DiversaMente › Cijfers › Overgang en werk in cijfers
CijferoverzichtDe overgang, hormonale klachten en werk in cijfers
Over de overgang en werk circuleren veel cijfers zonder bron en zonder jaartal. Op deze pagina staan alleen cijfers uit onderzoeken die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen: de vervolgmeting van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden door TNO en CBS, het RIVM-onderzoek binnen Lifelines, de TNO-verdieping op de NEA 2023 en de Gezondheidsenquête van CBS. Bij elk getal staat welk onderzoek het meet, onder wie, en in welk jaar.
Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.
315.000vrouwelijke werknemers, 2021
Naar schatting 315.000 vrouwelijke werknemers tussen de 40 en 75 jaar bevonden zich in 2021 in de overgang, oftewel 16 procent van alle vrouwelijke werknemers in die leeftijd.
Bron: TNO en CBS, factsheet De overgang: klachten en invloed op het werk (NEA 2020, herbenadering 2021)
173.000vrouwelijke werknemers, 2021
In 2021 gaven 173.000 vrouwelijke werknemers aan dat overgangsklachten weleens van invloed waren op hun werk, oftewel 55 procent van alle vrouwelijke werknemers in de overgang.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
1,4 miljoenvrouwelijke werknemers, 2023
Omgerekend naar de hele werknemerspopulatie ervaren ongeveer 1,4 miljoen vrouwelijke werknemers regelmatig hormoongerelateerde gezondheidsklachten, en nog 1,8 miljoen ervaren die soms.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (NEA 2023, 2025)
2,3%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Van de vrouwelijke werknemers met hormoongerelateerde gezondheidsklachten bespreekt 2,3 procent die klachten met de bedrijfsarts, tegenover 7,2 procent van de werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (NEA 2023, 2025), tabel 6.2
Hoeveel werkende vrouwen zijn in de overgang?
De vervolgmeting van de NEA onder 4.506 vrouwelijke werknemers van 40 tot 75 jaar verdeelt de respondenten over vier fasen: premenopauze, perimenopauze, postmenopauze en onbekend. TNO rekent in dit onderzoek de perimenopauze aan als 'midden in de overgang'.
16,5%vrouwelijke werknemers 40 tot 75 jaar, 2021
Van de vrouwelijke werknemers tussen de 40 en 75 jaar bevond 16,5 procent zich in de perimenopauze, oftewel ongeveer een op de zes.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022), tabel 1
1,9 miljoenvrouwelijke werknemers 40 jaar en ouder, 2021
Nederland had in 2021 ongeveer 1,9 miljoen vrouwelijke werknemers van 40 jaar en ouder, en dat is de helft van alle werkende vrouwen.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022)
967.000vrouwelijke werknemers, 2021
Naar schatting 967.000 vrouwelijke werknemers zaten in de postmenopauze, tegenover 441.000 in de premenopauze en 185.000 van wie de fase onbekend was.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022)
8 op 10vrouwen in de perimenopauze, 2021
Acht op de tien vrouwen in de perimenopauze is tussen de 45 en 54 jaar oud, wat de leeftijdsconcentratie van deze fase laat zien.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022)
1,8 miljoenwerkende vrouwen 45 jaar en ouder, 2020
In 2020 waren er in Nederland bijna 1,8 miljoen werkende vrouwen van 45 jaar en ouder, de leeftijd waarop vrouwen in het algemeen met de overgang te maken krijgen.
Bron: RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), op basis van CBS
12 jaarduur van klachten na de menopauze
Vrouwen kunnen tot wel 12 jaar na de menopauze last blijven houden van vasomotorische klachten zoals opvliegers en nachtelijk zweten.
Bron: RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), op basis van Politi e.a.
Leeftijdsverdeling binnen elke menopauzefase, vrouwelijke werknemers van 40 tot 75 jaar (2021). De kolommen tellen per fase op tot 100 procent.
| Leeftijdsgroep | Premenopauze | Perimenopauze | Postmenopauze | Fase onbekend |
|---|---|---|---|---|
| 40 tot 45 jaar | 45,8% | 13,5% | 0,3% | 23,2% |
| 45 tot 50 jaar | 40,9% | 34,5% | 2,3% | 28,4% |
| 50 tot 55 jaar | 13,0% | 45,6% | 20,1% | 25,9% |
| 55 tot 60 jaar | 0,3% | 6,3% | 34,7% | 13,5% |
| 60 tot 65 jaar | 0% | 0,2% | 35,8% | 7,6% |
| 65 jaar en ouder | 0% | 0% | 7,0% | 1,5% |
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022), tabel 1, n=4.506
Over de hele groep van 40 tot 75 jaar verdelen de fasen zich als volgt: 23,1 procent premenopauze, 16,5 procent perimenopauze, 50,7 procent postmenopauze en 9,7 procent onbekend.
Hoe vaak komen overgangsklachten voor?
Twee onderzoeken meten de prevalentie op een andere manier. TNO vraagt vrouwen in de perimenopauze of zij klachten ervaren. Het RIVM legt 12.708 werkende vrouwen de Greene Climacteric Scale voor, een vragenlijst met 21 klachten die samen een score van 0 tot 63 opleveren.
80%vrouwen in de perimenopauze, 2021
Acht op de tien vrouwen in de perimenopauze geeft aan overgangsklachten te ervaren: 52 procent soms en 27 procent regelmatig.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022)
251.000vrouwelijke werknemers, 2021
Op populatieniveau ervaren 251.000 vrouwelijke werknemers in de perimenopauze overgangsklachten, waarvan 165.000 soms en 86.000 regelmatig.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022)
80%vrouwen in de overgang, 2021
De factsheet van TNO en CBS vat het samen als 80 procent van de vrouwen in de overgang die soms of regelmatig last heeft van overgangsklachten, wat neerkomt op 251.000 vrouwelijke werknemers.
Bron: TNO en CBS, factsheet De overgang: klachten en invloed op het werk (2021)
12,1gemiddelde GCS-score, n=12.708, 2021
Werkende vrouwen van 40 tot 66 jaar scoren gemiddeld 12,1 punten op de Greene Climacteric Scale, op een schaal die van 0 tot 63 loopt.
16,1gemiddelde GCS-score perimenopauze, 2023
Vrouwen in de perimenopauze scoren gemiddeld 16,1 punten op de Greene Climacteric Scale, de hoogste score van alle hormonale fasen, vergelijkbaar met de 16,2 punten uit het eerdere TNO-onderzoek.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.3
34,3%vrouwelijke werknemers 15 tot 75 jaar, 2023
Ruim een derde van alle vrouwelijke werknemers van 15 tot 75 jaar ervaart regelmatig hormoongerelateerde gezondheidsklachten, 46,3 procent soms en 19,5 procent nooit.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.2
53,3%vrouwen in de perimenopauze, 2023
Van de vrouwen in de perimenopauze ervaart 53,3 procent regelmatig hormoongerelateerde klachten, tegenover 32,2 procent in de menstruele fase en 24,5 procent in de postmenopauze.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.2
12,9%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Van alle vrouwen die hormoongerelateerde klachten rapporteren heeft 12,9 procent hiervoor een diagnose van een arts gekregen, oplopend tot 21,2 procent bij vrouwen met regelmatig klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.2
Gemiddelde Greene Climacteric Scale-scores naar menopauzale status, werkende vrouwen van 40 tot 66 jaar (2021). Een hogere score betekent meer last van klachten.
| GCS-domein | Premenopauze (n=1.518) | Perimenopauze (n=1.856) | Postmenopauze (n=6.569) | Alle vrouwen (n=12.708) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal (schaal 0 tot 63) | 10,3 | 13,7 | 12,0 | 12,1 |
| Psychologisch (schaal 0 tot 33) | 5,8 | 7,1 | 6,0 | 6,3 |
| Somatisch (schaal 0 tot 21) | 3,1 | 3,8 | 3,2 | 3,4 |
| Vasomotorisch (schaal 0 tot 6) | 0,6 | 1,7 | 1,7 | 1,5 |
| Seksueel (schaal 0 tot 3) | 0,8 | 1,0 | 1,1 | 1,0 |
Bron: RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), tabel 1
De gemiddelde leeftijd per fase in dit RIVM-onderzoek is 46 jaar in de premenopauze, 51 jaar in de perimenopauze en 58 jaar in de postmenopauze. Van 22 procent van de deelneemsters is de menopauzale status onbekend of is sprake van chirurgische menopauze.
Welke klachten horen bij welke fase?
De TNO-verdieping op de NEA 2023 vroeg 1.870 vrouwelijke werknemers naar 34 klachten en registreerde wie daar (heel) vaak last van heeft. Hieronder de vijftien meest voorkomende klachten, uitgesplitst naar hormonale fase.
42,7%vrouwen in de perimenopauze, 2023
Vermoeidheid is de meest gerapporteerde klacht in de perimenopauze: 42,7 procent van deze vrouwen heeft er (heel) vaak last van.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.3
20,2%vrouwen in de postmenopauze, 2023
Opvliegers komen bij 20,2 procent van de vrouwen in de postmenopauze (heel) vaak voor, tegenover 16,7 procent in de perimenopauze en 2,5 procent in de menstruele fase.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel A.1
13,8gemiddelde GCS-score vrouwen, 2023
Vrouwen scoren gemiddeld 13,8 punten op de Greene Climacteric Scale en mannen 9,7 punten, waarbij mannen de ernst van hun klachten met een 4,1 beoordelen tegenover een 5,0 bij vrouwen.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.3
6,2ervaren ernst op schaal 1 tot 10, 2023
Vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten beoordelen de ernst daarvan met een 6,2 op een schaal van 1 tot 10, tegenover een 4,0 bij vrouwen met soms klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.3
Percentage vrouwelijke werknemers dat (heel) vaak last heeft van de vijftien meest voorkomende hormoongerelateerde klachten, naar hormonale fase (2023).
| Klacht | Menstruele fase (n=754) | Perimenopauze (n=225) | Postmenopauze (n=353) |
|---|---|---|---|
| Vermoeidheid, lusteloosheid | 34,9% | 42,7% | 23,9% |
| Geen zin meer in seks | 17,8% | 29,5% | 37,4% |
| Spier- of gewrichtspijn | 18,6% | 26,3% | 32,1% |
| Opgeblazen gevoel | 22,4% | 24,0% | 17,0% |
| Prikkelbaarheid | 25,6% | 21,6% | 10,9% |
| Gespannen gevoel | 23,4% | 22,0% | 13,2% |
| Concentratieproblemen | 19,8% | 23,3% | 11,9% |
| Buikpijn, buikkrampen | 23,8% | 24,5% | 8,1% |
| Gejaagdheid | 19,4% | 24,6% | 15,8% |
| Slaapstoornissen | 9,5% | 24,5% | 28,8% |
| Vergeetachtigheid | 13,9% | 22,6% | 17,9% |
| Hoofdpijn inclusief migraine | 19,5% | 24,7% | 8,2% |
| Gewichtstoename | 11,6% | 23,2% | 21,0% |
| Stemmingswisselingen | 14,8% | 21,0% | 10,0% |
| Neerslachtigheid | 16,1% | 16,4% | 8,3% |
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 3.3
De groep 'anders of onbekend' (28,8 procent van de vrouwelijke respondenten) is hier weggelaten, omdat die groep volgens TNO te divers is om over uitspraken te doen.
De meest gerapporteerde klachten bij vrouwen in de overgang
Het RIVM rekent de peri- en postmenopauze samen tot 'vrouwen in de overgang' en komt zo op 8.425 deelneemsters. Dit is de top tien van klachten waar deze vrouwen (heel) vaak last van hebben.
1 op 3vrouwen in de overgang, 2021
Een op de drie vrouwen in de overgang geeft aan (heel) vaak geen zin meer in seks te hebben, de meest gerapporteerde klacht in dit onderzoek.
31,8%personen van 50 tot 55 jaar, 2024
Slaapproblemen pieken in de leeftijdsgroep van 50 tot 55 jaar: 31,8 procent had in de twee weken voor het interview nogal, veel of heel veel problemen met slapen, de hoogste score van alle leeftijdsgroepen.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), 2024
31,0%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van alle vrouwen van 12 jaar en ouder rapporteerde 31,0 procent slaapproblemen, tegenover 21,2 procent van de mannen en 26,1 procent van de totale bevolking.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), 2024
15,2%vrouwen van 12 jaar en ouder, 2024
Van de vrouwen was 15,2 procent door slaapproblemen belemmerd in het dagelijks functioneren, tegenover 10,0 procent van de mannen.
Bron: CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), 2024
2,2slaaponderbrekingen per nacht, 2023
Vrouwen in de postmenopauze worden gemiddeld 2,2 keer per nacht wakker en slapen 6,9 uur, de meeste onderbrekingen en de kortste slaapduur van alle hormonale fasen.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
34,0%vrouwen in de postmenopauze, 2023
Van de vrouwen in de postmenopauze is 34,0 procent (zeer) ontevreden over de eigen slaap, tegenover 21,2 procent in de menstruele fase.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
Top tien klachten waar vrouwen in de overgang (peri- en postmenopauze) (heel) vaak last van hebben, 8.425 werkende vrouwen van 40 tot 66 jaar (2021).
| Klacht | Heeft hier (heel) vaak last van |
|---|---|
| Geen zin meer in seks | 33% |
| Slaapstoornissen | 25% |
| Spier- en gewrichtspijn | 23% |
| Opvliegers | 21% |
| Nachtelijk zweten | 20% |
| Vermoeidheid, lusteloosheid | 19% |
| Gespannen, gejaagd of nerveus gevoel | 12% |
| Gespannen gevoel in hoofd of lichaam | 12% |
| Concentratieproblemen | 10% |
| Hoofdpijn | 9% |
Bron: RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), figuur 2
De CBS-cijfers over slaapproblemen gaan over de hele bevolking van 12 jaar en ouder en zijn in deze tabel niet uitgesplitst naar leeftijd en geslacht tegelijk. De piek bij 50 tot 55 jaar kan dus niet zonder meer aan vrouwen worden toegerekend.
Hoe vaak raken de klachten het werk?
Het CBS publiceerde bij de TNO-vervolgmeting hoe vaak overgangsklachten het werk raken. De percentages gelden voor alle vrouwelijke werknemers in de overgang, dus inclusief de vrouwen zonder klachten.
55%vrouwelijke werknemers in de overgang, 2021
Bij 55 procent van de vrouwelijke werknemers in de overgang hebben de klachten weleens invloed op het werk, wat neerkomt op 173.000 vrouwen.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
36%vrouwelijke werknemers in de overgang, 2021
Van de werknemers in de overgang vindt 36 procent dat zij weleens minder goed functioneert op het werk door bijvoorbeeld pijnklachten, vermoeidheid of concentratieproblemen.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
31%vrouwelijke werknemers in de overgang, 2021
Van de werknemers in de overgang beleeft 31 procent soms ongemakkelijke situaties op de werkvloer, bijvoorbeeld door opvliegers, stemmingswisselingen of doorlekken.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
13%vrouwelijke werknemers in de overgang, 2021
Ongeveer 13 procent van de vrouwen in de overgang kampt met minder goed functioneren en ongemakkelijke situaties tegelijk.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
2%vrouwelijke werknemers in de overgang, 2021
Twee procent van de vrouwen in de overgang heeft weleens zoveel klachten dat zij zich ziek meldt.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
35%vrouwen in de overgang, n=8.425, 2021
In het RIVM-onderzoek geeft 35 procent van de vrouwen in de overgang, oftewel 2.958 vrouwen, aan dat de klachten hun functioneren op het werk hebben beperkt.
12,9%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Vrouwelijke werknemers met hormonale klachten worden maandelijks door die klachten in hun werk beperkt in 12,9 procent van de gevallen, tegenover 5,2 procent bij werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.1
Invloed van de overgang op het werk naar frequentie, percentage van alle vrouwelijke werknemers in de overgang (2021).
| Frequentie | Aandeel vrouwen in de overgang |
|---|---|
| Invloed op werk: dagelijks | 7,5% |
| Invloed op werk: wekelijks | 9,4% |
| Invloed op werk: maandelijks | 20,9% |
| Invloed op werk: een paar keer per jaar | 17,1% |
| Geen invloed op werk, wel klachten | 24,9% |
| Geen invloed op werk, geen klachten | 20,1% |
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
De vier categorieën met invloed op het werk tellen samen op tot 54,9 procent, het cijfer dat CBS en TNO afronden naar 55 procent.
Werkuitkomsten bij veel en bij weinig klachten
Het RIVM vergeleek binnen de groep van 8.425 vrouwen in de overgang de werkuitkomsten van vrouwen met veel klachten (GCS-score 15 of hoger, gemiddeld 21,3 punten) met die van vrouwen met geen of weinig klachten (score onder 15, gemiddeld 7,7 punten).
2 keerverzuim in drie maanden, 2021
Vrouwen in de overgang die veel last hebben van klachten verzuimen twee keer zo vaak als vrouwen met geen of weinig klachten: 28,9 procent tegenover 14,0 procent in de afgelopen drie maanden.
4,8odds ratio per 10 GCS-punten, 2021
Per tien punten hogere GCS-score is de kans op een hoge herstelbehoefte na een werkdag 4,8 keer zo groot (betrouwbaarheidsinterval 4,4 tot 5,3), na correctie voor onder meer leeftijd, opleiding, werkkenmerken en leefstijl.
1,6odds ratio per 10 GCS-punten, 2021
Per tien punten hogere GCS-score is de kans op verzuim in de afgelopen drie maanden 1,6 keer zo groot (betrouwbaarheidsinterval 1,5 tot 1,7).
0,6 puntproductiviteit en werkvermogen, 2021
Productiviteit en werkvermogen nemen elk met 0,6 punt af op een schaal van 0 tot 10 bij elke tien punten toename van de GCS-score.
26,5%vrouwen in de overgang met veel klachten, 2021
Van de vrouwen in de overgang met veel klachten beoordeelt 26,5 procent de eigen gezondheid als matig of slecht, tegenover 4,6 procent van de vrouwen met geen of weinig klachten.
80,7%vrouwen van 15 tot 45 jaar, 2017
In een Nederlands onderzoek onder 32.748 vrouwen van 15 tot 45 jaar rapporteerde 80,7 procent presenteïsme rond de menstruatie, met gemiddeld 23,2 dagen per jaar waarop de productiviteit lager was.
8,9 dagenproductiviteitsverlies per jaar, 2017
Het gemiddelde productiviteitsverlies van 33 procent over die 23,2 dagen komt uit op 8,9 volledig verloren werkdagen per jaar door presenteïsme, tegenover 1,3 dagen verzuim.
20,1%vrouwen die zich ziek meldden, 2017
Van de vrouwen die zich ziek meldden vanwege de menstruatie vertelde slechts 20,1 procent aan de werkgever of school dat dit de echte reden was.
Werkuitkomsten van vrouwen in de overgang, uitgesplitst naar de mate van klachten (2021).
| Werkuitkomst | Geen of weinig klachten (n=5.538) | Veel klachten (n=2.887) |
|---|---|---|
| Hoge herstelbehoefte na een werkdag | 12,0% | 53,2% |
| Verzuim in de afgelopen 3 maanden | 14,0% | 28,9% |
| Korter kunnen werken dan men wil | 12,8% | 31,8% |
| (Zeer) ontevreden met het werk | 1,8% | 6,9% |
| Productiviteit (schaal 0 tot 10) | 8,1 | 7,0 |
| Werkvermogen (schaal 0 tot 10) | 8,2 | 7,1 |
Bron: RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), tabel 2
Alle verschillen in deze tabel zijn statistisch significant (p kleiner dan 0,001). De indeling in veel of weinig klachten is gemaakt op basis van het bovenste tertiel van de GCS-score.
Inzetbaarheid, gezondheid en verzuim
Binnen de perimenopauze vergeleek TNO vrouwen zonder klachten, met soms klachten en met regelmatig klachten. Het beeld loopt bij elk van deze uitkomsten door de drie groepen heen.
66,0%vrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
Twee op de drie vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten heeft in het afgelopen jaar verzuimd, tegenover 43,3 procent van de vrouwen zonder deze klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
13,6 dagenvrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
Vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten verzuimden gemiddeld 13,6 dagen per jaar, tegenover 9,3 dagen bij vrouwen met soms klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
18,7%vrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
Van de verzuimende vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten was 18,7 procent minimaal één keer afwezig door die klachten zelf, tegenover 5,2 procent bij vrouwen met soms klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
23,9%vrouwen met regelmatig overgangsklachten, 2021
Bijna een kwart van de vrouwen in de perimenopauze met regelmatig overgangsklachten noemt die klachten als oorzaak van het verzuim, tegenover 12,3 procent bij vrouwen met soms klachten.
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022), tabel 8
67,0%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Twee op de drie vrouwen met hormoongerelateerde klachten werkt door terwijl zij zich ziek voelt, tegenover 43,1 procent van de werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.1
40,0%vrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
Van de vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten geeft 40,0 procent aan het werk minder goed te kunnen uitvoeren, tegenover 14,5 procent bij vrouwen met soms klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.1
27%vrouwen in de overgang, 2021
Werkgerelateerde psychische vermoeidheid komt bij 27 procent van de werknemers in de overgang voor, tegenover 20 procent bij vrouwen van 40 tot 60 jaar die niet in de overgang zijn.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
24,0%vrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
Een op de vier vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten heeft klachten waarvoor geen duidelijke medische verklaring is, tegenover 11,6 procent bij vrouwen zonder deze klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 4.1
Inzetbaarheid en gezondheid van vrouwen in de perimenopauze naar de mate van overgangsklachten (2021).
| Uitkomst | Zonder klachten (n=155) | Soms klachten (n=380) | Regelmatig klachten (n=200) |
|---|---|---|---|
| Voldoet aan de fysieke eisen van het werk | 96,2% | 92,4% | 77,0% |
| Voldoet aan de psychische eisen van het werk | 90,5% | 81,3% | 73,3% |
| Werkvermogen (schaal 1 tot 10) | 7,8 | 7,5 | 6,9 |
| Algemene gezondheid goed of zeer goed | 85,9% | 80,9% | 62,5% |
| Burn-outklachten | 13,4% | 26,3% | 38,9% |
| GCS-totaalscore (schaal 0 tot 63) | 10,4 | 15,5 | 21,9 |
Bron: TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022), tabellen 5 en 8
Vrouwen in de perimenopauze rapporteren vaker burn-outklachten (27,1 procent) dan vrouwen in de premenopauze (19,8 procent) en de postmenopauze (17,5 procent), en verzuimden vaker in de afgelopen twaalf maanden (42,9 procent tegenover 38,2 en 38,4 procent).
Wordt het op het werk besproken?
Zowel het CBS als TNO en het RIVM vroegen met wie vrouwen hun klachten bespreken. In alle drie de onderzoeken komt hetzelfde patroon terug: collega's wel, leidinggevende en bedrijfsarts nauwelijks.
65%vrouwen met klachten die het werk raken, 2021
Van de vrouwen bij wie overgangsklachten van invloed zijn op het werk bespreekt 65 procent dit op het werk, oplopend tot 74 procent bij regelmatig klachten en 57 procent bij soms klachten.
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
63,2%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Van de vrouwen met hormoongerelateerde gezondheidsklachten maakt 63,2 procent dit bespreekbaar op het werk, tegenover 71,3 procent van de werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
12,4%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Vrouwen met hormoongerelateerde klachten bespreken die in 12,4 procent van de gevallen met de leidinggevende, tegenover 35,2 procent bij werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
35,3%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Een op de drie vrouwen met hormoongerelateerde klachten houdt die klachten bewust (deels) verborgen, tegenover 23,9 procent van de werknemers met algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
19,0%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Van de vrouwen met hormoongerelateerde klachten is 19,0 procent bang dat collega's negatief over hen oordelen, tegenover 10,9 procent bij algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
47,6%vrouwen in de menstruele fase, 2023
Vrouwen in de menstruele fase laten hun klachten het vaakst onbesproken (47,6 procent), tegenover 27,4 procent van de vrouwen in de perimenopauze.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
47%vrouwen met werkbeperkende klachten, n=2.958, 2021
In het RIVM-onderzoek bespreekt 47 procent van de vrouwen met werkbeperkende overgangsklachten die klachten niet op het werk en heeft daar ook geen behoefte aan, terwijl 5 procent het niet bespreekt maar dat wel zou willen.
57%vrouwen met klachten die het werk raken, 2021
Van de vrouwen met overgangsklachten die van invloed zijn op het werk heeft 57 procent behoefte aan meer ondersteuning of begrip op de werkvloer, vooral van de leidinggevende (33,8 procent).
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
Met wie vrouwelijke werknemers hun overgangsklachten bespreken, als die klachten van invloed zijn op het werk (2021).
| Bespreekt klachten | Regelmatig klachten | Soms klachten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Met 1 of 2 collega's | 60,3% | 50,0% | 54,7% |
| Met de leidinggevende | 19,4% | 8,0% | 13,2% |
| Met een grotere groep collega's | 10,3% | 4,4% | 7,1% |
| Met de bedrijfsarts | 3,3% | 1,8% | 2,5% |
| Met een overige professional | 3,1% | 0,7% | 1,8% |
| Wil niet bespreken | 9,2% | 26,2% | 18,4% |
| Weet niet of zij wil bespreken | 8,7% | 11,6% | 10,2% |
| Wil wel bespreken, doet het niet | 8,1% | 4,9% | 6,4% |
Bron: CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
De behoefte aan steun verschilt sterk per persoon: van de bedrijfsarts wil 14,6 procent van de vrouwen met regelmatig klachten meer begrip, tegenover 2,2 procent van de vrouwen met soms klachten.
Taboe, regelingen en wat werknemers van werkgevers vragen
De TNO-verdieping legde zeven stellingen over taboe voor aan alle 3.787 respondenten, mannen en vrouwen. Daaruit komt een opvallend verschil tussen wat mensen zelf vinden en wat zij denken dat collega's vinden.
82,6%alle werknemers, 2023
Ruim acht op de tien werknemers vindt dat vrouwen op het werk openlijk over hormoongerelateerde klachten moeten kunnen praten, bij vrouwen 89,0 procent en bij mannen 76,4 procent.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.4
60,0%alle werknemers, 2023
Terwijl 82,6 procent van de werknemers het onderwerp zelf bespreekbaar vindt, verwacht slechts 60,0 procent dat collega's er net zo over denken, wat erop wijst dat werknemers het taboe bij anderen overschatten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.4
21,7%vrouwelijke werknemers, 2023
Ruim een op de vijf vrouwen vindt dat je beter niet laat merken dat je hormonale klachten hebt als je carrière wilt maken, tegenover 5,6 procent van de mannen.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.4
9,7%alle werknemers, 2023
Slechts een op de tien werknemers is op de hoogte van regelingen vanuit de werkgever ter ondersteuning van vrouwen met hormoongerelateerde klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.5
4,4%vrouwen in de menstruele fase, 2023
In de menstruele fase kent maar 4,4 procent van de vrouwen zulke regelingen, tegenover 16,7 procent van de vrouwen in de postmenopauze.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.5
41,8%vrouwelijke werknemers, 2023
Vier op de tien vrouwen vindt dat werkgevers meer aandacht moeten besteden aan hormoongerelateerde klachten, tegenover 22,5 procent van de mannen, terwijl 51,7 procent van de mannen hierover geen duidelijke mening heeft.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.5
51,5%vrouwen met regelmatig hormonale klachten, 2023
De helft van de vrouwen met regelmatig hormoongerelateerde klachten pleit voor meer aandacht van de werkgever, tegenover 34,2 procent van de vrouwen zonder deze klachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.5
75,5%vrouwen met hormonale klachten, 2023
Drie op de vier vrouwen met hormoongerelateerde klachten geeft aan dat er geen werkaanpassingen nodig waren, en van wie wel aanpassingen kreeg is 48,8 procent daarover tevreden tegenover 69,7 procent bij algemene gezondheidsklachten.
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.2
Wat werknemers noemen als verbeterpunt voor werkgevers rond hormoongerelateerde gezondheidsklachten (2023).
| Verbeterpunt | Alle werknemers | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|---|
| Meer bewustwording onder leidinggevenden | 54,0% | 54,6% | 53,4% |
| Meer ruimte voor flexibel werken | 42,7% | 43,8% | 41,4% |
| Betere voorzieningen in toiletruimtes | 28,1% | 30,4% | 25,5% |
| Betere temperatuur en ventilatie in het gebouw | 26,1% | 34,7% | 16,6% |
| Betere herkenning door de bedrijfsarts | 24,5% | 28,7% | 19,9% |
| Wettelijk menstruatie- en menopauzeverlof | 19,4% | 27,6% | 10,2% |
| Snellere doorverwijzing naar een specialist | 16,0% | 18,7% | 13,0% |
| Betere werkkleding | 11,6% | 12,8% | 10,3% |
Bron: TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (2025), tabel 6.5
Deze vraag is alleen gesteld aan respondenten die vinden dat er (misschien) meer aandacht moet komen voor hormoongerelateerde gezondheidsklachten. Respondenten konden meerdere verbeterpunten noemen, dus de percentages tellen niet op tot 100.
Valkuilen voordat je deze cijfers citeert
- Drie onderzoeken, drie verschillende steekproeven De cijfers op deze pagina komen uit drie los van elkaar opgezette onderzoeken: een herbenadering van de NEA 2020 onder 4.506 vrouwen van 40 tot 75 jaar (2021), een vragenlijst van het RIVM onder 12.708 werkende vrouwen van 40 tot 66 jaar binnen het Lifelines-cohort (2021) en een verdieping op de NEA 2023 onder 3.787 werknemers van 15 tot 75 jaar (2024). Percentages uit deze drie bronnen zijn daarom niet onderling uitwisselbaar, ook niet als ze over hetzelfde onderwerp gaan.
- In de overgang betekent per onderzoek iets anders TNO en CBS rekenen in de meting van 2021 alleen de perimenopauze aan als in de overgang, wat uitkomt op 16,5 procent van de vrouwelijke werknemers van 40 tot 75 jaar. Het RIVM rekent peri- en postmenopauze samen tot vrouwen in de overgang en komt op 8.425 van de 12.708 deelneemsters. De TNO-verdieping van 2025 rapporteert 12,0 procent perimenopauze en 18,9 procent postmenopauze apart. Wie deze cijfers naast elkaar legt, vergelijkt verschillende afbakeningen.
- Zelfselectie bij het RIVM, herbenadering bij TNO en CBS Het RIVM-onderzoek liep binnen Lifelines: circa 35.000 vrouwen kregen een extra vragenlijst, 14.402 (41 procent) deden mee en 12.708 bleven over. Wie meedoet aan zo'n vragenlijst, selecteert zichzelf. Het RIVM wijst er zelf op dat vrouwen met zeer ernstige klachten mogelijk al zijn gestopt met werken en dus buiten de meting vallen, en dat vrouwen met een migratieachtergrond ondervertegenwoordigd zijn. De TNO-metingen zijn herbenaderingen van een CBS-steekproef en zijn gewogen om selectieve respons te beperken, maar ook daar geldt dat alleen mensen zijn benaderd die toestemming gaven voor vervolgonderzoek.
- De Greene Climacteric Scale is een vragenlijst, geen diagnose De GCS telt de scores op 21 klachten op tot een getal tussen 0 en 63. Een hoge score kan betekenen dat iemand af en toe last heeft van veel klachten, of heel vaak van een paar klachten. Een GCS-score stelt niets vast over een medische oorzaak en is geen diagnose. Het RIVM merkt bovendien op dat overgangsklachten lijken op symptomen van overspannenheid, waardoor ze in de praktijk verwisseld kunnen worden.
- Hetzelfde getal, een andere noemer De 173.000 vrouwen bij wie overgangsklachten het werk raken, zijn in de CBS-publicatie 55 procent van alle vrouwelijke werknemers in de overgang. In het onderliggende TNO-rapport is dezelfde groep zeven op de tien vrouwen met klachten. Beide zijn juist, maar de noemer verschilt: alle vrouwen in de overgang, of alleen degenen met klachten.
- Een percentage van 55 kan twee tegengestelde dingen betekenen In de TNO- en CBS-meting staat 55 procent voor het deel van de vrouwen in de overgang bij wie de klachten het werk raken. In het RIVM-onderzoek staat 55 procent voor het deel van de vrouwen in de overgang dat juist geen beperkingen ervaart bij dagelijkse activiteiten. Wie het getal zonder de vraagstelling overneemt, draait de betekenis om.
- Samenhang is geen oorzakelijk verband De onderzoeken meten op één moment in de tijd. Dat vrouwen met veel klachten vaker verzuimen en een lager werkvermogen rapporteren, zegt niet welke kant de pijl op wijst. TNO beschrijft het als tweerichtingsverkeer: klachten kunnen de werkprestatie raken, en hoge werkdruk of fysieke belasting kunnen de klachten verergeren. De odds ratio's uit het RIVM-onderzoek zijn gecorrigeerd voor onder meer leeftijd, opleiding, werkkenmerken en leefstijl, maar blijven samenhangen.
- Lopende tekst en tabellen verschillen soms binnen één rapport In de TNO-publicatie van 2025 noemt de lopende tekst op één plek een ernstcijfer van 6,9 terwijl tabel 3.3 voor dezelfde groep 6,2 geeft, en staat in de aanbevelingen dat de prevalentie van regelmatige klachten het hoogst is in de postmenopauze terwijl de tabellen de perimenopauze aanwijzen (53,3 procent tegenover 24,5 procent). Op deze pagina zijn in zulke gevallen de tabellen gevolgd, omdat die de onderliggende cijfers geven.
Belangrijkste conclusies
- Het aantal vrouwelijke werknemers dat te maken heeft met overgangsklachten is in Nederland goed in kaart gebracht: 315.000 vrouwen van 40 tot 75 jaar in de perimenopauze in 2021, van wie 251.000 klachten ervaren en 173.000 die klachten op het werk merken.
- De perimenopauze is in alle drie de onderzoeken de zwaarste fase: de hoogste GCS-score (16,1 punten in 2023 en 16,2 in 2021), het hoogste aandeel vrouwen met regelmatig klachten (53,3 procent) en de meeste burn-outklachten (27,1 procent).
- Opvliegers zijn niet het grootste probleem op het werk: vermoeidheid, slaapstoornissen, spier- en gewrichtspijn en concentratieproblemen worden vaker en door meer vrouwen genoemd.
- Het verschil zit niet tussen vrouwen en mannen, maar tussen vrouwen met en zonder regelmatige klachten: werkvermogen 7,6 tegenover 8,2, burn-outklachten 27,7 tegenover 17,4 procent en verzuim 66,0 tegenover 43,3 procent.
- De grootste verliespost is zichtbaar noch geregistreerd: 67 procent van de vrouwen met hormonale klachten werkt door terwijl zij zich ziek voelt, en 40 procent van de vrouwen met regelmatige klachten kan het werk dan minder goed uitvoeren.
- De route naar ondersteuning loopt vast bij de eerste stap: vrouwen bespreken hormonale klachten wel met collega's (43,3 procent) maar nauwelijks met de leidinggevende (12,4 procent) of de bedrijfsarts (2,3 procent), terwijl dat bij algemene gezondheidsklachten 35,2 en 7,2 procent is.
- Het taboe zit vooral in de verwachting: 82,6 procent van de werknemers vindt het onderwerp zelf bespreekbaar, maar men denkt dat slechts 60,0 procent van de collega's er zo over denkt.
- Beleid is er misschien wel, maar bereikt niemand: slechts 9,7 procent van de werknemers kent een regeling van de werkgever, en in de menstruele fase is dat 4,4 procent.
Methodologie en bronnen
Elk cijfer op deze pagina komt uit een publicatie die wij zelf hebben gedownload en uitgelezen, niet uit een samenvatting of een zoekresultaat. De drie kernbronnen zijn de factsheet en het volledige rapport van TNO en CBS over de herbenadering van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2020 onder 4.506 vrouwen van 40 tot 75 jaar in het vierde kwartaal van 2021, de RIVM-publicatie Werken tijdens de overgang op basis van een vragenlijst in oktober en november 2021 onder 12.708 werkende vrouwen van 40 tot 66 jaar binnen het Lifelines-cohort, en het TNO-rapport Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen van september 2025, een verdieping op de NEA 2023 onder 3.787 werknemers van 15 tot 75 jaar die in oktober 2024 een vragenlijst invulden. Daarnaast gebruiken wij het CBS-nieuwsbericht van 20 mei 2022 met de onderliggende tabellen, tabel 85454NED van CBS StatLine via de open-dataservice voor slaapproblemen in verslagjaar 2024, en het Nederlandse onderzoek van Schoep en collega's in BMJ Open uit 2019 onder 32.748 vrouwen van 15 tot 45 jaar. Waar de lopende tekst van een rapport afwijkt van de bijbehorende tabel, volgen wij de tabel. Cijfers die wij niet in een primaire bron konden terugvinden, staan niet op deze pagina.
Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.
Gebruikte bronnen
- CBS StatLine, Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (tabel 85454NED), 2024
- CBS, Helft werknemers in overgang ondervindt hinder op werk (2022)
- RIVM, Werken tijdens de overgang (2022), figuur 5
- Schoep e.a., BMJ Open (2019), n=32.748
- TNO en CBS, factsheet De overgang: klachten en invloed op het werk (NEA 2020, herbenadering 2021)
- TNO, De overgang: klachten en de invloed op het werk (2022), tabellen 5 en 8
- TNO, Hormoongerelateerde gezondheidsklachten bij vrouwen (NEA 2023, 2025), tabel 6.2
Veelgestelde vragen
Hoeveel werkende vrouwen in Nederland zijn in de overgang?
Dat hangt af van de afbakening. TNO en CBS komen voor 2021 op 16,5 procent van de vrouwelijke werknemers van 40 tot 75 jaar in de perimenopauze, oftewel ongeveer 315.000 vrouwen. Rekent men de postmenopauze mee, dan komen daar nog eens 967.000 vrouwen bij. De TNO-verdieping op de NEA 2023 meet onder alle vrouwelijke werknemers van 15 tot 75 jaar 12,0 procent in de perimenopauze en 18,9 procent in de postmenopauze.
Welke overgangsklachten raken het werk het meest?
In het RIVM-onderzoek onder 8.425 vrouwen in de overgang staan slaapstoornissen (25 procent), spier- en gewrichtspijn (23 procent), opvliegers (21 procent), nachtelijk zweten (20 procent) en vermoeidheid (19 procent) bovenaan bij de klachten waar vrouwen (heel) vaak last van hebben. Het CBS vat de hinder op het werk samen in twee vormen: minder goed functioneren door pijn, vermoeidheid of concentratieproblemen (36 procent) en ongemakkelijke situaties op de werkvloer (31 procent).
Leiden overgangsklachten tot meer ziekteverzuim?
In de cijfers gaan zwaardere klachten samen met meer verzuim. Het RIVM vond dat vrouwen in de overgang met veel klachten twee keer zo vaak verzuimden in de voorgaande drie maanden als vrouwen met geen of weinig klachten (28,9 tegenover 14,0 procent). TNO meet voor 2023 dat 66,0 procent van de vrouwen met regelmatig hormonale klachten in het afgelopen jaar verzuimde, gemiddeld 13,6 dagen, en dat 18,7 procent van die groep minimaal één keer verzuimde door de klachten zelf. Dat is samenhang, niet per definitie oorzaak en gevolg.
Waarom bespreken vrouwen hun klachten niet met de bedrijfsarts?
De onderzoeken meten dat het weinig gebeurt, niet precies waarom. Van de vrouwen met hormoongerelateerde klachten bespreekt 2,3 procent die met de bedrijfsarts, tegenover 7,2 procent van de werknemers met algemene gezondheidsklachten. TNO ziet daarbij tekenen van strategisch verbergen: 35,3 procent houdt de klachten bewust deels verborgen en 19,0 procent is bang dat collega's negatief oordelen. Het RIVM wijst er daarnaast op dat er voor bedrijfsartsen nog geen richtlijn bestaat voor het handelen bij overgangsklachten.
Is er een taboe op de overgang op het werk?
De cijfers laten vooral een verwachtingskloof zien. Van alle werknemers vindt 73,2 procent dat praten over menstruatie, zwangerschap of overgang op hun werk geen taboe is, en 82,6 procent vindt dat vrouwen hier openlijk over moeten kunnen praten. Toch denkt men dat slechts 60,0 procent van de collega's er zo over denkt, en vindt 21,7 procent van de vrouwen dat je beter niet laat merken dat je klachten hebt als je carrière wilt maken. Bij mannen is dat 5,6 procent.
Wat vragen werknemers van hun werkgever?
Het meest genoemde verbeterpunt is bewustwording onder leidinggevenden (54,0 procent van de werknemers), gevolgd door meer ruimte voor flexibel werken (42,7 procent), betere voorzieningen in toiletruimtes (28,1 procent) en betere temperatuur en ventilatie in het gebouw (26,1 procent, bij vrouwen 34,7 procent). Wettelijk menstruatie- en menopauzeverlof wordt door 19,4 procent genoemd, bij vrouwen 27,6 procent en bij vrouwen met regelmatige klachten 39,0 procent.
Gaan deze cijfers ook over menstruatieklachten?
Deels. De TNO-verdieping op de NEA 2023 kijkt naar alle hormonale fasen en meet dat 40,3 procent van de vrouwelijke werknemers in de menstruele fase zit, waarvan 32,2 procent regelmatig klachten ervaart. Het Nederlandse onderzoek van Schoep en collega's onder 32.748 vrouwen van 15 tot 45 jaar vond dat 80,7 procent presenteïsme rapporteert rond de menstruatie, met gemiddeld 23,2 dagen per jaar waarop de productiviteit lager is en een productiviteitsverlies dat uitkomt op 8,9 verloren werkdagen per jaar.
Doet DiversaMente onderzoek of behandeling bij overgangsklachten?
Nee. DiversaMente geeft op deze pagina geen medisch advies. Deze pagina zet alleen de gepubliceerde Nederlandse cijfers over de overgang, hormonale klachten en werk bij elkaar, met bronvermelding per getal. Voor vragen over eigen klachten of over behandelmogelijkheden is de huisarts of de bedrijfsarts het juiste aanspreekpunt.
Wie deze cijfers verzamelde
Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.
De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.
Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.
Meer cijferoverzichten
- Burn-out bij vrouwen in cijfers
- Wachttijden in de ggz bij ADHD en autisme
- ADHD, autisme en werk in cijfers
- ADHD en autisme bij vrouwen en mannen
- ADHD-medicatie bij vrouwen
- Autisme bij vrouwen in cijfers
- Hulp zoeken bij psychische klachten in cijfers
- Mantelzorg en dubbele belasting in cijfers
- Meisjes en jonge vrouwen in cijfers
- Mentale gezondheid in cijfers
- Psychologen in Nederland in cijfers
- Slaapproblemen bij vrouwen in cijfers
- Van huisarts tot arbeidsongeschiktheid in cijfers
- Verzuim door psychische klachten in cijfers
- Kosten van de ggz
- Wat psychische hulp zelf kost in cijfers
- Werkdruk en werkstress in cijfers
- Zelfstandigen en burn-out in cijfers