen op 16 duizend. Zet de twee reeksen dus niet in een grafiek.
  8. De masterpsycholoog staat in geen enkel register De basispsycholoog of masterpsycholoog is geen beschermde titel en komt in geen register voor. Het Capaciteitsorgaan schrijft dat er momenteel veel masterpsychologen worden ingezet om tekorten op te vangen en dat zij onder regie van een regiebehandelaar werken, maar noemt geen aantal. De laatste poging tot een telling is een Nivel-notitie uit 2014 op basis van gegevens over eind 2011: naast 11.500 werkzame BIG-geregistreerde psychologen en (ortho)pedagogen werkten er naar schatting nog 10.200 zonder BIG-registratie, oftewel 37 procent van een totaal van 21.700. Van die niet-BIG-geregistreerde hulpverleners was 61 procent psycholoog en 29 procent (ortho)pedagoog, en 31 procent van de psychologen was lid van het NIP. Die cijfers zijn vijftien jaar oud en er is geen nieuwere meting. Elk getal over het totale aantal psychologen in Nederland is daarom een schatting met een onbekende marge.
  9. De geraamde uitstroom kan recente ontwikkelingen niet zien Het Capaciteitsorgaan berekent de uitstroom door trends uit het verleden door te trekken, op basis van CBS-microdata over 2013 tot 2023. Het schrijft daar zelf bij dat recente signalen over eerder stoppen met werken of uitstroom vanwege bijvoorbeeld meer burn-outs nog niet uit de historische data zijn af te lezen, en dat de uitstroom in deze raming voor alle beroepsgroepen gemiddeld iets lager uitkomt dan in de vorige. Een lagere geraamde uitstroom verlaagt het instroomadvies. Het advies voor de gz-psycholoog zakte van 1.885 in 2022 naar 1.240 in 2025, deels om deze reden.
  10. Vervrouwelijking is gemeten, maar niet voor elk beroep Het BIG-register publiceert de man-vrouwverdeling alleen per beroepsgroep, niet per specialisme. Voor gz-psychologen, psychotherapeuten en orthopedagogen-generalist zijn de aantallen er dus wel: 86,4, 76,0 en 95,8 procent vrouw per 1 oktober 2026. Voor psychiaters is die verdeling niet uit het register te halen, want zij vallen onder de beroepsgroep artsen, die als geheel op 60,3 procent vrouw staat. Het Capaciteitsorgaan meet wel het aandeel vrouwen onder werkzamen en instromers voor de zes beroepen geestelijke gezondheid, maar de psychiater zit daar niet bij. Een uitspraak over de vervrouwelijking van de psychiatrie is met deze bronnen niet te onderbouwen.
Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • Het grootste ggz-beroep is de gezondheidszorgpsycholoog, met 21.820 BIG-registraties per 1 oktober 2026, gevolgd door de psychotherapeut met 5.983, de psychiater met 4.185, de orthopedagoog-generalist met 2.798 en de verpleegkundig specialist ggz met 2.003.
  • Het aantal registraties zegt weinig over de beschikbare capaciteit: op 1 januari 2025 stonden er 20.005 gz-psychologen geregistreerd en werkten er 14.141 in het beroep, en bij de psychotherapeut is dat 5.400 tegen 2.259.
  • De beroepsgroep is sterk vervrouwelijkt en dat is gemeten: 86,4 procent van de geregistreerde gz-psychologen is vrouw, 95,8 procent van de orthopedagogen-generalist en 76,0 procent van de psychotherapeuten. In de opleidingen loopt het aandeel vrouwen van 58 procent bij de verslavingsarts tot 96 procent bij de orthopedagoog-generalist.
  • De vervrouwelijking gaat door en is in de branche jaar na jaar te volgen: het aandeel vrouwen onder werknemers in de ggz steeg van 71,8 procent in 2010 naar 77,2 procent in 2025, waarbij het aantal vrouwen met 28,6 duizend groeide en het aantal mannen met 2,7 duizend.
  • De onderkant van de psychologische beroepen is leeg: 285 van de 21.820 gz-psychologen zijn jonger dan 30 jaar en er is geen enkele psychotherapeut onder de 30. Bij de psychotherapeuten is 58,5 procent 50 jaar of ouder.
  • Vrouwen werken in deze beroepen structureel minder uren dan mannen, en dat verschil beweegt niet: de deeltijdfactor van vrouwelijke gz-psychologen schommelt sinds 2018 tussen 78 en 79 procent tegen 88 tot 90 procent bij mannen, en bij de klinisch psycholoog ligt die in 2024 op 84 tegen 93 procent.
  • De tekorten zitten niet bij de grootste beroepen maar bij de kleinste: de onvervulde vraag is 47 procent bij de klinisch neuropsycholoog en 44 procent bij de verpleegkundig specialist ggz, tegen 18 procent bij de gz-psycholoog en 7 procent bij de psychotherapeut.
  • De spreiding over het land is extreem: Noord-Holland telt 3.705 geregistreerde gz-psychologen en Flevoland 184, terwijl Noord-Holland acht keer zoveel zorgverleners in totaal heeft en geen twintig keer zoveel.
  • In het jaar tot kerst 2025 verlieten 9.380 werknemers de zorg en welzijn vanuit een hoofdbaan in de ggz, tegen 11.370 instromers. Bij de 55-plussers staat het andersom: 2.750 uit tegen 1.070 in.
  • Wat er de komende jaren uitstroomt is per beroep geraamd en loopt ver uiteen: over tien jaar is 32,3 procent van de vrouwelijke gz-psychologen niet meer werkzaam in het beroep, tegen 40,2 procent van de vrouwelijke psychotherapeuten en 24,3 procent van de vrouwelijke orthopedagogen-generalist.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Elk cijfer op deze pagina komt uit een bron die wij zelf hebben opgevraagd en uitgelezen, niet uit een samenvatting of een zoekresultaat. De registratiecijfers komen van het BIG-register van het CIBG, van de pagina's registratiecijfers en man-vrouwverdeling (peildatum 1 oktober 2026), basisberoep en specialisme (1 oktober 2026), leeftijdsopbouw (1 oktober 2026), verloop over 5 jaar (1 februari van elk jaar), herregistratie (verslagjaar 2025) en registraties per provincie (1 februari 2026). Het aantal werkzame beroepsbeoefenaren, de sectorverdeling, de deeltijdfactor, de verwachte uitstroom en de instroomadviezen komen uit het Capaciteitsplan 2027-2030 van het Capaciteitsorgaan van december 2025: het Kernrapport Beroepen Geestelijke Gezondheid, het bijbehorende verantwoordingsrapport met de tabellen 1 tot 17, de infographics en het integraal overzicht. Die cijfers zijn door het Nivel berekend op CBS-microdata over 2013 tot 2023 onder projectnummer 9071. De branchecijfers komen uit het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn via de open-dataservice van CBS Dataderden: tabel 24062NED voor werknemers, 24150NED voor geslacht, leeftijd en herkomst, 24056NED en 24066NED voor in- en uitstroom, 24015NED voor ziekteverzuim en 24163NED voor de positie in de werkkring. Het aantal praktijken komt van de Factsheet ggz van Vektis over verslagjaar 2024 en van de kerncijfers ggz van de Nederlandse Zorgautoriteit met de onderliggende dataset over 2019 tot 2024. De cijfers over de groep zonder BIG-registratie komen uit een Nivel-notitie van 2014 op basis van gegevens over eind 2011, de laatste openbare meting van die groep. Waar een percentage uit gepubliceerde aantallen is berekend, staat dat in de noot bij de tabel. Cijfers die wij niet in een primaire bron konden terugvinden, staan niet op deze pagina.

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.

Gebruikte bronnen

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoeveel psychologen heeft Nederland?

Dat hangt af van wat je een psycholoog noemt. Het BIG-register telt per 1 oktober 2026 21.820 gezondheidszorgpsychologen, waarvan 2.762 met het specialisme klinische psychologie en 251 met klinische neuropsychologie, plus 5.983 psychotherapeuten en 2.798 orthopedagogen-generalist. Die groepen overlappen, dus optellen mag niet. Daarnaast werkt er een onbekend aantal psychologen met alleen een universitaire master, een titel die niet beschermd is en in geen register staat. De laatste schatting daarvan is een Nivel-notitie uit 2014 op basis van gegevens over eind 2011, die uitkwam op ongeveer 10.200 mensen zonder BIG-registratie naast 11.500 met registratie.

Hoeveel van die geregistreerde psychologen werken ook echt als psycholoog?

Het Capaciteitsorgaan rekent dat per beroep uit met CBS-microdata. Op 1 januari 2025 waren er 14.141 werkzame gz-psychologen bij 20.005 registraties, 2.259 werkzame psychotherapeuten bij 5.400 registraties, 2.435 klinisch psychologen bij 2.780 registraties en 208 klinisch neuropsychologen bij 220 registraties. Bij de kleine specialismen liggen registratie en beroepsuitoefening dus dicht bij elkaar, bij de grote basisberoepen niet.

Hoeveel psychiaters zijn er in Nederland?

Het BIG-register telt per 1 oktober 2026 4.185 registraties in het specialisme psychiatrie, waarmee het na huisartsgeneeskunde (16.130) het grootste medische specialisme is. Het Capaciteitsorgaan komt voor 2025 op 3.501 werkzame zorgprofessionals in de psychiatrie, met een jaarlijkse uitstroom van 3,8 procent en een instroom vanuit de opleiding en het buitenland van 4,6 procent.

Is de beroepsgroep echt zo vrouwelijk?

Ja, en dat is gemeten. Van de 21.820 geregistreerde gz-psychologen zijn 18.858 vrouw en 2.962 man, oftewel 86,4 procent. Bij de psychotherapeuten is dat 76,0 procent en bij de orthopedagogen-generalist 95,8 procent. Het Capaciteitsorgaan meet 89 procent vrouwen onder de werkzame gz-psychologen en eveneens 89 procent onder de instromers in de opleiding, dus het aandeel stabiliseert op dat niveau. Voor psychiaters is de verdeling niet uit het register te halen, omdat zij onder de beroepsgroep artsen vallen.

Hoeveel behandelaren verlaten de ggz per jaar?

In het jaar tot de laatste vrijdag voor kerst 2025 verlieten 9.380 werknemers met een hoofdbaan in de ggz de sector zorg en welzijn, tegenover 11.370 instromers. Van die uitstroom ging 1.570 naar pensioen, 3.510 naar een andere sector, 2.670 naar inactiviteit zonder uitkering en 1.630 naar een uitkering. Daarnaast stapten 6.960 mensen over naar een andere branche binnen zorg en welzijn. Die cijfers gaan over alle werknemers in de branche, niet alleen over behandelaren. Het BIG-register haalde in 2025 maar 75 registraties van gz-psychologen door, wat een heel ander soort meting is.

Werken psychologen in loondienst of voor zichzelf?

Beide, en de verhouding verschilt per beroep. Van de psychotherapeuten werkt 56,3 procent in een praktijk van psychotherapeuten, psychologen of pedagogen, tegen 26,7 procent van de gz-psychologen en 3,3 procent van de verpleegkundig specialisten ggz. Op branchniveau meet het CBS voor 2025 ongeveer 16 duizend zelfstandigen op 124 duizend werkzame personen in de ggz. Het aantal vrijgevestigde praktijken is 4.400 volgens Vektis en 2.788 volgens de Nederlandse Zorgautoriteit, omdat die twee een ander criterium hanteren voor wanneer een aanbieder een instelling is.

Komen er voldoende nieuwe behandelaren bij?

Per beroep anders. In 2024 startten 1.133 mensen met de opleiding tot gz-psycholoog, 167 met klinische psychologie, 139 met psychotherapie, 18 met klinische neuropsychologie, 183 met de opleiding tot verpleegkundig specialist ggz en 16 met verslavingsgeneeskunde. De adviezen vanaf 2027 zijn 1.240, 210, 156, 19, 256 en 23 per jaar. De gz-psycholoog is het enige beroep waarbij er de afgelopen jaren meer is opgeleid dan er beschikte plekken waren; bij de overige beroepen bleven plekken onbenut.

Doet DiversaMente diagnostiek of behandeling?

Nee. DiversaMente geeft kortdurende begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme. Deze pagina geeft geen medisch advies en zegt niets over welke zorg iemand zou moeten zoeken. Zij zet alleen de openbare Nederlandse cijfers over de omvang en samenstelling van de beroepsgroep bij elkaar, met bronvermelding per getal.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Meer cijferoverzichten