DiversaMente › Cijfers › Wat psychische hulp zelf kost in cijfers

Cijferoverzicht

Wat psychische hulp de patiënt in Nederland zelf kost, in cijfers

Over de rekening voor psychische hulp circuleren veel bedragen zonder jaartal en zonder bron. Op deze pagina staan alleen bedragen die wij zelf hebben opgezocht in de officiële stukken: de tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit voor 2026, de Zorgverzekeringswet-stukken van de Rijksoverheid, de pakketafbakening van Zorginstituut Nederland, de declaratiecijfers van CBS en de metingen van Nivel en het Trimbos-instituut. Bij elk getal staat het jaar, de eenheid en de bron. Deze pagina gaat over de rekening van de patiënt, niet over de landelijke uitgaven aan de ggz.

Samengesteld door DiversaMente, praktijk voor psychologische begeleiding in Haarlem. Elk cijfer hieronder heeft een uitgever, een meetjaar en een klikbare bron.

€ 385verplicht eigen risico, 2026

Het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering is in 2026 vastgesteld op 385 euro per jaar per verzekerde van 18 jaar of ouder. Dat bedrag is sinds 2016 niet veranderd.

Bron: Rijksoverheid, Wanneer betaal ik een eigen risico voor mijn zorg? (2026)

€ 177,89maximumtarief per uur behandeling, 2026

Een behandelconsult van 60 minuten bij een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie II mag in 2026 maximaal 177,89 euro kosten volgens de tariefbeschikking van de NZa.

Bron: NZa, Tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie CO0627

50%schatting van het ministerie, 2026

Naar schatting maakt de helft van de verzekerden het verplicht eigen risico in een jaar helemaal vol. Dat is de eigen schatting van het ministerie van VWS in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat het eigen risico voor 2026 bevroor.

Bron: Memorie van toelichting, Kamerstuk 36679 nr. 3 (2024)

€ 0directe eigen betalingen bij ggz-instellingen, 2018 tot 2022

In de internationaal vergelijkbare zorgrekeningen van het CBS staat voor instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in elk jaar van 2018 tot en met 2022 nul euro aan directe eigen betalingen. Alles wat huishoudens daar betaalden, is geboekt als eigen risico of wettelijke eigen bijdrage.

Bron: CBS StatLine, Zorguitgaven internationaal vergelijkbaar; aanbieders, financiering (tabel 84078NED)

Deel 1

Het eigen risico in 2026, en wat verzekerden erover weten

Het verplicht eigen risico geldt vanaf 18 jaar voor zorg uit het basispakket. Voor de geneeskundige ggz geldt het wel, voor hulp van de huisarts en de praktijkondersteuner ggz niet. Nivel legde in vier peilingen tussen 2009 en 2018 aan leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg voor welke zorgvormen onder het eigen risico vallen.

€ 385verplicht eigen risico, 2016 tot 2026

Het verplicht eigen risico staat sinds 2016 op 385 euro per jaar. Zonder het wetsvoorstel dat het bedrag voor 2026 bevroor, zou het volgens de indexatieregel in artikel 19 van de Zorgverzekeringswet naar verwachting 400 euro zijn geworden.

Bron: Memorie van toelichting, Kamerstuk 36679 nr. 3 (2024)

€ 150eerste verplicht eigen risico, 2008

Het verplicht eigen risico werd in 2008 ingevoerd op 150 euro per jaar, als vervanging van de no-claimregeling van 255 euro per jaar.

Bron: Vektis, Tijdlijn 20 jaar Zorgverzekeringswet

€ 885hoogst mogelijke eigen risico, 2026

Wie bovenop het verplichte bedrag het maximale vrijwillig eigen risico van 500 euro kiest, betaalt in het slechtste geval 885 euro zelf. De keuzebedragen zijn 100, 200, 300, 400 of 500 euro.

Bron: Rijksoverheid, Wanneer betaal ik een eigen risico voor mijn zorg? (2026)

87,9% kiest nul euroverzekerden van 18 jaar en ouder, 2026

Van de verzekerden van 18 jaar en ouder kiest 87,9 procent geen vrijwillig eigen risico en 9,2 procent het maximum van 500 euro. De tussenbedragen zijn klein: 1,0 procent kiest 100 euro, 1,2 procent 200 euro, 0,5 procent 300 euro en 0,1 procent 400 euro.

Bron: NZa, Kerncijfers zorgverzekeraars, vrijwillig eigen risico verzekerden 18 jaar en ouder (2026)

10 zorgvormenvrijgesteld van het eigen risico, 2026

Zorginstituut Nederland noemt tien zorgvormen waarvoor geen verplicht eigen risico geldt, waaronder huisartsenzorg en de huisartsenpost, ketenzorg, kraamzorg, verloskundige zorg en prenatale screening, wijkverpleging, het stoppen-met-rokenprogramma, de gecombineerde leefstijlinterventie, nacontrole en reiskosten bij orgaandonatie, zorg voor kinderen onder 18 jaar, en het verkennend gesprek bij de geneeskundige ggz.

Bron: Zorginstituut Nederland, Eigen risico (Zvw)

12,1%verzekerden van 18 jaar en ouder, 2026

Van de verzekerden neemt 12,1 procent bovenop het verplichte eigen risico een vrijwillig eigen risico, tegen 12,4 procent in 2025 en 13,3 procent in 2023. Van die groep kiest 76 procent het maximumbedrag.

Bron: Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026, hoofdstuk 5

47%verzekerden, 2018

Minder dan de helft van de verzekerden wist in 2018 dat voor psychiatrische zorg het eigen risico geldt. Bij 30 procent was het antwoord dat zij het niet weten, het derde hoogste 'weet niet'-percentage van de twaalf getoetste zorgvormen, na kraamzorg en verloskundige zorg.

Bron: Nivel, Kennis van verzekerden over eigen betalingen binnen de Zorgverzekeringswet (2018), figuur 2.1

54% naar 60%gemiddeld over alle zorgvormen, 2009 tot 2018

Gemiddeld over alle zorgvormen steeg het aandeel verzekerden met een correct antwoord van 54 procent in 2009 naar 60 procent in 2018, met 58 procent in 2013 en 56 procent in 2015 als tussenmeting. Voor psychiatrische zorg, verloskundige zorg, kraamzorg en tandzorg voor kinderen nam de kennis juist af.

Bron: Nivel, Kennis van verzekerden over eigen betalingen binnen de Zorgverzekeringswet (2018)

geen eigen risicoverkennend gesprek ggz, vanaf 2025

Voor het verkennend gesprek in de ggz hoeft geen verplicht eigen risico te worden betaald. Zorginstituut Nederland dateert de vergoeding op 2025, de Rijksoverheid noemt het vrijstellen van het eigen risico als wijziging per 1 januari 2026.

Bron: Zorginstituut Nederland, Geneeskundige ggz (Zvw)

0 eurohuisarts en praktijkondersteuner ggz, 2026

Behandelt de huisarts of de praktijkondersteuner huisarts ggz de psychische klachten zelf, dan is dat huisartsenzorg en geldt er geen verplicht eigen risico. Vanaf het moment van doorverwijzing naar de geneeskundige ggz geldt het eigen risico wel.

Bron: Zorginstituut Nederland, Geneeskundige ggz (Zvw)

€ 192,50eigen risico bij een verjaardag in juni, 2026

Wie in de loop van het jaar 18 wordt, betaalt eigen risico vanaf de maand na de verjaardag en dus maar een deel van de 385 euro. Bij een verjaardag op 4 juni is dat maximaal 192,50 euro over de rest van het jaar.

Bron: Zorginstituut Nederland, Eigen risico (Zvw)

120 dagendoorlooptijd van de rekening

Stuurt de zorgaanbieder de factuur naar de zorgverzekeraar, dan kan het tot 120 dagen duren voordat de verzekerde de rekening voor het eigen risico krijgt. Wie het eigen risico vooraf of in termijnen betaalt, krijgt aan het einde van het jaar terug wat niet is opgemaakt.

Bron: Zorginstituut Nederland, Eigen risico (Zvw)

Weten verzekerden of het verplicht eigen risico voor een zorgvorm geldt? Percentage correcte, onjuiste en 'weet niet'-antwoorden in 2018 (n=681 tot 728, gewogen). Achter de zorgvorm staat het juiste antwoord.

ZorgvormCorrectNiet correctWeet niet
Bezoek aan de huisarts (geen eigen risico)83%13%3%
Telefonisch consult huisarts (geen eigen risico)74%15%11%
Geneesmiddelen op recept (wel eigen risico)74%19%7%
Laboratoriumonderzoeken (wel eigen risico)70%19%10%
Bezoek aan medisch specialist in het ziekenhuis (wel eigen risico)69%24%7%
Tandheelkundige zorg voor kinderen onder 18 jaar (geen eigen risico)65%14%22%
Opname in het ziekenhuis (wel eigen risico)63%29%8%
Spoedeisende eerste hulp in het ziekenhuis (wel eigen risico)59%31%10%
Huisartsenpost (geen eigen risico)54%35%11%
Psychiatrische zorg (wel eigen risico)47%23%30%
Verloskundige zorg (geen eigen risico)37%21%42%
Kraamzorg (geen eigen risico)32%26%43%

Bron: Nivel, Kennis van verzekerden over eigen betalingen binnen de Zorgverzekeringswet (2018), figuur 2.1, Consumentenpanel Gezondheidszorg juli 2018

De vrijstellingslijsten van twee officiële bronnen lopen niet gelijk. Zorginstituut Nederland noemt onder meer huisartsenzorg, ketenzorg, kraamzorg, verloskundige zorg, wijkverpleging, de gecombineerde leefstijlinterventie, het stoppen-met-rokenprogramma, nacontrole en reiskosten bij orgaandonatie en het verkennend gesprek bij de geneeskundige ggz. De lijst van de Rijksoverheid noemt het verkennend gesprek niet, maar wel dat de zorgverzekeraar daarnaast zelf zorgaanbieders, zorgprogramma's, medicijnen en hulpmiddelen van het eigen risico kan uitsluiten.

Deel 2

Hoeveel mensen eigen risico en eigen bijdragen betalen

Het CBS koppelt voor de Monitor Langdurige Zorg de declaratiegegevens aan persoonsgegevens en telt hoeveel mensen in een jaar zorg gebruiken waarvoor een verplicht eigen risico of een wettelijke eigen bijdrage geldt. Het bedrag in deze tabel is geen jaarbedrag: het is het gemiddelde in de maand waarin de peildatum november valt.

11.422.100personen, 2023

In 2023 gebruikten 11,4 miljoen mensen zorg waarvoor het verplicht eigen risico van de Zorgverzekeringswet geldt. In 2015 waren dat 10,8 miljoen mensen.

Bron: CBS, Eigen risico en eigen bijdrage van personen Zvw, Wmo en/of Wlz, in maand (MLZ-tabel 40094NED)

6.198.300 tegen 5.223.800vrouwen en mannen, 2023

Van de mensen die in 2023 eigen risico betaalden waren 6.198.300 vrouw en 5.223.800 man, bijna een miljoen verschil. Het gemiddelde bedrag in november lag bij vrouwen op 23,95 euro en bij mannen op 22,83 euro.

Bron: CBS, MLZ-tabel 40094NED, naar geslacht, 2023

2.401.000personen met een eigen bijdrage Zvw, 2023

Naast het eigen risico betaalden 2,4 miljoen mensen in 2023 een wettelijke eigen bijdrage binnen de Zorgverzekeringswet, bijvoorbeeld voor geneesmiddelen of hulpmiddelen. In 2015 waren dat 1,5 miljoen mensen.

Bron: CBS, MLZ-tabel 40094NED

1.538.000 tegen 862.900vrouwen en mannen met eigen bijdrage Zvw, 2023

Bij de wettelijke eigen bijdragen binnen de Zvw is het verschil tussen vrouwen en mannen veel groter dan bij het eigen risico: 1.538.000 vrouwen tegenover 862.900 mannen, oftewel bijna twee op de drie.

Bron: CBS, MLZ-tabel 40094NED, naar geslacht, 2023

€ 3,4 miljardbetaald eigen risico, 2024

Verzekerden betaalden in 2024 samen 3,4 miljard euro aan eigen risico, tegenover 3,3 miljard in 2023 en 3,2 miljard in 2022. In dezelfde jaren liep de betaalde nominale premie op van 21,6 naar 25,4 miljard euro.

Bron: VWS-Verzekerdenmonitor 2025

14.542.000Zvw-verzekerden van 18 jaar en ouder, 2024

Nederland had in 2024 17.801.000 Zvw-verzekerden, waarvan 14.542.000 van 18 jaar of ouder. Dat laatste aantal is de groep waarvoor het verplicht eigen risico geldt.

Bron: VWS-Verzekerdenmonitor 2025

€ 110 miljoenlagere opbrengst eigen risico, 2026

Door het bevriezen van het eigen risico op 385 euro betalen verzekerden in 2026 samen 110 miljoen euro minder eigen risico, gemiddeld 7 euro minder per verzekerde per jaar. Daar staat een hogere nominale premie van 12 euro per verzekerde per jaar tegenover.

Bron: Memorie van toelichting, Kamerstuk 36679 nr. 3 (2024)

€ 152 miljoenverwacht remgeldeffect, 2026

Het ministerie verwacht dat verzekerden bij een lager eigen risico meer zorg gebruiken, waardoor de zorguitgaven met 152 miljoen euro stijgen. Samen met de 110 miljoen gederfde opbrengst komt de maatregel uit op 262 miljoen euro.

Bron: Memorie van toelichting, Kamerstuk 36679 nr. 3 (2024)

Aantal personen dat eigen risico of een wettelijke eigen bijdrage binnen de Zorgverzekeringswet betaalt, met het gemiddelde bedrag in de maand november, 2015 tot 2023.

JaarPersonen met eigen risico ZvwGemiddeld eigen risico in novemberPersonen met eigen bijdrage ZvwGemiddelde eigen bijdrage in november
201510.789.800€ 22,281.500.000€ 11,62
201610.872.000€ 22,941.682.900€ 9,94
201710.950.200€ 23,021.840.500€ 9,49
201811.075.900€ 23,161.905.000€ 9,16
201911.172.700€ 23,312.077.700€ 8,12
202010.913.700€ 22,982.076.900€ 7,59
202111.112.200€ 23,442.382.900€ 7,29
202211.263.000€ 23,162.386.100€ 7,06
202311.422.100€ 23,442.401.000€ 7,69

Bron: CBS, Eigen risico en eigen bijdrage van personen Zvw, Wmo en/of Wlz, in maand (MLZ-tabel 40094NED), peildatum november

De tabel is in 2026 herontworpen. Voor mensen in een institutioneel huishouden gebruikt het CBS sindsdien het bruto persoonlijk inkomen in plaats van het bruto huishoudinkomen, en zijn de gegevens over eigen bijdragen voor Zvw-hulpmiddelen met terugwerkende kracht toegevoegd. De cijfers over 2023 zijn voorlopig.

Deel 3

Wat een gesprek volgens de NZa mag kosten

In het zorgprestatiemodel wordt per consult een prestatie gedeclareerd, gekoppeld aan het beroep van de zorgverlener, de setting en de duur. De tariefbeschikking voor 2026 bevat 1.379 prestaties, waarvan 1.024 consulten. De tarieven hieronder gelden voor een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie II en zijn maximumtarieven, dus de bovengrens van wat gedeclareerd mag worden.

€ 200,99diagnostiek 60 minuten, 2026

Een diagnostiekconsult van 60 minuten bij een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant sectie II kent een maximumtarief van 200,99 euro, tegenover 177,89 euro voor een behandelconsult van dezelfde duur.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0562 en CO0627

€ 34,06behandeling 5 minuten, 2026

Het kortste consult, 5 minuten behandeling, kent een maximumtarief van 34,06 euro. Een consult van 120 minuten komt uit op 380,96 euro, oftewel elf keer zoveel voor 24 keer de tijd.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0107 en CO1017

10%max-max tarief, 2026

Boven het maximumtarief mag een zorgaanbieder tot 10 procent extra afspreken, het max-max tarief. Daarvoor is een schriftelijke overeenkomst met de zorgverzekeraar nodig. Naar beneden is de ondergrens 0 euro.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05

€ 195,68max-max tarief uur behandeling, 2026

Met die toeslag van 10 procent komt het hoogst toegestane bedrag voor een uur behandeling door een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant sectie II uit op 195,68 euro.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, prestatie CO0627 plus de max-max-opslag van 10 procent

40 prestatiesvrije tarieven, 2026

Voor 40 van de 1.379 prestaties geldt geen maximumtarief maar een vrij tarief. Dat zijn de 38 facultatieve prestaties, de onderlinge dienstverlening en de consultatie door het sociaal domein.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1

16 regio'sverkennend gesprek als facultatieve prestatie, 2026

Het verkennend gesprek, de ggz-zorg waarvoor juist geen eigen risico geldt, staat in de tariefbeschikking voor 2026 alleen als facultatieve prestatie met een vrij tarief, apart benoemd voor 16 regio's van 't Gooi tot IJssel-Vecht.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties OV9048 tot OV9063

€ 159,25toeslag inzet tolk 60 minuten, 2026

Voor de inzet van een tolk bij een consult van 60 minuten geldt een toeslag met een maximumtarief van 159,25 euro, bijna evenveel als het consult zelf. Een toeslag mag niet zelfstandig gedeclareerd worden.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie TC0005

€ 207,85toeslag psychodiagnostiek, 2026

De toeslag psychodiagnostiek kent een maximumtarief van 207,85 euro en komt bovenop een consult. De toeslag repetitieve transcraniële magnetische stimulatie staat op 55,36 euro.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties TC0016 en TC0014

Maximumtarieven 2026 voor consulten van een gezondheidszorgpsycholoog (Wet BIG artikel 3) in de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie II, per duur en per type consult.

Duur van het consultDiagnostiekBehandeling
5 minuten€ 42,86€ 34,06
15 minuten€ 74,62€ 61,33
30 minuten€ 124,78€ 105,30
45 minuten€ 174,83€ 149,82
60 minuten€ 200,99€ 177,89
75 minuten€ 245,04€ 218,98
90 minuten€ 300,39€ 267,52
120 minuten€ 416,55€ 380,96

Bron: NZa, Tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0042 tot CO1017

Deze tarieven zijn wat de zorgaanbieder maximaal in rekening mag brengen, niet wat de patiënt zelf betaalt. Bij gecontracteerde zorg binnen het basispakket gaat het bedrag eerst van het eigen risico af en daarna naar de zorgverzekeraar. Buiten het basispakket geldt een andere prestatie met een eigen tarief, zie verderop.

Deel 4

Hetzelfde uur, een ander tarief

In het zorgprestatiemodel bepaalt niet alleen de duur het tarief, maar ook het beroep van de zorgverlener en de setting waarin de zorg wordt geleverd. Voor de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie III gelden de kwaliteitscriteria voor instellingen, voor sectie II niet. Hieronder hetzelfde consult, een behandeling van 60 minuten, in drie ambulante settings.

€ 105,03 tot € 264,96behandeling 60 minuten, ambulant sectie II, 2026

Binnen één setting en één duur lopen de maximumtarieven uiteen van 105,03 euro voor een arts (Wet BIG artikel 3) tot 264,96 euro voor een arts-specialist, een verschil van factor 2,5.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0619 en CO0594

€ 205,96psychotherapeut, ambulant sectie II, 2026

Een behandeling van 60 minuten door een psychotherapeut kent in de setting ambulant sectie II een maximumtarief van 205,96 euro, 28,07 euro meer dan bij een gezondheidszorgpsycholoog.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie CO0635

€ 233,63klinisch (neuro)psycholoog, ambulant sectie II, 2026

Bij een klinisch (neuro)psycholoog, een beroep onder artikel 14 van de Wet BIG, staat hetzelfde uur behandeling op 233,63 euro.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie CO0603

€ 307,01outreachend, gz-psycholoog, 2026

Wordt hetzelfde uur behandeling door een gezondheidszorgpsycholoog in de setting outreachend geleverd, dus bij de patiënt thuis of op straat, dan is het maximumtarief 307,01 euro. Klinisch is dat 309,55 euro en hoogspecialistisch 314,23 euro.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0630, CO0631 en CO0634

€ 509,71forensische en beveiligde klinische zorg, 2026

Het hoogste tarief voor een uur behandeling door een gezondheidszorgpsycholoog staat in de setting forensische en beveiligde zorg, klinisch: 509,71 euro. Dat is bijna drie keer het tarief in de setting ambulant sectie II.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie CO0632

€ 251,58 tot € 1.048,53verblijfsdag ggz, 2026

Een verblijfsdag in de ggz heeft een maximumtarief van 251,58 euro bij een lichte verzorgingsgraad en 835,31 euro bij een zeer intensieve verzorgingsgraad. Met complexe somatisch-psychiatrische comorbiditeit loopt dat op tot 1.048,53 euro per dag.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties VD0001, VD0049 en VD0061

8 settingsindeling van consulten, 2026

Een consult wordt ingedeeld in een van acht settings: ambulant sectie II, ambulant sectie III monodisciplinair, ambulant sectie III multidisciplinair, outreachend, klinisch, forensische en beveiligde klinische zorg, forensische en beveiligde niet-klinische zorg en hoogspecialistisch.

Bron: NZa, Beleidsregel prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg BR/REG-26134b, artikel 2.4

Maximumtarieven 2026 voor een behandelconsult van 60 minuten, naar beroep van de zorgverlener en naar ambulante setting.

BeroepAmbulant sectie IIAmbulant sectie III monodisciplinairAmbulant sectie III multidisciplinair
Arts (Wet BIG artikel 3)€ 105,03€ 186,45€ 240,08
Overige beroepen€ 125,13€ 187,17€ 212,59
Verpleegkundige (Wet BIG artikel 3)€ 139,32€ 186,85€ 198,30
Verpleegkundig specialist ggz (Wet BIG artikel 14)€ 151,01€ 204,27€ 246,31
Gezondheidszorgpsycholoog (Wet BIG artikel 3)€ 177,89€ 216,45€ 263,54
Psychotherapeut (Wet BIG artikel 3)€ 205,96€ 252,30€ 264,63
Klinisch (neuro)psycholoog (Wet BIG artikel 14)€ 233,63€ 279,53€ 325,82
Arts-specialist (Wet BIG artikel 14)€ 264,96€ 329,60€ 407,53

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties CO0586 tot CO0645

Het tarief hangt niet af van wie het gesprek voert, maar van het beroep dat voor de prestatie wordt geregistreerd en van de setting van de aanbieder. Twee identieke gesprekken van een uur kunnen daardoor 105,03 euro of 407,53 euro aan de verzekeraar kosten, en in beide gevallen gaat het bedrag eerst van hetzelfde eigen risico van 385 euro af.

Deel 5

Wat niet onder de Zorgverzekeringswet valt

Geneeskundige ggz wordt uit het basispakket vergoed als iemand 18 jaar of ouder is, een psychische stoornis heeft die onder de DSM-5-classificatie valt en de behandeling voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Zorginstituut Nederland heeft per DSM-5-hoofdgroep vastgelegd welk bekostigingskader geldt. Dat is de lijst waaruit blijkt wat een patiënt zelf moet betalen.

1 januari 2012aanpassingsstoornissen uitgesloten

De behandeling van aanpassingsstoornissen is door de minister van VWS met ingang van 1 januari 2012 uitgesloten van de zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet. In de tabel van het Zorginstituut staat bij deze hoofdgroep letterlijk: behandeling wettelijk uitgesloten. De uitsluiting staat in artikel 2.1, onderdeel h van de Regeling zorgverzekering.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018), toelichting 7.4

4 soorten problemengeen geneeskundige ggz

Zorginstituut Nederland noemt vier soorten problemen waarvan de behandeling niet uit het basispakket wordt vergoed: problemen met werk, overspannenheid en burn-out, relatieproblemen, en problemen met het aanpassen aan een nieuwe situatie zoals bij echtscheiding, rouw en verlies van werk. Daarnaast vervalt de vergoeding bij een behandeling zonder verwijzing van de huisarts.

Bron: Zorginstituut Nederland, Geneeskundige ggz (Zvw)

voor eigen rekeningseksuele disfuncties zonder stoornis

Bij seksuele disfuncties die niet samenhangen met een somatische of psychische stoornis kan de huisarts wel doorverwijzen naar een andere zorgaanbieder, maar komen de kosten van die behandeling volgens het Zorginstituut voor eigen rekening van de cliënt.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018), toelichting 13

4 gradatieseetbuistoornis, grens bij 4 episoden per week

De eetbuistoornis kent vier ernstgradaties: licht bij 1 tot 3 eetbui-episoden per week, matig bij 4 tot 7, ernstig bij 8 tot 13 en zeer ernstig bij 14 of meer. Alleen vanaf matig valt de behandeling onder de geneeskundige ggz.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018), toelichting 10.1

22 hoofdgroepenDSM-5-indeling van het Zorginstituut, 2018

De tabel van Zorginstituut Nederland loopt 22 DSM-5-hoofdgroepen door en geeft per hoofdgroep of per stoornis aan of het om geneeskundige ggz gaat, om huisartsenzorg of somatisch specialistische zorg, om de Wet langdurige zorg, om de Jeugdwet of om onderwijs, of om geen verzekerde zorg.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018)

1 januari 2017DSM-5 leidend voor het pakket

Sinds 1 januari 2017 worden de verzekerde aanspraken voor de geneeskundige ggz geduid op grond van de DSM-5. De pakketafbakening en de bekostiging gebruiken daarmee dezelfde classificatie.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018)

18 jaargrens tussen Zvw en Jeugdwet

Geneeskundige ggz uit het basispakket geldt vanaf 18 jaar. Voor wie jonger is, worden behandelingen uit de Jeugdwet vergoed en geldt er geen eigen risico.

Bron: Zorginstituut Nederland, Geneeskundige ggz (Zvw)

4 en 10 wekentreeknormen voor zorgbemiddeling

Wie na een doorverwijzing langer dan 4 weken op een intake of langer dan 10 weken op de start van de behandeling moet wachten, kan zorgbemiddeling vragen. Lukt bemiddeling niet en is er wel plek bij een niet-gecontracteerde aanbieder, dan moet de zorgverzekeraar de hele zorg vergoeden.

Bron: Zorginstituut Nederland, Geneeskundige ggz (Zvw)

Bekostigingskader volgens Zorginstituut Nederland voor een reeks DSM-5-classificaties bij cliënten van 18 jaar en ouder (versie juli 2018).

DSM-5-classificatieBekostigingskader volgens het Zorginstituut
AanpassingsstoornissenGeen verzekerde zorg, behandeling wettelijk uitgesloten per 1 januari 2012
Andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijnGeen verzekerde zorg, kunnen wel gecodeerd worden maar niet als hoofddiagnose
Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloedenGeen verzekerde zorg als hoofddiagnose
Andere gespecificeerde psychische stoornisGeen verzekerde zorg, codering zonder toegevoegde waarde
Slaap-waakstoornissenZvw, maar huisartsenzorg en somatisch medisch specialistische zorg, geen geneeskundige ggz
Seksuele disfunctiesZvw, maar huisartsenzorg en somatisch medisch specialistische zorg, geen geneeskundige ggz
Premenstruele stemmingsstoornisZvw, maar huisarts en gynaecoloog, geen geneeskundige ggz
Specifieke leerstoornisOnderwijs en Jeugdwet, niet de Zvw
Verstandelijke beperkingenWet langdurige zorg, afhankelijk van de ernst
Lichte eetbuistoornis, 1 tot 3 episoden per weekZvw huisartsenzorg, geneeskundige ggz pas vanaf de specificatie matig
Specifieke fobieGeneeskundige ggz alleen in frequent voorkomende situaties of bij bloed-, letsel- of injectiefobie
VerzamelstoornisGeneeskundige ggz alleen bij excessief verwerven en gering of ontbrekend realiteitsbesef
AutismespectrumstoornisZvw, huisartsenzorg en geneeskundige ggz
Aandachtsdeficiëntie- en hyperactiviteitsstoornissenZvw, huisartsenzorg en geneeskundige ggz

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018)

Deze tabel geeft het bekostigingskader, niet de zorginhoud. Of een concrete behandeling wordt vergoed, beoordeelt de zorgverzekeraar aan de hand van het criterium stand van de wetenschap en praktijk, geadviseerd door het Kenniscentrum Ggz van Zorgverzekeraars Nederland. Welke behandelingen een polis vergoedt, staat in die polis.

Deel 6

Niet-vergoede zorg heeft ook een officieel tarief

Dat zorg buiten het basispakket valt, betekent niet dat de prijs vrij is. Voor zorg die buiten de aanspraak op de Zorgverzekeringswet valt maar wel zorg is zoals omschreven in de Wet marktordening gezondheidszorg, bestaat een eigen prestatie met een eigen maximumtarief. Die prestatie rekent anders dan een gewoon consult: zowel directe als indirecte tijd telt mee.

€ 36,50niet-basispakketzorg consult per 15 minuten, 2026

De prestatie niet-basispakketzorg consult kent in 2026 een maximumtarief van 36,50 euro. Het tarief en de eenheid zijn per 15 minuten, en anders dan bij reguliere consulten telt zowel directe als indirecte tijd mee.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0165

€ 146,00vier eenheden van 15 minuten, 2026

Vier eenheden van 15 minuten komen samen uit op 146,00 euro, het hoogste bedrag dat voor een uur niet-vergoede ggz gedeclareerd mag worden. Dat is 31,89 euro lager dan het maximumtarief voor een uur verzekerde behandeling door een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant sectie II.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0165, vier eenheden

15 minutenondergrens van de eenheid

Is de totaal bestede tijd minder dan 15 minuten, dan kan de prestatie niet gedeclareerd worden. Bij 48 minuten werk gaat het om drie eenheden.

Bron: NZa, Beleidsregel prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg BR/REG-26134b

€ 486,67niet-basispakketzorg verblijf per dag, 2026

Een verblijf met overnachting buiten het basispakket kent een maximumtarief van 486,67 euro per dag. De behandeling zelf valt niet onder die verblijfsprestatie en wordt apart gedeclareerd.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0013

€ 114,67schriftelijke informatieverstrekking aan derden, 2026

Voor schriftelijke informatieverstrekking aan derden, met toestemming van de patiënt, geldt een maximumtarief van 114,67 euro. De prestatie geldt niet als een wettelijk voorschrift bepaalt dat de informatie kosteloos moet worden verstrekt.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0018

€ 977,05zorgmachtiging Wet verplichte ggz, 2026

De prestatie zorgmachtiging Wet verplichte ggz heeft een maximumtarief van 977,05 euro en mag eenmaal per aanvraag gedeclareerd worden.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0011

2012 en 2014eigen bijdragen in de ggz, invoering en afschaffing

In 2012 werd een eigen bijdrage in de tweedelijns-ggz ingevoerd en ging de eigen bijdrage voor eerstelijnspsychologie van 10 naar 20 euro per zitting. In 2013 verviel de eigen bijdrage in de tweedelijns-ggz weer, en in 2014 die voor eerstelijnspsychologische zorg.

Bron: Vektis, Tijdlijn 20 jaar Zorgverzekeringswet

€ 100, € 200 en € 145eigen bijdragen ggz, 2012

De eigen bijdrage die in 2012 in de ggz gold, bedroeg 100 euro voor korte behandelingen, 200 euro voor langere behandelingen en 145 euro per maand bij een opname. In 2013 verviel die regeling.

Bron: Nivel, Kennis van verzekerden over eigen betalingen binnen de Zorgverzekeringswet (2018), box 1.2

Maximumtarieven 2026 voor prestaties buiten het gewone consult, waaronder de prestaties voor zorg die niet tot het basispakket behoort.

PrestatieEenheidMaximumtarief 2026
Niet-basispakketzorg consultper 15 minuten, directe en indirecte tijd€ 36,50
Niet-basispakketzorg verblijfper dag met overnachting€ 486,67
Intercollegiaal overleg kort, ambulant sectie IIvan 5 tot 15 minuten€ 32,50
Intercollegiaal overleg lang, ambulant sectie IIvanaf 15 minuten€ 93,60
Consultatie bij euthanasieverzoekenper 15 minuten€ 78,74
Schriftelijke informatieverstrekking aan derdenper verstrekking€ 114,67
Zorgmachtiging Wet verplichte ggzper aanvraag€ 977,05
Toeslag inzet tolk 60 minutenper consult€ 159,25
Toeslag psychodiagnostiekper consult€ 207,85
Verblijfsdag A, lichte verzorgingsgraadper dag€ 251,58
Verblijfsdag G, zeer intensieve verzorgingsgraadper dag€ 835,31
Elektroconvulsietherapie ggz, regulierper behandeling€ 842,83

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestaties OV0001 tot OV0165 en VD0001 tot VD0061

De prestaties onderlinge dienstverlening, consultatie ggz door het sociaal domein en de 38 facultatieve prestaties hebben geen maximumtarief maar een vrij tarief. Voor de overige prestaties Acute ggz binnen budget geldt een vast tarief in plaats van een maximumtarief.

Deel 7

Eigen bijdragen buiten de Zorgverzekeringswet: Wlz en Wmo

Naast het eigen risico bestaan er wettelijke eigen bijdragen die niet via de zorgverzekeraar lopen maar via het CAK. Voor langdurige zorg geldt de eigen bijdrage Wet langdurige zorg, voor ondersteuning via de gemeente de eigen bijdrage Wmo. Het CAK berekent die bijdragen met het inkomen en vermogen van twee jaar eerder.

€ 21,80eigen bijdrage Wmo per maand, 2026

De meeste hulp of ondersteuning die de gemeente aanbiedt, valt in 2026 onder een vaste eigen bijdrage Wmo van 21,80 euro per maand. Dat bedrag hangt niet af van de hoeveelheid hulp en wordt niet hoger bij meerdere vormen tegelijk.

Bron: CAK, Betalen van de eigen bijdrage Wmo (2026)

€ 30,40 tot € 933,60lage eigen bijdrage Wlz thuis per maand, 2026

Voor een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget loopt de lage eigen bijdrage Wlz in 2026 van minimaal 30,40 euro tot maximaal 933,60 euro per maand.

Bron: CAK, Wlz en beschermd wonen: wat verandert er in 2026? (20 oktober 2025)

€ 212,60 tot € 1.115,80lage eigen bijdrage in een instelling per maand, 2026

Wie korter dan vier maanden in een instelling woont, betaalt in 2026 een lage eigen bijdrage van minimaal 212,60 euro en maximaal 1.115,80 euro per maand.

Bron: CAK, Wlz en beschermd wonen: wat verandert er in 2026? (20 oktober 2025)

€ 0 tot € 3.061,80hoge eigen bijdrage per maand, 2026

Wie langer dan vier maanden in een instelling woont, betaalt een hoge eigen bijdrage van minimaal 0 euro en maximaal 3.061,80 euro per maand. Dat maximum is het hoogste wettelijke eigen bedrag in de Nederlandse zorg.

Bron: CAK, Wlz en beschermd wonen: wat verandert er in 2026? (20 oktober 2025)

€ 36.952 en € 73.904toetsbedragen vermogen, 2026

Vermogen boven 36.952 euro voor een alleenstaande of 73.904 euro met partner telt mee voor de eigen bijdrage. Het CAK telt 4 procent van het vermogen boven dat bedrag bij het inkomen op.

Bron: CAK, Wlz en beschermd wonen: wat verandert er in 2026? (20 oktober 2025)

2.652.700personen met meer dan één eigen betaling, november 2023

In november 2023 betaalden 2.652.700 mensen meer dan één soort verplicht eigen risico of eigen bijdrage voor zorg. In 2015 waren dat 1.822.200 mensen, een stijging van bijna 46 procent in acht jaar.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, Stapeling eigen risico en eigen bijdrage, bron Monitor Langdurige Zorg

348.700personen met een eigen bijdrage Wlz, 2023

In 2023 betaalden 348.700 mensen een eigen bijdrage binnen de Wet langdurige zorg, gemiddeld 523,03 euro in de maand november. In 2015 waren dat 231.500 mensen met gemiddeld 650,84 euro.

Bron: CBS, MLZ-tabel 40094NED

530.800personen met een eigen bijdrage Wmo, 2023

In 2023 betaalden 530.800 mensen een eigen bijdrage Wmo, gemiddeld 21,87 euro in november. Vrouwen waren met 345.300 bijna twee keer zo vaak vertegenwoordigd als mannen met 185.500.

Bron: CBS, MLZ-tabel 40094NED

Stapeling van eigen risico en eigen bijdragen: aantal personen per combinatie van zorgwetten en het gemiddelde bedrag in de maand november 2023. ER staat voor eigen risico, EB voor eigen bijdrage.

Combinatie van eigen betalingenAantal personenGemiddeld per maand
Alleen eigen risico Zvw8.769.300€ 22,00
Zvw ER en Zvw EB1.865.800€ 35,33
Zvw ER en Wmo330.400€ 51,54
Alleen eigen bijdrage Zvw272.500€ 3,95
Zvw ER, Zvw EB en Wmo178.600€ 63,29
Zvw ER en Wlz191.800€ 512,72
Zvw ER, Zvw EB en Wlz82.300€ 465,49
Alleen Wlz70.700€ 768,67
Alleen Wmo17.900€ 28,02
Zvw ER, Wmo en Wlz2.200€ 100,07
Zvw ER, Zvw EB, Wmo en Wlz1.600€ 109,01

Bron: CBS, Eigen risico en eigen bijdrage van personen Zvw, Wmo en/of Wlz, in maand (MLZ-tabel 40094NED), peildatum november 2023

De combinaties met een eigen bijdrage Zvw samen met Wmo of Wlz zonder eigen risico zijn in de tabel leeg, omdat het CBS daar geen cijfers publiceert. De bedragen zijn maandbedragen in november, niet jaarbedragen, en zijn daarom niet vergelijkbaar met het eigen risico van 385 euro per jaar.

Deel 8

De vaste lasten naast het eigen risico

Het eigen risico is maar één deel van de rekening. Daarnaast betaalt iedere verzekerde van 18 jaar en ouder premie, en draagt via het inkomen bij aan de inkomensafhankelijke bijdrage. Voor de premie van 2026 geven drie officiële bronnen drie verschillende bedragen, elk met een eigen definitie.

€ 1.879gemiddelde nominale premie per jaar, 2026

De gemiddelde nominale premie is in 2026 1.879 euro per jaar per verzekerde, 3 euro meer dan in 2025 en daarmee 0,2 procent hoger. Volgens dezelfde reeks van Vektis lag die premie in 2016 op 1.262 euro per jaar.

Bron: Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026, figuur 4.3

€ 1.884gemiddelde premie per jaar volgens de Rijksoverheid, 2026

De Rijksoverheid noemt voor 2026 een gemiddelde premie van 1.884 euro per jaar, oftewel gemiddeld 157 euro per maand. De NZa komt op een gemiddelde maandpremie van 158,39 euro over de 59 aangeboden basisverzekeringen.

Bron: Rijksoverheid, Wat kost het om een zorgverzekering af te sluiten? (2026)

€ 42,10spreiding in de maandpremie, 2026

Het verschil in maandpremie tussen de polis met de laagste en de polis met de hoogste premie liep op van 36,00 euro in 2025 naar 42,10 euro in 2026. De gemiddelde premie steeg in 2026 met 0,62 procent over de 59 aangeboden basisverzekeringen.

Bron: NZa, Informatiekaart Zorgverzekeringen 2026 (15 december 2025)

58 polissenaanbod van 20 zorgverzekeraars, 2026

Voor 2026 konden verzekerden kiezen uit 58 polissen bij 20 zorgverzekeraars: 36 naturapolissen en 22 combinatiepolissen. Sinds 2025 is de restitutiepolis uit het aanbod verdwenen.

Bron: Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026, hoofdstuk 4

79%verzekerden met een naturapolis, 2026

Van de verzekerden koos 79 procent in 2026 een naturapolis en 21 procent een combinatiepolis. Bij een naturapolis betaalt de verzekerde mogelijk een deel van de zorg zelf als de zorgverlener geen contract heeft.

Bron: Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026, figuur 4.5 en begrippenlijst

80,6%verzekerden met een aanvullende verzekering, 2026

Van alle verzekerden heeft 80,6 procent een aanvullende verzekering, hetzelfde aandeel als in 2025 en lager dan de 84,3 procent in 2016. Verzekeraars boden in 2026 163 aanvullende verzekeringen aan, tegenover 166 in 2025.

Bron: Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026, figuur 4.9

201.114verzekeringsplichtigen met een betalingsachterstand, 1 juli 2026

Op 1 juli 2026 stonden 201.114 verzekeringsplichtigen bij het CAK aangemeld met een betalingsachterstand van zes of meer maandpremies. Ultimo 2025 was dat 187.425, tegenover een piek van 325.810 in 2014.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, Financiële toegankelijkheid: betalingsachterstand zorgpremie

1,6% tegen 0,9%mannen en vrouwen met een betalingsachterstand, 2025

Van de mannen heeft 1,6 procent een betalingsachterstand op de zorgpremie en van de vrouwen 0,9 procent. De achterstand piekt bij 25 tot 30 jaar met 2,2 procent en is het hoogst bij mensen met een bijstandsuitkering met 4,8 procent.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, Financiële toegankelijkheid: betalingsachterstand zorgpremie, cijfers CBS en CAK

Gemiddeld betaalde nominale premie per jaar en het aantal personen met een betalingsachterstand op de zorgpremie, 2011 tot 2026.

JaarGemiddeld betaalde nominale premiePersonen met betalingsachterstand per ultimo
2011€ 1.199303.528
2012€ 1.226297.954
2013€ 1.213314.138
2014€ 1.098325.810
2015€ 1.158312.037
2016€ 1.201277.023
2017€ 1.286249.044
2018€ 1.308223.714
2019€ 1.384202.702
2020€ 1.414189.652
2021€ 1.471170.221
2022€ 1.514170.541
2023€ 1.650178.916
2024€ 1.747184.861
2025€ 1.876187.425
2026€ 1.879niet beschikbaar

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, Nominale premie zorgverzekering en Betalingsachterstand zorgpremie, bronnen Vektis, NZa, CBS en CAK

De premiedaling in 2014 komt niet door goedkopere zorg: in dat jaar werden taken tussen de wetten verschoven en veranderde de verhouding tussen de nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage. Het cijfer voor 2025 is voorlopig. In 2020 brak de coronapandemie uit, wat de reeks over 2020 en 2021 beïnvloedt.

Deel 9

Afzien van hulp vanwege de kosten

Nivel meet elk jaar hoeveel burgers afzien van zorg vanwege de kosten. In november 2024 vroeg Nivel bovendien per zorgverlener of mensen die zorg nodig hadden, een bezoek hebben overgeslagen vanwege de kosten. Een van de zes zorgverleners in dat onderzoek is een zorgverlener in de ggz.

8%mensen die ggz-zorg nodig hadden, 2024

Van de mensen die in de twaalf maanden voor november 2024 zorg van een zorgverlener in de ggz nodig hadden, zag 8 procent af van een bezoek vanwege de kosten. Deze vraag is gesteld aan 196 respondenten.

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025), figuur 1

13%, 12% en 11%fysiotherapeut, mondhygiënist en tandarts, 2024

Het afzien van zorg vanwege de kosten is het hoogst bij de fysiotherapeut met 13 procent, de mondhygiënist met 12 procent en de tandarts met 11 procent. Nivel noemt als verklaring dat die zorg, behalve voor specifieke aandoeningen, niet in de basisverzekering zit.

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025)

27%mensen die schulden moeten maken, ggz, 2024

Van de mensen die schulden moeten maken of spaargeld moeten aanspreken en ggz-zorg nodig hadden, zag 27 procent af van een bezoek vanwege de kosten, tegenover 4 procent van de mensen die een beetje of veel geld overhouden.

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025), bijlage A tabel 1

19% tegen 4%ervaren gezondheid matig of slecht tegenover goed, ggz, 2024

Van de mensen met een matige of slechte ervaren gezondheid zag 19 procent af van een bezoek aan een zorgverlener in de ggz vanwege de kosten, tegenover 4 procent van de mensen met een goede ervaren gezondheid.

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025), bijlage A tabel 1

8%alle burgers, ten minste één vorm van zorg, 2024

Los daarvan meet Nivel jaarlijks dat 8 procent van alle burgers in 2024 afzag van ten minste één van drie vormen van zorg vanwege de kosten: een doktersbezoek, een onderzoek of behandeling, of medicijnen. In 2016 was dat 16 procent, in 2023 11 procent.

Bron: Nivel, In 2024 geeft acht procent van de burgers aan afgezien te hebben van een doktersbezoek, verdere behandeling of medicijnen vanwege de kosten (2025)

5%volwassenen met langdurige psychische problemen, 2025

Van de volwassenen met langdurige psychische problemen geeft 5 procent aan onvoldoende professionele zorg of ondersteuning te krijgen vanwege financiële drempels: geen vergoeding uit de zorgverzekering of een eigen bijdrage die zij niet kunnen betalen.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, GGZ: onvoldoende ervaren professionele zorg vanwege financiële drempels, bron Panel Psychisch Gezien van het Trimbos-instituut

6,3% tegen 4,6%jonger dan 40 en 40 jaar en ouder, 2025

Binnen de groep met langdurige psychische problemen ervaren mensen jonger dan 40 jaar vaker financiële drempels dan mensen van 40 jaar en ouder: 6,3 tegenover 4,6 procent. Bij vrouwen is het 5,3 procent en bij mannen 4,6 procent.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg, GGZ: onvoldoende ervaren professionele zorg vanwege financiële drempels (2025)

3,6%volwassenen van 18 tot 75 jaar, 2019 tot 2022

In de derde Nederlandse studie naar psychische gezondheid rapporteerde 3,6 procent van de volwassen bevolking een onvervulde zorgbehoefte in de afgelopen twaalf maanden, oftewel 454.000 mensen. Vrouwen 4,3 procent, mannen 2,9 procent.

Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS, Onvervulde zorgbehoefte (meting 2019 tot 2022)

10%volwassenen met een psychische aandoening, 2019 tot 2022

Van de volwassenen met een psychische aandoening gaf 10 procent een onvervulde zorgbehoefte aan: 17 procent bij een stemmingsstoornis, 9 procent bij een middelenstoornis, en 16 procent bij meerdere aandoeningen tegenover 5 procent bij precies één aandoening.

Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS, Onvervulde zorgbehoefte (meting 2019 tot 2022)

1,8% naar 4,0%volwassenen van 18 tot 64 jaar, 2007 tot 2009 en 2019 tot 2022

De onvervulde zorgbehoefte nam toe van 1,8 procent in de tweede meting (2007 tot 2009) naar 4,0 procent in de derde meting (2019 tot 2022), met een odds ratio van 1,71 en een betrouwbaarheidsinterval van 1,29 tot 2,28.

Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS, Onvervulde zorgbehoefte

Percentage van de mensen die de betreffende zorg nodig hadden en vanwege de kosten afzagen van een bezoek, naar inkomen, financiële situatie, leeftijd en ervaren gezondheid (november 2024, 782 respondenten).

GroepHuisartsArts of verpleegkundige in ziekenhuisTandartsMondhygiënistFysiotherapeutZorgverlener in de ggz
Totaal5%4%11%12%13%8%
Inkomen onder 1.750 euro4%2%20%7%14%4%
Inkomen 1.750 tot 2.700 euro5%6%15%13%14%16%
Inkomen boven 2.700 euro5%3%9%12%11%7%
Moet schulden maken of spaargeld aanspreken7%6%24%26%29%27%
Kan precies rondkomen8%9%17%14%13%15%
Houdt een beetje of veel geld over4%3%8%10%11%4%
18 tot 40 jaar5%4%10%17%16%11%
40 tot 65 jaar6%6%14%14%14%7%
65 jaar en ouder3%2%6%2%8%6%
Ervaren gezondheid matig of slecht5%5%18%20%17%19%
Ervaren gezondheid goed4%4%11%11%12%4%
Ervaren gezondheid uitstekend of zeer goed6%3%6%10%9%5%

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025), bijlage A tabel 1

De aantallen per zorgverlener verschillen sterk, omdat alleen de mensen zijn meegeteld die de zorg van die zorgverlener nodig hadden. Voor de huisarts gaat het om 634 respondenten, voor de zorgverlener in de ggz om 196. Nivel neemt in het factsheet alleen de statistisch significante verschillen tussen groepen op, dus de ongemarkeerde verschillen in deze tabel kunnen toevallig zijn.

Deel 10

Wat in Nederland niet gemeten wordt

Hoeveel mensen in Nederland zelf betalen voor psychologische hulp buiten de verzekering om, en hoeveel geld dat is, wordt niet gemeten. Dat is geen vermoeden: het volgt uit wat de registraties zelf wel en niet dekken. Hieronder staat per bron wat die bron registreert, en waarom het antwoord er niet in staat.

€ 0directe eigen betalingen bij ggz-instellingen, 2018 tot 2022

In de internationaal vergelijkbare zorgrekeningen boekt het CBS voor instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in elk jaar van 2018 tot en met 2022 nul euro aan directe eigen betalingen. Directe eigen betalingen zijn de eigen betalingen exclusief eigen risico en exclusief eigen bijdragen.

Bron: CBS StatLine, Zorguitgaven internationaal vergelijkbaar; aanbieders, financiering (tabel 84078NED)

€ 140 miljoeneigen betalingen bij ggz-instellingen, 2022

Huishoudens betaalden in 2022 140 miljoen euro aan instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Dat bedrag is volledig geboekt als eigen risico en wettelijke eigen bijdragen, en daalde van 160 miljoen in 2020.

Bron: CBS StatLine, tabel 84078NED

€ 4.508 miljoendirecte eigen betalingen in de hele gezondheidszorg, 2022

Landelijk betaalden huishoudens in 2022 4.508 miljoen euro aan directe eigen betalingen en 4.882 miljoen euro aan eigen risico en eigen bijdragen, samen 9.390 miljoen euro. In dat totaal is geen ggz-regel terug te vinden.

Bron: CBS StatLine, tabel 84078NED

2022laatste jaar van de reeks

De CBS-tabel met deze uitsplitsing is stopgezet. De cijfers over 2022 zijn voorlopig, die over 2020 en 2021 nader voorlopig, en die jaren worden niet meer definitief gemaakt. Een actueler landelijk cijfer over eigen betalingen per zorgaanbieder bestaat niet.

Bron: CBS StatLine, tabel 84078NED, toelichting

geen prijs geregistreerdniet-basispakketzorg consult, 2026

De NZa stelt wel een maximumtarief vast voor een consult buiten het basispakket, 36,50 euro per 15 minuten, maar publiceert geen aantallen voor die prestatie. Een maximumtarief zegt wat mag, niet hoeveel er in rekening is gebracht of door wie.

Bron: NZa, Tariefbeschikking TB/REG-26628-05, bijlage 1, prestatie OV0165

0 vragen over kostenNEMESIS-3, meting 2019 tot 2022

De onvervulde zorgbehoefte in NEMESIS-3 meet of iemand behoefte had aan meer professionele hulp en die niet heeft gezocht. De vraag gaat niet over kosten en niet over wat mensen zelf hebben betaald.

Bron: Trimbos-instituut, NEMESIS, Onvervulde zorgbehoefte

6 zorgverlenersNivel-meting, november 2024

Nivel vraagt of mensen vanwege de kosten afzagen van een bezoek aan zes soorten zorgverleners, waaronder een zorgverlener in de ggz. De vraag meet afzien, niet betalen: wie wel ging en de rekening zelf betaalde, komt in deze cijfers niet terug.

Bron: Nivel, Ruim 1 op de 10 die fysiotherapie of mondzorg nodig heeft, mijdt dit door kosten (2025)

voor eigen rekeningformulering van het Zorginstituut

Zorginstituut Nederland schrijft dat de kosten bij bepaalde verwijzingen voor eigen rekening van de cliënt komen, maar noemt geen bedrag en verwijst niet naar een registratie waarin die kosten worden bijgehouden.

Bron: Zorginstituut Nederland, Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie (juli 2018), toelichting 13

Wat elke bron over eigen betalingen in de ggz wel registreert, en wat niet. Het bedrag in de laatste kolom is het meest recente cijfer dat die bron voor de ggz publiceert.

BronWat erin staatWat er niet in staatMeest recente ggz-cijfer
CBS, zorgrekeningen (tabel 84078NED)Eigen betalingen van huishoudens per zorgaanbieder, gesplitst in directe betalingen en eigen risico plus eigen bijdragenZelf betaalde hulp buiten de verzekering bij ggz-aanbieders: die post staat op nul€ 140 miljoen eigen betalingen bij ggz-instellingen in 2022, waarvan € 0 direct
CBS, Monitor Langdurige Zorg (tabel 40094NED)Aantal personen met eigen risico of een wettelijke eigen bijdrage en het gemiddelde maandbedragBetalingen buiten het eigen risico en de wettelijke eigen bijdragen om11.422.100 personen met eigen risico Zvw in 2023
NZa, tariefbeschikking ggz en fzMaximumtarieven per prestatie, ook voor zorg buiten het basispakketHoeveel er is gedeclareerd, door wie, en wat de patiënt werkelijk betaalde€ 36,50 per 15 minuten niet-basispakketzorg consult in 2026
Nivel, Consumentenpanel GezondheidszorgOf mensen vanwege de kosten afzien van een bezoek aan zes soorten zorgverlenersWat mensen die wel gingen zelf hebben betaald8 procent afzien van ggz-zorg vanwege de kosten in 2024
Trimbos-instituut, NEMESIS-3Of iemand behoefte had aan meer professionele hulp en die niet heeft gezochtKosten als reden, en bedragen die mensen zelf betaalden3,6 procent onvervulde zorgbehoefte in 2019 tot 2022
Trimbos-instituut, Panel Psychisch GezienOf mensen met langdurige psychische problemen financiële drempels ervarenHoeveel geld die drempel is en wat mensen zelf uitgaven5 procent ervaart financiële drempels in 2025

Bron: Samengesteld uit de toelichtingen van CBS StatLine tabel 84078NED, CBS MLZ-tabel 40094NED, de NZa-tariefbeschikking TB/REG-26628-05, Nivel (2025), NEMESIS en Panel Psychisch Gezien

Geen van deze bronnen is bedoeld om zelf betaalde hulp buiten de verzekering te meten, en geen van hen doet dat ook. Wie een bedrag noemt voor de omvang van die markt in Nederland, noemt een schatting. Op deze pagina staat daarom geen schatting, maar de constatering dat het cijfer niet bestaat.

Lees dit eerst

Valkuilen voordat je deze cijfers citeert

  1. De brede zorgmijdingscijfers van Nivel gaan niet over de ggz De bekendste Nederlandse zorgmijdingscijfers, 8 procent in 2024 en 16 procent in 2016, gaan over drie vormen van zorg: een doktersbezoek, een door een arts aanbevolen onderzoek of behandeling, en medicijnen. Nivel wijst in de uitsplitsing per zorgverlener de fysiotherapeut (13 procent), de mondhygiënist (12 procent) en de tandarts (11 procent) aan als de meest gemeden zorg, met als verklaring dat die zorg grotendeels buiten de basisverzekering valt. Alleen de aparte vraag over een zorgverlener in de ggz is ggz-specifiek, en die komt op 8 procent bij 196 respondenten. Toevallig hetzelfde getal als het brede cijfer, met een heel andere noemer.
  2. Onvervulde zorgbehoefte meet iets anders dan afzien vanwege kosten Het enige ggz-specifieke cijfer uit NEMESIS-3 is de onvervulde zorgbehoefte: 3,6 procent van de volwassenen, oftewel 454.000 mensen, had behoefte aan meer professionele hulp vanwege psychische of alcohol- of drugsproblemen en heeft die niet gezocht. De vraag gaat niet over geld. Iemand die geen hulp zoekt uit schaamte, uit onwetendheid of omdat er geen plek is, valt in dit cijfer samen met iemand die het niet kan betalen. Het cijfer is daarom geen maat voor financiële toegankelijkheid.
  3. Het eigen risico voor 2027 staat niet vast, en wij publiceren er niets over Over de hoogte van het verplicht eigen risico na 2026 lopen de officiële stukken uiteen. De NZa schrijft in december 2025 dat wijzigingen van het eigen risico zijn aangehouden in afwachting van een nieuw kabinet. Zolang dat zo is, bestaat er geen vastgesteld bedrag voor 2027 en staat op deze pagina geen bedrag voor 2027. Voor 2026 is het bedrag wel wettelijk vastgelegd: 385 euro per jaar per verzekerde van 18 jaar of ouder.
  4. Drie officiële bronnen, drie premies voor hetzelfde jaar Voor 2026 publiceren drie officiële bronnen een ander bedrag voor dezelfde premie. Vektis en de Staat van Volksgezondheid en Zorg komen op een gemiddeld betaalde nominale premie van 1.879 euro per jaar, gewogen over alle verzekerden en met collectiviteitskorting. De Rijksoverheid noemt 1.884 euro per jaar, oftewel 157 euro per maand. De NZa komt op 158,39 euro per maand, het ongewogen gemiddelde over de 59 aangeboden basisverzekeringen. Alle drie zijn juist binnen hun eigen definitie, en alle drie zijn onderling niet uitwisselbaar. Dat geldt ook voor het aantal polissen: Vektis telt er 58 voor 2026, de NZa rekent met 59 basisverzekeringen. Ook de reeksen zelf lopen uiteen: de Zorgthermometer van Vektis noemt voor 2016 een gemiddelde nominale premie van 1.262 euro per jaar, terwijl de reeks van de Staat van Volksgezondheid en Zorg voor datzelfde jaar op 1.201 euro uitkomt. Beide reeksen staan op deze pagina, elk bij zijn eigen bron.
  5. Een maandbedrag is geen jaarbedrag In de Monitor Langdurige Zorg staat dat mensen met uitsluitend eigen risico Zvw gemiddeld 22,00 euro betalen. Dat is het gemiddelde in de maand november, niet het bedrag over het jaar. Het aantal personen in dezelfde tabel gaat wel over het hele jaar: wie gedurende het jaar zorg gebruikte waarvoor eigen risico geldt, wordt meegeteld. Teller en noemer hebben in deze tabel dus een verschillende periode, en het maandbedrag mag niet met twaalf worden vermenigvuldigd of met het jaarbedrag van 385 euro worden vergeleken.
  6. Het maximumtarief van de NZa is niet de prijs die iemand betaalt De tarieven in de tariefbeschikking zijn maximumtarieven: prijsafspraken kunnen daaronder worden gemaakt met een ondergrens van 0 euro, en met een schriftelijke overeenkomst met de zorgverzekeraar tot 10 procent erboven, het max-max tarief. Voor 40 van de 1.379 prestaties geldt bovendien een vrij tarief. Wat een patiënt zelf betaalt, hangt daarna nog af van het eigen risico, de polis en of de aanbieder gecontracteerd is. Het tarief van 177,89 euro voor een uur behandeling is dus een bovengrens voor de declaratie, niet een rekening.
  7. Buiten het basispakket is de prijs niet vrij, en binnen het basispakket niet altijd vast Het beeld dat verzekerde zorg een vast tarief heeft en onverzekerde zorg een vrije prijs, is onjuist. Voor zorg buiten het basispakket bestaat de prestatie niet-basispakketzorg consult met een maximumtarief van 36,50 euro per 15 minuten. Omgekeerd hebben de 38 facultatieve prestaties binnen de verzekerde ggz een vrij tarief, en daar hoort ook het verkennend gesprek bij: de ggz-zorg waarvoor juist geen eigen risico geldt, staat in de tariefbeschikking voor 2026 alleen als facultatieve prestatie met een vrij tarief, apart benoemd voor 16 regio's.
  8. Twee officiële lijsten met vrijgestelde zorg die elkaar niet dekken Zorginstituut Nederland en de Rijksoverheid publiceren beide een lijst van zorg waarvoor geen eigen risico geldt, en die lijsten zijn niet gelijk. De lijst van het Zorginstituut noemt het verkennend gesprek bij de geneeskundige ggz, de gecombineerde leefstijlinterventie en het stoppen-met-rokenprogramma. De lijst van de Rijksoverheid noemt het verkennend gesprek niet in het overzicht, maar wel in de jaarlijkse pakketwijzigingen voor 2026. Daar komt bij dat de zorgverzekeraar zelf ook zorgaanbieders, zorgprogramma's, medicijnen en hulpmiddelen van het eigen risico mag uitsluiten, zodat de definitieve lijst per polis verschilt.
  9. Een nulletje in een statistiek is geen nul in de werkelijkheid Dat het CBS voor ggz-instellingen nul euro aan directe eigen betalingen boekt, betekent niet dat niemand in Nederland zelf voor psychische hulp betaalt. Het betekent dat deze registratie daar geen plaats voor heeft: alles wat huishoudens aan ggz-instellingen betalen, komt in de categorie eigen risico en wettelijke eigen bijdragen terecht. De indeling van zorgaanbieders in deze tabel kent bovendien geen aparte categorie voor een praktijk van een psycholoog, en het CBS beschrijft de categorieën overige praktijken gezondheidszorg en ambulante zorgcentra in de metadata met exact dezelfde tekst. Waar zelf betaalde psychologische hulp in deze cijfers landt, is dus niet uit de bron op te maken.
  10. Het aandeel met een vrijwillig eigen risico wordt op twee manieren geteld De NZa publiceert dat 9,2 procent van de verzekerden in 2026 voor een vrijwillig eigen risico van 500 euro kiest en 87,9 procent voor nul euro. Vektis schrijft dat 76 procent van de mensen die een vrijwillig eigen risico nemen, het maximumbedrag kiest. Dat is hetzelfde feit met een andere noemer: 9,2 procent van alle verzekerden tegenover 76 procent van de 12,1 procent die een vrijwillig eigen risico neemt. Wie beide cijfers naast elkaar zet zonder de noemer, komt op een zesvoudig verschil.
  11. De tabel van het Zorginstituut is uit 2018 en de DSM verandert De tabel waarin per DSM-5-classificatie staat welk bekostigingskader geldt, is van juli 2018 en is gebaseerd op standpunten uit rapporten van 2013, 2014 en 2016. Zorginstituut Nederland verwijst er in 2026 nog naar vanaf de pagina over de geneeskundige ggz, maar de duidingen stammen deels uit het DSM-IV-tijdperk en zijn daarna vertaald naar DSM-5-classificaties. Bij een concrete vraag over vergoeding is de polis en de actuele circulaire Therapieën Ggz van Zorgverzekeraars Nederland leidend, niet de tabel.
Samenvatting

Belangrijkste conclusies

  • De rekening voor psychische hulp bestaat uit vier losse onderdelen die elk een eigen regel kennen: het verplicht eigen risico van 385 euro per jaar, een eventueel vrijwillig eigen risico tot 500 euro, wettelijke eigen bijdragen via het CAK, en de volledige rekening voor zorg die buiten het basispakket valt.
  • Het hoogste bedrag dat iemand in 2026 aan eigen risico kan kwijtraken is 885 euro: 385 euro verplicht plus 500 euro vrijwillig. Dat laatste kiest 9,2 procent van de verzekerden.
  • Een uur behandeling bij een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie II mag in 2026 maximaal 177,89 euro kosten, en met het max-max tarief 195,68 euro. Het eigen risico van 385 euro is daarmee ruim twee van die uren.
  • Hetzelfde uur behandeling kost tussen 105,03 en 407,53 euro afhankelijk van beroep en setting, en tot 509,71 euro in de beveiligde zorg. Voor de patiënt maakt dat verschil niets uit zolang het eigen risico nog niet vol is, en alles zodra het bijna vol is.
  • Zorg buiten het basispakket heeft wel een officieel maximumtarief: 36,50 euro per 15 minuten voor de prestatie niet-basispakketzorg consult, oftewel 146,00 euro voor vier eenheden, en 486,67 euro per dag voor verblijf.
  • Wat niet onder de Zorgverzekeringswet valt, is wettelijk afgebakend: behandeling van aanpassingsstoornissen is sinds 1 januari 2012 uitgesloten, en problemen met werk, overspannenheid, burn-out, relatieproblemen en rouw vallen buiten de geneeskundige ggz.
  • Het eigen risico raakt vooral mensen die niet mogen kiezen: 11,4 miljoen mensen gebruikten in 2023 zorg waarvoor het geldt, waarvan 6,2 miljoen vrouwen, en naar schatting de helft van de verzekerden maakt het bedrag vol.
  • De eigen betalingen stapelen: in november 2023 betaalden 2.652.700 mensen meer dan één soort eigen risico of eigen bijdrage, tegen 1.822.200 in 2015.
  • Afzien van hulp vanwege de kosten is in de ggz geen massaverschijnsel maar wel sterk geconcentreerd: 8 procent van de mensen die ggz-zorg nodig hadden, tegenover 27 procent van de mensen die daarvoor schulden moeten maken en 19 procent van de mensen met een matige of slechte ervaren gezondheid.
  • Hoeveel mensen in Nederland zelf betalen voor hulp buiten de verzekering om, en hoeveel geld dat is, wordt door geen enkele Nederlandse registratie gemeten. In de zorgrekeningen van het CBS staat die post voor ggz-instellingen op nul euro, elk jaar van 2018 tot en met 2022.
Verantwoording

Methodologie en bronnen

Elk cijfer op deze pagina komt uit een bron die wij zelf hebben opgevraagd en nagelezen, niet uit een samenvatting of een weergave op een andere site. De tarieven komen uit bijlage 1 van de Tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg TB/REG-26628-05 van de Nederlandse Zorgautoriteit, vastgesteld op 9 juni 2026 en geldig van 1 januari tot en met 31 december 2026, met de prestatiebeschrijvingen uit Beleidsregel BR/REG-26134b. Het eigen risico voor 2026 komt van de Rijksoverheid en uit de memorie van toelichting bij Kamerstuk 36679 nr. 3; de reeks daarvoor uit de tijdlijn van Vektis. De pakketafbakening komt van Zorginstituut Nederland, inclusief de tabel Uitleg aanspraken geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 classificatie van juli 2018. De aantallen personen met eigen risico en eigen bijdragen komen uit tabel 40094NED van de Monitor Langdurige Zorg via de open-dataservice van het CBS, met november als peildatum en verslagjaren 2015 tot en met 2023. De eigen betalingen per zorgaanbieder komen uit CBS-tabel 84078NED, die bij 2022 is stopgezet. De eigen bijdragen Wlz en Wmo voor 2026 komen van het CAK. Premie-, polis- en betalingsachterstandscijfers komen uit de Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2026 van Vektis, de Informatiekaart Zorgverzekeringen 2026 van de NZa, de VWS-Verzekerdenmonitor 2025 en de kerncijfers van de Staat van Volksgezondheid en Zorg. De cijfers over afzien van zorg komen uit het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg, peiling november 2024 onder 782 respondenten, en uit de peiling van juli 2018 over kennis van eigen betalingen. De cijfers over onvervulde zorgbehoefte komen uit de derde Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study van het Trimbos-instituut, eerste meting 2019 tot 2022. Waar twee bronnen voor hetzelfde jaar verschillende getallen geven, staan beide getallen met beide definities op de pagina. Over de hoogte van het eigen risico na 2026 staat hier niets, omdat daarover nog geen besluit is genomen.

Elk cijfer op deze pagina is afkomstig uit een bron die is geopend en gecontroleerd. Waar een cijfer niet bestaat, staat dat er zo. Er is niets geschat en niets afgerond zonder dat het erbij staat.

Gebruikte bronnen

Vragen

Veelgestelde vragen

Hoeveel betaal ik zelf voor psychische hulp in 2026?

Valt de hulp onder het basispakket, dan betaalt u de eerste 385 euro aan zorgkosten in dat jaar zelf, plus een eventueel vrijwillig eigen risico van 100 tot 500 euro. Voor hulp van de huisarts of de praktijkondersteuner huisarts ggz en voor het verkennend gesprek in de ggz geldt geen eigen risico. Valt de hulp buiten het basispakket, dan betaalt u de hele rekening zelf; de NZa stelt daarvoor een maximumtarief vast van 36,50 euro per 15 minuten. Wat u uiteindelijk betaalt, hangt ook af van uw polis en of de zorgaanbieder een contract heeft met uw zorgverzekeraar.

Wat mag een uur bij een psycholoog kosten volgens de NZa?

Voor een behandelconsult van 60 minuten door een gezondheidszorgpsycholoog in de setting ambulant kwaliteitsstatuut sectie II is het maximumtarief in 2026 177,89 euro. Voor diagnostiek van 60 minuten is dat 200,99 euro. Bij een psychotherapeut is het 205,96 euro, bij een klinisch (neuro)psycholoog 233,63 euro en bij een arts-specialist 264,96 euro. Met een schriftelijke overeenkomst met de zorgverzekeraar mag daar nog tot 10 procent bij, het max-max tarief.

Welke psychische klachten worden niet vergoed uit de basisverzekering?

Zorginstituut Nederland noemt expliciet problemen met werk, overspannenheid en burn-out, relatieproblemen en problemen met het aanpassen aan een nieuwe situatie zoals echtscheiding, rouw en verlies van werk. Behandeling van aanpassingsstoornissen is sinds 1 januari 2012 wettelijk uitgesloten van de Zorgverzekeringswet. Verder vallen slaap-waakstoornissen, seksuele disfuncties en de premenstruele stemmingsstoornis wel onder de Zvw maar niet onder de geneeskundige ggz: daar zijn de huisarts en de somatisch specialist aan zet.

Hoeveel mensen maken het eigen risico vol?

Het ministerie van VWS schat in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel voor 2026 dat 50 procent van de verzekerden het verplicht eigen risico vol maakt. Dat is een schatting van het ministerie, geen meting. Wat wel geteld is: in 2023 gebruikten 11.422.100 mensen zorg waarvoor het eigen risico geldt, en in 2024 betaalden verzekerden samen 3,4 miljard euro aan eigen risico.

Betalen vrouwen meer eigen risico dan mannen?

Meer vrouwen betalen eigen risico: in 2023 ging het om 6.198.300 vrouwen tegenover 5.223.800 mannen. Het gemiddelde bedrag in de maand november lag bij vrouwen op 23,95 euro en bij mannen op 22,83 euro. Bij de wettelijke eigen bijdragen binnen de Zorgverzekeringswet is het verschil groter: 1.538.000 vrouwen tegenover 862.900 mannen. Bij de eigen bijdrage Wmo gaat het om 345.300 vrouwen tegenover 185.500 mannen.

Mijden mensen psychische hulp vanwege de kosten?

In de Nivel-peiling van november 2024 zag 8 procent van de mensen die zorg van een zorgverlener in de ggz nodig hadden, af van een bezoek vanwege de kosten. Dat percentage loopt op tot 27 procent bij mensen die schulden moeten maken of spaargeld moeten aanspreken, en tot 19 procent bij mensen met een matige of slechte ervaren gezondheid. De vraag is gesteld aan 196 respondenten. De bekendere Nederlandse zorgmijdingscijfers van 8 tot 16 procent gaan niet over de ggz maar over doktersbezoek, onderzoek of behandeling en medicijnen; in de uitsplitsing per zorgverlener staan de fysiotherapeut en de mondzorg bovenaan.

Is bekend hoeveel mensen in Nederland zelf psychische hulp betalen buiten de verzekering om?

Nee. Geen van de Nederlandse registraties meet dat. Vektis en de NZa werken met gedeclareerde prestaties, het CBS registreert in de Monitor Langdurige Zorg alleen het eigen risico en de wettelijke eigen bijdragen, Nivel meet of mensen afzien van zorg en niet wat zij betaalden, en NEMESIS-3 vraagt naar onvervulde zorgbehoefte zonder vraag over kosten. In de zorgrekeningen van het CBS staat voor ggz-instellingen in elk jaar van 2018 tot en met 2022 nul euro aan directe eigen betalingen, omdat die registratie alle betalingen van huishoudens aan die instellingen als eigen risico of eigen bijdrage boekt. Wie een bedrag voor deze markt noemt, noemt dus een schatting.

Wat is het verschil tussen eigen risico en eigen bijdrage?

Het eigen risico is een bedrag dat voor rekening van de verzekerde blijft voordat de zorgverzekeraar gaat vergoeden: 385 euro per jaar in 2026, vanaf 18 jaar. Een eigen bijdrage is een deel van de kosten dat de verzekerde zelf blijft betalen ook nadat het eigen risico vol is. De eigen bijdrage voor geneesmiddelen binnen het Geneesmiddelenvergoedingssysteem is gemaximeerd op 250 euro per persoon per jaar. Eigen bijdragen voor zorg in natura binnen de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning worden door het CAK vastgesteld en geïnd: in 2026 is dat 21,80 euro per maand voor de Wmo en maximaal 3.061,80 euro per maand voor de hoge eigen bijdrage Wlz.

Wat kost een opname in de ggz per dag?

Een verblijfsdag in de ggz kent in 2026 een maximumtarief van 251,58 euro bij een lichte verzorgingsgraad tot 835,31 euro bij een zeer intensieve verzorgingsgraad, en 1.048,53 euro bij complexe somatisch-psychiatrische comorbiditeit. Een verblijf met overnachting dat buiten het basispakket valt, kent een maximumtarief van 486,67 euro per dag, waarbij de behandeling zelf niet in dat bedrag zit. Voor de patiënt met verzekerde zorg geldt ook hier dat het eigen risico van 385 euro na één opnamedag al vol is.

Doet DiversaMente diagnostiek of behandeling?

Nee. DiversaMente geeft op deze pagina geen medisch advies en geen advies over vergoeding. Deze pagina zet alleen de gepubliceerde Nederlandse cijfers over de rekening van de patiënt bij elkaar, met bronvermelding per getal. Voor vragen over vergoeding van een concrete behandeling zijn de polisvoorwaarden en de zorgverzekeraar het juiste aanspreekpunt, en voor vragen over eigen klachten de huisarts.

Over de samensteller

Wie deze cijfers verzamelde

Deze pagina is samengesteld door DiversaMente, de praktijk van Maan Kulhanek, psycholoog in Haarlem. DiversaMente biedt kortdurende psychologische begeleiding aan vrouwen met ADHD of autisme die vastlopen in werk, thuis of allebei. De gesprekken zijn wandelend, in Haarlem, de duinen of aan het strand, of via videobellen. Het is persoonlijke begeleiding, gericht op de gevolgen van ADHD of ASS, en er is geen wachtlijst.

De cijfers hierboven gaan over groepen en zeggen niets over een individuele situatie. Meer over DiversaMente: diversamente-psychologie.nl, ADHD-begeleiding voor vrouwen of autisme-begeleiding voor vrouwen.

Voor vragen van journalisten over de cijfers op deze pagina, bijvoorbeeld over definities, peilmomenten of noemers, is DiversaMente via de website bereikbaar. Een bronvermelding met een link naar deze pagina wordt gewaardeerd.

Meer cijferoverzichten